Wanneer men een edelsteen vindt, uitwast of delft is deze alleen door een geoefend oog als edelsteen herkenbaar. Om het mineraal zijn schoonheid te ontlokken dient het gezaagd of gekloofd, geslepen en gepolijst te worden.
Van de klassieke oudheid tot aan het eind van de middeleeuwen kende men enkel het halfbol slijpen en polijsten van stenen. Deze slijpvorm nu nog steeds in gebruik hoofdzakelijk bij ondoorzichtige kleurstenen noemt men cabuchon slijpsel.
![]() |
||||
![]() |
||||
![]() |
||||
![]() |
||||
|
||||
mineraal te slijpen, deze techniek werd door de eeuwen heen verfijnd en hieruit ontstond na 1900 de nu zo bekende briliant slijpvorm die vooral de diamant laat schitteren in alle kleuren van het spectrum.