Stukje van Kareljan Schoutens, verschenen in het faculteitsblad
"Afleiding", nummer 2, maart 1997.
Physics at the Edge
De titel van dit stukje klinkt beter in het engels
en is daarom onvertaald gelaten. In letterlijke zin
verwijst `edge' naar de rand van een twee-dimensionaal
electronengas in een zogenaamde quantum Hall toestand.
In figuurlijke zin doelen we op de cutting edge
van het onderzoek naar gecorreleerde electronen.
Het is namelijk gebleken dat een aantal van de nieuwste
theoretische ideeën over het effect van interacties
op electronen in experimenten aan randen van quantum Hall
systemen direct geverifieerd kan worden. In dit stukje
een kort relaas van deze ontwikkelingen.
Gecorreleerde electronen
De eigenschappen van een vrij electronengas zijn in
de jaren '20 door Pauli begrepen aan de hand van zijn
befaamde uitsluitingsprincipe. We weten echter allemaal
dat electronen nooit als vrije deeltjes voorkomen: er
is altijd de Coulomb afstoting en meestal vinden
interacties plaats met de omgeving (bijv. roostertrillingen
of onzuiverheden). Ons begrip van de correlaties die het
gevolg zijn van zulke interacties is nog beperkt omdat
het domweg niet mogelijk is het gedrag van grote aantallen
electronen met interacties door te rekenen. Natuurlijk
hebben we in de loop van meer dan 50 jaar wel het één
en ander geleerd. Zo weten we dat er situaties zijn
waarin het vrije electronengas (met kleine correcties) een
redelijke beschrijving geeft (bijv. voor goede metalen). Daar
staan tegenover situaties waarin het gedrag radicaal anders is,
zoals in supergeleiders en in materialen die door de
effecten van interacties isoleren in plaats van geleiden.
In het verleden is verrassend gedrag van electronen met
interacties meestal eerst experimenteel gevonden en pas
daarna theoretisch begrepen. Eén van de grote uitdagingen
voor de `Theorie van de Gecondenseerde Materie' blijft
daarom het verbeteren van het theoretisch begrip van
gecorreleerde electronen.
Quantum Hall effect
Een bijzonder spectaculair voorbeeld van onconventioneel
gedrag van electronen is het quantum Hall effect (qHe). Dit
effect treedt op wanneer een twee-dimensionaal electronengas
in een sterk transversaal magnetisch veld wordt geplaatst.
Fig. 1 geeft experimentele curves voor de diagonale (normale)
weerstand rho_{xx} en de Hall weerstand rho_{xy},
als functie van de sterkte van het magnetisch veld. Typerend
zijn de plateaus, waarop de Hall weerstand met
grote precisie gequantiseerd is op waardes (nu e^2/h)^{-1}.
Hierin is e de electronlading, h de constante van Planck
en `nu' een geheel getal (1,2, etc: het heeltallige qHe) of een
eenvoudige breuk (zoals 1/3, 2/5, etc: het fractionele qHe).
In het oorspronkelijke artikel van von Klitzing et al.
werden voor nu=1 plateaus gerapporteerd met een precisie van
5 ppm; inmiddels is de precisie opgevoerd tot tenminste
0.01 ppm oftewel 10^{-8}.
Een meting van een plateau-waarde van de Hall weerstand is
tevens een precisiemeting van de fijnstructuurconstante
alpha = (mu_0 c / 2) * (e^2 / h).
(De waarde van de lichtsnelheid is gedefinieerd als
299 792 458 m/s en mu_0=4 pi*10^{-7} H/m.) Het is
opmerkelijk dat deze fundamentele natuurconstante (met de
bekende James Bond waarde van alpha ongeveer .007) in een
wanordelijk veel-deeltjes systeem met grote precisie gemeten
kan worden!
Het theoretisch begrip van de verschijnselen rond het qHe
(waarvan de quantisatie van de Hall weerstand er maar één is)
berust op een analyse van het effect van wanordelijke
onzuiverheden én electron-electron interacties. Quantum Hall
systemen bieden een uniek `laboratorium' waarin deze effecten
onderzocht en begrepen kunnen worden. Dit programma vormt
één van de zwaartepunten van het onderzoek van A.M.M. Pruisken
en ondergetekende aan deze faculteit.
In een bekende en nuttige analogie wordt een electronengas
in een qHe toestand vergeleken met een `druppel' van een
onsamendrukbare vloeistof. Deze analogie maakt meteen duidelijk
dat dichtheidsgolven in zo'n systeem noodzakelijkerwijs langs
de (één-dimensionale) rand lopen. Meer in het algemeen kan
gesteld worden dat bij voldoende lage temperaturen belangrijke
fysische processen (zoals ladingstransport) zich effectief
afspelen aan de rand van een qHe sample. Op die manier
beschikken we dus over een experimentele realisatie van
gecorreleerde electronen in één dimensie!
Voordat we de recente experimenten aan qHe randen bespreken
eerst iets over de theorie.
Conforme veldentheorie
De theoretische analyse van qHe `randverschijnselen' gebruikt
o.a. technieken uit de quantum veldentheorie, om precies te
zijn uit de zgn conforme veldentheorie.
Deze conforme veldentheorie is zonder twijfel één van
de specialiteiten van de Theoretische Fysica in Nederland.
Sinds dit onderwerp in 1984 in zwang raakte is met name
vanuit Utrecht en Amsterdam een aantal belangrijke bijdrages
geleverd. Het is bekend dat conforme veldentheorie
toepassingen heeft in snaartheorie en in de theorie voor
kritische verschijnselen. Wat minder bekend is, is dat ook in
de Gecondenseerde Materie belangrijke
toepassingen liggen. Het is zelfs zo dat op dit moment een
aantal van de meest gedetailleerde voorspellingen (zoals die
gebaseerd op de Verlinde formule) alleen in de Gecondenseerde
Materie arena experimentele betekenis heeft.
Toegepast op qHe randen geeft conforme veldentheorie precieze
relaties tussen direkt meetbare grootheden. Met name kan worden
berekend hoe tunnelstromen afhangen van de temperatuur en van
de aangelegde spanning. De voorspellingen hebben in het algemeen
de vorm van machtwetten en wijken (in het fractionele regime) af
van de resultaten voor een vrij electronengas. In werk van met
name Kane en Fisher is dit alles in detail uitgewerkt.
Experimenten
We zijn nu aangeland bij de jongste geschiedenis van dit
onderwerp, waarin theoretische voorspellingen voor qHe randen
direct vergeleken zijn met experimentele resultaten. Uiteraard
hebben dergelijke experimenten nogal wat voeten in aarde. Om
een twee-dimensionaal electronengas te realiseren worden electronen
ingevangen in een grenslaag tussen twee halfgeleiders (GaAs en
AlGaAs). Vervolgens worden puntcontacten aangebracht waarmee
de electronen gestuurd kunnen worden. Het geheel wordt dan in
een sterk magnetisch veld gebracht (enkele Tesla's) en
bestudeerd bij voldoende lage temperaturen (vanaf enkele mK).
In een experiment van Milliken et al. werd een tunnelstroom
tussen twee randen van een rechthoekig nu=1/3 qHe
sample gemeten, als functie van de temperatuur en van een
aantal stuurparameters (fig.2). Chang et al. gebruikten een
systeem waarin electronen vanuit een gewoon metaal naar een
nu=1/3 rand kunnen tunnelen. Met name dit laatste experiment
heeft het theoretische beeld van de qHe randen duidelijk bevestigd:
de gemeten stroom-spanning karakteristiek (fig. 3) stemt in goede
benadering overeen met het theoretische resultaat en de
temperatuur-afhankelijkheid is eveneens in overeenstemming met de
theorie.
Quasi-deeltjes aan de rand
Er is dus nu experimentele bevestiging voor geheel nieuwe
electrontoestanden (in het jargon aangeduid als Luttinger
Liquids aan de rand van qHe systemen. Wij hebben onlangs
voorgesteld om deze specifieke toestanden te beschrijven in
termen van quasi-deeltjes. Voor het concrete geval van de rand
van een nu=1/3 qHe toestand hebben die quasi-deeltjes lading
e/3 en voldoen ze aan een specifieke vorm van `fractionele
statistiek' (het zijn dus
géén fermionen!). In eerder werk hebben we al aangetoond dat
de conforme veldentheorieën voor qHe randen en aanverwante
systemen kunnen worden geanalyseerd met behulp van zulke
quasi-deeltjes. Op die manier zijn o.a. nooit-vermoede symmetrieën
(zoals Yangiaanse quantum groepen!) in conforme veldentheorie
aan het licht gekomen. Dat er met quasi-deeltjes voor qHe randen
uitstekend gerekend kan worden is al aangetoond door Fendley, Ludwig
en Saleur, die m.b.v. quasi-deeltjes een schaalcurve voor de
tunnel-geleiding in het Milliken et al. experiment exact
hebben berekend.
Tenslotte
De hier geschetste stand van zaken is een momentopname die
alweer heel snel verouderd zal zijn. Met een knipoog naar de
woordspeling aan het begin van dit stukje mogen we nu reeds
concluderen dat de hier besproken `randverschijnselen' een
unieke plaats innemen in de studies van gecorreleerde
electronen.
Literatuur
-
Physics Today, Search and Discovery, juni 1994
-
(experimenten)
F.P. Milliken, C.P. Umbach en R.A. Webb,
Solid State Comm. 97, 309 (1996);
A.M. Chang, L.N. Pfeiffer en K.W. West,
Phys. Rev. Lett. 77, 2538 (1996).
-
(theorie)
C.L. Kane en M.P.A. Fisher,
Phys. Rev. Lett. 68, 1220 (1992);
P. Fendley, A.W.W. Ludwig en H. Saleur,
Phys. Rev. Lett. 74, 3005 (1995);
A.M.M. Pruisken en K. Schoutens,
preprint ITFA-96-54,
cond-mat/9701221.
Terug naar
Boris Skoric's quantum Hall bladzijde.