home

Schatzoeken in de Sintpietersberg

Met hoge laarzen, een helm op hun hoofd en gewapend met pikhouwelen, beitels, zagen, grote emmers en dozen trekken ze de groeve in, onder leiding van Werner Felder, al jaren werkzaam als geoloog bij de Rijksgeologische Dienst in Heerlen. Zodra de slagbomen van de Enci omhoog gaan, rijdt de lange stoet auto's het terrein op. Achter de fabrieksgebouwen doemt een immens, witgelig mergellandschap op, afgegraven in diverse lagen. Aan de rechterkant, bovenin een tientallen meters hoge wand, zijn de openingen van de grotten zichtbaar, waarachter een eeuwenoud labyrint aan gangen schuilgaat. De van heinde en ver gekomen deelnemers verspreiden zich vliegensvlug over het terrein. De kenners weten waar ze moeten zoeken en tijgen meteen aan het werk, koortsachtig op zoek naar versteende overblijfselen of af drukken van planten of dieren. liet is een zeldzaam heldere, zonnige dag in de groeves van de Sint Pietersberg. Alleen boven op de berg waait het, een enkele roofvogel laat zich meedrijven op de wind. In de groeve is het op deze decemberdag zelfs aangenaam warm. "Hier vinden we altijd wat, maar zonder zwoegen vind je niks," zegt Peter Beckers uit het Belgische Veltem. Zijn kameraad en dorpsgenoot Willy de Cat beaamt dat. Ze zijn hier al vaker geweest en kennen de plekjes met de gruislagen, waar het meest te vinden is, ondertussen wel. Met behulp van een grove zeef speuren ze tussen het gruis naar kleine zee-egeltjes of andere kleine fossielen. Ze zoeken nu in de zogenaamde kalksteen van Meerssen, de hoogste, jongste laag van het Boven-Krijt. Het is zaak hier nog zoveel mogelijk te verzamelen, want binnenkort wordt deze bovenste laag afgegraven. Zoals de meeste leden van de vereniging verheugt Beckers zich telkens op de excursies in de groeve van de Enci. Ze is immers beroemd om haar rijke kalklaag en door wetenschappers aangewezen als voorbeeld van het jongste deel van de Krijtperiode, de zogenaamde typelocatie Maastrichtien. De afgravingen van de Sint Pietersberg, waar de Enci nu al zo'n 65 jaar mee bezig is en nog mee,doorgaat tot het jaar 2030, zijn al jarenlang omstreden. Voor geologen en andere wetenschappers bieden ze echter de unieke kans om de geologische lagen te bestuderen, die als het ware een dwarsdoorsnede vormen van het Boven-Krijt. De Krijtlaag ligt alleen in Zuid-Limburg vrijwel aan de oppervlakte. Naar het noordwesten van Nederland duikt ze diep weg onder het aardoppervlak en het Noordzeebekken. Nieuwe deelnemers rijden mee in het busje van Felder, waarmee hij een rondleiding geeft door de groeve om op elke 'etage' even te stoppen voor de nodige toelichting. Bijvoorbeeld over het ontstaan van de kalklagen, in de volksmond mergel genoemd. Tot vijfenzestig miljoen jaar geleden was hier nog een tropische zee met miljarden microscopische, maar ook grotere planten en dieren. De kalklaag die je hier ziet, is niets anders dan een opeenstapeling van skeletdeeltjes en resten van die planten en dieren die zijn achtergebleven. De Sint Pietersberg is daar beroemd door geworden. " Felder vertelt dat rond 1770 een spectaculaire vondst is gedaan in deze groeve. "Blokbrekers vonden toen in de Sint Pietersberg voor het eerst skeletresten van een prehistorisch dier", vertelt Felder. "Ze dachten eerst dat het een hagedis was, maar het bleek de complete schedel te zijn van een zwemmende sauriër, de Mosasaurus. Bij die vondst stond de hele wetenschappelijke wereld op zijn kop. Toen pas bleek dat deze dieren niet geleefd hadden in bijbelse tijden, maar dat ze er al waren in de prehistorie. Ze waren dus niet met de zondvloed omgekomen, zoals altijd was aangenomen. Ze werden immers voor het laatst aangetroffen in een geologische laag uit het Krijt, dat was het bewijs."

Oorlogsbuit

De Maastrichtse Mosasaurus staat nu in Parijs, in het Musée d'Histoire Naturelle, sinds hij ooit door Napoleons staf van geleerden als oorlogsbuit werd meegenomen. In het Geologisch Museum van Heerlen staat wel een kopie. Sinds die eerste vondst zijn in Zuid-Limburg en omgeving nog de overblijfselen van tientallen andere Mosasaurussen gevonden, onder meer te zien in het Natuurhistorisch Museum van Maastricht. Maar ze liggen volgens Felder beslist niet ' voor het oprapen. Moeders die met alle geweld hun zoontjes op excursie willen sturen, omdat ze de film van Spielberg hebben gezien en denken snel even resten te vinden van een Mosasaurus, moeten we helaas teleurstellen. Die vinden ze niet. Wel is het zo dat bij elke excursie, waar soms een paar honderd mensen aan deelnemen, een of twee tanden van een Mosasaurus worden gevonden. Het is typisch dat het meestal dezelfden zijn die zo'n vondst doen. Zij hebben er oog voor, weten waar ze op moeten letten, ze herkennen de kleur en weten precies in welke laag ze moeten zoeken. Als je fossielen wilt vinden, moet je leren hoe je ze kunt herkennen. Ook al liggen er duizenden tonnen fossielen, als je vijftig man erop loslaat die geen ervaring hebben, dan vindt niemand iets. Alleen de aanhouders worden goede fossielenzoekers. Je moet het gewoon veel doen. "

Zeldzaam

Behalve op de achtergrond het monotone geluid van de fabriek waar de productie van cement ook tijdens het weekeinde doorgaat, is er in de groeve niets anders te horen dan het getik en gehamer vanuit alle richtingen. In de verte slaat iemand een loszittend, overhangend blok kalk los, om te voorkomen dat het onverhoeds vanzelf naar beneden dondert. Ineens klinkt er een verraste uitroep vanaf 'Meerssen', de hoogste kalketage. Nieuwsgierig laat iedereen zijn spullen in de steek en klautert tegen de helling op naar boven om te zien wat er aan de hand is. Kennelijk heeft iemand iets bijzonders gevonden. En inderdaad, de Belg Peter Beekers heeft een uiterst zeldzame ammoniet gevonden, de schaal van een inktvis. Felder bevestigt dat het om een bijzonder exemplaar gaat dat je maar zelden aantreft. Het is de 'Scaphites', een van de laatste ammonieten die aan het eind van het Krijt zijn uitgestorven. Ongerust kijkt Beekers toe als zijn vondst door diverse handen gaat om bewonderd te worden. "Heel voorzichtig alstublieft, want het is voor mij een collectiestuk," waarschuwt hij. De vondst van een heel nest zee-egels op, ongeveer dezelfde plaats is ook bijzonder, maar valt toch in het niet bij die van de ammoniet. Aangemoedigd door het succes en na te zijn bekomen van de eerste vreugde, gaat iedereen weer snel aan het werk. Van top tot teen onder de witte vegen van de Maastrichter kalk, zwoegen ze snel door, jong en oud, amateurs en ervaren geologen. Ze hebben nog even, om klokslag half drie moeten ze het complex hebben verlaten. Het is maar moeilijk voor te stellen dat de fossielen, waarvan het wemelt in de groeve, zo oud zijn.  Vooral als blijkt hoe gaaf ze tevoorschijn komen. De zwarte haaientandjes die de Belgische Jef Reynders uit Houthalen heeft gevonden, zien er uit alsof ze zo uit de bek van een haai zijn gehaald. Minstens vijfenzestig miljoen jaar oud zijn ze, de Sitro heterodontus en de Odontaspis bronni. En allang uitgestorven. Reynders is haaientandenspecialist en heeft thuis een verzameling van minstens tweehonderdduizend haaientandjes, allemaal gecatalogiseerd op grootte, soortnaam en vindplaats. Ook Jacques Severijns uit Meerssen heeft zijn hele zolder vol liggen met fossielen. Niet alleen haaientanden, maar ook egeltjes, belemnieten en zelfs enkele Mosasaurustanden. Ik zoek veel in de grotten. Kopen doe ik zelden iets. Het gaat om het zelf zoeken en het prepareren van de fossielen, dat is de hobby. En je gaat echt nadenken over wat zich hier allemaal heeft afgespeeld." Ook Peter Beckers en Willy de Cat zien het als een uitdaging alles zelf te vinden. Beckers: "Wij hadden vandaag geluk, vorige keer hadden we minder verzameld. Maar dan zijn we net zo enthousiast. Het gaat mij toch voornamelijk om de spanning van het zoeken, je kunt je buiten in de natuur een beetje afreageren." De Cat: "Het is gewoon spannend, ik vergelijk het maar met de schattenjacht van toen we jong waren."

Bron : Limburgs dagblad 10 Dec 1994