Overzicht van de inhoud van de verschillende
projecten.
Projecten van de Plusklas
Project Mensenhuizen en dierenhuizen. ( onderbouw project )

Doelgroep.
Het project WATER is geschreven voor kinderen uit
de groepen 6- 7- 8 van de basisschool en de groepen 1-2 onderbouw van het
Voortgezet Onderwijs.
Doel:
Het is doel van dit project:
De kinderen hebben kennis
gemaakt door middel van proefjes met de verschillende eigenschappen van het
element water.
De kinderen hebben kennis van
de waterkringloop en de verschillende verschijningsvormen van water, zoals
beek, ven, rivier, meer.
De kinderen hebben kennis van
de problematiek rondom watermanagement, zowel in de Westerse landen als in de
Ontwikkelingslanden met betrekking tot landbouw en huishoudelijk gebruik.
Korte inhoud.
Na een algemene inleiding
waar de kinderen kennis maken met het element water, wordt er in
hoofdstuk 2 de eigenschappen van water behandeld. Door middel van
proefjes ervaren de kinderen zelf deze eigenschappen en de verschijningsvormen
in de natuur. Hoofdstuk 3 gaat in op de kringloop van het water, de
ondergrondse voorraad en de watervoorraad in de woestijn. Hoofdstuk 4 behandelt
de effecten van stromend - en stilstaand water. Er worden
verbanden aan gebracht naar de eigen omgeving of in de wereld. In hoofdstuk 5
wordt de “macht en de kracht” van het water besproken. Er wordt dieper
ingegaan op de mogelijkheid voor duurzame energie met behulp van waterkracht.
Ook hier wordt steeds verwezen naar toepassingen in de wereld.
Hoofdstuk 6 neemt de kinderen
mee naar de diepten van de oceanen. Hoofdstuk 7 behandelt de relatie
tussen water en de mens met betrekking tot diverse aspecten van het
Menselijk leven. Ook watervervuiling en de mogelijke oplossingen worden in dit
hoofdstuk besproken. Hoofdstuk 8 geeft inzicht met betrekking tot het
gebruik van water in de landbouw gekoppeld aan de problematiek
van watermanagement.
Hoofdstuk 9 nodigt de
kinderen uit om na te denken over de problematiek rondom “veranderend
klimaat en de effecten” . Het project wordt afgesloten met een opsomming
van spreekwoorden, die te maken hebben met water en een lijst van
internetlinks voor meer informatie.
Extra materialen:
In de Plusklas zijn
verschillende boeken over Water o.a. de vier grote rivieren.
Daarnaast is er de
videoserie: Water, a drop of Life van Discovery Channel aanwezig. Deze serie
bestaat uit een zevental banden van ongeveer 45 min., welke goed aansluiten bij
de verschillende hoofdstukken van het project. Het is leerzaam om de
verschillende besproken aspecten te zien in de maatschappelijk, culturele
omgeving.

Doelgroep.
Het project Voedsel is
geschreven voor kinderen uit de groepen 6 -7- 8 van de basisschool en de eerste
twee klassen van de onderbouw van het Voortgezet Onderwijs.
Doel van het project:
De kinderen hebben kennis van
de verschillende groepen die behoren tot de voedingsschijf.
De kinderen hebben kennis van
het belang van gezond eten en de effecten ervan op het menselijk lichaam.
De kinderen zijn in staat om
voedingsproducten in verband te brengen met landbouw en veeteelt.
De kinderen hebben kennis van
de verschillende bewerkingen, die de grondstoffen ondergaan voordat het in de
winkel ligt.
De kinderen kunnen een
verantwoord, gezond menu samenstellen.
Korte inhoud.
Met een korte inleiding over
gezonde voeding, proberen we de kinderen te stimuleren om na te denken over het
voedsel, dat zij eten. We geven een korte terugblik over het ontstaan van
landbouw en veeteelt. Vervolgens bieden we de kinderen gerichte informatie over
gezond eten en hoe het dagelijkse voedingspakket eruit zou moeten zien.
De schijf van vier en de
voedingsdriehoek worden geïntroduceerd. N.a.v. deze schema’s gaan we de
voedingsmiddelen volgens de vier groepen behandelen:
Daaropvolgend geven we
informatie over kruiden, specerijen en mineralen. Het project eindigt met
informatie over het belang van gezonde voeding.
Alle kennis, die de kinderen
opgedaan hebben tijdens het verwerken van het project, wordt samengebracht in de
eindpresentatie - opdracht. Er wordt aan de kinderen gevraagd een dagmenu
samen te stellen, waarbij ze moeten aangeven:
-
voor wie ze het
menu opstellen
-
welke
voedingsmiddelen, kruiden, specerijen er gebruikt worden
-
welke
voedingsstoffen, vitamines en mineralen erin voorkomen
-
of het gekozen
menu voldoende calorieën levert en hoeveel
-
welke recepten
zij gebruiken.
In het project zijn tal
van links opgenomen, die de kinderen verder helpen om meer informatie te
vinden over bepaalde onderwerpen.
De kinderen worden
gestimuleerd om bezoekjes te brengen:
-
de supermarkt of
een andere speciaalzaak
-
bedrijven, die
met voedselproductie te maken hebben. ( zie kerndoelen).

Doelgroep.
Het project GEBOUWEN is geschreven voor kinderen
uit de groepen 5- 6 - 7- 8 van de basisschool.
Doel:
Het is de bedoeling van dit
project, dat op het einde, de kinderen een eigen huis hebben gebouwd met behulp
van eigengemaakte baksteentjes of ander materiaal. De verschillende
informatieonderdelen worden geïntegreerd in dit werkstuk. Het is compleet te
maken met een “makelaars- advertentie” door de kinderen.
Korte inhoud.
In dit project wordt aan de
kinderen uitgelegd wat er allemaal komt kijken bij het bouwen van een huis.
Vanaf de aankoop van een stuk grond en de wens een huis te willen bouwen worden
de kinderen geleid langs de deelonderwerpen: het ontwerp, de architect,
bouwvoorschriften, de aannemer, het fundament, het bouwen van een huis door de
verschillende vakmensen, het wensenpakket van de opdrachtgever naar het
uiteindelijke resultaat.
De kinderen worden
gestimuleerd om veel zelf aan de slag te gaan en verschillende proefjes te doen
m.b.t. stabiliteit, metselverbanden, draaglast. Er zijn inschuifopdrachten, die
de kinderen een gelegenheid biedt om een verdiepend uitstapje te maken voor een
van de deelonderwerpen. Tevens worden de kinderen gestimuleerd om bezoekjes te
brengen of deskundigen aan te schrijven, te mailen of bellen en mogelijk uit te
nodigen voor een informatief gesprek in de groep.
Als eindpresentatie -opdracht
wordt aan de kinderen gevraagd om zelf een huis te bouwen volgens de geboden
structuur. Zelf baksteentjes maken ( of ander constructie -materiaal gebruiken)
en metselen van het huis, een stukje interieur ontwerpen en niet te vergeten
een advertentie maken voor je eigen huis.
De lessen zijn onderverdeeld
in middenbouw en bovenbouw.
De bovenbouw kent ook een
aantal keuzelessen – het gaat hier om verdiepende leerstof.
De kinderen zijn wel gebonden
aan de volgorde van de lessen i.v.m. de opbouw van de leerstof.
Weinig tijd of een gemengde
groep. De lessen van de middenbouw kunnen gezien worden als het basisprogramma.
Tussenlessen.
Soms zal het noodzakelijk
zijn om een tussenles in te plannen als een onderdeel door de kinderen niet
beheerst wordt, bijv. perspectieftekenen voor de bovenbouw.
Een aantal rekenaspecten
kunnen betrokken worden bij dit project. Bijv. De plattegrond, het metriek
stelsel – oppervlakte – inhoud – schaalverdeling – inschatten van hoeveelheden
– geldrekenen .
Taal: woordenschat – het opstellen van een advertentie –
lay-out problematiek – het geven van een presentatie – hoofdzaken
onderscheiden.

Doelgroep.
Het project Ridders en kastelen is geschreven voor
kinderen uit de groepen 5- 6 - 7- 8 van de basisschool.
Doel:
De kinderen hebben inzicht en
kennis over het ontstaan van het ridderschap en de taken, die het met zich mee
bracht.
De kinderen hebben kennis
over de ontwikkeling van de kastelen.
De kinderen hebben inzicht
gekregen in een aantal aspecten van het ridder-zijn, die in onze huidige
maatschappij afleidingen daarvan zijn.
Korte inhoud.
De kinderen maken kennis met
het Feodale stelsel ( zie begeleiding) met daaruit voortvloeiend het
Ridderschap. In les 2 maken de kinderen kennis met de verschillende taken van een
ridder. In les 3 gaan de kinderen na de uitleg over de wapenuitrusting van de
ridder zelf aan de slag om een schild, helm, maliënkolder en zwaard te maken.
Les 4 geeft de kinderen inzicht in de opleiding die een jongen moest volgen om
ridder te kunnen worden. Er worden verbanden gelegd naar de dagelijkse
leefomgeving van de kinderen. Les 5 vertelt iets over de heraldiek. Les 6
vertelt over de jacht in de middeleeuwen en de wapens, die men daarbij
gebruikte. Les 7 geeft informatie over de taken en opleiding van de adellijke
meisjes tot Jonkvrouw. Les 8 gaat in op het verschil tussen het leven op het
kasteel en het leven op het platteland. Les 9 en 10 vertelt over de
ontwikkeling van het kasteel. Op het einde van de twee lessen wordt aan de
kinderen gevraagd om zelf een kasteel in het klein te maken. Het project sluit
af met een aantal suggesties voor een presentatie.
Begeleiding.
De lessen zijn niet
onderverdeeld in: middenbouw en bovenbouw. Er is gekozen om achter aan het
project een aantal teksten op te nemen, die verdiepende stof geven over enkele
onderdelen. De kinderen kunnen zelf beslissen of zij daar behoefte aan hebben
of niet. Ook zijn er teksten van hetzelfde onderwerp, maar met een hogere
leesmoeilijkheidsgraad. Schuin-, dik- of gekleurd gedrukte woorden verwijzen
naar verdere informatie. ( Internet)
Voorwaarde:
Het is belangrijk, dat de
leerkracht de eerste les over het FEODALE
STELSEL samen met de leerlingen doorneemt. Stimuleer de leerlingen om op
zoek te gaan naar meer informatie op Internet . Het Feodale stelsel is
belangrijk om de riddertijd goed te kunnen begrijpen. Maak samen met de
leerlingen een op posterformaat organisatie -overzicht van het feodale stelsel.

Doelgroep.
Het project BRUGGEN is geschreven voor kinderen uit
de groepen 5- 6 - 7- 8 van de
basisschool.
Doel:
Het is doel van dit project
is:
De kinderen hebben kennis
gemaakt door middel van proefjes met de verschillende technische aspecten, die
nodig zijn bij het bouwen van een brug.
De kinderen hebben kennis van
de verschillende soorten bruggen.
De kinderen hebben kennis van
de Deltawerken.
Korte inhoud.
In dit project wordt aan de
kinderen uitgelegd wat er allemaal komt kijken bij het bouwen van een brug.
Vanaf de wens een brug te willen bouwen worden de kinderen geleid langs de
deelonderwerpen: het ontwerp, de ingenieur, technische bouwproblemen, het fundament, het bouwen van een brug door
de geschiedenis heen. De kinderen worden gestimuleerd om veel zelf aan de slag
te gaan en verschillende proefjes te doen m.b.t. stabiliteit, buiging-, duw- en
treklast. De Engelse site: www.pbs.online
is hierbij een goede hulp voor kinderen. Ga naar programma’s, kies BUILDING
BIG.
Met dit programma kunnen de
kinderen zelf ervaren wat bijv. trek- of duwbelasting doet. Ze kunnen daarbij
verschillende materialen testen. Er is informatie te vinden over de grootste
bouwwerken onder de verschillende noemers, bruggen, tunnels, dammen.
Er zijn inschuifopdrachten,
die de kinderen een gelegenheid biedt om een verdiepend uitstapje te maken voor
een van de deelonderwerpen. Tevens worden de kinderen gestimuleerd om bezoekjes
te brengen of deskundigen aan te schrijven, te mailen of bellen en mogelijk uit
te nodigen voor een informatief gesprek in de groep.
Verder is de videoband:
“bruggen in Nederland” een goede ondersteuning tijdens de verschillende fasen
van het project. Het aanschouwelijk maken van ophaalbrug -constructies
motiveert de kinderen om zelf aan de slag te gaan met constructiemateriaal.
Bij het onderwerp:
Deltawerken is de videoband van het educatief Centrum Neeltje Jans een
uitstekende ondersteuning.

Doelgroep.
Het project TUNNELS is geschreven voor kinderen uit
de groepen 5- 6 - 7- 8 van de
basisschool.
Doel:
Het is doel van dit project
is:
De kinderen hebben kennis
gemaakt door middel van proefjes met de verschillende technische aspecten, die
nodig zijn bij het bouwen van een tunnel.
De kinderen hebben kennis van
de verschillende soorten tunnels.
De kinderen hebben kennis van
de diverse bouwmethoden en de problemen die daarmee samenhangen.
De kinderen hebben kennis van
de Kanaaltunnel en de Westerschelde .
Korte inhoud.
In dit project wordt aan de
kinderen uitgelegd wat er allemaal komt kijken bij het bouwen van een tunnel.
Vanaf de wens een tunnel te willen bouwen worden de kinderen geleid langs de
deelonderwerpen: het ontwerp, de ingenieur, technische bouwproblemen, het
bouwen van een tunnel door de geschiedenis heen.
De kinderen worden
gestimuleerd om veel zelf aan de slag te gaan en verschillende proefjes te doen
m.b.t. stabiliteit, buiging-, duw- en treklast, de grondsoort. De Engelse site:
www.pbs.online
is hierbij een goede hulp voor kinderen. Ga naar programma’s, kies BUILDING
BIG.
Met dit programma kunnen de
kinderen zelf ervaren wat bijv. trek - of duwbelasting doet. Ze kunnen daarbij
verschillende materialen testen. Er is informatie te vinden over de grootste
bouwwerken m.b.t. tunnels.
Verder worden de kinderen
gewezen op de milieuaspecten bij de bouw van een tunnel.
Er zijn inschuifopdrachten,
die de kinderen een gelegenheid biedt om een verdiepend uitstapje te maken voor
een van de deelonderwerpen. Tevens worden de kinderen gestimuleerd om bezoekjes
te brengen of deskundigen aan te schrijven, te mailen of bellen en mogelijk uit
te nodigen voor een informatief gesprek in de groep.
Verder zijn de videobanden:
de Seikan tunnel, de Kanaaltunnel en de werelds grootste goudmijn een goede
ondersteuning tijdens de verschillende fasen van het project. Het
aanschouwelijk maken van de diverse bouwmethoden en de problemen motiveert de
kinderen om zelf aan de slag te gaan met constructiemateriaal.

Doelgroep.
Het project het Heelal is geschreven voor kinderen
uit de groepen 6- 7- 8 van de basisschool en de onderbouw van het voortgezet
onderwijs.
Doel:
De kinderen inzicht geven in
de opbouw van ons zonnestelsel, de melkweg en de andere sterrenstelsels. De
kinderen verwerven kennis omtrent de negen planeten.
De kinderen leren over de
geschiedenis van de ruimtevaart.
Korte inhoud.
Dit project is opgebouwd uit
verschillende onderdelen, ontleend aan de
internetsites:
een reis door het heelal, de negen planeten,
sterrenkids en aangevuld met andere
internetgegevens, afbeeldingen via Google en vier video-opnamen uit de serie
Teleac
over het Heelal.
Het geheel is bewerkt tot
vijf grote onderdelen, die ter keuze staan van degenen, die ermee willen
werken.
Hoofdstuk 1: ons zonnestelsel
Hoofdstuk 2: de negen planeten
Hoofdstuk 3: de melkweg
Hoofdstuk 4: de intergalactische ruimte
Hoofdstuk 5: de geschiedenis van de
ruimtevaart
Elk onderdeel kent dezelfde
onderdelen:
-
informatie
-
puzzelzoekopdracht
tijdens het verwerken van de informatie
-
maak-doe-opdrachten
-
zoekopdrachten
internet m.b.t. verbreding van het onderwerp
-
eindpresentatie-opdrachten
Bij elk onderdeel is een
overzicht te vinden van verschillende aanvullende internetsites, zowel
Nederlands- als Engelstalig.
Op het einde van het project
is een verklarende woordenlijst te vinden.
Een aantal onderdelen –
hoofdstukken kent een verschil in moeilijkheidsgraad van tekst en
informatie. ( beginners – gevorderden 1 en gevorderden 2 ).
Voor de opdrachten bij de
verschillende teksten is het belangrijk om deze op te zoeken in de
desbetreffende tekst. De opdrachten zijn bruikbaar voor alle teksten.
Extra materialen:
Video serie van Teleac 4
delen.
Video
1: De Oerknal
Video
2: De Sterren
Video
3: De Planeten
Video
4: Buitenaards Leven
Project DIEREN OP DE BOERDERIJ
Project voor Onderbouw.

Doelgroep:
Het
project is geschikt voor de groepen 3-4 van de basisschool.
Er
is een aanvulling opgenomen voor kleuters – bron: digijuf /Internet
Doel van het project.
De
kinderen kennis laten maken met de verschillende dieren van de boerderij, het
werk van de boer. De kinderen kunnen relaties leggen met de dieren van de
boerderij en het eten en drinken in het dagelijkse leven.
Korte inhoud.
Na
een korte algemene inleiding over de boerderij en het ontstaan ervan gaan de kinderen
per hoofdstuk kennis maken met de belangrijkste dieren van de boerderij,
de
koe, het varken, de kip, het paard, het schaap, de geit, de hond en de kat. Er
wordt een verband gelegd tussen de producten, die de kinderen in de winkels
kunnen kopen en het dierenleven op de boerderij.
De
kinderen worden gestimuleerd om kleine invuloefeningen te maken, afbeeldingen
te zoeken, zodat er op het einde een klein werkstukje is ontstaan.
Project voor Bovenbouw.

Doelgroep.
Het project dieren op de boerderij is geschreven
voor kinderen uit de groepen
5- 6 - 7- 8 van de
basisschool.
Doel:
De kinderen hebben op het
einde van het project:
-
kennis van de
belangrijkste dieren van de veehouderij
-
kennis van een
melkveehouderij
-
kennis van een
varkensfokkerij
-
kennis van een
legbatterij en scharrelkippen
De kinderen kunnen het
verband leggen tussen de boerderijdieren en het dagelijkse eten en drinken. De
kinderen worden gestimuleerd om na te denken over een aantal milieuaspecten
m.b.t. veehouderij.
Korte inhoud.
In dit project maken de
kinderen kennis met de belangrijkste dieren op de boerderij, de koe, het
varken, de kip, het paard, het schaap, de geit, de hond en de kat. Door middel
van allerlei opdrachten verzamelen de kinderen gegevens over deze dieren en de
manier waarop de boer deze dieren verzorgd op de boerderij. Het milieu wordt
daarbij niet vergeten. Er worden verbanden gelegd tussen het dier en het
dagelijks leven van de kinderen, bijvoorbeeld over melk, vlees, scharreleieren.

Doelgroep.
Het project GELUID is geschreven voor kinderen uit
de groepen 5- 6 - 7- 8 van de basisschool en kan ook gebruikt worden in de
eerste twee klassen van de onderbouw van het Voortgezet Onderwijs.
Doel van het project.
De kinderen hebben kennis van
de verschillende eigenschappen van geluid(strillingen).
De kinderen hebben kennis van
de verschillende muziekinstrumenten.
De kinderen hebben kennis van
de indeling van muziekinstrumenten.
De kinderen maken kennis met
de positieve - en negatieve aspecten en toepassingen van geluid in onze
samenleving.
Korte inhoud.
Met een korte inleiding over
Wat is geluid maken de kinderen kennis met de verschillende aspecten van
geluid.
In hoofdstuk 2 wordt verteld
hoe het Menselijk oor werkt en welke problemen er kunnen optreden en de
oplossingen ervoor.
In hoofdstuk 3 wordt ingegaan
op de natuurkundige aspecten van geluid. Door middel van proefjes en gerichte
zoekopdrachten maken de kinderen kennis met frequenties, golven,
geluidssnelheid en akoestiek.
In hoofdstuk 4 wordt ingegaan
op het aspect: echolocatie en de toepassingen in de maatschappij.
Hoofdstuk 5 behandelt geluid
en geluiddragers en de ontwikkeling van deze apparaten. In hoofdstuk 6 komt het
onderdeel geluid als muziek aan de orde. De kinderen worden uitgedaagd om zelf
muziekinstrumenten te maken, hoge en lage tonen te vergelijken met
bereikwijdte. Ze maken kennis met de verschillende soorten muziek, van klassiek
tot pop. Daarbij wordt verwezen naar inschuifopdrachten voor verdere
verdieping.
In hoofdstuk 7 gaan we in op
het aspect lawaaioverlast. De kinderen worden uitdrukkelijk uitgedaagd om mee
te denken naar mogelijke oplossingen hiervoor.
In het project zijn tal van
verwijzingen opgenomen, die de kinderen verder helpen om meer informatie te
vinden over een bepaald onderwerp. Tevens worden de kinderen gestimuleerd om
bezoekjes te brengen of deskundigen aan te schrijven, te mailen of bellen en
mogelijk uit te nodigen voor een informatief gesprek in de groep.

Doelgroep.
Het project “Lucht” is geschreven
voor de groepen 5-6-7-8 van de basisschool.
Doel van het project:
De kinderen leren de
verschillende eigenschappen van lucht kennen d.m.v. proefjes.
De kinderen leren op welke
manier luchttoepassingen een rol spelen in het dagelijks leven, o.a. windenergie
, luchtvaart.
De kinderen leren op welke
manier weerverschijnselen invloed hebben op de aarde en het dagelijks leven en
welke instrumenten daarbij de mens tot hulp is.
De kinderen maken kennis met
luchtvervuiling en de gevolgen daarvan.
Korte inhoud:
In les 1 maken de kinderen
kennis met het aantoonbaar maken van lucht.
In les 2 leren kinderen door
middel van proefjes de eigenschappen van lucht kennen. Er is in deze les extra
informatie opgenomen over ons ademhalingsstelsel – met verwijzing voor verdieping.
Les 3 behandelt het aspect
WIND en de diverse verschijningsvormen, o.a. orkanen en tornado’s. Verder wordt
er ingegaan op Windenergie.
In les 4 maken de kinderen
kennis met de ballonvaart. Ze gaan zelf aan de slag om een luchtballon te maken
van vliegerpapier.
Les 5 behandelt de
geschiedenis van de luchtvaart. Het principe van “lift” wordt uitgelegd.
Les 6 gaat in op het
aspect”zuurstof in de lucht” en het project lucht wordt afgesloten met les 7,
waarin wordt ingegaan op de luchtvervuiling en hoe we dit kunnen bestrijden.

Deel 1 op het land
Doelgroep.
Het project VERVOER is geschreven voor kinderen uit
de groepen (5)- 6- 7- 8 van de basisschool.
Doel:
De kinderen maken kennis met
de diverse vormen van vervoer op het land.
De kinderen hebben weet van
de ontwikkeling van de verschillende vervoersmiddelen.
De kinderen doen door middel
van proefjes ervaring op met het belang van een goede constructie,
stroomlijning, wrijving.
De kinderen kennen de
belangrijkste verkeersregels over de fiets.
De kinderen hebben kennis van
de problematiek rondom milieuverontreiniging en zoeken naar eigen oplossingen
voor dit probleem.
Korte inhoud.
Na een algemene inleiding
over vervoer gaan de kinderen in hoofdstuk 1 terug in de tijd en maken een
overzicht hoe men in vroegere tijden vracht kon vervoeren. De gekozen perioden
zijn gelijk met die van de kerndoelen van Geschiedenis.
In hoofdstuk 2 wordt
de ontwikkeling van de auto beschreven. Na een blik op de huidige situatie gaan
we terug in de tijd. Via Leonardo da Vinci naar Lenoir, de uitvinding van de
stoommachine, de eerste fabrieksauto, de Ford naar de moderne tijd. De kinderen
maken kennis met de diverse categorieën: personenauto’s, vrachtauto’s, speciale
vrachtauto’s voor wegenprojecten, raceauto’s, dragsters, zonneauto’s.
De kinderen worden uitgedaagd
om zelf auto’s te bouwen van constructiematerialen en de draagkracht,
stroomlijning en wrijving uit te proberen.
Natuurlijk wordt de toekomst
niet vergeten. Het verdrag van Kyoto, nieuwe brandstoffen komen op het einde
van dit hoofdstuk aan de orde. Op het einde van dit hoofdstuk worden de
kinderen uitgedaagd om zelf een overzicht te maken van het busvervoer.
In hoofdstuk 3 komt de
fiets aan de beurt. Ook hier volgen we dezelfde aanpak als bij de auto. Een
blik op de huidige situatie, de ontwikkeling van de fiets naar de moderne tijd.
De verkeersregels m.b.t. de fietser krijgen in dit hoofdstuk extra aandacht,
omdat de kinderen vaak als fietser deelnemen aan het verkeer. Ook de veiligheid
van de fiets zelf komt aan bod.
De fiets als vervoersmiddel
voor het bedrijfsleven is een minder bekende kant voor de kinderen. We stippen
dit even aan. Net als de ontwikkeling van de motorfiets. Het hoofdstuk eindigt
met de laatste ontwikkelingen: de ligfiets.
In hoofdstuk 4 wordt
de trein behandeld. Een bezoekje vooraf aan een station in de buurt kan een
prima uitgangspunt zijn om dit hoofdstuk verder te behandelen. Maar omgekeerd
kan natuurlijk ook – een afsluiting van dit hoofdstuk.
Ook hier volgen we dezelfde
aanpak. De kinderen worden meegenomen de geschiedenis in. De ontdekking van de
stoommachine heeft de ontwikkeling van de trein in gang gezet.
De kinderen worden uitgedaagd
om zelf een stoommachine in elkaar te zetten en een elektromotor. Verder komt
een aantal aardrijkskundige zaken in dit hoofdstuk aan de orde. Beroemde
treinreizen/ spoorlijnen. Het traject van de eerste stoomtrein in Nederland. De
overstap naar elektrische treinen en/of dieseltreinen. De voordelen en de
nadelen ervan. Natuurlijk wordt de metro niet vergeten en hebben we weer een
kijkje naar de toekomst: de hogesnelheidstrein.
Op het einde van dit deel van
het project vervoer stimuleren we de kinderen om een soort van eindpresentatie
te maken, waarin ze het geleerde kunnen laten zien.
Dit kan in de vorm van een
PowerPoint presentatie, een collage van de diverse hoofdstukken, een
spreekbeurt houden, een tentoonstelling van de gemaakte constructies.
Knutseltip:
Op de websites: www.opitec.nl en www.pmot.nl
zijn leuke bouwpakketten te koop
voor weinig geld. Deze pakketten kunnen ook door andere leerlingen gebruikt
worden. Ze zijn er zelfs voor kinderen vanaf 5 jaar. ( www.pmot.nl)
Bouwplaten? Gratis
downloaden. Ga naar de sites: http://bouwplaat.50megs.com/
http://www.peterjvisser.demon.nl/indexnl.html
http://www.freewebs.com/knutseltip/bouwplaten.htm
werkboek rekenen met … voertuigen, vaartuigen en
vliegtuigen
www.schoolsupport.nl sluit perfect aan bij dit onderwerp.
Thema's: o.a. Stoommachines, Van stoomlocomotief tot HSL, Paarden
op rails, Snelpost, Reuzen van de straat, In de kabelbaan, Schipper mag ik
overvaren, Windjammers, Olietankers, Sledetocht, Vliegen als een vogel, Sneller
dan het geluid, Helikopters en Motorrijtuigen.
cd-rom: kijk, zo werkt het
site; www.home.wanadoo.nl/hoewerkthet/index/html
Project Vervoer. Deel 2 op het water
Doelgroep.
Het project VERVOER is geschreven voor kinderen uit
de groepen (5)- 6- 7- 8 van de basisschool.
Doel:
De kinderen maken kennis met
de diverse vormen van vervoer op het water
De kinderen hebben weet van
de ontwikkeling van de verschillende vervoersmiddelen.
De kinderen doen door middel
van proefjes ervaring op met het belang van een goede constructie,
stroomlijning, wrijving.
De kinderen hebben kennis van
de problematiek rondom milieuverontreiniging en zoeken naar eigen oplossingen
voor dit probleem.
Korte inhoud.
In hoofdstuk 1 maken
de kinderen kennis met de geschiedenis van het vervoer op het water. Het vlot
is hoogstwaarschijnlijk het eerste vervoersmiddel geweest dat wereldwijd
gebruikt is. De kinderen worden uitgedaagd om zelf een vlot te bouwen. Dit kan
natuurlijk in het echt, maar deze mogelijkheid is niet overal, vandaar dat er
aanwijzingen zijn gegeven om een vlot in het klein te maken.
Van het vlot worden de
kinderen meegenomen door de geschiedenis naar de eerste kano’s, boten gemaakt
van dierenhuiden en de kleine roeiboten, gemaakt van planken. Het hoofdstuk
eindigt met de beroemde drakenschepen van de Vikingen. Als de kinderen willen
kunnen zij een vikingboot nabouwen.
In hoofdstuk 2 gaan we
verder met de geschiedenis van de schepen. De zeilschepen worden onder de loep
genomen. Van roeischepen werd erg langzamerhand overgegaan op zeilen. Eerst nog
een combinatie, maar later werden er prachtige zeilschepengebouwd. Zeilschepen
zijn voor de Nederlanders in de historie erg belangrijk geweest. ( VOC).
De kinderen krijgen bij dit
hoofdstuk de opdracht om vanuit de teksten een tijdlijn te maken over de
ontwikkeling van de zeilschepen.
In hoofdstuk 3 wordt
ingegaan op de functies van de schepen voor de mensen en de maatschappij.
Schepen werden gebruikt voor het vervoer van mensen en goederen, het was een
middel van bestaan / visserij, er werden zeeoorlogen uitgevochten,
ontdekkingsreizen meegemaakt en worden
gebruikt voor sportwedstrijden.
In hoofdstuk 4 komt de
ontwikkeling van de stoomschepen aan bod. Langzaam veroverden de stoomschepen
terrein op de zeilschepen. De kinderen maken kennis met het verschijnsel
lijnschepen – eerst over de oceaan (Titanic) en nu kennen zij deze lijnschepen
nog als ferries.
In hoofdstuk 5 wordt
ingegaan op de ontwikkeling van de vrachtschepen en de speciaal ontworpen
schepen voor specifiek werk. De haven van Rotterdam komt aan bod.
In hoofdstuk 6 wordt
de haven bekeken. Wie werken er allemaal, wat hebben ze van doen met de
scheepvaart? Het beroep Loods wordt eruit gelicht. Er wordt verwezen naar een
speciale website, waar de kinderen een virtuele reis kunnen maken door de haven van Rotterdam. Verder
komt de veiligheid van de schepen aan bod – morse – vuurtorens- reddingsdiensten.
Een ander aspect uit het
verleden wordt hier ook belicht: strandjutten.
In hoofdstuk 7 komen
de onderzeeboten aan bod. Ook hier wordt de geschiedenis van de onderzeeboot
doorgenomen. De onderzeeboot heeft een belangrijk plaats ingenomen in de W.O.
II Natuurlijk stappen we door naar de toekomst: de atoomonderzeeboot.
In hoofdstuk 8 nemen
we de kinderen mee naar de wereld van het vliegdekschip. Een stad op zich.
Vliegdekschepen zijn in de W.O. II belangrijk geworden en in de huidige
oorlogen worden deze schepen steeds meer ingezet door de V.S. als de kinderen
interesse hebben kunnen zijzelf op zoek gaan naar de wereld van het
vliegdekschip.
Daarnaast worden enige andere
speciale schepen genoemd: het luchtkussenvoertuig en de vleugelboot, de
raceboten.
Hoofdstuk 9 De
eindpresentatie.
Op het einde van dit deel van
het project vervoer stimuleren we de kinderen om een soort van eindpresentatie
te maken, waarin ze het geleerde kunnen laten zien.
Dit kan in de vorm van een
PowerPoint presentatie, een collage van de diverse hoofdstukken, een spreekbeurt
houden, een tentoonstelling van de gemaakte constructies.
Project Vervoer. Deel
Doelgroep.
Het project VERVOER is geschreven voor kinderen uit
de groepen (5)- 6- 7- 8 van de basisschool.
Doel:
De kinderen maken kennis met
de diverse vormen van vervoer in de lucht.
De kinderen hebben weet van
de ontwikkeling van de verschillende vervoersmiddelen.
De kinderen doen door middel
van proefjes ervaring op met het belang van een goede constructie,
stroomlijning, wrijving.
De kinderen hebben kennis van
de problematiek rondom veiligheid en milieu, zoeken naar eigen oplossingen voor
dit probleem.
Korte inhoud.
In hoofdstuk 1 maken
de kinderen kennis met de geschiedenis van de luchtvaart. De kinderen worden
mee genomen naar de periode van de Grieken, de dromen van de mensheid om te
kunnen vliegen als een vogel. Via de ontwikkeling van de luchtballon komt de
geschiedenis van het vliegtuig aan bod. De kinderen worden uitgedaagd om zelf
proefjes te doen om te ervaren hoe de lucht een lift kan maken met de vleugels
van een vliegtuig.
In hoofdstuk 2 wordt
de technische kant van een vliegtuig en het besturen ervan besproken.
In hoofdstuk 3 wordt
de ontwikkeling van onze grootste luchthaven Schiphol besproken. De kinderen
worden naar verschillende websites verwezen. Op het einde van dit hoofdstuk
wordt aan de kinderen gevraagd om zelf een maquette te maken van een vliegveld/
luchthaven.
In hoofdstuk 4 komt
het vrachtvervoer per vliegtuig ter sprake. De kinderen worden op het einde van
het hoofdstuk geprikkeld om te achterhalen hoe verschillende voedingsmiddelen
naar ons land worden vervoerd en hoe wij naar andere landen goederen vervoeren.
In hoofdstuk 5 worden
de verschillende typen vliegtuigen besproken. Aan de kinderen wordt gevraagd om
afbeeldingen van deze vliegtuigen te zoeken en een tijdlijn te maken.
Er zijn ook enkele proefjes
in opgenomen.
In hoofdstuk 6 wordt
kort de veiligheid- en de milieumaatregelen besproken. Aan de kinderen wordt
gevraagd mee te denken over dit probleem.
In hoofdstuk 7 nemen
we de kinderen mee de ruimte in. Ook daar kennen we het probleem van vervoer.
De kinderen krijgen een kort overzicht van de geschiedenis van de ruimtevaart.
De eerste pogingen van de mens om raketten de ruimte in te sturen.
De ontwikkeling van de raket
en de space shuttle. De reizen van de mens naar de maan worden kort aangestipt.
De kinderen worden uitgedaagd om zelf een raket te bouwen en er proeven mee te
doen.
De moderne mens kan niet meer
zonder satellieten voor onze moderne communicatie. De kinderen maken kennis met
de verschillende soorten satellieten en hun functie voor ons.
Als laatste stukje wordt het
ruimtestation besproken.
Op het einde van het
hoofdstuk wordt aan de kinderen gevraagd om hun eigen ruimtestation te bouwen.
In hoofdstuk 8 worden
de kinderen aan het denken gezet over de toekomst van de luchtvaart. Zij kunnen
hun eigen oplossingen naar voren brengen.
Op het einde van dit deel van
het project vervoer - in hoofdstuk 9 -
stimuleren we de kinderen om een soort van eindpresentatie te maken,
waarin ze het geleerde kunnen laten zien.
Dit kan in de vorm van een
PowerPoint presentatie, een collage van de diverse hoofdstukken, een
spreekbeurt houden, een tentoonstelling van de gemaakte constructies.

Doelgroep.
Het project de brandweer is geschreven voor de doelgroep: begaafde en hoogbegaafde kinderen uit de onderbouw van de basisschool:
- goede lezers groep 3
– groep 4
– begin groep 5.
Korte inhoud.
Het project begint met een vraag of de kinderen een mind map ( woordenspin) willen maken over het thema Brandweer. Hiermee wordt de voorkennis van de kinderen geactiveerd. Deze mind map blijft het gehele project in beeld.
Het is de ruggensteun voor de kinderen om de lesstof in “sleutelwoorden” in beeld te brengen. Het is tevens een opstapje om later naar het begrijpend, studerend lezen over te stappen. Op het einde van elk hoofdstuk wordt de kinderen gevraagd om de mind map verder in te vullen met de nieuw opgedane kennis.
Hoofdstuk 1 behandelt de brandweerkazerne. Wat is er allemaal te zien en wat doen de brandweermannen en vrouwen daar.
Hoofdstuk 2 beschrijft de verschillende brandweervoertuigen en hun functies. Er zijn verschillende afbeeldingen opgenomen om de kinderen een goed beeld te geven.
Hoofdstuk 3 behandelt de procedure als er een melding binnenkomt bij het alarmnummer 112. Wat gebeurt er allemaal op de kazerne en hoe verloopt het in het verkeer?
Hoofdstuk 4 geeft de kinderen een kort overzicht hoe vroeger de branden geblust werden.
Hoofdstuk 5 beschrijft verschillende situaties waarin de brandweer actief is. Brand in de stad, in het bos. Brand op het water. Helpen bij een verkeersongeluk en de hele aparte situaties waarbij de brandweer ook assistentie verleent.
Hoofdstuk 6 behandelt brandpreventie. De brandweer adviseert mensen en bedrijven m.b.t. de brandveiligheid. De kinderen worden mee uitgenodigd om na te denken over een vluchtplan, adviezen te geven m.b.t. gevaarlijke situaties. Weten zij wat ze moeten doen als er ergens brand is of als iemand in brand staat.
Hoofdstuk 7 sluit het project af. De kinderen worden gewezen op het feit dat er elk jaar een opendag is bij de brandweer en dat ze daar dan het materiaal kunnen bekijken.
Verder worden er suggesties gegeven om het project af te sluiten bijv. met een verhaal voorde groep, een kijkdoos te maken m.b.v. de tekeningen, die op het einde van het project zijn opgenomen, de mind map uitgebreid te bespreken in de groep. Wat mogelijk is ligt natuurlijk aan de eigen onderwijssituatie en wat het kind zelf wil.
Project Mensenhuizen en dierenhuizen.

Voor de leerkracht.
Doelgroep:
Het project: Mensenhuizen en dierenhuizen is geschreven voor de onder- en middenbouw van de basisschool, met name groep 4 en 5. Mogelijk dat hoogbegaafde leerlingen op het einde van groep 3 ook geïnteresseerd zijn in het project.
Doel:
In dit project leren de kinderen dat huizen van mensen en dieren m.b.t. functie, vorm van ontwerp, bescherming niet veel van elkaar verschillen. Er zijn steeds parallellen te trekken tussen verschillende huizen/ bewoning van de mensen en de dieren.
Inhoud:
Het project begint met een vraag of de kinderen een mind map ( woordenspin) willen maken over het thema huizen. Hiermee wordt de voorkennis van de kinderen geactiveerd. Deze mind map blijft het gehele project in beeld.
Het is de ruggensteun voor de kinderen om de lesstof in “sleutelwoorden” in beeld te brengen. Het is tevens een opstapje om later naar het begrijpend, studerend lezen over te stappen. Op het einde van elk hoofdstuk wordt de kinderen gevraagd om de mind map verder in te vullen met de nieuw opgedane kennis.
Hoofdstuk 1 leidt de kinderen kort in met betrekking tot het thema van het project. Het zou heel fijn zijn als de kinderen in de gelegenheid gesteld worden om onder begeleiding ( kan een ouder zijn) een wandeltocht door de buurt kunnen maken om de verschillende soorten huizen te bekijken. ( zorg voor een mogelijkheid dat de kinderen de huizen op foto kunnen vastleggen)
In hoofdstuk 2 gaat het over rotswoningen. We stappen even terug in de tijd om dan weer terug te gaan naar onze tijd, waarin nog steeds rotswoningen worden gebouwd. Ook vogels maken gebruik van deze vorm van wonen.
In hoofdstuk 3 stappen we van de rotswoningen naar het hutten bouwen. Op een foto zien de kinderen een primitieve hut in de tijd van hunebedbouwers. In dit hoofdstuk worden de kinderen uitgedaagd om met krantenpapier een hut te bouwen. De link naar bamboe en holle grasstengels wordt hiermee gelegd.
In hoofdstuk 4 staat het aspect hout centraal. Een materiaal dat al heel lang gebruikt wordt bij het bouwen van huizen. Weer gaan we even terug in de tijd met de kinderen. De houten huizen in de middeleeuwen naar de houten huizen van nu.
De kinderen worden gestimuleerd om op zoek te gaan naar verschillende houtsoorten.
Houten huizen worden vaak geverfd. Via deze stap gaan we naar de nesten van dieren. De functie: bescherming en onopvallendheid staan hierbij centraal.
Er wordt ook aandacht besteed aan het beschermen van vogelnesten op de grond in het belang van het voorbestaan van de weidevogels.
In hoofdstuk 5 staan de huizen van leem centraal. Ouderwetse plaatjes van negerstammen met hun hutten zijn wel de bekendste. De kinderen worden gestimuleerd om de woonplaatsen van dieren in de woestijn te gaan zoeken. Waar wonen en slapen deze dieren in de hitte?
In hoofdstuk 6 gaan we naar het andere uiterste: huizen van ijs. Hoe bouwen eskimo’s hun iglo’s? Lukt het de kinderen om van ijsblokjes een iglo te maken? Verder gaande kinderen op zoek naar de nesten of woonplekken van dieren, die in deze koude gebieden wonen, zoals de ijsberen, rendieren.
In hoofdstuk 7 gaan we op reis met ons huis. Zowel mensen als dieren kennen deze vorm.
In hoofdstuk 8 praten we over “gestapelde huizen”. Het wonen met een grote groep bij elkaar, zowel door mensen als door de dieren. Woonvormen voor gehandicapten, bejaardentehuizen worden vergeleken met bijennesten en mierennesten.
In hoofdstuk 9 worden de kinderen geconfronteerd met het feit dat er mensen zijn, die zonder huis moeten leven. De dakloze, maar ook de vluchteling. Hoe zit dat bij de dieren? Zijn er ook dieren, die geen huis hebben?
In hoofdstuk 10 komen we terug op het eigen huis. Hoe wordt het gebouwd? Wie zijn er voor nodig? Bij de verschillende onderdelen worden parallellen getrokken naar de bouw van de nesten bij de dieren.
Hoofdstuk 11 is de afsluiting van het project. De kinderen mogen hun eigen ideeën over hun eigen droomhuis kwijt. De kinderen worden gestimuleerd om hun huis ook in het klein te maken. Er worden verschillende suggesties gedaan als zij met de verschillende materialen aan de slag willen gaan.
Meer informatie over de
werkwijze.
Alle projecten hebben
dezelfde werkwijze. Tevens is er bij elk project een kort overzicht van de
kerndoelen opgenomen, die in dit project bereikt kunnen worden. Sommige
kerndoelen worden gehaald als de leerlingen een keuzeopdracht of een “uitstapje
maken” om een bepaald onderdeel uit te diepen.
Begeleiding.
Het is niet persé
noodzakelijk, dat een interne begeleider, remedial teacher de kinderen moet
begeleiden. Ook de eigen leerkracht kan de kinderen begeleiden. Wel moet er
voldoende tijd en ruimte zijn voor deze begeleiding.
Voor de begeleidende
leerkracht is het belangrijk om een vast tijdstip te af te spreken, waarop deze
begeleiding plaatsvindt.
Denkprocessen stimuleren en
de zelfstandigheid van de kinderen te vergroten en samen de lessen evalueren
zijn de belangrijkste pijlers van deze begeleiding. Een deel van de lessen kan
zeker zonder begeleiding door de kinderen gemaakt worden. Wel is het
belangrijk, dat de stappen samen geëvalueerd worden.
Aan te bevelen is een manier,
waarin het coöperatieve leren een plaats heeft. Kinderen kunnen veel van
elkaar leren. Je mening geven en die van anderen goed beluisteren en
beargumenteren, is een vaardigheid, die prima in dit project geoefend kan
worden.
Leer de kinderen de
verschillende rollen binnen het werken in een groepje, voorzitter, notulist,
groepsleden.
De opdrachten.
In het project zijn verschillende
soorten opdrachten opgenomen. Het varieert van iets op schrijven, een
opzoekopdracht, een creatieve opdracht, een maak/knutselopdracht, een bezoekje
brengen aan een bedrijf, deskundigen uitnodigen. Er zijn ook keuzeopdrachten en
inschuifopdrachten. Deze zijn meer bedoeld als kinderen een bepaald onderwerp
verder willen uitdiepen.
Werkvormen/ differentiatie:
Het project is op
verschillende manieren te gebruiken.
De individuele leerling
kan:
Een groepje leerlingen
kan:
Met de gehele klassikale
groep kan:
Evaluatie / beoordeling.
Elk kind is trots op zijn
resultaten en wil daar ook graag een ‘beoordeling” voor. In het
projectonderwijs willen we het kind zélf ook betrekken in de evaluatie en
beoordeling. Projectonderwijs leent zich uitstekend om een port-folio aan te
leggen. Samen met de leerkracht evalueert en beoordeelt het kind het doorlopen
proces en de bereikte resultaten. ( tip: maak foto’s van de verschillende
stadia van een werkstuk)
Het hoofdaccent van de
evaluatie en beoordeling moet liggen op het doorlopen proces van leren en
ontdekken, kritisch beschouwen van de handelingen en het samen leren. De
resultaten zijn er ondergeschikt aan.
Betrokkenheid van ouders en anderen.
In het project wordt
regelmatig melding gemaakt van een uitstapje. Dit kan door ouders
begeleid worden. Of een groepje kan een deskundige uitnodigen voor de
gehele groep om een praatje te houden over een specifiek onderwerp.
Met betrekking tot de
eindpresentatie kunnen de leerlingen een soort tentoonstelling houden en
alle belangstellenden uitnodigen.

Doelgroep.
Het project Het weer is geschreven voor kinderen uit de groepen (5)- 6- 7- 8 van de basisschool.
Doel:
De kinderen maken kennis met allerlei verschijnselen in de natuur, die te maken hebben met het weer.
Zij leren, dat de zon de bron van alle weerverschijnselen is.
Door middel van teksten lezen, zelf proefjes doen, opzoekopdrachten, samenvattingen en andere werkvormen leren de kinderen hoe de verschillende onderdelen van het weer elkaar beïnvloeden.
De kinderen leren dat de mensen ook het weer kunnen beïnvloeden, ten goede of ten kwade.
De kinderen leren hoe een weerbericht wordt opgesteld en wat daar allemaal voor nodig is.
Inhoud:
In het eerste hoofdstuk maken de kinderen kennis met het onderwerp: het weer en welke eerste indrukken en beïnvloedingen op ons zelf daarmee samenhangen.
In hoofdstuk 2 leren de kinderen dat de zon de motor is van alle weerverschijnselen op aarde. Het ontstaan van de seizoenen in de gematigde streken en de tijdzones komen in dit hoofdstuk aan bod.
Hoofdstuk 3. gaat over de temperatuur. Over warm en koud. Hoe reageert ons lichaam op warmte en op kou? Hoe kunnen we dit meten en wat voor soorten thermometers zijn er. De namen Celsius, Fahrenheit en Kelvin worden in dit hoofdstuk genoemd. Veder gaan de kinderen onderzoeken wat je moet doen als iemand onderkoeld raakt, of als iemand last heeft van oververhitting. Ze maken zelf een zonnemeter en een flesthermometer.
Ze doen proefjes met verschillende soorten materiaal en hun opwarming en afkoeling.
In hoofdstuk 4 gaan we in op de klimaten. We noemen de verschillende klimaten en in welke streek van de aarde ze voorkomen. De kinderen bootsen enkele soorten klimaten na en hun invloed op de plantengroei.
In hoofdstuk 5 gaan we dieper in op zonlicht. De kinderen leren dat het zonlicht uit golven bestaat. Deze lichtgolven kunnen afbuigen of gebroken worden en daardoor ontstaan er kleuren. De kinderen maken kennis dat hun ogen hen kunnen bedriegen als de lucht dichtbij de grond heel erg warm is: luchtweerspiegelingen.
In hoofdstuk 6 leren de kinderen dat de lucht om ons heen gewicht heeft: de luchtdruk. Warme lucht weegt minder dan koude lucht. Deze natuurwet zorgt voor de luchtstromingen: de wind. De kinderen kunnen op verschillende manieren een barometer maken. Verder maken ze kennis dat er verschillende soorten winden zijn: mondiale winden: passaat en de straalstromen, maar ook van speciale winden, die lokaal voorkomen, zoals Föhn in Frankrijk. De windsterkte hangt af van de luchtdrukverschillen. De kinderen kunnen een eenvoudige windmeter maken. De schaal van beaufort wordt hier ook geïntroduceerd.
In hoofdstuk 7 gaan we in op de verschillende wolkensoorten. Bij de verschillende hoogten en vochtigheid leren de kinderen dat er verschillende wolken verschijnen. Zij zoeken hiervan afbeeldingen of maken er zelf verftekeningen van.
In hoofdstuk 8 maken de kinderen kennis met het ontstaan van de verschillende soorten neerslag. Daar waar mogelijk is zijn proefjes weer onderdeel van het opdoen van ervaringen.
In hoofdstuk 9 beschrijven we het verschijnsel onweer. Proefjes met statische elektriciteit geven de kinderen de mogelijkheid om inzicht te verkrijgen in het ontstaan van de bliksem. Verder zijn er in dit hoofdstuk een aantal tekeningen en figuren opgenomen uit geraadpleegde internetsites om de kinderen duidelijk te maken wat er nu precies gebeurt bij onweer.
In hoofdstuk 10 laten we de kinderen kennismaken, dat de verschillende weersverschijnselen ook een bron van energie vormen voor de mensen. Windmolens, waterkrachtcentrales bij stuwmeren, zonne-energie. Allemaal vormen van duurzame energie en belangrijk voor onze toekomst.
Hoofdstuk 11 gaat over de klimaatsveranderingen. Hoe gebeurt dit en waarom is het belangrijk om er iets van te weten, maar nog beter wat kun je zelf doen om de nare verschijnselen van klimaatveranderingen tegen te gaan.
In hoofdstuk 12 is het einde van het project. De kinderen leren hoe de verschillende verschijnselen, die zij in de vorige hoofdstukken bestudeerd hebben, leiden tot het samenstellen van een weerbericht en de weersvoorspelling.
De projecten kunnen ook door
andere scholen en instellingen gebruikt worden. Voor meer informatie hierover
neemt u contact op met Lucy Stoffele per e-mail: stoffele@home.nl