THE CHIEFS

 

SITTING BULL (1831 - 1890)

Sitting Bull werd, als enige zoon van een invloedrijk Hunkpapa-gezin in 1831 geboren. Hoewel hij vanwege zijn zeer bedachtzame karakter door iedereen ‘langzaam’ werd genoemd, was hij de snelste loper van zijn leeftijdsklasse en doodde al op 10-jarige leeftijd zijn eerste bizonkalf. Toen hij veertien was verrichtte hij zijn eerste krijgsdaad, door midden in het strijdgewoel een coup uit te delen aan een Crow. Al gauw werd duidelijk dat hij ook een bijzonder nauwe relatie had met de bovennatuurlijke wereld, die hem tot visioenenziener en ‘heilig man’ maakte.

De blanken hadden Sitting Bull altijd gewantrouwd. Terwijl andere opperhoofden verdragen met hen tekenden, bestreed hij hen fel. Zijn vooraanstaande positie dankte Sitting Bull aan de reputatie dat hij in de Slag aan de Little Bighorn in 1876 de grootste overwinning ‘van de indianen’ op het leger van de blanken behaald had. In 1877 leidde hij zijn mensen in vrijwillige ballingschap naar Canada. De onderdanen van de Engelse koningin zagen de politieke vluchteling echter niet graag en beperkten zijn bewegingsvrijheid zonder dat zij hem en zijn stam voedselrantsoenen gaven.

Nadat zij al hun bezittingen hadden verkocht en hun paarden al bijna opgegeten, gaven Sitting Bull en zijn laatste volgelingen zich in 1881 over aan de Amerikanen in Fort Randall, North Dakota. Na het opheffen van het grote Sioux reservaat in 1889 en kortingen op de toch al krap bemeten voedselrantsoenen in een tijd van hopeloosheid en vertwijfeling, geloofden veel Lakota in 1890 graag wat de profeet van de Ghost Dance had aangekondigd: de terugkeer van de bizons, de vereniging met de voorouders en het verdwijnen van de blanken. Het leger was bang voor een opstand van de Sioux en vermoedde ten onrechte dat Sitting Bull achter een samenzwering stak en zette hem bovenaan de ‘zwarte lijst’.

Op 15 december 1890 kwam de indianenpolitie voor dag en dauw aan bij de kleine nederzetting aan de Grand River, in South Dakota, om het arrestatiebevel van Sitting Bull ten uitvoer te brengen. De geüniformeerde mannen drongen de twee aan elkaar grenzende blokhutten binnen waarin Sitting Bull met zijn twee laatste vrouwen woonde. Toen zij hem wakker maakten was hij niet bijzonder verrast en bood geen weerstand. Zijn vrouw moest alleen wat kleding uit de andere hut halen, zei hij. Ze maakte echter van de gelegenheid gebruik het hele kamp te wekken waarin de naaste verwanten en trouwste volgelingen van het opperhoofd van de Hunkpapa-Lakota woonden.

Toen Sitting Bull geflankeerd door luitenant Bull Head, de commandant van de groep en politieagent Shave Head in de deur verscheen, hadden zijn vrienden zich al voor zijn huis verzameld, om hem ondanks het politiegeweld op te eisen. Zijn 14-jarige zoon Crowfoot zou hem zelfs hebben beschimpt als lafaard.

Catch The Bear, de lijfwacht van Sitting Bull, opende plotseling het vuur op zijn oude vijand Bull Head. In zijn val wist Bull Head niet alleen zijn gevangene dodelijk te treffen, maar ook agent Red Tomahawk die achter Sitting Bull stond. Het vuurgevecht duurde een uur en kostte Sitting Bull, zeven volgelingen en vijf politieagenten het leven. Het gevecht werd beëindigd door ingrijpen van het leger, dat zich tot op dat moment op de achtergrond had gehouden, hoewel het graag zelf de arrestatie had uitgevoerd. Maar James McLaughlin, de agent van het BIA in het Standing Rock reservaat, had het argument aangevoerd dat het belangrijk was dat Sitting Bull niet door blanken werd gearresteerd, maar door zijn eigen volk. Men wilde van hem geen martelaar maken. Voor degenen die in de indianenpolitie slechts de beulsknechten van de overheid zagen, werd hij toch een martelaar.

GERONIMO (1829 - 1909)

Geronimo was een Bedonkohe-Apache die werd geboren in 1829. Volgens zijn memoires was de gebeurtenis die zijn hele leven zou bepalen, de moord op zijn moeder, zijn vrouw en zijn drie kinderen door Mexicaanse soldaten. Deze in 1858 gepleegde misdaad vormde de aanleiding voor een nooit eindigende veldtocht om wraak, waarin hij de dorpen ten zuiden van de grens beroofde en uitmoordde. De enige keer dat hij hierbij door een vijand gevangen genomen werd, vond plaats in 1877 toen John Clum, de agent van het San Carlos Reservation, hem overrompelde en in ketens geboeid naar het reservaat liet brengen. Daar was de situatie ondraaglijk. Bij de hitte, de insecten en pesterijen van de ambtenaren plus de onenigheid tussen de diverse Apache-groepen die hier waren samengebracht, kwamen nog de duistere praktijken van de nieuwe agent, die de regering met geld en de indianen met hun rantsoenen bedroog.

Geronimo verbleef er maar kort. Hij brak uit en vluchtte naar Mexico. Weliswaar keerde hij in 1880 vrijwillig terug, maar al in het voorjaar van 1881 vertrok hij met 70 aanhangers weer naar Mexico, nadat soldaten in Cibecue in het wilde weg waren gaan schieten vanwege een in hun ogen gevaarlijk ritueel.

In 1883 kreeg generaal George Crook  de opdracht om de voortvluchtige Chiricahua te arresteren. Gesteund door 200 Apache-verkenners lukte het Crooks troepen door te dringen in het gebied waarheen de Chiricahua waren gevlucht. Geronimo gaf zich tijdens de onderhandelingen over en keerde in maart 1884 terug naar San Carlos, waar de Chiricahua onder toezicht van het leger werden gesteld. Dit aanvankelijk succesvolle idee leidde tot onenigheid met de civiele ambtenaren van het reservaat, die hun autoriteit bedreigd zagen. Toen het voor de Apache geldende alcoholverbod werd uitgebreid tot hun zelfgemaakte maisbier, braken de Chiricahua onder leiding van Geronimo opnieuw uit, dit keer met zijn vriend Naiche, de zoon van Cochise en het eigenlijke opperhoofd van de Chiricahua.

Crook zette met 3000 man de achtervolging in. Toen hij Geronimo na lange tijd eindelijk te pakken had, beloofde de rebel dat hij zich direct zou overgeven. Maar hij verdween nog diezelfde nacht. Hij werd vergezeld door slechts 20 krijgers en evenveel vrouwen en kinderen. Crook werd vanwege zijn onvoorzichtigheid berispt en vroeg beledigd om ontheffing van zijn commando. Zijn plaats werd ingenomen door Nelson Miles en de troepen werden uitgebreid tot 5000 man. Ondanks dit honderdvoudige overwicht waren de vluchtende Apache niet te pakken te krijgen en in het Amerikaans zuidwesten brak paniek uit.

Pas in september 1886 legde Geronimo voorgoed de wapens neer. Samen met de vluchtelingen werden alle Chiricahua uit het reservaat naar Florida gedeporteerd terwijl Geronimo en Naiche ondanks vroegere afspraken van hun gezinnen werden gescheiden. In Fort Marion, waar plaats was voor maximaal 75 mensen, arriveerden er bijna 500. Ruim 100 stierven onder de ondraaglijke omstandigheden. In 1894 werden de overlevenden naar Oklahoma gebracht, naar Fort Sill, waar ze een nieuw leven trachtten op te bouwen.

De oude Geronimo werkte als boer, maar gebruikte zijn populariteit als bron van inkomsten door souvenirs te maken en zijn handtekening te verkopen. In 1905 dicteerde hij, nog altijd als krijgsgevangene, zijn levensverhaal. Zijn neef Daklugie, die het voor hem vertaalde, vertelde later dat het Geronimo altijd heeft gespeten dat hij zich heeft overgegeven. In 1909 stierf Geronimo als hoogbejaard man aan een longontsteking, die hij na een drinkgelag had opgelopen.

NAICHE (1857 - 1921)

Naiche was de jongste zoon van Apache-leider Cochise. Al op jonge leeftijd leidde hij vele rooftochten tegen de blanke kolonisten. Toen zijn oudere broer Taza overleed aan longontsteking in 1876, werd hij chief van de Chiricahua-Apaches. In 1879 verzette Naiche zich tegen de verplaatsing naar het San Carlos Apache reservaat en ging met de groep van Geronimo naar Mexico.

Terwijl zij zich ophielden in de Sierra Madre ten zuide van Rio Grande, overvielen Naiche en Geronimo nagenoeg ongestraft Amerikaanse en Mexicaanse gemeenten. Terwijl Naiche toendertijd de erfelijke chief van de Chiricahua Apaches was,  werd Geronimo als de grote leider gezien en waarschijnlijk overtuigde hij Naiche, de jongere man, om zijn leiding te erkennen gedurende deze campagnes. Het Amerikaanse leger was constant op jacht naar de rebellerende Chiricahua Apaches, tot Naiche zich op 25 mei 1883 overgaf aan generaal George Crook.

Korte tijd verbleven Naiche en Geronimo in het San Carlos reservaat maar in 1885 vertrokken beide leiders met zo’n 100 man, in een laatste poging onder de Amerikaanse controle uit te komen. Rond september 1886 konden Apache-scouts en het Amerikaanse leger de vluchtelingen opdrijven in het onherbergzame gebied van Mexico. Vlak nadat de Chiricahuas gevangen genomen waren, werden Naiche, Geronimo en hun mannen opgesloten in Fort Marion in Florida. Later werden zij verplaatst naar Mount Vernon Barracks in Alberta. Naiche en zijn mannen wilden terugkeren naar Arizona, maar kwade blanke kolonisten hielden de terugkeer tegen.

Nadat Kiowa en Comanche chiefs de Chiricahua-Apaches hadden uitgenodigd om hun reservaat met hen te delen, werden Naiche en 295 andere Apaches verplaatst naar Fort Sill, Oklahoma op 4 oktober 1895.  Naiche bleef in Oklahoma tot 1913.  Mogelijk keerde hij daarna terug naar het zuidwesten, waar hij acht jaar lang in vrede leefde. In 1921 stierf hij in het Mescalero reservaat in New Mexico aan griep.

Chief Joseph (1840 -1904)

Hunmató Wyalahtqit werd geboren in het gebied dat vanwege het landschap tegenwoordig het Zwitserland van Noord Amerika wordt genoemd. Omdat zijn vader één van de eerste Nez Perce was die door de zendeling Henry Spalding gedoopt werd onder de naam Joseph, werd de zoon door de blanken Chief Joseph junior genoemd. Joseph senior, opperhoofd van de Nez Perce in het Wallowa-dal keerde na zijn bekering tot het Christendom terug tot het traditionele geloof, de Washat- of droomreligie. Hij was diep teleurgesteld in de zendelingen, die steeds meer blanken het land binnenvoerden, verschoond leken te blijven van de zware epidemieën en zich met hun ruwe manieren steeds minder geliefd maakten.

Andere opperhoofden namen het christelijke geloof overen ook het door de zendelingen en de Amerikaanse regering vastgestelde besturingssysteem, waarin de Hal-hal-tlos-tsot, met de Engelse naam Lawyer, tot ‘bovenopperhoofd’ werd verklaard. Hoewel Lawyer slechts voor de helft van het volk kon spreken, ondertekende hij (onrechtmatig) in 1863 namens alle Nez Perce een verdrag waarmee het eens zo grote gebied werd gereduceerd tot een klein reservaat.

Traditioneel georiënteerde opperhoofden als Joseph senior accepteerden dit verdrag echter niet aangezien ze er niet aan dachten hun land op te geven, dat hen in 1855 in een verdrag was toegezegd. In 1871 stierf Joseph senior. Zijn zoon, die tot zijn opvolger was gekozen, weigerde net als zijn vader het Wallowa-dal te verlaten en zich in het in Idaho gelegen reservaat te vestigen tussen de bekeerde ‘verdragsindianen’.

Tot 1877 konden hij en zijn groep de groeiende druk van de oprukkende kolonisten weerstaan. Daarna stelde generaal Howard hem een laatste ultimatum om te verhuizen. Om hun vrijheid te behouden moesten ze vertrekken en in de hoop bij hun bondgenoten, de Crow, als bizonjagers te kunnen leven trokken zij dwars door de Rocky Mountains naar het oosten. Daar aangekomen bleek dat ze geen enkele steun te verwachten hadden en dat zelfs enkele van hun vroegere vrienden door de soldaten als spionnen tegen hen in dienst waren genomen. Hun laatste uitweg leek de vlucht naar het Britse Canada te zijn.

Ondanks hun behendigheid en de schermutselingen waarbij de indianen de soldaten behoorlijke verliezen konden toebrengen, werden Joseph en zijn groep uiteindelijk toch krijgsgevangen gemaakt. Met de vele gewonden en de uitgeputte en uitgemergelde vrouwen en kinderen was ontsnappen niet meer mogelijk.

Zij werden naar Oklahoma getransporteerd, waar bijna een kwart van hen aan malaria overleed. In 1885,  na verscheidene bezoeken van Joseph aan de hoofdstad Washington, mochten ze terug naar het noordwesten, naar het Colvill-reservaat. Daar bleef Joseph, ondanks alle pesterijen van de kant van het bestuur, tot zijn dood in 1904 een hardnekkig aanhanger van de oude levenswijze. Op de dag van zijn overgave aan de VS-officieren generaal Oliver Howard en kolonel Nelson Miles in de Bear Paw Mountains in het noorden van Montana, op 5 oktober 1877, sprak Joseph de volgende woorden: “Luister, mijne bevelhebbers! Ik ben moe. Mijn hart is ziek en bedroefd.Vanaf daar waar de zon nu staat, zal ik niet langer vechten”. Dit zijn vermoedelijk de bekendste overgeleverde woorden van een indiaan.

 

CRAZY HORSE (1849 - 1877)

Crazy Horse stond bij zijn volk bekend als een fantastisch leider, die er alles aan deed om de waarden en tradities van het leven van de Lakota’s te beschermen en te bewaren. Zelfs als jongeman was Crazy Horse een legendarische krijger. Hij vocht in de oorlog van 1865 tot 1868 (tegen Amerikaanse kolonisten in Wyoming) die geleid werd door Oglala Chief Red Cloud. Crazy Horse speelde een sleutelrol bij de vernietiging van William J. Fetterman’s brigade bij Fort Phil Kearny in 1867.

Hij verdiende zijn reputatie niet alleen door zijn bedrevenheid en lef tijdens gevechten, maar ook doordat hij bleef vechten om de traditionele levenswijze te behouden. Hij weigerde toe te staan dat er ooit een foto van hem werd gemaakt. Ook vocht hij tegen Amerikaanse inbreuk op het land van de Lakota’s, die volgde op het verdrag van Fort Laramie in 1868 en was hij in 1873 betrokken bij een aanval op een groep zogenaamde ‘toezichthouders’ die door generaal George Armstrong Custer naar de Black Hills was gestuurd. Toen het Oorlogs Departement in 1876 alle Lakota groepen in reservaten hadden verdeeld, kwam Crazy Horse in opstand en leidde een verzetsgroep. Hij verzamelde 1200 Oglala en Cheyenne in zijn kamp en zorgde ervoor dat generaal George Crook op 17 juni 1876 terugkeerde toen deze probeerde op te rukken bij Rosebud Creek, in een poging het kamp van Sitting Bull bij Little Bighorn te bereiken. Na deze overwinning vocht Crazy Horse samen met Sitting Bull en leidde hij zijn groep op 25 juni in de tegenaanval die Custers 7e cavalerie vernietigde.

Na de overwinning bij Little Bighorn gingen de chiefs Sitting Bull en Gall naar Canada, maar Crazy Horse bleef om te vechten tegen generaal Miles toen deze de Lakota’s en hun bondgenoten achtervolgde in de winter van 1876-1877. Deze constante militaire teistering en de afname van de bizonpopulatie dwongen Crazy Horse zich over te geven op 6 mei 1877. Hij was de laatste overgebleven Chief die zich over moest geven op Sitting Bull en Gall na. Ondanks dat hij zich gewonnen gegeven had, bleef Crazy Horse een onafhankelijke geest en in september 1877, toen hij het reservaat verliet zonder de machtiging om zijn zieke vrouw naar haar ouders te brengen, wilde generaal Crook hem laten arresteren uit angst dat Crazy Horse een gevecht tegen hem aan het voorbereiden was. In eerste instantie verzette Crazy Horse zich niet tegen zijn arrest, maar toen hij in de gaten kreeg dat hij naar een politiebureau gevoerd werd begon hij zich te verzetten. Terwijl een van de officieren zijn armen vast hield, werd Crazy Horse door een soldaat met een bajonet doodgeschoten.

RED CLOUD (1822 - 1909)

Red Cloud werd gezien als een van de belangrijste Lakota-leiders van de negentiende eeuw. Over zijn jeugd is niet veel bekend. Hij is geboren in Nebraska, in de buurt van Platte River. Zijn moeder was een Oglala en zijn vader een Brulé, die stierf in Red Clouds jeugdjaren. Red Cloud groeide op in het gezin van zijn oom, Chief Smoke. Een groot gedeelte van zijn jonge leven bracht Red Cloud door in oorlog, vaak tegen de Pawnee en de Crow, soms tegen andere Oglala’s. In 1841 doodde hij een van zijn ooms grootste rivalen, een gebeurtenis die de Oglala verdeelde voor de komende 50 jaar. Hij was een vooraanstaand man in de Lakota-natie voor zijn leiderschap in oorlogen tegen de Pawnees, de Crow, de Utes en de Shoshones. Gevechten die allemaal gingen om het veroveren van land.

In het begin van 1866 leidde Red Cloud de meest succesvolle oorlog tegen Amerika die ooit door een Indiaanse natie gevoerd is. Het leger was begonnen met het bouwen van forten langs de Bozeman Trail, die dwars door het Lakota gebied liep. Toen de karavanen mijnwerkers en kolonisten begonnen het Lakota land over te steken, werd Red Cloud  opgejaagd door het visioen over de uitdrijving van de oostelijke Lakota’s door Minnesota in 1862 en 1863. Dus voerde hij een aantal aanvallen uit op de forten. Meest merkwaardig daarbij was de verpletterende manier waarop hij luitenant-kolonel William Fetterman’s troep van 80 man versloeg net buiten Fort Phil Kearny, Wyoming, in december 1866.

De strategieën van Red Cloud waren zo succesvol dat de Amerikaanse regering in 1868 instemde met het verdrag van Fort Laramie. De opmerkelijkste wetsbepaling van het verdrag was dat de Verenigde Staten de forten langs de Bozeman Trail zouden verlaten en de Lakota hun bezit garandeerden, wat nu de westelijke helft van Zuid Dakota is, inclusief de Black Hills en een groot deel van Montana en Wyoming.

De vrede bleef natuurlijk niet gehandhaafd. Custer’s Black Hills expeditie in 1874 bracht oorlog aan de noordelijke plains, een oorlog die een eind maakte aan de onafhankelijkheid van de Indiaanse volkeren. Red Cloud vocht niet mee met de andere grote leiders als Crazy Horse en Sitting Bull in de oorlog van 1876-1877. Nadat het leger het Lakota volk verslagen had, bleef Red Cloud toch vechten voor de rechten en behoeften van zijn mensen.

In de jaren 1880 streed hij met Pine Ridge Indiaans Agent Valentine McGillycuddy over de distributie van voedselpakketten van de regering en de controle van de Indiaanse politiemacht. Uit angst voor de aanwezigheid van het leger in zijn reservaat, zag Red Cloud af van de Ghost Dance beweging en anders dan Sitting Bull en Big Foot ontkwam hij ongedeerd aan de bezetting van het leger. Daarna bleef hij vechten voor het gezag van Chiefs zoals hij zelf, vechtend tegen de pacht van Lakota land aan de blanken en vergeefs vechtend tegen de verdeling van de Indiaanse reservaten in indiviuele gebieden, zoals gesteld was in de Dawes Act in 1887. Red Cloud stierf in  1909, maar zijn lange complexe leven blijft getuigen van de vele verschillende wegen waarop de Indianen zich verzetten tegen de veroveringen van hun land

TECUMSEH (ca. 1768 - 1813)

Shawnee Tecumseh, een van de beroemdste inheemse Amerikanen is een man zonder gezicht. Net als bij de Lakota Crazy Horse, waarvan ook geen portret bestaat dat zeker het zijne is, heeft dit er toe bijgedragen dat bij het ontstaan van de ‘mythe van Tecumseh’ de fantasie de vrije loop had. Er zijn maar weinig feiten bekend.

Zijn vader, een krijger, stierf in 1774 toen Tecumseh ongeveer 6 jaar oud was. Zijn moeder, een Creek uit het zuiden, keerde enkele jaren later naar haar geboortegrond terug. Tecumseh groeide op onder het toeziend oog van zijn zuster in Ohio. Samen met zijn broer deed hij al jong ervaring op in het voeren van oorlog.

In 1805 raakte zijn broer, een notoire dronkaard, bij het aansteken van zijn pijp in een zo diepe trance dat men hem voor dood hield. Toen hij weer tot bewustzijn kwam, vertelde hij van een bezoek aan de Heer van het Leven en van de leer die hij van hem ontvangen zou hebben. De enige kans voor de inheemse bewoners van Amerika om terug te keren naar het gelukkige leven van voor de komst van de blanken, bestond uit het zich volledig afwenden van alle verlokkingen die de handelaren te bieden hadden: alcohol, ijzeren werktuigen en textiel. Maar ook de veel gepraktiseerde hekserij en het onderhouden van meer vrouwen tegelijk moesten worden verboden. Uiteindelijk moesten volgens de aanwijzingen die hij tijdens het visioen ontving, alle honden worden gedood.

Tenskwatawa, zoals de broer van Tecumseh zich noemde, had de gave van de profetie ontvangen.Een door hem voorspelde zonsverduistering in de zomer van 1806 overtuigde ook de laatste twijfelaars. De nieuwe leer verspreidde zich snel over de regio.

Tecumseh begon nu ook leerstellingen te verkondigen die gericht waren op stamoverschrijdend publiek. Uit de aanwijzing van de Heer van het Leven leidde Tecumseh af dat de stammen voortaan hun land gemeenschappelijk moesten beheren en verder afstaan van land tegengaan. Tegen de blanken uitte hij zijn uitgangspunt in de pakkende formule: “De aarde is mijn moeder en aan haar borst wil ik rusten”.  Deze rond 1810 gedane uitspraak van Tecumseh is overigens de oudste ‘indiaanse’ voorstelling van Moeder Aarde in Noord Amerika en hij kan dan ook als de uitvinder ervan worden aangewezen.

Zijn poging om de stammen van het Midden Westen en zuiden tot een machtige alliantie te verenigen, had weinig succes. Hij wekte meer belangstelling bij de Britten in Canada die zich nog steeds beklaagden over het verlies van hun kolonie en die in de Shawnee en zijn vermeende leger een bondgenoot in de strijd tegen de Verenigde Staten zagen. Bij het uitbreken van de Engels-Amerikaanse Oorlog van 1812 - 1814 stond Tecumseh met zijn krijgers aan de kant van de Engelsen. Toen de Britten de oorlog aan het noordelijk front al zo goed als verloren hadden en zich op de terugtocht bevonden, probeerde Tecumseh hen voor de laatste maal tot een gevecht met de Amerikanen aan te zetten.

Aan de Thames River trok het Britse leger zich echter schielijk terug en liet het slagveld over aan Tecumseh, die daar op 5 oktober 1813 om het leven kwam. Zijn lichaam kwam in een massagraf terecht en volgens de inheemse mythe is zijn lijk nooit gevonden.

Victorio ( ca. 1825 - 1880 )