| |
De eerste software
Bij het woord software stel je jezelf een cd-rom schijfje
voor. Of een stelletje saaie nerds die voor een scherm zitten
te freaken over een saai regeltje code. Maar toch is software
iets essentiëls en heeft het zelfs een geschiedenis.
De ontwikkeling van de hard en software loopt parallel. Van
saaie binaire (01010110) codes tot Windows XP (of Linux 2.4.14).
In het begin werd het programeren van computers gedaan door
het wijzigen van schakelaars. Zoals je in de basisprincipes
van de computer op deze site kunt lezen werkt een computer
met twee posities 0 en 1. Door schakelaars in een bepaalde
stand te zetten voert de computer bepaalde instructies uit.
In de jaren vijftig toen de techniek iets verder gevorderd
was werd er voor het eerst gebruik gemaakt van assembly code.
Met deze code hoefde je geen 0'en en 1'en meer te gebruiken
maar werd de code door cryptische instructies gemaakt. Een
voorbeeld:
CALC: STO R1,
HELP0 STO R2, HELP2 LD R3, HELP1 ADD R3, HELP2 LD R4, HELP1
SUB R4, HELP2 RSR SP, 0 HELP1: DS 2 HELP2: DS 2
Na deze eerste twee cryptische generatie programmeertalen
werd het tijd voor de derde-generatie. Hiermee konden ook
"gewone mensen" (hiermee bedoel ik dus mensen zoals
Nowak) uit de voeten. De eerste taal die hier uit voortkwam
was FORTRAN dat door Ingenieurs van IBM was ontwikkeld. Deze
taal was vooral op wetenschappers gericht. Later kreeg je
ook COBOL wat meer op de bedrijfsmarkt was gericht. Andere
voorbeelden van de derde-generatie zijn Basic en Pascal.
In de vierde en vijfde generatie (waar we nu zijn). Heb je
geen kennis meer van de taal nodig maar kun je veel bereiken
door middel van slepen, knippen en plakken.
Naast programeren is het ook handig als je iets op de computer
kunt doen (bijv. tekstverwerken). Daarvoor is een besturingssysteem
nodig. Nu gebruikt (bijna) iedereen Windows van onze grote
vriend Uncle Bill. Je vraagt je bijna niet meer af wat een
besturingssysteem inhoud. De bedoeling is dat je makkelijk
programma's kunt uitvoeren en maken zonder dat je rekening
hoeft te houden met de hardware in de computer.
Als je bijvoorbeeld een letter in word intypt moet deze eerst
via het toetsenbord naar het moederbord die het weer doorzend
naar de processor en die de letter in het geheugen plaatst.
De letter wordt uiteindelijk vanuit het geheugen naar de videokaart
gezonden en van daaruit naar het scherm. Het spreekt voor
zich dat als een programmeur dit zou moeten begrijpen er maar
zeer weinig software zou zijn. Dus daarvoor is het besturingssysteem
uitgevonden. Een ander doel is het voor de gebruikers makkelijk
maken om de computer te gebruiken. Vroeger vond men het al
makkelijk als je had:
C:\> CD DOS
Tegenwoordig zijn de besturingssystemen steeds gebruiksvriendelijker
geworden. Op de markt zijn er vandaag de dag twee belangrijke
soorten besturingssystemen:
- De Microsoft Windows Familie (95,98,Me,2000,XP,windows.net)
etc.
- De UNIX familie (macOSX, Linux, freeBSD, Solaris)
Windows wordt vooral gebruikt door consumenten en op kantoor.
UNIX is vooral in gebruik voor "het vuile werk"
d.w.z. als server en workstation.
De
twee concurenten
Je hebt naast deze basissoftware ook nog applicaties. Daaronder
vallen spelletjes, officepakketen, internetprogramma's etc.
|
|