pzug.gif (164577 Byte)



 

  



Hit Counter

Omvang en vorm van ontwerp

Het betreft hier een N-spoorbaan, grotendeels gebouwd van goedkoop beurs- en 2e hands materiaal - zowel rails, materieel als scenery. De baan loopt 'rond' op de zolder, waardoor er in feite lange smalle diorama's ontstaan op schouderhoogte. Het is gebouwd op de horizontale balk van de zolderconstructie op 1,33 m hoogte. Dit is dan tevens veilig voor kat en kind. Het is gebouwd op stroken spaanplaat; aangezien deze op de balken rusten, 'hangen' deze ook niet door.

Baanverloop

Ik heb voor mijzelf een aantal uitgangspunten op een rijtje gezet.

* Het tijdperk is ruim genomen ná de oorlog in zuid-Duitsland. Er is géén geëlektrificeerd spoor. Het materieel bestaat uit diverse stoomlocs, V200, een accutreinstel, een railbus en een legertreinstel (Arnold). Bewust kies ik nu voor locomotieven met maximaal 3 assen achter elkaar, omdat dit anders problemen geeft in de krapste (verborgen) bocht. Deze problemen ondervind ik af en toe met de BR85 van Minitrix (5 assen).

* Aangezien het rijden met de trein niet mijn belangrijkste doel is, wilde ik aanvankelijk gewoon enkelspoor, maar omdat de trein er lang over doet om z'n ronde te maken werd het een saaie vertoning. Daarom heb ik einde 2002 het spoor verdubbeld. Het dubbelspoor is zodanig opgezet dat de treinen keurig rechts rijden. Eén spoor voor lange goederen- en sneltreinen en één spoor voor meer lokaal verkeer. Elk spoor heeft z'n eigen transformator, wat met de opkomst van digitaal rijden in aanschaf spotgoedkoop is geworden.

* Ik geef altijd de voorkeur aan een 3-sporig station; 2 buitenste sporen voor passagiersvervoer en een middelste inhaalspoor voor goederenvervoer en doorgaande treinen. 

Verder is er een kleine 'halte' zoals die in de jaren zestig veel te vinden waren in Duitsland.

* Door het rondlopende traject kon ik hellingen vermijden, wat de rijvaardigheid bevordert. Om het rijgedrag realistisch te houden moeten de treinen bergopwaarts namelijk meer stroom krijgen en moeten ze geremd worden bergafwaarts. Aangezien elke trein z'n eigen rijeigenschappen heeft, heb ik hier geen goede ervaringen mee. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

* Doordat de baan helemaal rond loopt vermijd ik ook scherpe bochten; ideaal dus om het verloop realistisch te maken. Op één smalle kant is een demontabele brug gemaakt. Alleen in de aanloop hier naartoe zijn scherpe bochten verwerkt die onttrokken zijn aan het zicht door een verhoging van het landschap (links van halte).

* Op de sporen bij het station na, loopt bijna geen spoor kaarsrecht. Dit heb ik gedaan om het realisme te vergroten. Ik werk immers tóch met flexibele rails. 

Opbouw

De baan is gebouwd op spaanplaat langs de balken van de zolder. Hierop liggen kurkplaten en - waar de stad is - hardboard met de ruwe kant naar boven. Kurk is zeer geschikt als ondergrond tegen resonantie, maar helaas tegenwoordig moeilijk te verkrijgen. Bovendien is de basiskleur goed voor aanleg van de scenery. Daarnaast kan in kurk gemakkelijk de nodige scenery worden bevestigd door bijvoorbeeld met een priem een gaatje te drukken. De ruwe kant van hardboard bij de stad, is simpelweg ideaal voor de 'klinker'-structuur van de wegen. Kleurkeuze van de verf is dan essentieel; niet zwart of grijs, maar leverkleurig (ik koos voor Flexa Couleur Locale - Nepal). De rails is dus op kurkplaten gelegd. De kurk dempt het geluid en de trillingen, waardoor de rijeigenschappen beter zijn. Er is gewerkt met flexibele rails van PECO en MINITRIX die op juiste plek afgeknipt zijn en bijgevijld, aangezien ik niet beschik over een dremel (dat is een soort slijptolletje en eigenlijk beter). Om de raillassen te gebruiken tussen de flexibele railstukken (de bielsen zitten in de weg) zijn er aan de uiteinden 3 bielsen verwijderd. Hierna zijn de raillassen aangebracht en is de rails gelegd. De verwijderde bielsen zijn iets 'platter' gevijld en vervolgens onder de ruimte van de raillas en de bodem geschoven. Hierna is de rails bruin bewerkt met bruine plakkaatverf (te koop bij bouwmarkt); zowel bielsen als rails. Je kunt rustig met plakkaatverf je gang gaan, aangezien het op waterbasis is. Bevalt het niet, veeg je het er gewoon af.

In natte toestand is de bovenkant van de rails dan weer afgeveegd. Zo ontstaan verroeste rails en bruinaangeslagen bielzen (bij de kolenplaats met veel zwart vermengd). In de verf was een druppel afwasmiddel gedaan, om het goed te laten vloeien. Hierna is er met een kwast dikke behangplaksel gesmeerd, zodanig, dat dit de ruimte tussen de bielsen vult. In natte toestand is het (bruine) strooisel aangebracht. Nadat dit opgedroogd is, is de boven- en binnenkant van de rails nogmaals afgeveegd. Meestal wordt in de modelbouw de houtlijmmethode gebruikt, welke een fraaier resultaat geeft, maar daarbij wel weer definitiever is; eenmaal aangelegde rails is niet te hergebruiken. Dat is bij de methode met behangplaksel wél het geval.


De seinen zijn nep; het zijn armseinen van het merk Conrad (via www.conrad.nl te bestellen). Ik heb uit kostenoverwegingen géén spoel gekocht om het sein bewegend te maken.  

Landschapbouw  

De glooiingen zijn gemaakt van verticale stroken golfkarton die haaks op elkaar zijn geplaatst. In elke strook werd een inkeping geknipt waar de andere strook inpast. Zo ontstaat een rasterstructuur van rechtopstaande stroken. Deze zijn afgedekt met 2 lagen krantenpapier. Hierop wordt modelgips gedaan, wat te koop is bij de bouwmarkt. Door het gips - als het bijna droog is - met een stukje golfkarton te bewerken, wordt het mooi ruw van structuur. Als je dat niet doet is het namelijk spiegelglad. Ik heb de wegen (onderkant van hardboard) dus leverkleurig geverfd. Grijs en zwart vallen niet aan te raden en de leverkleur benadert zo het best het gewenste effect. Uiteraard wilde ik geen asfalt namaken gezien het gekozen tijdperk. Eerder was er sprake van een meertje. Deze was donker groen - bijna zwart - geverfd en een aantal keer gelakt met glanslak. Effect was erg mooi, maar het was zodanig kras- en stofgevoelig, dat ik het verwijderd heb. Eén forse kras (van strooisel of iets dergelijks) kan het hele effect van het meertje teniet doen. 

Het modelgips wordt groen geverfd, omdat bergen door de begroeiing altijd groen ogen. Dit geldt dus als basiskleur. Hier overheen wordt behangplaksel gesmeerd omdat dit geen sporen nalaat, goedkoop is en prima lijmt. Over het natte plaksel wordt divers soorten strooisel gestrooid om geen egale begroeiing te krijgen. Rotsen zijn grijs geverfd en daarna met bruine, zwarte (spleten) en witte verf aangetipt op een zodanige wijze dat het het reliëf benadrukt. De bomen zijn talrijk en dus nog in de maak. Ze zijn gemaakt van gevonden takjes (voordeel van N-spoor), waar ik zéér tevreden over ben. Op de bovenkant van de takjes is horizontaal ijzerdraad gedraaid, waarop het ijslands mos rust. Het ijzerdraad is uiteraard ook groen geverfd. De dennenboompjes zijn van Heki. 

Lantaarnpalen en dergelijke zijn van messing van de kleine producent Langley . Dit is goedkoop en zéér de moeite waard. Ze zijn zelden te koop in Nederland aangezien Langley niet verkoopt in Nederland via de winkels, maar af en toe deelneemt aan beursen. Een e-mail aan Langley met de vraag wanneer ze 'in de buurt' zijn geeft keurig antwoord. 

Een speels maar realistisch effect wordt ook verkregen door de telegraafpalen langs het spoor. Dit is eigenlijk een must voor banen in een ouder tijdperk. Deze zijn te koop in de modelspoorwinkel of te bestellen bij Conrad.

Er is gekozen voor een 'stationsgebied' welke in verbinding staat met een denkbeeldige stad aan de linkerkant. Bewust zijn er geen huizen achter het station geplaatst; de stad zou onbenullig klein lijken in verhouding met het station. Nu wordt er gesuggereerd dat de stad aan de linkerkant ligt. 

De muren en het bruggenhoofd zijn gemaakt van karton of balsahout, beplakt met papier. Dit papier is een afdruk van steentjespapier wat ik op de computer gescand heb. Zo kon ik zelf kiezen voor de juiste grootte van de steen. De computer is ook van pas gekomen bij het maken van een reclamezuil, waarbij ik minimale afdrukken heb gemaakt van oude reclames en bij het afdrukken van bordjes langs het spoor waaronder de stationsnamen. 

Weathering  

Zeker stoomlocomotieven zijn in het 'echt' niet zo mooi glanzend zwart als we in de winkel zien. En geen huis heeft zo'n mooi rood dak. Daarom heb ik bijna alles op de baan geweatherd. Weatheren is een term voor het 'verouderen' en in zekere zin ook vervuilen van het heldere plastic. Ik heb daarvoor de meest eenvoudige en minst risicovolle methode gebruikt door een beetje donkergrijze plakkaatverf met een druppeltje afwasmiddel te vermengen. Dit met penseeltje aanbrengen en met wat minimaal water laten uitvloeien. Hierna met doekje overheen vegen. Probeer maar eens op oud bouwpakketje; het is zeer eenvoudig, maar vergroot het effect aanzienlijk.

Elektronische gedeelte 

Puur uit kostenoverwegingen én gezien het feit dat ik geen fulltime 'treinenrijder' ben, heb ik niet gekozen voor een digitaal systeem, maar gewoon analoog. Elk stuk van het spoor is met geïsoleerde raillassen apart aangesloten met een simpel aan/uit-schakelaartje ertussen. Gezien de lengte van de baan bleek het noodzakelijk om extra aansluitingen te maken aan het 'einde' van de baan; de rails geeft namelijk weerstand; de extra aansluiting via koperdraad heft die weerstand op. De baan is 2-sporig; elk spoor heeft zijn eigen transformator. Zo heb ik onderscheid gemaakt tussen een spoor voor de snel- en goederentreinen en één voor de kleine, trage treinen. 

Op de stations zijn een aantal oponthoudschakelaars gebruikt, waardoor de treinen even stilstaan. Echt realistisch stoppen de treinen weliswaar niet (dat kan met digitaal véél beter), maar het maakt de zaak wél levendiger. 

Leuke anekdote: