Nederlandse wetenswaardigheden over Luxemburg, Moresnet, grondwet, staatsbegrafenis

Nederlandse wetenswaardigheden



Wist U dat:




De Prinsevlag




De Nederlandse vlag: Oranje-wit-blauw  of  rood-wit-blauw ?

Dat de kleur van de bovenste baan van de Nederlandse vlag een eeuwenlange strijd van onenigheid was. De watergeuzen, hadden van de livreikleuren van Prins Willem van Oranje hun vlag gemaakt de vlag bestond uit oranje-wit-blauwe banen. Deze werd de ‘Prinsenvlag’ genoemd. De strijdkreet van de watergeuzen was: ‘Oranje Boven!’. Dit sloeg zowel op de bovenste baan in de vlag, en sloeg op de naam van de Oranjes.
De oorspronkelijke kleur van de bovenste baan was dus Oranje (de Prinsevlag) maar werd pas officieel rood toen Minister-president Colijn in februari 1937 Koningin Wilhelmina vroeg een Koninklijk besluit te tekenen waarin werd vastgelegd dat "De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw". Koningin Wilhelmina ondertekent het besluit.
Het is altijd een raadsel gebleven waarom het oranje voor rood werd verwisseld, een verklaring zouden kunnen zijn:
De tijd waarop het rood zijn intrede deed, rond 1650 de tijd dat er geen Stadhouder was.
Om toch de verbondenheid met het Koninklijke huis te tonen hangen de Nederlanders op dagen (verbonden met het Koningshuis) een oranje wimpel bij de rood-wit-blauwe vlag. Hiermee zijn wij het enige volk die zijn nationale vlag 'extra aankleed'.
Het in Noord-Ierland gebruikte oranje, dat gedragen wordt tijdens de marsen, stamt uit de tijd van de Koning Willem III van Engeland, Prins van Oranje, Stadhouder der Nederlanden.
Koning William of Orange (Prins Willem III) verslaat op 01-07-1690 bij Battle of the Boyne het Frans-Engels leger van zijn Katholieke schoonvader James II van Engeland in Ierland.
Op 07-07-1690 nemen de "Oranges" Dublin en Drogheda, Kilkenny en Waterford maar stuiten op weerstand bij Athlone. James II vlucht hierop naar Frankrijk en zijn leger onder leiding van Patrick Sarsfield trok zich terug naar de rivier Shannon.
De problemen die zich in Ierland voordoen vinden hier hun wortels.
Meer info over vlaggen:
Nederlandse Vereniging voor Vlaggenkunde
Gebruik Nederlandse vlag
www.holland.com
De Nederlandse vlag




De Luxemburgse vlag




Luxemburg en Nederland:

In 1255 verdeelde de broers
Walram van Nassau en Otto van Nassau het Graafschap Nassau, zo ontstonden er 2 linies: De Walramse Linie en de Ottoonse Linie. Ons koninklijk huis stamt uit de Ottoonse lijn. In mannelijke lijn stierf deze tak uit met de dood van Koning Willem III (1817-1890) in 1890. Hij was de Koning der Nederlanden en Groothertog van Luxemburg. Volgens een verbond uit (30 juni) 1783 tussen de verschillende Nassau takken gaat Luxemburg over op de Walramse linie (Aldolphe von Nassau-Weilburg).

Adelheid Emma Wilhelmina Theresia van Waldeck-Pyrmont wordt op 2 augustus 1858 geboren te Arolsen. Ze was de tweede dochter van de Vorst Prins George Victor van Waldeck-Pyrmont en Prinses Helena van Nassau-Weilburg (1831-1888). Adelheid Emma Wilhelmina Theresia was de tweede vrouw van Koning Willem III (1817-1890) en moeder van de latere Koningin Wilhelmina (in 1898) en dus nauw verwant van de Nassau-Weilburg tak die in bezit komt van Luxemburg na de dood van Koning Willem III (1817-1890).
Luxembourg - Constitution:
Article 3 [Hereditary Crown]
The Crown of the Grand Duchy is hereditary in the Nassau family in accordance with the Pact of 30 June 1783, Article 71 of the Treaty of Vienna of 9 June 1815, and Article 1 of the Treaty of London of 11 May 1867.

Tijdens de Franse bezetting leefde de Oranje-Nassau's aan het Pruisische hof in ballingschap. Na de restauratie van de Oranje-Nassau's in 1814 maakt de tweede zoon Prins Willem Frederik Karel van de Koning aanspraak op zijn geboorterecht, de Nassau domeinen in het Duitse rijk. Prins Willem Frederik Karel wordt door het Congres van Wenen gecompenseerd met het Groothertogdom Luxemburg. Hij doet in 1816 officieel afstand van zijn geboorterecht te gunste van zijn vader die de Nederlanden als een geheel wenst besturen. Prins Willem Frederik Karel wordt hiervoor, door zijn vader, schadeloos gesteld met de opbrengsten (van zo'n fl.190.000 ) van de goederen van Noord-Brabant.

In 1912 stierf met de dood van Groothertog Willem IV van Luxemburg ook de Walramse linie in de mannelijke lijn uit. Zo stamt het tegenwoordige Nederlands Koningshuis in de vrouwelijke lijn van Ottoonse linie en het Luxemburgse Groothertogelijke huis in de vrouwelijke lijn van de Walramse tak. Sinds 1987 is Nassau de officiële naam van de Luxemburgse dynastie.
Ook in Nederland wilde men de historische naam Van Oranje-Nassau behouden. Op 8 februari 1901 wordt bij Koninklijk Besluit vastgesteld dat eventuele kinderen van Koningin Wilhelmina de naam Van Oranje Nassau, zonder streepje, zouden dragen.
Bij het Koninklijke Besluit van 8 januari 1937 bepaalde ditzelfde voor de eventuele kinderen van Prinses Juliana, echter dan met het streepje, Van Oranje-Nassau.
Bij het Koninklijk Besluit van 16 februari 1966 werd geregeld dat de eventuele kinderen van Prinses Beatrix de naam Van Oranje-Nassau zouden krijgen. De kinderen van (bijv.) Prinses Magriet is bij Koninklijk Besluit van 2 januari 1967 geregeld dat enkel de persoonlijke, dus niet erfelijke, titel Prins of Prinses van Oranje-Nassau wordt verleend, gevolgd door de geslachtsnaam van de vader.






Neutraal-Moresnet:

Nadat Napoleon verslagen was werden de grenzen herzien tijdens het Congres van Wenen (1815) een klein probleem was Moresnet. Het gebied bevatte een grote zinkmijn. Pruisen en Nederland wilden beide het gebied inlijven. Uiteindelijk werd in 1816 in een grensverdrag, het Akens Grensverdrag besloten het gebied (de Mairie Moresnet) in drieën te delen. Het plaatsje Moresnet kwam bij Nederland, het huidige Neu-Moresnet ging als Pruisisch Moresnet naar Pruisen. Het gebied met daarin het plaatsje Kelmis en zijn zinkmijn kregen een neutrale status onder gezamenlijk bestuur van een Pruisische en een Nederlandse commissaris. In 1830, tijdens de onafhankelijkheid van België, ging de bestuurlijke rechten van Moresnet naar België ondanks dat Nederland nooit officieel afstand van die rechten had gedaan. In 1908 probeerde de Franse professor Gustave Roy en Dr. Molly van Moresnet een Esperantostaat op te maken met de naam Amikejo, wat 'plaats van grote vriendschap' betekende. In 1919, na de Eerste Wereld Oorlog, is het na het Verdrag van Versailles definitief afgelopen met Moresnet.

Meer informatie over Moresnet:
Moresnet   1816-1919, door Cees Damen.
Moresnet   1816-1919, door Rein van der Zee.


Hoofstad van Nederland:

Op 23 juni 1806 doet Lodewijk Napoleon zijn officiële intocht in Den Haag, nadat Nederland door Napoleon was gedwongen, door de opstandige republiek, zijn broer als koning aan te stellen. Hij resideert eerst in Den Haag, daarna op 't Loo, ten slotte in Amsterdam. Op 20 april 1808 betrekt hij het stadhuis op de Dam.
In 1810 worden de Nederlanden bij Frankrijk ingelijfd, hierdoor wordt Amsterdam de derde hoofdstad van het Franse Rijk. Vlak na Napoleons nederlaag bij Leipzig in oktober 1813, krijgt Prins Willem Frederik van Oranje-Nassau een brief van de Oranjegezinde G.K. van Hogendorp met het verzoek zich naar Nederland te gaan en op 30 november zet hij bij Scheveningen voet op Nederlands grondgebied. Twee dagen later presenteert hij zich, in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, niet als Stadhouder Prins Willem VI maar als "soeverein vorst Willem I".
De Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden van 1814 zegt dat; "de inhuldiging van de Koning in de Nieuwe Kerk te Amsterdam als de hoofdstad zal plaatsvinden". Tijdens het Congres van Wenen (1815) waar de kaart van Europa wordt herzien ontstaat het Koninkrijk der Nederlanden. De Zuidelijke Nederlanden wordt verbonden in een constitutionele monarchie. Ook krijgt Koning Willem I het Groothertogdom Luxemburg in personele unie toegewezen als schadeloosheidstelling voor het verlies van de Nassause stamlanden.
Op 16 maart 1815 werd Koning Willem I in Brussel ingehuldigd als koning van het koninkrijk der Nederlanden (Nederland, België en
Luxemburg). Koning Willem I voerde direct in dat eens in de twee jaar Brussel de hoofdstad van het koninkrijk der Nederlanden was, wanneer Brussel de hoofdstad niet was, was Den Haag de hoofdstad.
Geleerden in Nederland en België zijn het er over eens dat het Koninkrijk der Nederlanden, van voor 1830, één van de machtigste Europese landen had kunnen worden als de Belgen in 1830 niet hadden besloten in opstand te komen.






Het Rijkswapen




Bastaarden:

De niet uit wettige huwelijk geboren kinderen (bastaarden) van de Oranje-Nassau's werden meestal goed behandeld. De meeste werden gewoon aan het hof opgevoed, naast hun halfzusters en broers. Prins Maurits Van Oranje-Nassau leefde openlijk met Margaretha van Mechelen.
Volgens Hollands recht konden de bastaarden van de Oranje-Nassau's en andere hoge edellieden niet tot de Adel behoren, men beschouwde ze wel als adel.
De bastaarden mochten de geslachtsnaam Nassau en het wapen van de vader voeren, dit wapen moest echter met een schuine balk doorsneden worden. Volgens de geldende juridische bepalingen konden bastaarden echter niet van hun vader erven, evenmin konden ze het 'huis' van hun vader voortzetten.
Op 24 april 1679 worden de broers Maurits Lodewijk I, Willem Adriaan en Hendrik van Nassau, kleinzoons van Prins Maurits van oranje-Nassau, door Keizer Leopold I verheven in de Rijksgraven stand. Zij dienen formeel aangeduid te worden als (bijv.) Maurits Lodewijk I des Heiligen Roomsen Rijksgraaf van Nassau. Zij en hun afstammelingen worden gemakshalve aangeduid als Graaf en Gravin. Een uitzondering is Jan Floris Hendrik Carel, Graaf van Nassau. Hij is de enige uit de bastaardtakken die tot de adel van het Koninkrijk der Nederlanden heeft behoord.
Thans zijn alle bastaardtakken uitgestorven op nog enkele vrouwelijke leden van de Nassau-Zuylenstein tak na.

Afstammelingen (bastaarden) van Prins Maurits, Prins van Oranje (1584-1625), Graaf van Nassau.
Afstammelingen (bastaarden) van Prins Frederik Hendrik (1584-1647), Prins van Oranje in 1625.



Waarom de bijnaam Prins Willem 'de Zwijger' ?

Een bevredigende verklaring voor deze bijnaam is niet echt gegeven, er ervan zou kunnen zijn...
Na de vrede van Câteau-Cambrésis tussen de Spaanse Koning en de Franse Keizer op 3 april 1559 , krijgt Prins Willem van Oranje-Nassau (1533-1584) gewetensbezwaren.
Koning Filips had plannen met het Nederlandse volk; deze plannen tasten de burgerlijke en godsdienstige vrijheid aan, de bloedige Spaanse Inquisitie zou ook Nederland treffen. Omdat Prins Willem van Oranje-Nassau over deze ontwikkelingen blijft zwijgen, in vergelijking met de loslippige Hendrik II, krijgt de Prins van Oranje ten onrechte de bijnaam 'Willem de Zwijger'. Dat deze bijnaam onterecht is, blijkt uit het feit dat hij zeer welbespraakt is en met zijn verbale gave veel hooggeplaatste en burgers voor zich weet te winnen. Zijn studie omvatte onder andere: krijgskunde, diplomatie, Latijn, Frans, Duits, Italiaans en Spaans.

zie ook:
Biografie van Willem van Oranje
Waarom heeft prins Willem van Oranje de bijnaam De Zwijger gekregen?





Paus Gregorius XIII




Gregoriaanse Tijdsrekening:

Bij sommige Geboorte-, sterf-, huwelijks-, en andere data worden soms verschillend opgegeven, bijvoorbeeld 18/8 juni. Dit is het gevolg van de door Paus Gregorius XIII in 1582 ingevoerde tijdsrekening ter vervanging van de oude Juliaanse tijdsrekening. Deze liep namelijk 10 dagen achter, hij bepaalde dat 4 0ktober 1582 direct gevolgd zou worden door 15 oktober 1582. In de Nederlanden werd de kalender op verschillende tijdsstippen ingevoerd. Vanaf 1582 Holland en Zeeland tot Drenthe in 1701. Engeland en de koloniën (Amerika) voerden de gregoriaanse tijdsrekening in 1752 in, Duitsland in 1776, Zweden in 1823 en Rusland pas in 1918.
Meer info:
De Gregoriaanse kalenderhervorming
Perpetual Calender Eeuwige Kalender met Juliaanse en Gregoriaanse Kalender.
Perpetual Calender Eeuwige Kalender met Juliaanse en Gregoriaanse Kalender.






Ziekte en dood:

Meer dan 50 Oranje Nassau's worden dood geboren of zijn jong gestorven, waarschijnlijk zullen het er veel meer geweest zijn om maar nog niet te spreken van de miskramen. Dit geeft aan hoe kwetsbaar een mensenleven was vroeger. Daarnaast was het kraambed voor moeder en kind een gevaar, veel moeders stierven aan de gevreesde kraamvrouwenkoorts. Veel kinderen kwamen dood ter wereld of stierven kort na de geboorte. De kans dat een kind pokken kreeg was 1 op 3, dat voor het derde levensjaar.
De vrouwen stierven op het kraambed, mannen sneuvelde in de strijd. In totaal stierven er 16 Nassau's, waarvan 9 uit de bastaard takken, een onnatuurlijke dood. Drie broers van Prins Willem 'de Zwijger' van Oranje-Nassau moesten de dood bekopen door hun steun aan de Opstand; Lodewijk en Hendrik sneuvelden op de Mokerhei en Adolf sneuvelde bij Heiligerlee. Prins Willem 'de Zwijger" werd vermoord, de Friese Stadhouder Willem Frederik schoot zichzelf per ongeluk in het gezicht, stadhouder Prins Willem III stierf na een val van zijn paard, Johan Willem Friso verdronk en Willem Frederik van Nassau-Zuylenstein (bastaardtak) pleegde zelfmoord.
Dat geboorte en sterfte in die tijd onlosmaakbaar van elkaar waren geeft het volgende aan;
Amalia van Solms bracht in 16 jaar tijd 9 kinderen ter wereld, hiervan overleden er 4 jong.
Ernst Casimir werd in 12 jaar 9 keer vader, 2 kinderen werden dood geboren, 5 stierven voor hun 10e levensjaar.
Prins Willem IV , de enige en laatste Oranje stamhouder, trouwde in maart 1734 met Anna van Hannover. Op 19 december 1736 bracht zij een dochter ter wereld, die onmiddellijk na de geboorte overleed. Na nog een doodgeboren dochter in december 1739 kreeg ze in februari 1743 een kind dat in leven zou blijven, Carolina. Hierop volgden in 1746 Anna-Marie, zij stierf na 6 weken in 1748 werd Willem de latere stadhouder geboren.


Tien uur procedure: Overlijden lid Koninklijk Huis

Als er een lid van het Koninklijke Huis komt te overlijden gaat er een speciale procedure van start. Tien uur na het overlijden wordt pas het nieuws wereldkundig gemaakt. In het eerste uur worden de familie en de premier op de hoogte gebracht. Hierna wordt de begrafenis ondernemer ingelicht en vervolgens worden er hotels en onderkomens geregeld voor de gasten van de begrafenis. Pas als heel het draaiboek is afgewerkt wordt het Nederlands volk op de hoogte gebracht.
De openbare gebouwen krijgen een vlaginstructie en particulieren mogen zelf beslissen wat ze doen. De vlag kan halfstok, maar mag ook voluit gehangen worden met een zwarte wimpel. Op de koninklijke paleizen wordt de koninklijke standaard van een zwarte wimpel voorzien. Het 'rouwen' van vlaggen geschiedt nimmer door meer dan één vlag.
Zie ook
Vlaggen protocol
Overleden familieleden van het Koninklijk Huis worden meestal gebalsemd en in een loden kist bijgezet in het familiegraf in Delft, er zijn hierop ook uitzonderingen zoals Koningin Wilhelmina.
Sinds Prins Willem 'de Zwijger' van Oranje-Nassau (1533-1584) was de eerste Oranje-Nassau die in Delft begraven werd. Hiervoor was het familiegraf in Delft, maar doordat Breda in Spaanse handen was werd er voor Delft gekozen, de stad waar hij werd vermoord.




King William of Orange III
(Prins Willem III van Oranje-Nassau)




Koningen en Koninginnen:

Vier Oranje-Nassau's werden Koning
Negen Oranje-Nassau's werden Koningin, zoals Mary, Beatrix, Louise, Emma.
Voorts waren er 3 Gravinnen van Nassau die in het huwelijk traden met Baltische edellieden en zich in (thans) Estland en Letland vestigden.
Graaf Hendrik van Nassau-Ouwerkerk bewoonde in London het pand Downing Street 10, de ambtswoning van de Britse Premier.







Grondwet en Koning:

2. Regering
§ 1. Koning
Artikel 24. Het koningschap wordt erfelijk vervuld door de wettige opvolgers van Koning Willem I, Prins van Oranje-Nassau.
Het koningschap is vervuld door:

ZKH Soeverein Vorst Willem I 2 december 1813 - 16 maart 1815
ZM Koning Willem I 16 maart 1815 - 7 oktober 1840
ZM Koning Willem II 7 oktober 1840 - 17 maart 1849
ZM Koning Willem III 17 maart 1849 - 23 november 1890
HM Koningin Wilhelmina 23 november 1890 4 september 1948
HM Koningin Juliana 4 september 1948 - 30 april 1980
HM Koningin Beatrix 30 april 1980

Artikel 25. Het koningschap gaat bij overlijden van de Koning krachtens erfopvolging over op zijn wettige nakomelingen, waarbij het oudste kind voorrang heeft, met plaatsvervulling volgens dezelfde regel. Bij gebreke van eigen nakomelingen gaat het koningschap op gelijke wijze over op de wettige nakomelingen eerst van zijn ouder, dan van zijn grootouder, in de lijn van erfopvolging, voor zover de overleden Koning niet verder bestaand dan in de derde graad van bloedverwantschap.

Troonopvolgers conform dit artikel zijn:
ZKH Prins Willem-Alexander der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Prins van Oranje, Jonkheer van Amsberg;
HKH Prinses Catharina-Amalia Beatrix Carmen Victoria der Nederlanden, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau.
HKH Prinses Alexia Juliana Marcella Laurentien der Nederlanden, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau.
ZKH Prins Constantijn der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Jonkheer van Amsberg;
Eloise Sophie Beatrix Laurence, gravin van Oranje-Nassau, jonkvrouw van Amsberg.
Claus-Casimir, graaf van Oranje Nassau, jonkheer van Amsberg.
HKH Prinses Margriet der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld;
ZH Prins Maurits van Oranje-Nassau, Van Vollenhoven;
ZH Prins Bernhard van Oranje-Nassau, Van Vollenhoven;


Artikel 26. Het kind, waarvan een vrouw zwanger is op het ogenblik van het overlijden van de Koning, wordt voor de erfopvolging als reeds geboren aangemerkt. Komt het dood ter wereld, dan wordt het geacht nooit te hebben bestaan.

Artikel 27. Afstand van het koningschap leidt tot erfopvolging overeenkomstig de regels in de voorgaande artikelen gesteld. Na de afstand geboren kinderen en hun nakomelingen zijn van de erfopvolging uitgesloten.

Artikel 28.
lid 1. De Koning, een huwelijk aangaande buiten bij de wet verleende toestemming, doet daardoor afstand van het koningschap.
lid 2. Gaat iemand die het koningschap van de Koning kan beërven een zodanig huwelijk aan, dan is hij met de uit dit huwelijk geboren kinderen en hun nakomelingen van de erfopvolging uitgesloten.
lid 3. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake van een voorstel van wet, strekkende tot het verlenen van toestemming, in verenigde vergadering.

Artikel 29.
lid 1. Wanneer uitzonderlijke omstandigheden daartoe nopen, kunnen bij een wet een of meer personen van de erfopvolging worden uitgesloten.
lid 2. Het voorstel daartoe wordt door of vanwege de Koning ingediend. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering. Zij kunnen het voorstel alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.

Artikel 30.
lid 1. Wanneer vooruitzicht bestaat dat een opvolger zal ontbreken, kan deze worden benoemd bij een wet. Het voorstel wordt door of vanwege de Koning ingediend. Na de indiening van het voorstel worden de kamers ontbonden. De nieuwe kamers beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering. Zij kunnen het voorstel alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.

lid 2. Indien bij het overlijden van de Koning of bij afstand van het koningschap een opvolger ontbreekt, worden de kamers ontbonden. De nieuwe kamers komen binnen vier maanden na het overlijden of de afstand in verenigde vergadering bijeen ten einde te besluiten omtrent de benoeming van een Koning. Zij kunnen een opvolger alleen benoemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.

Artikel 31.
lid 1. Een benoemde Koning kan krachtens erfopvolging alleen worden opgevolgd door zijn wettige nakomelingen.
lid 2. De bepalingen omtrent de erfopvolging en het eerste lid van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op een benoemde opvolger, zolang deze nog geen Koning is.

Artikel 32. Nadat de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag heeft aangevangen, wordt hij zodra mogelijk beëdigd en ingehuldigd in de hoofdstad Amsterdam in een openbare verenigde vergadering van de Staten-Generaal. Hij zweert of belooft trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van zijn ambt. De wet stelt nadere regels vast.

Artikel 33. De Koning oefent het koninklijk gezag eerst uit, nadat hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.

Artikel 34. De wet regelt de voogdij over de minderjarige Koning. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

Artikel 35.
lid 1. Wanneer de ministerraad van oordeel is dat de Koning buiten staat is het koninklijk gezag uit te oefenen, bericht hij dit onder overlegging van het daartoe gevraagde advies van de Raad van State aan de Staten-Generaal, die daarop in verenigde vergadering bijeenkomen.

lid 2. Delen de Staten-Generaal dit oordeel, dan verklaren zij dat de Koning buiten staat is het koninklijk gezag uit te oefenen. Deze verklaring wordt bekend gemaakt op last van de voorzitter van de vergadering en treedt terstond in werking. lid 3. Zodra de Koning weer in staat is het koninklijk gezag uit te oefenen, wordt dit bij de wet verklaard. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering. Terstond na de bekendmaking van deze wet hervat de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag.
lid 4. De wet regelt zo nodig het toezicht over de persoon van de Koning indien hij buiten staat is verklaard het koninklijk gezag uit te oefenen. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

Artikel 36. De Koning kan de uitoefening van het koninklijk gezag tijdelijk neerleggen en die uitoefening hervatten krachtens een wet, waarvan het voorstel door of vanwege hem wordt ingediend. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

Artikel 37.
lid 1. Het koninklijk gezag wordt uitgeoefend door een regent:
a. zolang de Koning de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt;
b. indien een nog niet geboren kind tot het koningschap geroepen kan zijn;
c. indien de Koning buiten staat is verklaard het koninklijk gezag uit te oefenen;
d. indien de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag tijdelijk heeft neergelegd; e. zolang na het overlijden van de Koning of na diens afstand van het koningschap een opvolger ontbreekt.
lid 2. De regent wordt benoemd bij wet. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.
lid 3. In de gevallen, genoemd in het eerste lid onder c en d, is de nakomeling van de Koning die zijn vermoedelijke opvolger is, van rechtswege regent indien hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.
lid 4. De regent zweert of belooft trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van zijn ambt, in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal. De wet geeft nadere regels omtrent het regentschap en kan voorzien in de opvolging en de vervanging daarin. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.
lid5. Op de regent zijn de artikelen 35 en 36 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 38. Zolang niet in de uitoefening van het koninklijk gezag is voorzien, wordt dit uitgeoefend door de Raad van State.

Artikel 39. De wet regelt, wie lid is van het koninklijk huis.

Artikel 40.
lid 1. De Koning ontvangt jaarlijks ten laste van het Rijk uitkeringen naar regels bij de wet te stellen. Deze wet bepaalt aan welke andere leden van het koninklijk huis uitkeringen ten laste van het Rijk worden toegekend en regelt deze uitkeringen. lid 2. De door hen ontvangen uitkeringen ten laste van het Rijk, alsmede de vermogensbestanddelen welke dienstbaar zijn aan de uitoefening van hun functie, zijn vrij van persoonlijke belastingen. Voorts is hetgeen de Koning of zijn vermoedelijke opvolger krachtens erfrecht of door schenking verkrijgt van een lid van het koninklijk huis vrij van de rechten van successie, overgang en schenking. Verdere vrijdom van belasting kan bij de wet worden verleend.
lid 3. De kamers der Staten-Generaal kunnen voorstellen van in de vorige leden bedoelde wetten alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.

Artikel 41. De Koning richt, met inachtneming van het openbaar belang, zijn Huis in.


§ 2. Koning en ministers
Artikel 42.
lid 1. De regering wordt gevormd door de Koning en de ministers.
lid 2. De Koning is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk.

Artikel 43. De minister-president en de overige ministers worden bij koninklijk besluit benoemd en ontslagen.

Artikel 44.
lid 1. Bij koninklijk besluit worden ministeries ingesteld. Zij staan onder leiding van een minister.
lid 2. Ook kunnen ministers worden benoemd die niet belast zijn met de leiding van een ministerie.

Artikel 45.
lid 1. De ministers vormen te zamen de ministerraad.
lid 2. De minister-president is voorzitter van de ministerraad.
lid 3. De ministerraad beraadslaagt en besluit over het algemeen regeringsbeleid en bevordert de eenheid van dat beleid. Artikel 46.
lid 1. Bij koninklijk besluit kunnen staatssecretarissen worden benoemd en ontslagen.
lid 2. Een staatssecretaris treedt in de gevallen waarin de minister het nodig acht en met inachtneming van diens aanwijzingen, in zijn plaats als minister op. De staatssecretaris is uit dien hoofde verantwoordelijk, onverminderd de verantwoordelijkheid van de minister.

Artikel 47. Alle wetten en koninklijke besluiten worden door de Koning en door een of meer ministers of staatssecretarissen ondertekend.

Artikel 48. Het koninklijk besluit waarbij de minister-president wordt benoemd, wordt mede door hem ondertekend. De koninklijke besluiten waarbij de overige ministers en de staatssecretarissen worden benoemd of ontslagen, worden mede door de minister-president ondertekend.

Artikel 49. Op de wijze bij de wet voorgeschreven leggen de ministers en de staatssecretarissen bij de aanvaarding van hun ambt ten overstaan van de Koning een eed, dan wel verklaring en belofte, van zuivering af en zweren of beloven zij trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van hun ambt.






Twee Prinsen van Oranje ???

In 1732 wordt de succesie kwestie tussen Prins Willem IV en Koning Willem I van Pruisen opgelost met het Traktaat van Partage. De Nassau's doen afstand van zijn souvereine rechten op het Prinsendom Orange in Frankrijk ten behoeve van de Koning van Frankrijk. De Pruisische Koning had dit reeds in 1713 gedaan. Beide Vorsten behouden het recht de titel Prins van Oranje te dragen. Daardoor voeren thans zowel Prins Willem-Alexander (1967) als de chef van het Huis Hohenzollern deze titel.
Orange
Prins Willem IV





Het geschatte vermogen van de Oranjes
Het geschatte vermogen, volgens Quote, van de Oranjes ligt op € 2722800000 (ƒ 6.000.000.000) terwijl volgens Forbes het vermogen op € 5354840000 (ƒ 11.800.000.000) geschat werd (in 2000). De Familie zat de afgelopen jaren steeds in de Nederlandse Top 4, alleen de Familie Brenninkmeijer en de Familie Heineken zitten qua vermogen boven de Oranjes.
De Oranjes bezitten voornamelijk aandelen in bedrijven, volgens de RVD heeft geen der leden van de koninklijke familie meer dan 5 procent van de aandelen in beursgenoteerde ondernemingen bezit. Verder doet de RVD geen uitspraken over de particuliere belegde vermogen van de Koninklijke familie.
Bekend is dat de koninklijke familie grootaandeelhouder is in Koninklijke Olie/Shell, al weet niemand om hoeveel procent dat gaat. Ook wordt er gesproken van aandelen in Unilever, ABN/AMRO, Standard Oil en diverse verzekeringsmaatschappijen. Naast het vermogen krijgen de Koningin, Prins Willem-Alexander, Prinses Máxima, Prinses Juliana en Prins Bernhard een uitkering. Het grootste gedeelte van Koningin Beatrix gaat op aan personele kosten (€ 1.446.000) en overige onkosten (€ 1.774.000), daarnaast is er een inkomensdeel (€ 746.000). Voor het jaar 2003 liggen deze kosten begroot op:
De Koningin € 3.966.000, Willem-Alexander, Prins van Oranje € 949.000, Prinses Máxima € 836.000, Prinses Juliana € 1.071.000 en Prins Bernhard € 652.000. andere leden van het Koninklijk Huis ontvangen geen uitkering van het Rijk.
Voor meer info:
Koninklijk Huis en vermogen.
Elite
Forbes

HOME


Schrijf naar: Het Huis van Oranje













bronvermelding:
Bronvermelding:
Reinildis van Ditzhuyzen - Oranje-Nassau.
Een biografisch woordenboek. Haarlem [Becht] 1992, 1998, 2003
Een geweldig boek over de Oranje-Nassau's en hun geschiedenis. Bevat 272 korte biografieën van (Oranje-)Nassaus, hun echtgenoten en hun afstammelingen. Het boek bevat een uitklapbare stamboom van alle takken van de Oranje-Nassau's.
Een echte aanrader !
ISBN 9023011244, uitgever: Gottmer/H.J.W. Becht, aantal paginas: 280.
(Een nieuwe druk verschijnt dit jaar !!!).

Reinildis van Ditzhuyzen - Het Huis van Oranje. De Oranjes in een handomdraai. ABC van ons vorstenhuis. Amsterdam [Balans] 2002.
(ISBN 90 5018 568 1, NUGI 698)
De geschiedenis van het Nederlandse vorstenhuis. Reinildis van Ditzhuyzen heeft een handzaam en origineel naslagwerk gemaakt. Ze stelde een ABC samen van alles wat zich in en rond het hof afspeelt, in heden en verleden.
Wie was de eerste Beatrix, wat is een passade, wat deed een stadhouder eigenlijk ? De vele trefwoorden geven een uniek beeld van het Huis Oranje-Nassau: funcies, gewoontes, hobby's, ziektes, folkore, huwelijken en geboortes, echtscheidingen en begrafenissen. Van AA nummerbord tot Willem de Zwijger, van Erfprins tot Stalmeester, een schitterende verzameling begrippen, anekdotes, feiten en wetenswaardigheden.
Extra informatie: Ingenaaid, 316 pagina's, met illustraties, verschenen: April 2002, gewicht: 445 gram, formaat: 201 x 135 x 17 mm,
Uitgeverij Balans.
Leidsegracht 22, 1016 CL te AMSTERDAM. Tel. (31)(0)20 626 89 82 - fax. (31)(0)20 622 34 81.
e-mail: balans@uitgeverijbalans.nl

Drs. Reinildis van Ditzhuyzen studeerde geschiedenis in Wenen, Salzburg, Barcelona en Brugge (Europa College). Zij is auteur van een twaalftal boeken over diverse onderwerpen.
Onder meer werd zij bekend door Oranje Nassau, een biografische woordenboek, waardoor ze regelmatig op radio en tv verschijnt. Ze houdt lezingen en schrijft voor NRC Handelsblad.
Ook van Drs. Reinildis van Ditzhuyzen: Hoe hoort het eigenlijk ?
Amy Groskamp-ten Have (geheel herziene uitgave door Reinildis van Ditzhuyzen) Uitg. Becht Haarlem, 1999; 334 blz.
Hoe hoort het eigenlijk ? geldt in Nederland als het standaardwerk over etiquette. Amy Groskamp-ten Have was de eerste die de regels voor een groot publiek op schrift stelde. Al vrijwel direct na het verschijnen van dit boek in 1939 was de titel synoniem met etiquette.
ISBN 90-230-1015-9.



Dr. H.P.H. Jansen - Geschiedenis van de Lage Landen in jaartallen.
Klaas Jansma & Meindert Schroor - 10.000 jaar geschiedenis der Nederlanden.
Drs. A. F. Wyers - Encyclopedie.
Nassau en Oranje in de Nederlandse geschiedenis.
Marieke E. Spliethoff - Oranje-Nassau van A - Z
Internet