Logo

Home
Gedichten
Biografie
Publicaties
Contexten
Links

Saint-John Perse

Een korte introductie

Saint-John Perse De Franse dichter Saint-John Perse (pseudoniem van de diplomaat Marie-René Alexis Saint-Leger Leger, 1887-1975) studeerde o.a. rechten en handelswetenschappen en trad in 1914 in diplomatieke dienst. Hij was consul te Sjanghai, gezantsschapssecretaris te Peking en werd in 1921 afgevaardigd naar de ontwapeningsconferentie in Washington. In 1925 werd hij kabinetssecretaris van minister Briand en in 1933 secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij speelde een zeer belangrijke rol in de Franse politiek, tot hij in 1940 door de inval van de Duitsers - die hem tot de belangrijkste vijand binnen Frankrijk rekenden - genoodzaakt werd naar Engeland te vluchten. Na een kort verblijf vertrok hij naar de Verenigde Staten waar hij in Washington de functie aanvaardde van conservator van de Library of Congress. Pas in 1959 keerde hij naar Frankrijk terug waar hij sindsdien van ieder jaar een helft doorbracht; de andere helft verbleef hij in de Verenigde Staten.

Geheel los van zijn politieke carrière staat de ontwikkeling van Leger als dichter. Onder het pseudoniem Saint-Leger publiceerde hij verzen in de NRF (1909) die onmiddellijk de aandacht trokken. Zijn naam werd definitief gevestigd met de bundel Éloges (1911), waarin hij zijn jeugd op Guadeloupe evoceerde. Een uitermate belangrijke publicatie is het epos Anabase (1924), geïnspireerd door een tocht door de Gobi-woestijn. De vorst die als avonturier door onbekende tijden en ruimten reist en doordringt in een mysterie, vormt het thema dat het werk van Saint-John Perse bepaalt. Deze queeste naar een mythisch en sacraal universum wordt opgeroepen in een plechtig hiëratisch taalgebruik, met lange, golvende episodes en zeer veel codewoorden uit verschillende vakgebieden (jacht, botanie, mineralogie, medicijnen, geografie). Dit grootse werk - en direct een van de zuiverste gedichten uit de wereldliteratuur (M. van Buuren, 1999) - werd in vele talen vertaald, o.a. in het Engels door T.S. Eliot (1930), in het Nederlands door J.Th. Stakenburg (1971) en door A. Schaalma (1999). Dezelfde magie van woorden en ritmen is terug te vinden in Exil (1942), een groots werk dat herinnert aan sacrale oosterse teksten, Homeros en Pindaros. Het boek werd o.a. in het Nederlands vertaald (1963) door zijn collega schrijver-diplomaat F.C. Terborgh. De tocht naar het absolute is ook te vinden in zijn latere werken Vents (1946), Amers (1953) en Chronique (1960), waarin telkens de historische realiteit getransponeerd wordt naar een mythische en kosmische, onbereikbare droom.
Zijn in het algemeen gesproken raadselachtige en hermetische werk won in 1960 groot aanzien door de toekenning van de Nobelprijs voor letterkunde.



© 2000-2002 Albert Schaalma
Webdesign Simon Plantinga