Afstammelingen (bastaards) van Prins Maurits. Nassau-LaLecq, Nassau-Beverweerd, Nassau-Odijk, Nassau-Ouwerkerk

Afstammelingen (bastaarden) van
Prins Maurits,
Prins van Oranje (1584-1625), Graaf van Nassau.




Prins Maurits van Oranje-Nassau, Prins van Oranje (1584), Graaf van Nassau.
Geboren op 14 November 1567 te Dillenburg als zoon van Prins Willem van Oranje-Nassau (1533-1584) en Anna van Saksen.
Prins Maurits van Oranje-Nassau overlijdt op 23 april 1625 te 's Gravenhage.
Hij heeft van 1601 tot ca. 1610 een verhouding met Margaretha van Mechelen. Margaretha's vader, Jonker Cornelis van Mechelen is schepenen van Lier. De moeder van Margaretha's moeder, Barbara van Nassau, is afstammelinge van Alexis van Nassau-Corroy, bastaardzoon van Hendrik III van Nassau. De katholieke Margaretha werd als wees te Leiden opgevoed. De Prins onderhoud Margaretha met een jaargeld van fl. 6000. Uit deze relatie worden drie zoons geboren:

1.
Willem van Nassau, Heer van de Lek in 1625 (genaamd Willem LaLecq).
Geboren rond 1601 als bastaardzoon van Prins Maurits en Margaretha van Mechelen. Willem van Nassau trouwt op 4 april 1627 te sluis met Anna van der Noot, vrouwe van Hoogwoud en Aartswoud, overleden in 1642. Willem van Nassau sneuvelt op 18 augustus bij de verovering van Groenlo door Prins Frederik Hendrik.
Willem van Nassau, krijgt van zijn vader de heerlijkheid van de Lek toegewezen, hiertoe behoort ook de ambachtsheerlijkheid Oudekerk, wat in leen is. Hij leid een uitbundig leven en maakt flinke schulden waar zijn moeder voor opdraaid. Ter ondersteuning van de Winterkoning van Palts voert hij een strijd, met 600 man, tegen de katholieke Habsburgers. In 1625 is hij infanterie officier en dient hij in een Nederlands/Engelse expeditie naar Cadiz. In 1626/27 is hij commadant van de blokkade van Duinkerken. Op 18 juni 1625 wordt hij benoemd tot Luitenant-Admiraal van Holland en Wes-Friesland en is hij plaatsvervanger van de Admiraal en Stadhouder. Om dat hij zo jong is wordt wordt Vice-Admiraal Jan Rael aan hem toegewezen. Hij sneuvelt op 18 augustus bij de verovering van Groenlo door Prins Frederik Hendrik. Het huwelijk van Willem van Nassau duurde slechts 4 maanden en was kinderloos. In 1631 trouwde de weduwe Anna van der Noot met Philips Jacob van den Boetzelaar, Heer van Asperen. Willem LaLecq-Nassau liet wel een bastaardzoon na die hij verwekte voor zijn huwelijk, Willem genaamd.
Jonker Willem van Nassau was de zoon van Willem LaLecq-Nassau en Barbara Cocx Augustinesdochter. Jonker Willem van Nassau wordt geboren rond 1620 en sterft tussen 20 mei 1677 en 21 juni 1679. Hij trouwt in 1650 met Geertruijt Hendriks Mulder (1629-1719). In 1657 is hij soldaat onder de compagnie van Kapitein Percheval. In 1661 is hij kamerheer en woont met zijn gezin in 's Gravenhage. Hij krijgt 4 Kinderen (tak sterft uit):
Willem, Margaretha, Barbara, Johan.

Lodewijk (Lowys) van Nassau-Beverweerd, Heer van Beverweerd en Odijk (1625) en de Lek (1627).
Hij werd geboren in 1602 als bastaardzoon van Prins Maurits en Mageretha van Mechelen, hij sterft op 28 februari 1665 te 's Gravenhage. Hij trouwde op 7 april 1630 met Isabella, Gravin van Hornes.
Lodewijk van Nassau krijgt van zijn vader in 1625 het huis Beverweerd aan de Kromme Rijn en de Heerlijkheid Odijk, deze zijn via Anna van Buren in de familie gekomen. In 1627 erft hij van zijn broer Willem LaLecq-Nassau de Heerlijkheid van de Lek. In 1648 koopt Lodewijk van Nassau de in erfpacht zijnde visserijen in de Lek, Ijssel, Merwede van Oudmunster en de Dom. In 1648 wordt hij door zijn oom Prins Frederik Hendrik naar Frankrijk gestuurd om uit te leggen dat het huwelijk van zijn zoon Willem en de Engelse Prinses Mary Stuart.
In 1643 wordt hij benoemd tot Generaal-Majoor en Gouverneur van Bergen op Zoom. In 1658 wordt hij tevens Gouverneur van 's Hertogenbosch. In 1650 is het begin van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk. Van 1660 tot 1662 is hij ambassadeur extra-ordinaris in Engeland. Maria Suart, die naar Engeland terugkeerd, verzoekt Lodewijk zitting te nemen in een commissie die de verantwoording op zich moet nemen van de opvoeding voor haar in de Republiek achtergelaten zoon Prins Willem III van Oranje-Nassau. Ander leden van de commissie zijn o.a. Johan de Witt en Cornelis de Graeff, heer van Zuidpolsbroek, deze commissie wordt op 4 october 1660 officieel geinstalleerd. De commissie stelt voor om de gouveneur van Prins Willem III te ontslaan. De Gouverneur was de neef van Lodewijk van Nassau-Beverweerd namelijk Frederik van Nassau-Zuylenstein, bastaardzoon van Prins Frederik Hendrik. Prins Willem III van Oranje-Nassau. kon het uitstekend vinden met Frederik van Nassau-Zuylenstein en daarom protesteerd Prinses Maria Stuart hevig tegen het ontslag van Frederik van Nassau-Zuylenstein. Kort daarop, op 3 januari 1661, sterft de Prinses aan pokken. Omdat de Staten van Holland, Koning Karel II en de grootmoeder van Prins Willem III, Amalia het niet eens kunnen worden over de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van de Prins, wordt de commissie eind september 1661 ontbonden/ Hierna blijft Lodewijk van Nassau-Beverweerd nog een jaar als gazant in London, Engeland. Hij slaagt erin zijn dochters Emilia en Elisabeth uit te huwelijken met vertrouwelingen van de Engelse vorst. Lodewijk van Nassau-Beverweerd stierf op 28 februari 1665 en ligt begraven in de Sint Jacobskerk te 's Gravenhage.

3.
Maurits van Nassau werd rond 1604 geboren als bastaardzoon van Prins Maurits van Oranje-Nassau en Margaretha van Mechelen. Maurits van Nassau stierf op 5 juni 1617 aan de pest.

Prins Maurits van Oranje-Nassau, Prins van Oranje, Graaf van Nassau.
Geboren op 14 November 1567 te Dillenburg als zoon van Prins Willem van Oranje-Nassau (1533-1584) en Anna van Saksen.
Prins Maurits van Oranje-Nassau overlijdt op 23 april 1625 te 's Gravenhage.
De Prins kreeg een relatie met Cornelia Jacobsdochter waaruit Anna werd geboren.
Alleen de drie bastaardzoons uit de relatie met Margaretha van Mechelen worden geheel behandeld als wettige kinderen en aan het hof opgevoed, de overige natuurlijke kinderen worden buiten het hof gehouden.

1.
Anna van Nassau ( ? -11 juni 1673), bastaarddochter van Prins Maurits van Oranje-Nassau en Cornelia Jacobsdochter. Anna trouwt gaat in ondertrouw op 7 maart 1636 te Heusden met Jonker François de Ferrier, Heer van Morsant (+1647).
Anna van Nassau voert in 1626 een huishouden in 's Gravenhage en krijgt een jaarlijkse toelage van fl. 1200 van haar vader. Anna's echtgenoot is Luitenant onder Frédéric Maurice de la Tour d' Auvergne, Hertog van Bouillon, zoon van Elisabeth en dus een neef van Anna van Nassau. In 1639 wordt Jonker François de Ferrier Ritmeester over een vaan kurassiers. In 1647 ovelijdt hij en laat een schuld na van fl. 4000. Anna vraagt via Constantijn Huyghens aan Prins Frederik Hendrik om (financiele) hulp. Anna leeft tot 1673 en sterft op 11 juni 1673 te Breda waar ze ligt begraven in de Grote Kerk.

Prins Maurits van Oranje-Nassau, Prins van Oranje, Graaf van Nassau.
Geboren op 14 November 1567 te Dillenburg als zoon van Prins Willem van Oranje-Nassau (1533-1584) en Anna van Saksen.
Prins Maurits van Oranje-Nassau overlijdt op 23 april 1625 te 's Gravenhage.
Uit de relatie van de Prins met Ursula de Rijck wordt Elisabeth van Nassau geboren, haar moeder met Jacob van Schuylenbosch in 1626.

1.
Elisabeth van Nassau, wordt in 1611 geboren als de bastaarddochter van Prins Maurits en Ursula de Rijck. Zij wordt op 29 oktober begraven in de Grote Kerk in Breda.
via de rekeningen van de voogd van Prins Maurits natuurlijke kinderen, Mr. Louis Kinschot, is er meer bekend over hun. Tot 1626 blijkt voor Elisabeth (Isabella) fl. 1066 te zijn uit gegeven aan voornameljk school en schoolartikelen. In 1626 trouwt haar moeder met Jacob van Schuylenbosch uit Utrecht. In november 1634 mag zij beschikken over het legaat dat Prins Maurits haar bij codicil van 7 april 1625 heeft nagelaten. Kennelijk kan ze het bedrag niet goed beheren want een half jaar later vraagt ze Prins Frederik Hendrik om een voorschot later in 1639 en 1643 vraagt ze dat nog eens. Later moest ze haar goederen in onderpand geven om haar schulden te betalen, en vraagt ze Prins Willem III en zijn voogden om financiele hulp. Als haar halfbroer Carel Maurits sterft eist zij de erfenis en jaargeld van hem op, omdat zij tot universeel erfgenaam was benoemd. Als haar halfzus Anna sterft eist ze ook haar jaargeld op, ze verklaart dat ze veel kosten moet maken voor haar zieke moeder met wie zij samenwoont.

Prins Maurits van Oranje-Nassau, Prins van Oranje, Graaf van Nassau.
Geboren op 14 November 1567 te Dillenburg als zoon van Prins Willem van Oranje-Nassau (1533-1584) en Anna van Saksen.
Prins Maurits van Oranje-Nassau overlijdt op 23 april 1625 te 's Gravenhage.
Uit de relatie van de Prins met Jobghen van Alpen Arentsdochter 1 kind:

1.
Carel van Nassau wordt rond 1612 geboren als bastaardzoon van Prins Maurits en Jobghen van Alpen Arentsdochter.
Carel van Nassau Trouwt in 1630 te Brabant met Margaretha van Bodeghem. Carel van Nassau sneuveld op 28 maart 1637 bij Porto Calvo te Brazilië.
Rond de leeftijd van 10 jaar gaat Carel met andere kinderen uit bekende families naar de kostschool van Jean de la Laing te Rijnsburg en leert daar ondermeer dansen en schermen. Hij trekt nog voor de dood van zijn vader in bij de Waalse predikant R.J. de Nerée op het Rapenburg te Leiden, "De Zwarte Leeuw' bij de acedemie. Hier werd hij als 13 jarige student ingeschreven.
Vanaf 7 mei 1626 woont hij bij Dr. E.Schrevelius, buitegewoon hoogleraar te Leiden.
De voogd van alle natuurlijke kinderen van Prins Maurits, Mr. Louis Kinschot, haalt op 2 juni 1626 Carel op uit Emmerink waar hij om onbekende redenen heen was gevlucht. Het toezicht op Carel wordt verscherpt en een zekere Bernard wordt tot zijn pedagoog aangesteld.
Carel leidt het leven van een edelman hetgeen wat uit zijn opleiding en aankopen blijkt. In 1628 loopt Carel weer weg, ditmaal naar Arnhem maar wordt 3 dagen later door zijn voogd terug gehaald. Carel krijgt uit de erfenis van zijn vader jaarlijks fl. 4000 maar geeft veel meer uit wat uit zijn schuld bekentenissen van 1631, 1632, 1634, 1636 blijkt. In 1630 trouwt hij, zonder de meerderjarigheid bereikt te hebben en zonder de toestemming van zijn voogd, Margaretha van Bodegem. In 1631 neemt Carel dienst in het Staatse leger. In 1636 benoemd hij zijn moeder en zijn stiefvader , de Haagse herbergier, Hans Romer tot universeel erfgenaam. Hans Romer was in 1618 met Jobghen gehuwd. Op 28 maart 1637 sneuvelt hij bij Porto Calvo. Zijn weduwe hetrouwt drie maal met Jacob de Bruijn, Nicolaas van Loenen uit Brussel en als laatste met Gerard Nieuwstad ook uit Brussel.

Prins Maurits van Oranje-Nassau, Prins van Oranje, Graaf van Nassau.
Geboren op 14 November 1567 te Dillenburg als zoon van Prins Willem van Oranje-Nassau (1533-1584) en Anna van Saksen.
Prins Maurits van Oranje-Nassau overlijdt op 23 april 1625 te 's Gravenhage.
De Prins krijgt een relatie met Anna van Kelder (+1674). Anna van de Kelder is de dochter van de klokkenmaker Jan Jacobs van de Kelder. Jan is belast met het regelen van de stadsuurwerken van 's Gravenhage. Hij bezit een huis aan de westkant van de Haagse schoolstraat. Prins Maurits van Oranje-Nassau en Anna van de Kelder krijgen 1 kind:

1.
Carel Maurits van Nassau wordt geboren rond 1616 als bastaardzoon van Prins Maurits van Oranje-Nassau en Anna van de Kelder, hij sterft rond 1646.
In het begin wordt Carel Maurits opgevoed door zijn moeder die vanaf 23 oktober 1626 per half jaar fl. 125 ontvangt,van Prins Maurits, voor zijn opvoeding. Anna zelf krijgt ook een toelage. Later bezoekt Carel Maurits ook de kostschool in Leiden waar zijn halfbroer Carel ook naartoe ging. In 1628 wordt Carel Maurits ziek: hij heeft een "kwaad gebrek aan zijn hoofd en zijn haar is helemaal uitgevallen". In 1634 bezoekt hij de kostschool van Henri Swaardecroon te Noordwijk-Binnen. In 1634 verzoekt Carel Maurits aan zijn voogd mr. Louis Kinschot de toelage van zijn moeder te verhogen, omdat hij bij haar wil wonen en daardoor een ruimere behuizing nodig hebben. Hierop ontvangt Anna een toelage van fl. 300 per jaartoegewezen. Rond 1636 vertrekt Carel Maurits naar Frankrijk waar hij zes jaar verblijft. Na zijn terugkeer neemt hij contact op met van Kinschot. Aan hem deeld hij mede dat hij liever aan een veldtocht van Prins Frederik Hendrik deel te nemen dan 'onder de swarte mantels gezonden' (onder de godsgeleerden. Kinschot adviseert legerdienst, want volgens hem hebben de zes jaren in Frankrijk 'voor zijne opvoeding niet veel geholpen' schrijft Kinschot in 1642. Carel Maurits leeft zuinig en laat bij zijn overlijden een bedrag van fl.41.450 na. Volgens zijn testament uit 1636 wordt 'sijn lieve zuster Joffrouw Anna van Nassau' tot erfgename benoemd.

Prins Maurits van Oranje-Nassau, Prins van Oranje, Graaf van Nassau.
Geboren op 14 November 1567 te Dillenburg als zoon van Prins Willem van Oranje-Nassau (1533-1584) en Anna van Saksen.
Prins Maurits van Oranje-Nassau overlijdt op 23 april 1625 te 's Gravenhage.
De Prins had een relatie met Deliana de Backer. Deliana huwt voor 1629 met een zekere Van den Bosch van wie zij nog een dochter krijgt.
Uit de relatie met de Prins komt een dochter:

1.
Eleonora van Nassau, bastaarddochter van Prins Maurits van Oranje-Nassau en Deliana de Backer.
Eleonora wordt geboren rond 1620 en sterft tussen 1693 en 1703.
Ze trouwt op 23 maart 1642 met Gerhard Bernhard Freiherr von Pöllitz
Eleonora krijgt onderwijs in Delft. In 1634 woont zij in huis bij haar grootmoeder van moeders zijde, Debora van Banchem. Waarschijnlijk ontmoet zij in 's Gravenhage Gerhard Bernhard Freiherr von Pöllnitz, zoon van een vroege minister en gazant van Saksen. In 1646 wordt von Pöllnitz ritmeester in staatse dienst, later neemt hij dienst in het leger van de keurvorst van Brandenburg, die gehuwd is met Eleonora's nicht Louise Henriette. Hier wordt hij Generaal-Majoor, opperstalmeester, Gouverneur van de residentiesteden Berlijn en Keulen. In 1672 reist hij als gazant naar 's Gravenhage om met de nieuwe Stadhouder te onderhandelen over een alliantie. De Staten-Generaal vereren hem met een gouden keten en een gouden medaille. De keurvorst verheft hem tot Vrijheer (Freiherr). Na Eleonora's dood gaat de uitbetaling van het legaat door aan haar kinderen en verdere afstammelingen zelfs tot 1806. In 1806 sterft de laatste wettige erfgename, Eleonore Sophie von Pöllnitz.




De tak van natuurlijke afstammelingen van Prins Maurits is zeer uitgebreid maar sterft uit in 1861 bij Gravin Johanna Geertruida Abrahima van Nassau LaLecq, dochter van Jan Floris van Nassau LaLecq en Barbara Arnolda Lemmers.
Hieronder alle natuurlijke erfgenamen van Prins Maurits:

Willem van Nassau, Heer van de Lek in 1625 (genaamd Willem LaLecq).
Geboren rond 1601 als bastaardzoon van Prins Maurits en Margaretha van Mechelen.

Lodewijk (Lowys) van Nassau, Heer van Beverweerd en Odijk (1625) en de Lek (1627).
Hij werd geboren in 1602 als bastaardzoon van Prins Maurits en Mageretha van Mechelen, hij sterft op 28 februari 1665 te 's Gravenhage. Hij trouwde op 7 april 1630 met Isabella, Gravin van Hornes.

Maurits van Nassau werd rond 1604 geboren als bastaardzoon van Prins Maurits van Oranje-Nassau en Margaretha van Mechelen. Maurits van Nassau stierf op 5 juni 1617 aan de pest.

Anna van Nassau ( ? -11 juni 1673), bastaarddochter van Prins Maurits van Oranje-Nassau en Cornelia Jacobsdochter. Anna trouwt gaat in ondertrouw op 7 maart 1636 te Heusden met Jonker François de Ferrier, Heer van Morsant (+1647).

Elisabeth van Nassau, wordt in 1611 geboren als de bastaarddochter van Prins Maurits en Ursula de Rijck. Zij wordt op 29 oktober begraven in de Grote Kerk in Breda.

Carel van Nassau wordt rond 1612 geboren als bastaardzoon van Prins Maurits en Jobghen van Alpen Arentsdochter.
Carel van Nassau Trouwt in 1630 te Brabant met Margaretha van Bodeghem. Carel van Nassau sneuveld op 28 maart 1637 bij Porto Calvo te Brazilië.

Carel Maurits van Nassau wordt geboren rond 1616 als bastaardzoon van Prins Maurits van Oranje-Nassau en Anna van de Kelder, hij sterft rond 1646.

Eleonora van Nassau, bastaarddochter van Prins Maurits van Oranje-Nassau en Deliana de Backer.
Eleonora wordt geboren rond 1620 en sterft tussen 1693 en 1703.
Ze trouwt op 23 maart 1642 met Gerhard Bernhard Freiherr von Pöllitz



Jonker Willem van van Nassau-LaLecq was de zoon van Willem I van Nassau-LaLecq en Barbara Cocx Augustinesdochter. Jonker Willem van Nassau-LaLecq wordt geboren rond 1620 en sterft tussen 20 mei 1677 en 21 juni 1679. Hij trouwt in 1650 met Geertruijt Hendriks Mulder (1629-1719).
Voordat Willem LaLecq-Nassau trouwt met Anna van der Noot verwekt deze Nassau een bastaardzoon bij Barbara Cocx Augustinesdochter.
Jonker Willem is in 1657 soldaat onder compagnie van Kapitein Percheval. Vier jaar later is Jonker Willem kamerheer en woont met zijn gezin in 's Gravenhage. Zijn moeder Barbara (+1681), dochter van de Haagse notaris Lambert Rietraet, trouwt later met de Luitenant Caspar Judefaes. Jonker Willem van Nassau-LaLecq krijgt 4 Kinderen (tak sterft uit):
Willem, Margaretha, Barbara, Johan.

Rijksgraaf Maurits Lodewijk I van Nassau-LaLecq (1679), Heer van de Lek (LaLecq), Heer van Beverweerd (1665).
Geboren in 1631 als zoon van bastaard Lodewijk van Nassau en Gravin Isabella van Hornes, gestorven 23 april 1683.
Maurits Lodewijk I van Nassau trouwt op 26 maart 1669 te Terheide met Anna Isabella van Beieren van Schagen
(1636-1716).
Maurits Lodewijk I brengt zijn jeugd door in 's Gravenhage en studeert in 1647 te Leiden. In 's Gravenhage komt hij Anne Hyde tegen die als hofdame van Mary Stuart in de hofstad verblijft. Hun liefde blijkt groot te zijn en een huwelijk wordt verwacht, onverwacht huwt zij met de latere Koning Jacobus en wordt de moeder van Mary Stuart II.
In 1699 trouwt Maurits Lodewijk I in het huwelijk met de katholieke Anna Isabella. Zij is van een bastaardtak van de Graven van Holland uit het Huis van Beieren. Anna Isabella blijft katholiek maar haar enige zoon wordt protestant opgevoed.
Maurits Lodewijk I is een voortreffelijk ruiter en een trouw dienaar van Prins Willem III. Als hij in staatse dienst treed is hij ritmeester. In 1665 is hij Majoor en in 1666 wordt hij Kolonel der caleverie. In 1669 wordt hij gouverneur van de vesting Sluis. In 's Gravenhage koopt Maurits Lodewijk I in 1671 een huis aan de Pricessegracht recht tegenover de Koekamp. In 1674 vecht Maurits Lodewijk I als Brigade-Generaal der ruiterij mee in de slag bij Seneffe in Henegouwen. Maurits Lodewijk I raakt tijdens deze slag gewond.
In de jaren hierna hebben Maurits Lodewijk I en zijn broers Willem Adriaan en Hendrik onenigheden met Prins Willem III. Zonder de goedkeuring van hun vorstelijke bloedverwanten kunnen zij als bastaardkinderen het Nassauwapen niet zonder schuine balk voeren. Zij verzoeken in 1676 de Prins om het wapen zonder schuine balk te voeren net als alle natuurlijke kinderen, de Prins weigerd. Hierop voeren de Nassau-LaLecqs het wapen toch zonder schuine balk, waarop de Duitse Nassau's (Dillenburgse, Hadamarse, Siegense en Dietze linies) zich beklagen. In 1679 wordt Maurits Lodewijk I en zijn broers tot Rijksgraven verheven door Keizer Leopold II.
Maurits Lodewijk I sterft op 23 april 1683.

RijksGraaf Willem Adriaan I van Nassau-Odijk (1679), Heer van Odijk, Heer van Kortgene (1670), Heer van Zeist en Driebergen (1677), Rijksgraaf in 1679.
Geboren rond 1632 als zoon van bastaard Lodewijk van Nassau en Gravin Isabella van Hornes, Willem Adriaan I stierf op 21 september 1705.
Willem Adriaan trouwt op
4/14 februari 1664 te Jaarsveld met Elisabeth van der Nisse, Vrouwe van Heinkenszand, Ovezand en Driewegen (1639-1698).
Willem Adriaan I krijgt hij zijn opvoeding in Parijs waar hij een losbandig leven leid, Willem gokt erg graag en komt hierdoor met torenhoge schulden te zitten.. Om zijn schuldeisers te ontvluchten vertrekt (vlucht) hij uit Parijs en neemt dienst bij de calaverie.
Kort nadat hij in 1664 getrouwd is met de dochter van de (rijke) burgermeester van Goes, koopt Willem Adriaan I van Nassau-Odijk een huis te 's Gravenhage naast het Mauritshuis.
In 1668 benoemd Prins Willem III hem, door zijn connecties in Zeeland, tot zijn plaatsvervanger als Eerste Edele van Zeeland, hierop neemt van Willem Adriaan I van Nassau-Odijk ontslag uit militaire dienst.
Hij misbruikt zijn macht door de best betalende ambten aan de hoogst biedende verkoopt. Zijn hebzucht en corruptie zetten kwaad bloed en het duurt niet lang of de Prins hoort hiervan. Maar doordat van Nassau-Odijk de bevelen van de Prins opvolgt en de Staten-Generaal van Zeeland hierin meegaat vind de Prins het 'allemaal best'.
Willem Adriaan I blijkt een goede diplomaat te zijn en neemt deel aan diverse gezantschappen, Keulen (1673), London (1674) en Nijmegen (1678). In 1670 krijgt hij van Prins Willem III de Heerlijkheid Kortgene op Noord-Beveland. In 1677 koopt hij de ambachtsheerlijkheid Zeist die hij voor fl.5000 door de Staten van Utrecht laat verheffen tot 'Hoge Heerlijkheid' met landsrechten. In 1687 koopt hij de Ridderhofstad Blikkenburg in Utrecht van de Heer van Schoonderbeek. Willem Adriaan is een groot liefhebber van kunst en architectuur en laat slot Zeist naar het voorbeeld van Versailles bouwen. De verhouding tussen de Prins-Stadhouder en van Nassau-Odijk verkoelt mede door zijn gedrag en het (ongeoorloofd) voeren van het Nassauwapen.
Pas in 1698 neemt Willem Adriaan weer deel neemt aan een gezantschap naar Parijs.
Hij heeft tevens zitting in de Staten-Generaal als Eerste Edele van Zeeland.
Na de dood van de Prins-Stadhouder Willem III komen er spot- en smaadschriften over Willem Adriaan, die Spillebeen wordt genaamd. In 1704 wordt het ambt Eerste Edele afgeschaft en in 1705 overlijdt Willem Adriaan I van Nassau-Odijk. Onder de door hem nagelaten schulden zullen zijn kinderen en kleinkinderen nog lang gebukt gaan.

Elisabeth van Nassau-Beverweerd wordt gedoopt op 28 december 1633 te 's Gravenhage als dochter van bastaard Lodewijk van Nassau en Gravin Isabella van Hornes. Elisabeth van Nassau-Beverweerd sterft op 18 januari 1718 te London.
Ze trouwt in maart 1664 of 1665 met Henry Bennet (1618-1685), 1ste Graaf van Arlington (1672), Burggraaf van Thetford.

Emilia van Nassau-Beverweerd wordt gedoopt op 4 maart 1635 te 's Gravenhage als dochter van bastaard Lodewijk van Nassau en Gravin Isabella van Hornes.
Emilia van Nassau-Beverweerd sterft op 12 december 1688 en begraven te London.
Ze trouwt op 14 november 1659 te 's Hertogenbosch met Thomas Butler (1634-1680), Graaf van Ossory, Ridder in de Orde van de Kouseband (1672).

Mauritia Margaretha van Nassau-Beverweerd, wordt geboren rond 1637 als dochter van bastaard Lodewijk van Nassau en Gravin Isabella van Hornes.
Zij trouwt in 1670 met Colin Lindsay (1652-1722), 3e Graaf van Balcarres.
Mauritia Margaretha van Nassau-Beverweerd werd op 14 augustus 1671 begraven te Leiden.

Wilhelmina Anna van Nassau-Beverweerd, wordt geboren rond 1638 als dochter van bastaard Lodewijk van Nassau en Gravin Isabella van Hornes.
Zij gaat in ondertrouw op 19 julie 1671 te 's Gravenhage met Aelbert van Ruijtenburg (1630-1688).
Wilhelmina Anna van Nassau-Beverweerd wordt op 12 september 1688 begraven in 's Gravenhage.


Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk (1679), Heer van Ouwekerk, Heer van Woudenberg (1675).
Hij wordt gedoopt op 16 december 1640 te s Gravenhage als zoon van bastaard Lodewijk van Nassau en Gravin Isabella van Hornes.
Hij gaat met Françoise van Aerssen (1642-1720) op 2 oktober 1667 in ondertrouw te 's Gravenhage.
Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk sterft op 18 oktober 1708 te Roeselare.

Charlotte van Nassau-Beverweerd, wordt gedoopt op 23 september 1642 te 's Gravenhage als dochter van bastaard Lodewijk van Nassau en Gravin Isabella van Hornes.
Charlotte van Nassau-Beverweerd sterft jong (?).

Gerard Anthonie van Nassau, wordt gedoopt op 21 oktober 1643 als zoon van bastaard Lodewijk van Nassau en Gravin Isabella van Hornes.
Gerard Anthonie van Nassau sterft jong.

Charlotte Philiberthe van Nassau-Beverweerd, wordt gedoopt op 2 oktober 1649 te 's Gravenhage als dochter van bastaard Lodewijk van Nassau en Gravin Isabella van Hornes.
Charlotte Philiberthe van Nassau-Beverweerd sterft eind 1702.




Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq, Heer van de Lek en Beverweerd.
Gedoopt op 2 december 1670 te 's Gravenhage als zoon van Maurits Lodewijk I en Anna Isabella van Beieren van Schagen.
Hij trouwt op 26 mei te Huis te Zeist met Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk, in 1711/1717 kwamen regelingen tot scheiding.
Op 26 december 1740 sterft Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq te Menen.
Maurits Lodewijk II had een relatie met Helena van der Ploegh (+1731), samen krijgen zij drie bastaardkinderen.

Graaf Lodewijk van Nassau-Odijk. gedoopt op 4 december 1664 te 's Gravenhage als zoon van Willem Adriaan I van Nassau-Odijk en Elisabeth van der Nisse.
Lodewijk van Nassau-Odijk sterft jong.

Graaf Cornelis van Nassau-Odijk. Hij wordt gedoopt op 8 juni 1667 te 's Gravenhage als zoon van Willem Adriaan I van Nassau-Odijk en Elisabeth van der Nisse.
Als baby overleden.

Gravin Elisabeth van Nassau-Odijk. Zij wordt gedoopt op 27 mei 1668 te 's Gravenhage als dochter van Willem Adriaan I van Nassau-Odijk en Elisabeth van der Nisse.
Gravin Elisabeth van Nassau-Odijk sterft jong.

Graaf Cornelis van Nassau-Odijk, Heer van Kortgene. Hij wordt gedoopt op 14 mei 1669 te 's Gravenhage als zoon van . Willem Adriaan I van Nassau-Odijk en Elisabeth van der Nisse.
Graaf Cornelis van Nassau-Odijk sterft op 5 maart 1708 te 's Gravenhage.

Graaf Lodewijk Adriaan van Nassau-Odijk, Heer van Odijk, Zeist, Blikkenburg, (1702) en Kortgene (1708). Gedoopt op 8 juni 1670 te 's Gravenhage als zoon van Willem Adriaan I van Nassau-Odijk (ca.1632-1705) en Elisabeth van der Nisse.
Hij trouwt op 23 augustus 1701 te Bergen met Susanna Cornelia Studler van Surck (1685-1707), Vrouwe van Bergen.
Graaf Lodewijk Adriaan van Nassau-Odijk sterft op 4 maart 1742.

Gravin Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk. Zij wordt op 21 juni 1671 gedoopt als dochter van Willem Adriaan I van Nassau-Odijk en Elisabeth van der Nisse.
Zij trouwt op 26 mei 1692 met Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq er komt een regeling tot scheiding ,1711/1717.
Gravin Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk sterft op 11 juli 1729.

Gravin Maurice Margaretha van Nassau-Odijk. Zij wordt op 30 juni 1673 gedoopt te 's Gravenhage als dochter van Willem Adriaan I van Nassau-Odijk en Elisabeth van der Nisse.
Zijn trouwt op 22 april 1708 met Baron Jean Henri Hugetan (1664-1749), Baron in 1708, Graaf van Gyldensteen (1720), Heer van Mercières.
Gravin Maurice Margaretha van Nassau-Odijk Sterft in 1745 te Kopenhagen.

Graaf Willem Hendrik van Nassau-Odijk. Hij wordt op 12 februari 1675 gedoopt als zoon van Willem Adriaan I van Nassau-Odijk en Elisabeth van der Nisse. Graaf Willem Hendrik van Nassau-Odijk sneuveld als Ritmeester, op 26 jarige leeftijd tijdens de Spannse Successie oorlog, bij Luik.

Gravin Emilia van Nassau-Odijk. Zij wordt op 9 februari 1676 te 's Gravenhage gedoopt als dochter van Willem Adriaan I van Nassau-Odijk en Elisabeth van der Nisse. Zij wordt op 10 juni 1730 bijgezet in Ouderkerk.

Gravin Charlotte van Nassau-Odijk. Zij wordt op 27 juni 1677 gedoopt te 's Gravenhage als dochter van Willem Adriaan I van Nassau-Odijk en Elisabeth van der Nisse. Ze gaat in ondertrouw op 26 augustus 1708 mat haar neef Willem Maurits van Nassau-Ouwerkerk, de vierde zoon van Hendrik van Nassau-Ouwerkerk.
Zij krijgen 3 kinderen en overlijdt na 7 jaren huwelijk in 1715. Deze tak sterft uit bij haar kinderen.

Gravin Louise Catherina van Nassau-Odijk. Zij wordt op 31 maart 1679 te 's Gravenhage als dochter van Willem Adriaan I van Nassau-Odijk en Elisabeth van der Nisse. Deze dochter blijft ongehuwd en sterft op 12 december 1757.

Graaf Maurits Lodewijk van Nassau-Odijk, Heer van Driebergen. Hij wordt op 22 juni 1681 gedoopt te 's Gravenhage als zoon van Willem Adriaan I van Nassau-Odijk en Elisabeth van der Nisse en overlijdt ongehuwd op 23 mei 1745 te Middelburg.

Gravin Isabella van Nassau-Ouwerkerk. Zij wordt op 20 april 1668 gedoopt als dochter van Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk (1640-1708) en Françoise van Aerssen (1642-1720).
Gravin Isabella van Nassau-Ouwerkerk trouwt op 20 maart 1691 te London met Charles Granville (1661-1701), Graaf van Bath, Burggraaf van Landsdowne, Baron van Kilkhampton en Bideford.
Isabella sterft op 30 januari 1692 in het kraambed na de geboorte van haar zoon William Henry. In 1711 sterft William Henry aan de pokken.

Graaf Lodewijk van Nassau-Ouwerkerk. Hij wordt op 29 augustus 1669 gedoopt te 's Gravenhage als zoon van Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk (1640-1708) en Françoise van Aerssen (1642-1720).
Lodewijk woont in het pand op de Lange Voorhout 5 te 's Gravenhage en overlijdt hier op 2 augustus 1687.

Gravin Lucia van Nassau-Ouwerkerk. Zij wordt op 1 decmber 1671 gedoopt te 's Gravenhage als dochter van Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk (1640-1708) en Françoise van Aerssen (1642-1720).
Twee jaar later sterft hij in 1673.

Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk, Graaf van Grantham, Burggraaf van Boston, Baron van Alford (1698), Heer van Woudenberg (1753). Hij wordt gedoopt op 30 mei 1673 te 's Gravenhage als zoon van Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk (1640-1708) en Françoise van Aerssen (1642-1720).
Hij trouwt op 12 januari 1697 met Lady Henriette Butler (+1724). Omdat zijn twee zoons voor hem overlijden, vervallen zijn titels, zijn bezittingen vermaakt hij aan zijn kleinzoon Cowper, zoon van zijn dochter Henriette. De Heerlijkheid Woudenberg, geerfd van zijn broer Cornelis, schenkt hij aan Wigbold Adriaan van Nassau.
Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk sterft op 5 december 1754.


Graaf Cornelis van Nassau-Ouwerkerk, Heer van Woudenburg. Hij wordt op 6 september 1675 gedoopt te 's Gravenhage als zoon van Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk (1640-1708) en Françoise van Aerssen (1642-1720).
De ongehuwde Graaf Cornelis van Nassau-Woudenberg wordt doodgeschoten op 24 julie 1712 bij de brug (verdrinkt?) over de Schelde bij de terugtocht van de slag bij Denain.
De Heerlijkheid Woudenberg gaat over op zijn jongere broer Willem Maurits.

Graaf Willem Maurits van Nassau-Ouwerkerk, Heer van Ouwerkerk (1749), en Heer van Woudenberg (1712) beleend in 1733.
Willem Maurits wordt op 10 december 1679 als zoon van Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk (1640-1708) en Françoise van Aerssen (1642-1720).
Hij trouwt/ondertrouw op 26 augustus 1708 met zijn nicht Charlotte van Nassau-Odijk.
Graaf Willem Maurits van Nassau-Ouwerkerk sterft op 26 mei 1753 te 's Gravenhage.
Hij was in 1709 Generaal-Majoor, van 1713-1717 was hij Commandandeur van Ieper, in 1727 Luitenant-Generaal en in 1730 Gouverneur van Sluis. In 1747 werd hij benoemd tot Veldmaarschalk. Vanaf 25 januari 1749 is hij Gouverneur van Staats-Vlaanderen. Hij wordt begraven in Ouwerkerk in de familie grafkelder waar tussen 1661 en 1824 totaal 34 Nassau's en aangetrouwden begraven werden. Het paar krijgen 3 kinderen; Hendrik, Françoise, Elisabeth.

Graaf Frans van Nassau-Ouwerkerk Hij wordt op 7 april 1682 te 's Gravenhage als zoon van Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk (1640-1708) en Françoise van Aerssen (1642-1720).
In 1701 is hij Majoor in het regiment karabiniers, later neemt hij dienst in Engeland. Samen met zijn verre verwant Willem Hendrik van Nassau-Zuylenstein neemt hij deel aan de Spaanse Successie oorlorg (1701-1714). Op 27 julie 1710 bij hte Catalaanse Almenara strijd hij zij aan zij met Willem Hendrik van Nassau-Zuylenstein. Er sneuvelen zo'n 400 man waaronder de beide Nassau's, Graaf Frans van Nassau-Ouwerkerk wordt dodelijk getroffen door een kanonschot dat door eigen zijde werd afgeschoten.

Gravin Lucia Anna van Nassau-Ouwerkerk. Zij wordt gedoopt op 26 maart 1684 als dochter van Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk (1640-1708) en Françoise van Aerssen (1642-1720).
Ze trouwt op 17 februari 1705 te St. Martins in the Fields met Nanfan Coote (ca.1681-1708), 2e Graaf van Bellomont, Baron Coote of Coloony.
Lucia Anna sterft op 4 september 1744 en ligt begraven in de St. James te Westminster. Het echtpaar krijgt 1 dochter, Frances Coote genaamd, van haar zijn er nog afstammelingen.




Willem Hendrik van Nassau-LaLecq. Zoon van Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq (1670-1740) en Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk (1671-1729). Hij trouwt met Elisabeth Agnes Jacoba en krijgt 1 zoon, Alexander Sweder Spaen-LaLecq, Baron van Spaen.
Alexander Sweder Spaen-LaLecq (1703-1768), Baron van Spaen, geboren op het Kasteel de Heerlijkheid Ringelenberg. Ritmeester onder regiment van Generaal-Majoor Hop/ Hij trouwde, 22-01-1747 of 29-01-1747 of 05-02-1747, met Jonkvrouwe Adriana de la Court, geboren en wonende te Leiden.

Graaf Maurits Lodewijk van Nassau-LaLecq.Hij wordt op 4 augustus 1694 gedoopt te 's Gravenhage als zoon van Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq (1670-1740) en Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk (1671-1729). Zes jaar later wordt hij op 24 februari 1700 bijgezet in het familiegraf te Ouderkerk.

Gravin Anna Isabella van Nassau-LaLecq. Zij wordt gedoopt op 1 oktober 1695 te 's Gravenhage als dochter van Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq (1670-1740) en Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk (1671-1729). Anna Isabella trouwt na 1724 met Mattheus Hoeufft (1690-1765), Heer van Oyen, Onsenoort en Nieuwkuik in 1759.
Mattheus Hoeufft stamt uit een zeer vermogende familie. In 1738 wordt hij Kolonel der Cavalerie, in 1742 Brigade-Generaal en in 1747 Luitenant-Generaal. Het echtpaar is wonende te 's Gravenhage.
In 1748 behoort Mattheus Hoeufft met zijn Nassau zwagers, Willem Hendrik en Hendrik Carel tot de oprichters van de orangistische Heerensociëteit de Groote Club.
In 1759 erft Mattheus Hoeufft Oyen (bij Oss), Onsenoord en Nieuwkuik (bij Vlijmen) van zijn broer Phillipus, deze waren door hun vader in 1690 voor fl. 8350 aangekocht.
Het huwelijk van Mattheus Hoeufft en Gravin Anna Isabella van Nassau-LaLecq is kinderloos en de genoemde Heerlijkheden worden gelegateerd aan de derde broer Leonard Hoeufft. Als beide echtlieden kort achterelkaar overlijden wonen ze in huize Blijdorp te Voorschoten.

Graaf Hendik Carel van Nassau-LaLecq, Heer van Beverweerd. Hendik Carel wordt op 13 december 1696 gedoopt als zoon van Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq (1670-1740) en Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk (1671-1729).
Hendik Carel trouwt voor de eerste keer op 15 september 1739 met Adrienne Marguerite Huguetan (1701-1752) en trouwt voor de tweede keer op 14 augustus 1753 met Johanna Gevaerts (1733-1779), in 1765 komt het tot een regeling tot scheiding. Uit het huwelijk met Johanna Gevaerts kwamen 2 kinderen: Paulus en Henriette Jeanne Suzanna Marie.
Hendik Carel is op 14 jarige leeftijd Kornet in militaire dienst, in 1730 wordt hij Ritmeester, hij neemt hierna dienst bij de infanterie en in 1740 verlaat hij dienst.
In 1734 wordt hij geweigerd als nieuw lid van de Utrechtse Ridderschap.
In 1740 laat zijn vader na zijn dood grote schulden na, samen met broers en zusters draagt hij hier de zware lasten van. Kort hiervoor is hij getrouwd met de rijke Adrienne Marguerite Huguetan. Het huwelijk betekent de redding van Beverweerd en het resterende erfgoed van de Lek.
Adrienne's oom Jean Henri Huguetan was in 1708 getrouwd met de aan Hendik Carel verwante Maurice Margaretha van Nassau-Odijk.
In 1732 heeft Adrienne aan het Lange Voorhout door de beroemde architect Marot een schitterend stadshuis laten bouwen (Hoge Raad der Nederlanden).
Als de schoonvader van Hendik Carel in 1740 sterft wordt hij belast met de voogdij over de twee kinderen uit zijn tweede huwelijk. Adrienne erft samen met haar halfzuster en halfbroer enkele huizen op de Amsterdamse grachtengordel en een bedrag van fl. 687.304.
In 1748 is hij samen met o.a. Willem Maurits de 'Sociëteit de Haagsche Club' op.
Adrienne krijgt een slepende ziekte en na een lang ziekbed overlijdt zij. Hendrik Carel blijft achter met schulden. In 1754 verkoopt Hendrik Carel in strijd met de huwelijksbepalingen het huis van Huguetan voor het bedrag van fl. 92.500 aan de buurman Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken. Hij gaat wonen aan Nobelstraat in Utrecht en later aan de Korte Nieuwstraat. Hij bekleed de functie van Opperhoutvester en is lid van de Ridderschap van Utrecht. In 1752 adopteert hij zijn neef Lodewijk Theodoor II,verklarend dat hij kinderloos is en dat waarschijnlijk blijven zal. In 1753 huwt hij echter met de 37 jaar jongere Johanna Gevaerts. In 1765 een jaar na de geboorte van het tweede kind, gaan zij gescheiden wonen en treffen een schikking.
In 1781 sterft hij op 26 januari te Utrecht.

Gravin Elisabeth Henriette van Nassau-LaLecq.
Zij wordt geboren op 9 februari 1698 te 's Gravenhage als dochter van Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq (1670-1740) en Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk (1671-1729).
Ze leefde net 4 jaren lang, ze werd begraven op 7 maart 1702 in de kerk te Ouderkerk.

Gravin Anna Charlotte van Nassau-LaLecq.
Zij wordt gedoopt op 8 maart 1699 te 's Gravenhage als dochter van Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq (1670-1740) en Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk (1671-1729).
Anna Charlotte overlijdt na een ziekbed van 5 maanden op 16 julie 1725 te Menen in de Zuidelijke Nederlanden waar haar vader Commandant is.

Graaf Maurits Cornelis van Nassau-LaLecq.
Hij wordt op 25 augustus 1700 gedoopt als zoon van Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq (1670-1740) en Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk (1671-1729).
Twee jaar later wordt hij op 14 maart 1702 bijgezet in het familiegraf in Ouderkerk.

Graaf Lodewijk Theodoor I van Nassau-LaLecq.
Hij wordt op 21 augustus 1701 gedoopt als zoon van Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq (1670-1740) en Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk (1671-1729).
Lodewijk Theodoor I trouwt voor de eerste keer op 4 december 1729 de Maastricht met
Gravin Christoffelina Maria Casimira (Reinera) Schlippenbach (Geboren te Brussel 1705 - gestorven te Maastricht 1732). Zij was een dochter van Casimir Abraham Graaf von Schlippenbach ( Almahlen, Koerland ,12-4-1680 - Sint-Michelsgestel, 28-6-1755 ) en zijn (1e) vrouw Catharina Cecilia Huneken (19-05-1669 Den Haag - 5-11-1737 Maastricht).
Lodewijk Theodoor I trouwt voor de tweede keer op 27 september 1733 te Odijk met Josina Geertruida Crommelin (1715-1756).
Graaf Lodewijk Theodoor I van Nassau-LaLecq sterft in 1748.
Lodewijk Theodoor I was in 1720 Vaandrig in het regiment gardes te voet. In 1725 wordt hij bevorderd tot Kapitein en dient hij ondermeer in het regiment van zijn (2e) schoonvader Benjamin Crommelin te Doornik. Zijn eerste vrouw overleed 3 jaar nw hun huwelijk. In 1740 koot hij in Terheijden van de weduwe van Jonker van Uffelen het buitengoed de Munnikenhof voor fl. 7400. In 1745 wordt hij benoemd tot Majoor in het regiment der Calaverie van Hop Drie jaar later overlijdt hij.
Graaf Lodewijk Theodoor I van Nassau-LaLecq liet zes kinderen achter, eentje ervan werd dood geboren: Henriette Caroline, Mauritia Ludovica, Catherina Elisabeth, Lodewijk Theodoor II, Josina Geertruida.

Gravin Amelie Frederika van Nassau-LaLecq.
Zij wordt gedoopt op 19 augustus 1703 te 's Gravenhage als dochter van Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq (1670-1740) en Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk (1671-1729).
Gravin Amelie Frederika van Nassau-LaLecq sterft jong.

Graaf Jan Willem Maurits van Nassau-LaLecq.
Hij wordt in 1706 geboren als zoon van Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq (1670-1740) en Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk (1671-1729).
Jan Willem Maurits sterft 5 augustus 1783.
Jan Willem Maurits wordt in 1728 tot Luitenant benoemd en in 1779 Luitenant-Generaal. In 1765 koopt hij in Sint Oedenrode een huis en hof De Bogt die door Jan Willem Maurits wordt omgedoopt in Bommelrode.
In 1775 verkoopt hij dit bezit. De laatste jaren woont hij in Kleef. Na zijn dood vermaakt hij zijn bezittingen aan zijn nichten Maria Wilhelmina en Carolina Wilhelmina Trajectina. Zijn huishoudster laat hij een bedrag van fl.6000 en de huisraad na.

Gravin Elisabeth Amalia van Nassau-LaLecq.
Zij wordt geboren op 26 december 1707 als dochter van Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq (1670-1740) en Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk (1671-1729).
en overlijdt op 26 juni 1766.
Zij woont in 1741 te Breda en blijft ongehuwd, ze maakt haar testament op in 1665 waarin ze haar jongste broer Jan Nicolaas Floris tot erfgenaam maakt.

Graaf Jan Nicolaas Floris van Nassau-LaLecq, Heer van Ouwerkerk (1773).
Hij wordt geboren op 4 augustus 1709 te Luik als zoon van Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq (1670-1740) en Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk (1671-1729).
Jan Nicolaas Floris trouwt voor de eerste keer op 19 september 1736 te Vught met Cornelia d' Hangest Genlis d' Ivoy (1714-1744).
Jan Nicolaas Floris trouwt voor de tweede keer op 17 juni 0749 te Sloten met Maria Anna Testas (1715-1795).
Jan Nicolaas Floris sterft op 10 april 1782 te Utrecht.
Op zijn 25e is hij Vaandrig , in 1732 is hij Luitenant en in 1738 verblijft hij in het garnizoen te Doornik. Rond 1740 verlaat hij militaire dienst. Op tweede kerstdag 1740 overlijdt zijn vader met grote schulden. Hierdoor worden al zijn vaders bezittingen in 1741 verkocht.
De tweede vrouw van Jan Nicolaas Floris is een tante van Jean Testas die in 1766 met Josina Geertruida van Nassau-LaLecq huwt. In 1750 krijgt Jan Nicolaas Floris zitting in het College van Geëligeerden te Utrecht., dit college van negen leden is het eerste Lid van de Staten van Utrecht. Voorts wordt hij raad ter admaraliteit van Friesland. Hij wordt in 1753 door de Staten van Utrecht benoemd tot buitengewoon raadsheer bij het Hof van Utrecht.. Vanaf 1755 tot 1779 wordt hij door de staten , telkens voor een periode van drie jaar, benoemd tot schout te Utrecht. Ook is hij Kanunnik te Munster. Jan Nicolaas Floris wordt bijgezet in het familiegraf te Ouderkerk, net als zijn twee echtgenotes.
Nakomelingen van Jan Nicolaas Floris zijn:
Mautits Lodewijk, Maria Wilhelmina, Jan Floris, Isabella Charlotte Emilie, Carolina Wilhelmina Trajectina.


Anna Isabella van Nassau, wordt geboren in 1717 als bastaarddochter van Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq (1670-1740) en Helena van der Ploegh (+1631).
Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq heeft drie bastaardkinderen bij Helena van der Ploegh waarvan Anna Isabella de oudste is.
Als Anna geboren wordt verlaat de echtgenote van Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk, de echtgenote van Graaf Maurits Lodewijk II, de echtelijke woning.
Helena van der Ploegh trouwt later met Cornelis Facquelaar.
Anna Isabella bleef ongehuwd en ging later bij haar zus Louise in Brielle wonen.

Louise Amalie van Nassau, wordt katholiek gedoopt op 9 julie 1724 te 's Gravenhage als bastaarddochter van Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq (1670-1740) en Helena van der Ploegh (+1631).
Ze trouwt/gaat in ondertrouw op 16 juli 1769 of 1767 met Johan Willem Sneijder.
Ze sterft in 1781 te Brielle.
Louise Amalie van Nassau was de tweelingzuster van de jong gestorven Maurits Lodewijk. Zij woont met haar oudere zuster Anna Isabella in het gezin van de gewezen Sergant Johan Willem Sneijder. Hun halfbroer Hendrik Karel geeft hun 150 Carolusguldens per jaar voor hun onderhoud.

Maurits Lodewijk van Nassau, wordt katholiek gedoopt op 9 julie 1724 te 's Gravenhage als bastaardzoon van Graaf Maurits Lodewijk II van Nassau-LaLecq (1670-1740) en Helena van der Ploegh (+1631).
Maurits Lodewijk van Nassau, tweelingbroer van Louise Amalie van Nassau, sterft jong.

Graaf Willem Adriaan II van Nassau-Odijk, Heer van Driebergen en Zeist (1742-1745), Vrijheer van Bergen (1707). Hij wordt gedoopt op 15 februari 1704 te Utrecht als zoon van Graaf Lodewijk Adriaan van Nassau-Odijk, Heer van Odijk, Zeist, Blikkenburg, (1702) en Kortgene (1708) en Susanna Cornelia Studler van Surck (1685-1707), Vrouwe van Bergen.
Op 14 januari 1725 trouwt Willem Adriaan II met Adriana Petronella van der Does (1703-1770), Vrouwe van Ablas.
Op 21 Oktober 1759 overlijdt Willem Adriaan II te Bergen.
Willem Adriaan II wordt op 3 jarige leeftijd moederloos en wordt door zijn grootmoeder van moederszijde, Anna Elenora van Teylingen te Bergen opgevoed. Zijn huwelijk loopt niet op zijn rolletjes, omdat zich zowel bij zijn vrouw als zijn oudste zoon krankzinnigheid openbaart. Van zijn moeder heeft hij de titel Vrijheer van Bergen geërfd, waar hij zich verdienstelijk bezig houd met o.a. schoolregelementen. Door geldzorgen verkoopt Willem Adriaan II in 1734 enkele huizen in 's Gravenhage maar in 1745 heeft hij weer een schuld van fl.77.200 en besluit slot Zeist en de Heerlijkheid te verkopen. Hij verkoopt het voor fl.157.000 aan de Amsterdamse koopman C.Schellinger, die het in 1746 schenkt aan Graaf Zinzendorf (1700-1760) en de Hernhutters (tot heden nog in gebruik). In 1747 verkoopt Willem Adriaan II de ridderhofstad Blikkenburg voor fl.10.000, deze was door Nassau-Odijk in 1687 gekocht. In de jaren hierna weet Willem Adriaan II weer een fortuin te vergaren want hij laat na zijn dood fl.500.000 na. Vanwege de krankzinnigheid van zijn vrouw en oudste zoon bepaalt Willem Adriaan II in 1759 in zijn testament dat zijn nalatenschap overgaat op zijn 3 kleinkinderen.
overgaat kreeg drie kinderen:
Louise Suzanna, Willem Lodewijk, Wigebold Adriaan

Gravin Alida Cornelia van Nassau-Odijk. Zij wordt op 2 augustus 1705 te 's Gravenhage als dochter van Graaf Lodewijk Adriaan van Nassau-Odijk, Heer van Odijk, Zeist, Blikkenburg, (1702) en Kortgene (1708) en Susanna Cornelia Studler van Surck (1685-1707), Vrouwe van Bergen.
Zij sterft op jonge leeftijd.

Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk, Burggraaf van Boston. Hij wordt geboren op 27 oktober 1697 te (?) als zoon van Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk (1673-1754), Graaf van Grantham, Burggraaf van Boston, Baron van Alford (1698), Heer van Woudenberg (1753) en Lady Henriette Butler (+1724).
Hendrik sterft op 19 juni 1718 in Frankrijk.
Er is weinig bekent over Hendrik, op 4 september 1718 wordt hij bijgezet in het familiegraf te Ouderkerk.

Graaf Thomas van Nassau-Ouwerkerk wordt circa 1700 geboren als zoon van Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk (1673-1754), Graaf van Grantham, Burggraaf van Boston, Baron van Alford (1698), Heer van Woudenberg (1753) en Lady Henriette Butler (+1724).
Thomas sterft op 27 april 1730.
Hij is vernoemd naar zijn grootvader Graaf Thomas van Ossory, de echtgenoot Emilia van Nassau-Beverweerd. Sinds de dood van zijn oudere broer Hendrik draagt hij volgens gebruik de tweede titel van zijn vader. In 1730 gaat deze titel over op zijn neef Hendrik (Harry).

Gravin Frances van Nassau-Ouwerkerk, geboren in (?) als dochter van Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk (1673-1754), Graaf van Grantham, Burggraaf van Boston, Baron van Alford (1698), Heer van Woudenberg (1753) en Lady Henriette Butler (+1724).
Zij trouwt in 1737 met Luitenant-Generaal William Elliot die sterft in 1764, Francis sterft 8 jaar later in 1772 (kinderloos).

Emily Mary van Nassau-Ouwerkerk, werd geboren rond 1705 als dochter van Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk (1673-1754), Graaf van Grantham, Burggraaf van Boston, Baron van Alford (1698), Heer van Woudenberg (1753) en Lady Henriette Butler (+1724).
Emily Mary sterft op 10 jarige leeftijd.

Gravin Henriette van Nassau-Ouwerkerk, wordt geboren rond 1712 als dochter van Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk (1673-1754), Graaf van Grantham, Burggraaf van Boston, Baron van Alford (1698), Heer van Woudenberg (1753) en Lady Henriette Butler (+1724).
Henriette trouwt op 29 juni 1732 met William Claverling (1709-1764), 2e Graaf van Cowper, Burggraaf van Fordwich en Baron van Wingham.
De in Engeland gevestigde Nassau-Ouwerkerken worden daar d'Auverquerque genoemd. Na haar huwelijk vestigd het paar zich in Cole Green te Hertingfordbury bij Hertford. Na de dood van Gravin Henriette van Nassau-Ouwerkerk hertrouwt William Claverling Cowper in 1750 met Georgina Carolina Carteret of Granville. In 1871 erft Henriettes zoon, de 7e Graaf van Cowper de Lordship of Dingwall (Schotland) en de Baronie of Butler, of Moore Park, afkomstig van de familie Butler. Op grond van zijn afstamming van de Oranje-Nassau's noemt Henriettes zoon George (1738-1789) zich "De Nassau-Cowper". George die rijk geworden is van de erfenis van Henriettes vader, voert voorts, zonder daar recht op te hebben, het familiewapen van Nassau-Katzenelnbogen-Vianden en verzoekt Keizer Leopold II in 1777 hem te verheffen tot 'Vorst van Nassau-Ouwerkirk'. Hij schakelt voor dit verzoek ook de gazant in Republiek te Wenen, Graaf Degenfeld, die getrouwd is met Cowpers verre nicht Louise Suzanna van Nassau. De Keizer gunt hem de titel niet maar verheft hem wel tot Rijksvorst, deze titel wordt verbonden aan de naam Cowper. Gravin Henriette van Nassau-Ouwerkerk overlijdt op 23 september 1747 en wordt begraven in de kerk van Hertingfordbury.

Graaf Hendrik (Harry) van Nassau-Ouwerkerk, Burggraaf van Boston (Engeland) in 1730. Hij wordt op 12 februari 1710 te 's Gravenhage geboren als zoon van Graaf Willem Maurits van Nassau-Ouwerkerk (1679-1753) en Charlotte van Nassau-Odijk, zij waren neef en nicht.
Hendrik (Harry) sneuvelt op 13 oktober 1735 bij de Rijn.
Op 13 september 1728 wordt Harry, Anglo-Britannus, te Leiden ingeschreven als student in de rechten. In 1730 volgt hij als enige zoon van de laatst overgebleven broer van de Graaf van Grantham zijn neef Thomas op als Burggraaf van Boston. Hij wordt Kolonel in het Britse leger en fungeert als 'Captain of the Guards". In 1735 neemt hij deel aan de strijd tegen de Fransen onder leiding van Veldmaarschalk Graaf F.H. von Seckendorff en sneuvelt bij de Rijn.

Gravin Françoise Henriette van Nassau-Ouwerkerk wordt geboren in 1711 als dochter van Graaf Willem Maurits van Nassau-Ouwerkerk (1679-1753) en Charlotte van Nassau-Odijk, zij waren neef en nicht.
Françoise Henriette van Nassau-Ouwerkerk sterft op 1 april 1732.

Elisabeth van Nassau-Ouwerkerk wordt gedoopt op 6 november 1712 te 's Gravenhage als dochter van Graaf Willem Maurits van Nassau-Ouwerkerk (1679-1753) en Charlotte van Nassau-Odijk, zij waren neef en nicht.
Elisabeth van Nassau-Ouwerkerk wordt vernoemd in haar vader testament van 1714 en 1732, mogelijk overlijdt zij in Engeland.



Alexander Sweder Spaen-LaLecq (1703-1768), Baron van Spaen, geboren op het Kasteel de Heerlijkheid Ringelenberg als zoon van Willem Hendrik van Nassau-LaLecq en Elisabeth Agnes Jacoba. Alexander Sweder Spaen-LaLecq (1703-1768), Baron van Spaen, geboren op het Kasteel de Heerlijkheid Ringelenberg. Ritmeester onder regiment van Generaal-Majoor Hop/ Hij trouwde, 22-01-1747 of 29-01-1747 of 05-02-1747, met Jonkvrouwe Adriana de la Court, geboren en wonende te Leiden.

Graaf Paulus van Nassau-Beverweerd, geboren op 2 april 1758 te Utrecht als zoon van Graaf Hendrik Carel (1696-1781) en Johanna Gevaerts (1733-1779). Paulus sterft op 11 mei 1758 te Utrecht.
Hij was venoemd naar zijn grootvader Paulus Gevaerts, Vrijheer van Gansoyen, Burgemeester van Dordtrecht.

Gravin Jeanne Suzanna Marie Nassau-Beverweerd, Vrouwe van Beverweerd (1781) en Odijk.
Zij wordt gedoopt op 28 oktober 1764 in Utrecht als dochter als dochter van Graaf Hendrik Carel (1696-1781) en Johanna Gevaerts (1733-1779).
Zij trouwt op 2 juli 1782 te huize Beverweerd met Baron Evert Frederik van Heeckeren (1755-1831) Heer van Enghuizen en Beurse. Gravin Jeanne Suzanna Marie Nassau-Beverweerd sterft op 26 juni 1810 te Hummelo.
Haar ouders gaan scheiden als zij nog geen 1 jaar oud is. Haar vader benoemd twee voogden, mr. Jacob van der Heim (1727-1799), burgemeester van Rotterdam en Balthasar Constantijn van Lynden (1731-1822) in 1770 benoemde haar vader Jan Krol, kameraar van de Lekdijk Bovendams, eveneens als voogd.
Henriettes echtgenoot, Majoor der Caleverie, kiest in 1787 de Patriotse zijde maar wordt later overtuigd Orangist. Het paar woont in Zutphen en op kasteel Enghuizen bij Hummelo.
Henriettes zoon Hendrik Jacob Carel Johan (1785-1862) wordt bij onstentenis van Nassau erfgenamen Heer van Beverweerd en Odijk, hetgeen het einde betekent van de ban met (Oranje-) Nassau Het huis Beverweerd wordt in 1835 in neogotische stijl verbouwd en werdt in 1958 in gebruik genomen als internationale school. In 1835 wordt het kasteel in Enghuizen door hem afgebroken en het wordt vervangen door een nieuw huis.

Gravin Henriette Caroline van Nassau-LaLecq.
Zij werd op 15 februari 1731 te Maastricht geboren als dochter van Lodewijk Theodoor I van Nassau-LaLecq (1701-1748) en Gravin Christoffelina Maria Casimira Reinenara von Schlippenbach (1705-1732). Christoffelina was een dochter van Casimir Abraham Graaf von Schlippenbach (Almahlen, Koerland ,12-4-1680 - Sint-Michelsgestel, 28-6-1755) en zijn (1e) vrouw Catharina Cecilia Huneken (19-05-1669 Den Haag - 5-11-1737 Maastricht).

Henriette trouwt op 13 augustus 1747 te Berg-Krothen (Koerland sedert 1918 Letland) met Ulrich Gotthard von Nolde, Heer van Krothen. Ulrich Gotthard Baron von Nolde, (zoon van Johan Ernst Baron von Nolde en Charlotte Elisabeth von Behr) overleden 1776.
Henriette overleed 1764, Libau (Koerland).
Henriette en haar zus Mauritia worden opgevoed door de familie van haar moeders kant (von Schlippenbach) in Koerland (Letland 1918), omdat de moeder kort na de geboorte van Mauritia sterft.
Het paar krijgt tussen 1749 en 1753 drie zoons en een dochter.

Gravin Mauritia Ludovica (Maurice Louise) van Nassau-LaLecq.
Zij werd op 19 april 1732 te Maastricht geboren als dochter van Lodewijk Theodoor I van Nassau-LaLecq (1701-1748) en Gravin Christoffelina Maria Casimira Reinenara von Schlippenbach (1705-1732)
. Mauritia trouwt rond 1750 te Koerland met Werner Ernst von Mirbach, Heer van Wartagen en Nodaggen (tot 1752).
Mauritia Luduvica sterft na 20 april 1771, waarschijnlijk in Letland.
Mauritia Ludovica's moeder sterft kort na haar geboorte. Haar man Werner Ernst von Mirbach bezit goederen Nodaggen (Nodaga) en Wartagen (Vartaja) in de gemeente Krothen (district Libau, nu Liepaja, Letland) en is min of meer de buurman van Henriettes, de zuster van Mauritia, echtgenoot Von Nolde. Werner Ernst von Mirbach wordt 'Rittmeister der Piltenschen Ritter- und Landschaft'in het district Pilten in Oost-Koerland (Letland). Sedert 1620 is de familie Von Mirbach lid van de Koerland-Piltense Ridderschap. Mauritia Ludovica en Werner Ernst von Mirbach krijgen 2 zoons.

Gravin Catherina Elisabeth Wilhelmina van Nassau-LaLecq.
Zij werd op 29 februari te Menen gedoopt als dochter van Lodewijk Theodoor I van Nassau-LaLecq (1701-1748) en zijn tweede echtgenote Josina Geertruida Crommelin (1715-1756).
Catherina Elisabeth Wilhelmina trouwt op 24 mei 1762 te Bodengrave met Coenraad Schuur (1734-1781). In mei 1777 sterft Catherina Elisabeth Wilhelmina te 's Gravenhage.
Na de dood van haar vader in 1748 krijgt Catherina's oom Hendrik Karel de voogdij. Catherina woont waarschijnlijk in Schiedam waar zij omgaat met Coenraad Schuur (1734-1781), die zij voorstelt als de man die zij wil huwen. Het paar gaat na hun trouwen in 1762 Ijsselstein wonen. Catherina krijgt uit haar huwelijk met Coenraad Schuur 1 dochter, de in 1770 te Ijsselstein geboren Wilhelmina Theodora Coenradina. In 1777 overlijdt Catherina Elisabeth Wilhelmina Schuur (-Nassau-LaLecq) en wordt bijgezet in het familiegraf te Ouderkerk. Vier jaar later sterft haar man in 1781 en wordt begraven in de Oude Kerk te 's Gravenhage, hun 11 jarige dochter B>Wilhelmina Theodora Coenradina blijft als wees achter. De heren Weesmeesters van de Weeskamer te 's Gravenhage ontfermen zich over haar. bij haar meeerderjarigheid stellen zij een rapport op met de door Wilhelmina via haar moeder geërfde goederen.

Graaf Lodewijk Theodoor II van Nassau-LaLecq, Heer van de Lek, Heer van Ouwerkerk (1762-1773).
Hij wordt geboren op 20 november 1741 te Terheijden als zoon van Lodewijk Theodoor I van Nassau-LaLecq (1701-1748) en zijn tweede echtgenote Josina Geertruida Crommelin (1715-1756).
Lodewijk Theodoor II trouwt (per procuratie) voor de eerste keer op 13 juli 1767 te Utrecht met Jeanne Françoise Elisabeth de Crousaz (1745-1768).
Lodewijk Theodoor II trouwt voor de tweede keer op 4 april 1768 te Pulli (Lausanne) met Markiezin Anne Pauline Marie de Chandieu-Villars (1774- na 1795).
Lodewijk Theodoor II van Nassau-LaLecq sterft in april 1795 te Ravenstein.
Lodewijk Theodoor II groeit op wordt opgevoed door zijn oom Hendrik Karel en zijn tante Adrienne in hun prachtige huis aan het Haagse Lange Voorhout. Op 8 november 1752 wordt Lodewijk Theodoor II officieel door oom Hendrik Karel geadopteerd. In 1762 erft hij de Heerlijkheid Ouwerkerk van zijn oom Willem Hendrik, deze verkoopt hij in 1773 aan zijn jongste oom Jan Nicolaas Floris.
Vanaf 1766 tot begin 1769 woont hij te Lausanne. Zijn huwelijk met Jeanne Françoise Elisabeth de Crousaz, dochter van de Generaal-Majoor in het Staatse leger Pierre, is gedwongen vanwege haar zwangerschap. Binnen een maand na de geboorte van de dochter Gertrude Françoise Elisabeth overlijdt Jeanne. Twee maanden later huwt hij voor de tweede keer met Markiezin Anne Pauline Marie de Chandieu-Villars, dit huwelijk wordt geen succes. In 1769 vertrekt hij uit Lausanne, met schulden achter latende, naar de Republiek om daar een betrekking te zoeken. Zes maanden nadat Lodewijk Theodoor II Lausanne verliet kreeg Anne een zoon, Lodewijk Filips Karel. In 1779 en 1780 hebben de echtlieden contact over de geldigheid van hun huwelijk. De door Lodewijk Theodoor II voorgestelde scheiding accepteerd Markiezin Anne Pauline Marie de Chandieu-Villars niet, als hun huwelijk niet geldig is kan ze ook niet scheiden.
In 1776 heeft Lodewijk Theodoor II zulke hoge schulden dat hij zijn tante Johanna Gevaerts om hulp vraagt. Rond 1779 wordt Lodewijk benoemd tot extra-ordinaris-raad van Culemborg. later raad in het hof van Vianen. Vanaf 177 vewerft Lodewijk Theodoor II in de Republiek bekendheid met politieke en literaire geschriften die een gematigd patriotse gezindheid vertonen. Ondermeer publiceert hij over de Amerikaanse vrijheids oorlog en over het staatsbestel van de Republiek. In de jaren 1779-1784 redigeert hij het tijdschrift De Staatsman. Voorts schrijft hij vrolijke toneelstukken onder de zinspreuk van Horatius; 'Ridendo dicire verum' (lachende de waarheid zeggen).
In 1786 gaat Lodewijk Theodoor II over tot het katholicisme. Zijn politieke en standpunten en overgang tot het katholicisme vervreemden hem van zijn familie. Bij de nederlaag van de patriotten in 1787 verlaat Lodewijk Theodoor II het land. In 1795 woont hij als 'burger' van Nassau-LaLecq te Ravenstein waar hij overlijdt.

Gravin Josina Geertruida van Nassau-LaLecq.
Zij werd op 2 juni 1743 te Oosterhout gedoopt als dochter van Lodewijk Theodoor I van Nassau-LaLecq (1701-1748) en zijn tweede echtgenote Josina Geertruida Crommelin (1715-1756).
Josina trouwt voor de eerste keer op 21 november 1766 te Oirschot met Jan Testas (1736-1776).
Josina trouwt voor de tweede op 10 april 1783 te Heteren met Gerrit Maurits van Dieren (1731-1809).
Gravin Josina Geertruida van Nassau-LaLecq sterft op 19 februari 1816 te Wijchen.
Josina is amper 5 jaar als zij haar vader verliest hierop wordt diens broer Hendrik Carel tot haar voogd wordt benoemd. Haar oom stuurt haar voor haar verdere opleiding naar de weduwe Mestre Brayae-Hogenbergh te Arnhem (1758-1763). Vervolgens woont ze bij haar oom en tante Hoeufft op Huize Blijdorp. Deze overlijden kort na elkaar in 1765 waarop haar oom Hendrik Carel opnieuw een verzorger voor haar zoekt. In 1766 huwt zij Kapitein-ter-zee Jan Testas (1736-1776). Hij is een neef van Maria Anna Testas, gehuwd met Jan Nicolaas Floris van Nassau-LaLecq. Zijn grootvader Pierre en oudtante Susanna zijn afkomstig uit Bordeaux, maar hebben zich gevestigd in Amsterdam. Josina en Jan krijgen 1 zoon, Jan Lodewijk geboren in 1769 te Ijsselstein en overlijdt het volgende jaar te Wageningen.
Jan Testas beheert in de jaren 1766-1769 de goederen en financieën van zijn zwager Lodewijk Theodoor II die dan te Lausanne is gevestigd.
Na Josina's tweede huwelijk met de Luitenant Gerrit Maurits van Dieren woont de Gravin te 's Hertogenbosch en Ravenstein en tenslotte vanaf 1806 met man en dochter Louisa van Dieren, schoonzoon en kleinkinderen te Wijchen. Josina ontvangt jaarlijks als mede-erfgename van de Lek haar jaarlijkse deel van fl.390 per jaar (uit goederen) via rentmeester H.Verhoeff te Dordrecht. In de jaren 1810-1814 klaagt zij bij de rentmeester over de slechte opbrengsten. Zij lijdt geldgebrek en moet 'economiseren op mijn oude dag'. Zij sterft op 19 februari 1816 te Wijchen.

Graaf Maurits Lodewijk van Nassau-LaLecq.
Hij wordt gedoopt op 16 september 1742 te Doorn als zoon van Jan Nicolaas Floris van Nassau-LaLecq (1709-1782) en zijn eerste vrouw Cornelia d'Hangest Genlis d'Ivoy (1714-1744). Maurits Lodewijk overlijd op 6 oktober 1768 te Utrecht.
Hij blijft ongehuwd en woont te Utrecht achter de Sint-Pieter.

Gravin Maria Wilhelmina van Nassau-LaLecq, Vrouwe van Ouwerkerk (1782-1783).
Maria Wilhelmina werd gedoopt op 20 april 1750 te Amsterdam als dochter van Jan Nicolaas Floris van Nassau-LaLecq (1709-1782) en zijn tweede vrouw Maria Anna Testas (1715-1795). Maria Wilhelmina sterft op 25 augustus 1809 te Utrecht.
Zij volgt haar vader op als Vrouwe van Owerkerk in 1782. In 1783 verkoopt zij Ouwerkerk aan Jan Smits Jansz. te Lekkerkerk waarmee dit vergoed van de Nassau's vevreemd is. In 1844 gaan de rechten van de Heerlijkheid over op de gemeente Ouderkerk. In 1798, het derde jaar van de Bataafse Republiek, verzoekt de te Utrecht waarschijnlijk met haar zusters samenwonende Maria Wilhelmina de beheerder van de kerk te Ouderkerk- 'vermits alle de wapens overal weg moeten genoomen worden'- de familiewapens dicht te pleisteren 'voor 't door vreemde handen eruit worden gebroken. Elf jaar later overlijdt zij; haar begrafenis en bijzetting gebeurt op 29 augustus 1809.

Graaf Jan Floris van Nassau-LaLecq.
Hij wordt geboren op 5 april 1751 te Utrecht als zoon van Jan Nicolaas Floris van Nassau-LaLecq (1709-1782) en zijn tweede vrouw Maria Anna Testas (1715-1795).
Jan Floristrouwt op 17 juni 1780 te Utrecht met Barbara Arnolda Lemmers (1757-1846). Jan Floris sterft op 14 april 1814 te Kortenhoef.
In 1777 leent de dan 25 jarige Jan Floris een bedrag van fl.3700 onder hypotecair verband met zijn tractement. Drie jaar later huwt hij Barbara Arnolda Lemmers, wat een katholiek huwelijk is ! Jan Floris heeft zitting in de Admiraliteit van Zeeland te Middelburg. Meerdere familieleden bekleden functies in de marine; zijn vader is raad ter Admiraliteit in het Friese college, en zijn zwager Nicolaas Lemmers wordt na een voorspoedige carrière in 1808 Schout-bij-nacht. De in totaal vijf Admiraliteitcolleges van elk zeven leden zijn belast met de zorg voor de bouw, onderhoud, uitrusting en bemanning van oorlogsschepen. Voorts verzorgen zij de financiering van de marine door het innen van scheepvaartsbelasting (konvooien en licenten) en spreken zij recht over de binnengebrachte veroverde schepen en overige buit. Jan Floris' schoonzuster Susanna Elisabeth Lemmers huwt in 1785 Govert Bijl de Vroe. Na haar dood hetrouwt deze met Jan Floris dochter Barbara Arnolda Flora.

Gravin Isabella Charlotte Amelie van Nassau-LaLecq.
Zij wordt geboren op 25 juli 1755 te Utrecht als dochter van Jan Nicolaas Floris van Nassau-LaLecq (1709-1782) en zijn tweede vrouw Maria Anna Testas (1715-1795).
Isabella Charlotte Amelie trouwt op 2 juli 1782 met Jonkheer (1814) Willem Carel Pieter de Geer (1759-1831), Heer van Oudegein en Rijnhuizen. Isabella Charlotte Amelie overlijdt op 7 februari 1842 te Utrecht.
Haar man erft het Kasteel Oudegein bij Jutfaas van zijn vader. Het paar krijgt drie kinderen. Na de dood van haar vader verkoopt Isabella samen met haar twee zusters in 1798 op een publieke veiling het Paushuize voor fl.32000.

Gravin Carolina Wilhelmina Trajectina van Nassau-LaLecq.
Zij wordt gedoopt op 14 augustus 1757 te Utrecht als dochter van Jan Nicolaas Floris van Nassau-LaLecq (1709-1782) en zijn tweede vrouw Maria Anna Testas (1715-1795).
Carolina Wilhelmina Trajectina overlijdt op 1 mei 1840 te Utrecht.
Bij haar geboorte krijgt Gravin Carolina Wilhelmina Trajectina van Burgermeesters en het vroedschap van Utrecht als pillegift een lijfrente van fl.150 per jaar, mede daarom zal haar vader, schout van Utrecht, haar de naam Trajectina hebben gegeven. In 1783 erft zij samen met haar zuster Maria Wilhelmina van haar oom Jan Willem Maurits al diens bezittingen, met levenslang vruchtgebruik voor hun moeder. Haar andere zuster Isabella Charlotte Amilie, getrouwd met Willem de Geer, wordt met een legaat van fl.1000 bedacht. Vanaf 1814 tot haar dood woont zij als 'rentenierster' met haar neef Jan Jacob de Geer en diens gezin op het Janskerkhof 22 te Utrecht. In haar testament vermaakt zij haar snuifdozen, tandenkokertje met pareltjes en pootloodpen, alle van goud, en haar 'poppenhuis met het zilver' aan haar neven en nichtje De Geer.

Gravin Louisa Suzanna van Nassau.
Zij wordt gedoopt op 13 oktober 1726 te Bergen als dochter van Willem Adriaan II, Heer van Driebergen en Zeist (1742-1745), Vrijheer van Bergen (1707) en Adriana Petronella van der Does (1705-1770), Vrouwe van Alblas. Louisa Suzanna trouwt op 7 januari 1750 in de Waalse kerk te 's Gravenhage met Graaf Frederik Christoffel von Degenfeld-Schomburg (1721-1781).
Louisa Suzanna overlijdt op 2 augustus 1803 te Wenen.
Louisa Suzanna's schoonvader is Freiherr Christoffel Martin von Degenfeld, Pruisisch Luitenant-Generaal der cavalerie en 'Wirklicher Geheimer Staats- und Kriegsminister' en in 1716 verheven tot Rijksgraaf.
Frederik Christoffel von Degenfeld-Schomburg treed in Staatse krijgsdienst en is in 1767 Generaal-Majoor de infanterie. Kort daarna verhuizen Louisa Suzanna en haar man echter naar Wenen waar Frederik Christoffel van 1767 tot 1781 extraordinairis envoyé en minister plenipotentaris van de Republiek is bij Keizerin Maria Theresa (1717-1780) en Keizer Josef II (1741-1790). Aldaar hebben zij contact met Cowper-Nassau en diens aanspraken op de titel Vorst van Nassau. Degenfelds moeder Mary is de dochter van de Engelse Hertog van Schomburg en Leinster en haar familienaam wordt bij de naam Degenfeld bijgevoegd. Het huwelijk tussen Louisa Suzanna en Frederik Christoffel blijft echter kinderloos.
In 1747 verkoopt Louisa Suzanna's vader, Willem Adriaan II, uit geldgebrek de ridderhofstad Blikkenburg voor fl.10.000, deze was door Nassau-Odijk in 1687 gekocht. In de jaren hierna weet Willem Adriaan II weer een fortuin te vergaren want hij laat na zijn dood fl.500.000 na.

Graaf Willem Lodewijk van Nassau, Vrijheer van Bergen in 1759 en Middelharnis.
Hij wordt gedoopt op 14 december 1727 te Bergen (N-H) als zoon van Willem Adriaan II, Heer van Driebergen en Zeist (1742-1745), Vrijheer van Bergen (1707) en Adriana Petronella van der Does (1705-1770), Vrouwe van Alblas.
Graaf Willem Lodewijk van Nassau sterft op 26 juni 1792.
In 1747 verkoopt Willem Lodewijks vader, Willem Adriaan II, uit geldgebrek de ridderhofstad Blikkenburg voor fl.10.000, deze was door Nassau-Odijk in 1687 gekocht. In de jaren hierna weet Willem Adriaan II weer een fortuin te vergaren want hij laat na zijn dood fl.500.000 na.
Willem Lodewijk wordt net als zijn moeder krankzinnig. De door hem beklede functie van Hoogheemraadschap van de Uiterwaterende Sluizen van Noord-Holland laat hij waarschijnlijk waarnemen.

Graaf Wigbold Adriaan van Nassau-Woudenberg, Vrijheer van Bergen in 1792.
hij wordt gedoopt op 26 juni 1729 te Bergen (N-H) als zoon van Willem Adriaan II, Heer van Driebergen en Zeist (1742-1745), Vrijheer van Bergen (1707) en Adriana Petronella van der Does (1705-1770), Vrouwe van Alblas.
Hij gaat op 2 mei 1756 in ondertrouw en trouwt in Hoorn met Hester van Foreest (1736-1785).
Graaf Wigbold Adriaan van Nassau-Woudenberg sterft op 23 oktober 1797 te Bergen.
De Graaf is vernoemd naar zijn grootvader Wigbold van der Does. Hij krijgt in 1754 vaan zijn verwant Hendrik van Nassau, Graaf van Grantham, het huis Woudenberg, sindsdien noemt hij zich van Nassau-Woudenberg. In 1754 wordt hij lid van het vroedschap van Alkmaar en rentmeester-generaal der domeinen in West-Friesland en het Noorderkwartier. In 1765 is hij dijkgraaf van Geestmerambacht; in dejaren 1773, 1774, 1777, 1778, 1781, 1782 een 1788 tot 1791 heeft hij zitting in het Admiraliteiscollege van het Noorderkwartier dat afwisselend vergadert te Hoorn en Enkhuizen. Voorts is hij bewindshebber van de V.O.C. (1778-1788). In de jaren 1775, 1776,1780, 1783 en 1784 is hij Burgermeester van Alkmaar, in de vroedschap behoort hij tot de Prinsgezinde partij. In Alkmaar noemt men hem 'de gekke Nassau'enerzijds vanwege zijn spilziek gedrag en anderzijds omdat zowel zijn moeder als zijn oudere broer Willem Lodewijk krankzinnig is. In 1788 wordt een tekort van fl.98.105 ondekt in de kas die hij als rentmeester beheert. Wigbold van Nassau-Woudenberg wordt geschorst en naar 's Gravenhage gevoerd en gegijzeld. In februari 1789 wordt hij door het Alkmaarse Hof onder curatele gesteld. Zijn familie toont zich bereid een deel van de schuld terstond te betalen en de rest zo spoedig mogelijk af te lossen, op voorwaarde dat geen strafrechtelijke vervolging wordt ingesteld. Aldus wordt met een machtiging van de Staten van Holland in 1790 de zaak geregeld en blijven de pogingen van de procureur-generaal om toch een vervolging in te stellen vruchteloos. Nassau-Woudenbergs curatoren verkopen in 1790 zijn huis op de Haagse Princessegracht tegenover de Koekamp, en in 1791 het huis Woudenberg voor fl.5250 aan Jan Anthony Taets van Amerongen. In 1794 is de gehele schuld afgelost. Na het overlijden van zijn broer Willem Lodewijk in 1792 wordt Wigbold heer van Bergen.



Gravin Gertrude Françoise Elisabeth van Nassau-LaLecq
Geboren op 8 januari 1768 te Lausanne als dochter van Lodewijk Theodoor II (1741-1795), Heer van de Lek, Heer van Ouwerkerk (1762-1773) en Jeannne Françoise Elisabeth de Crousaz (1745-1768)
Zij trouwt op 25 april 1786 te Lausanne met Graaf Karel Frederik von Rehbinder (1764-1841), Heer van Friedrichhof, Sack (Sake), Rahhola en Jelgimäggi (Estland).
Gravin Gertrude Françoise Elisabeth van Nassau-LaLecq sterft op 17 november 1837 te Friedrichhof.
Gertrude woont met haar man en kinderen tot aan haar dood bij Reval (Tallinn) in Estland op huize Friedrichshof. Gertrudes schoonvader Oto Magnus (1728-1792) is kamerheer en geheimraad aan het hof van Saksen-Weimar en wordt in 1787 tot Rijksgraaf verheven door Keizer Josef II. Re Rehbinders behoren tot de Duitse edellieden die als 'Baltische Baronnen' de voornaamste landbezittende klasse vormen in Estland.
Karel Frederik von Rehbinder bekleedt in 1816 de functie van Hakenrichter, (rechtspraak over boeren). Het echtpaar krijgt tussen 1786 en 1802 vier zoons en 1 dochter. Na Gertrudes overlijden verkopen de Baltische erfgenamen in 1846 haar aandeel, dwz 1/35 in de visserijrechten van de Lek, de Noord- en Stormpolder aan Everdine Suzette van Pallandt-van der Staal van Oud-Beyerland, die via haar moeder Van Heeckeren afstammelinge van Prins Maurits van Oranje is.

Graaf Lodewijk Filips Carel van Nassau-LaLecq
Hij wordt geboren op 21 augustus 1769 te Lausanne als zoon van Graaf Lodewijk Theodoor II van Nassau-LaLecq (1741-1795), Heer van de Lek en Ouwerkerk en Markiezin Anne Pauline de Chandieu-Villars (1744 - na 1795).
In 1776 is Lodewijk (Louis) is pension bij het echtpaar Mousol te Lausanne. Anne's tante De Villars trekt zich het lot aan van Louis en betaalt de kosten van zijn opvoeding. Op zin 18e wordt Louis benoemd op 15 oktober 1787 tot tweede Luitenant in de Hollandse Gardes te voet.
Louis sterft in 1794 te Lausanne.

Gravin Maria Isabella Carolina van Nassau-LaLecq
Zij werd gedoopt op 17 september 1780 te Engelen als dochter van Graaf Jan Floris (1751-1814) en Barbara Arnolda Lemmers (1757-1846).
Zij sterft op 4 augustus 1856 te Loenen a.d. Vecht.
Haar ouders waren 3 maanden voor de geboorte van dit kind gehuwd. Maria blijft ongehuwd en woont later, tot haar dood, te Loenen, waarschijnlijk samen met haar zusters Johanna en Barbara.

Graaf Jan Floris Hendrik Carel van Nassau-LaLecq, des Heiligen Roomsen Rijksgraaf van Nassau-LaLecq, Graaf van Nassau.
Hij wordt gedoopt op 15 september 1782 te Leerdam als zoon van Graaf Jan Floris (1751-1814) en Barbara Arnolda Lemmers (1757-1846).
Hij trouwt op 4 mei 1822 te Amsterdam met Louise Philippine Houth (1783-1839).
Jan Floris Hendrik Carel sterft op 29 maart 1824 te Amsterdam.
Deze laatste mannelijke Nassau-LaLecq is in 1797 Kadet, 1800 Vaandrig en in 1805 2e Luitenant in dienst van het Pruisische leger. Onder Hertog van Brunswijk vecht hij in 1806 in de dubbele slag bij Jena en Auerstedt. Hij wordt gevangen genomen bij Maaagdenburg. In oktober 1807 neemt hij ontslag uit Pruisische dienst. In 1808 is hij Kapitein in diest van de Fransen in het legioen van de Hannoverianen. Hij neemt deel in de Spaanse veldtocht van Napoleon. Onder Maarschalk Messena vecht hij in 1810 bij Coimbra in Portugal, later onder Maarschalk Ney. In 1812 verlaat Jan Floris Hendrik Carel het Iberisch schiereiland om tot 1814 te vechten in Duitsland. Na maart 1814 keert hij terug naar het vaderland waar hij strijd als Kapitein bij de troepen van de Linie. Omdat hij aan de 'bevrijding van het grondgebied der Nederlanden voor beleid en moed tegen de algemeenen vijand heeft uitgemunt', wordt hij in augustus 1814 Ridder Militaire Willemsorde 4de klasse. In dezelfde maand wordt hij opgenomen in de Nederlandse Adel door zijn benoeming in het Ridderschap van Holland, met de titeld Graaf en Gravin op alle wetigge afstammelingen in de mannelijke lijn. In Nederland zet hij zijn militaire carierre voort in het depot Bataljon koloniale troepen. Ook is hij lid van de Provinciale Staten van Noor-Holland. Bijna 40 jaar oud treedt hij in het huwelijk met de vrijwel evenoude Louise Houth, weduwe van Gerard Vrolijk.
Bij de ondertrouw krijgt hij een bloedspuwing. Na een ziekbed van 6 maanden sterft hij op 29 maart 1824. Het huwelijk blijft kinderloos, zodat Jan Floris Hendrik Carel de enige Graaf van Nassau is die tot de Adel van het Koninkrijk der Nederlanden heeft behoort. Hij is ook als laatste van zijn geslacht begraven te Ouderkerk.

Graaf Abraham Jacobus Nicolaas van Nassau-LaLecq
Gedoopt op 18 juni te Leerdam als zoon van Graaf Jan Floris (1751-1814) en Barbara Arnolda Lemmers (1757-1846).
Hij werd bijgezet in Ouderkerk op 7 mei 1787.

Graaf Maurits Lodewijk van Nassau-LaLecq
Hij wordt gedoopt op 23 september 1787 te Zaltbommel als zoon van Graaf Jan Floris (1751-1814) en Barbara Arnolda Lemmers (1757-1846). Hij werd bijgezet te Ouderkerk op 25 oktober 1787.

Graaf Abraham van Nassau-LaLecq
Hij werd gedoopt op 17 julie 1791 te Leerdam als zoon van Graaf Jan Floris (1751-1814) en Barbara Arnolda Lemmers (1757-1846).
Abraham sterft op 1 april 1814 te Batavia.
De naar zijn grootvader, de in 1762 uit dienst getreden Luitenant-ter-Zee Abraham Lemmers, vernoemde Graaf vertrekt naar de kolonieën en sterft daar op 22 jarige leeftijd.

Gravin Barbara Arnolda Flora van Nassau-laLecq
Zij werdt geboren op 1 december 1793 te Utrecht als dochter van Graaf Jan Floris (1751-1814) en Barbara Arnolda Lemmers (1757-1846).
Barbara Arnolda trouwt op 2 januari te Kortenhoef met Govert Bijl de Vroe (1762-1850).
Zij sterft op 24 februari 1855 te Loenen a.d. Vecht.
Haar dertig jaar oudere van Woudrichem afkomstige echtgenoot is weduwenaar. In 1785 was hij in het huwelijk getreden met de zuster van Barbara's moeder, Suzanna Elisabeth Lemmers, die in 1839 overlijdt. De orangist Govert Bijl de Vroe, is garde de corps bij de lijfwacht van Prins Willem V in 1780, wordt krijgsgevangen genomen gemaakt bij de capitulatie van het eiland Walcheren in 1795, treedt vervolgens uit krijgsdienst. Na de restauratie van de Oranjes strijdt hij bij Waterloo. Hij is Kolonel der Infanterie en wordt Commandant te Coevorden. Het huwelijk is kinderloos.

Gravin Johanna Geertruida Abrahamina van Nassau-laLecq
Zij wordt op 27 juni 1784 te Leerdam gedoopt als dochter van Graaf Jan Floris (1751-1814) en Barbara Arnolda Lemmers (1757-1846).
Zij sterft op 7 mei 1861 te Loenen.
Het is zeker dat Johanna in de laatste jaren van haar leven in het huis van haar getrouwde zuster Barbara Arnolda Flora te Loenen woont.
Johanna is de laatste afstammelinge van Prins Maurits van Oranje-Nassau, met haar sterft de bastaardtak Nassau-LaLecq.







Huis van Oranje-Nassau en de Nedelandse geschiedenis

Schrijf naar of stuur Uw Nederlands geschiedenisbijdrage naar: Het Huis van Oranje












Bronvermelding:
Reinildis van Ditzhuyzen - Oranje-Nassau.
Een biografisch woordenboek. Haarlem [Becht] 1992, 1998, 2003
Een geweldig boek over de Oranje-Nassau's en hun geschiedenis. Bevat 272 korte biografieën van (Oranje-)Nassaus, hun echtgenoten en hun afstammelingen. Het boek bevat een uitklapbare stamboom van alle takken van de Oranje-Nassau's.
Een echte aanrader !
ISBN 9023011244, uitgever: Gottmer/H.J.W. Becht, aantal paginas: 280.
(Een nieuwe druk verschijnt dit jaar !!!).

Reinildis van Ditzhuyzen - Het Huis van Oranje. De Oranjes in een handomdraai. ABC van ons vorstenhuis. Amsterdam [Balans] 2002.
(ISBN 90 5018 568 1, NUGI 698)
De geschiedenis van het Nederlandse vorstenhuis. Reinildis van Ditzhuyzen heeft een handzaam en origineel naslagwerk gemaakt. Ze stelde een ABC samen van alles wat zich in en rond het hof afspeelt, in heden en verleden.
Wie was de eerste Beatrix, wat is een passade, wat deed een stadhouder eigenlijk ? De vele trefwoorden geven een uniek beeld van het Huis Oranje-Nassau: funcies, gewoontes, hobby's, ziektes, folkore, huwelijken en geboortes, echtscheidingen en begrafenissen. Van AA nummerbord tot Willem de Zwijger, van Erfprins tot Stalmeester, een schitterende verzameling begrippen, anekdotes, feiten en wetenswaardigheden.
Extra informatie: Ingenaaid, 316 pagina's, met illustraties, verschenen: April 2002, gewicht: 445 gram, formaat: 201 x 135 x 17 mm,
Uitgeverij Balans.
Leidsegracht 22, 1016 CL te AMSTERDAM. Tel. (31)(0)20 626 89 82 - fax. (31)(0)20 622 34 81.
e-mail: balans@uitgeverijbalans.nl

Drs. Reinildis van Ditzhuyzen studeerde geschiedenis in Wenen, Salzburg, Barcelona en Brugge (Europa College). Zij is auteur van een twaalftal boeken over diverse onderwerpen.
Onder meer werd zij bekend door Oranje Nassau, een biografische woordenboek, waardoor ze regelmatig op radio en tv verschijnt. Ze houdt lezingen en schrijft voor NRC Handelsblad.
Ook van Drs. Reinildis van Ditzhuyzen: Hoe hoort het eigenlijk ?
Amy Groskamp-ten Have (geheel herziene uitgave door Reinildis van Ditzhuyzen) Uitg. Becht Haarlem, 1999; 334 blz.
Hoe hoort het eigenlijk ? geldt in Nederland als het standaardwerk over etiquette. Amy Groskamp-ten Have was de eerste die de regels voor een groot publiek op schrift stelde. Al vrijwel direct na het verschijnen van dit boek in 1939 was de titel synoniem met etiquette.
ISBN 90-230-1015-9.



Dr. H.P.H. Jansen - Geschiedenis van de Lage Landen in jaartallen.
Klaas Jansma & Meindert Schroor - 10.000 jaar geschiedenis der Nederlanden.
Drs. A. F. Wyers - Encyclopedie.
Nassau en Oranje in de Nederlandse geschiedenis.
Marieke E. Spliethoff - Oranje-Nassau van A - Z
Internet