
Marinus Brandt
Admiraal van de watergeuzen op het Haarlemmermeer
|
De Zeeuw Marinus Brandt duikt twee keer op in de geschiedenis van de Opstand. De ene keer is hij admiraal van de watergeuzen en de andere keer is hij mede-verantwoordelijk voor de wreedheden begaan tegen geestelijken, nu bekend als de martelaren van Gorinchem. Dit gebeurde vlak nadat Spaanse soldaten een aantal Rotterdammers vermoorden. Hij probeert vergeefs Lumey te weerhouden van de gruweldaden. Kapitein Marinus Brandt (ook geschreven als Brand) is dapper, maar woest. Hij verschijnt met zestien schepen op 26 juni 1572 voor Gorinchem, nadat hij op 1 april meehielp bij de bevrijding van Den Brielle. Een reeks Hollandse en Zeeuwse steden gaan na Den Brielle over in handen van de watergeuzen. Maar sommige steden hebben daarbij wel zachte dwang nodig. |
|
Afbeelding boven: Meer dan 50 jaar na de slag op de Haarlemmermeer schildert Hendrick Vroon dit grote werk. De Haarlemmer Vroon is een specialist in het schilderen van schepen en zeeslagen. De schepen van de Spanjaarden zijn te herkennen aan de Bourgondische vlaggen met het rode kruis. Zij komen voor de wind van rechts vanaf Amsterdam. Van links, uit de richting van Leiden komen de schepen van de geuzen, de Opstandelingen. Ze waren slecht uitgerust en moesten uiteindelijk de aftocht blazen. |
|
In de kapel bij de Hanzepoort in Gorinchem sluit Brandt een overeenkomst met het bestuur van de stad. Zij zweren de hertog van Alva en zijn soldaten uit het land te helpen verdrijven. De drossaard van Gorinchem, Casper Turk, blijft Alva echter trouw en verschanst zich in het kasteel bij de stad samen met priesters, monniken en roomse burgers. Zij beginnen zelfs de stad te beschieten. De watergeuzen dwingen hem met hulp van de burgers zich over te geven. De drost wordt de volgende dag samen met zijn vrouw en dochter gevangen genomen. De geuzen hangen twee mannen op die 'ketters' hebben gemarteld. De geestelijken worden slecht behandeld. Begin juli worden zij naar Lumey in Den Briel gebracht. |
|
Afbeelding boven: Deel van een hoofdaltaar uit 1880. Waarschijnlijk gemaakt in het atelier van Margry, eigendom van het bisdom van Haarlem. Het altaar is afkomstig uit de houten bedevaartskapel die is gebouwd op de plek waar de martelaren van Gorinchem in de nacht van 8 op 9 juli 1572 zijn opgehangen, even buiten Den Brielle. De voorstelling toont het verhoor door de watergeuzen, onder wie Lumey en wellicht ook Marinus Brandt. Den Brielle groeit daardoor later uit tot bedevaartsoord. De monniken worden in 1867 heilig verklaard. |
De protestantse geschiedschrijver Fruin wijst drie personen aan die verantwoordelijk zouden zijn voor martelingen en moord op geestelijken uit Gorinchem. Dat zijn admiraal Willem van der Marck, graaf van Lumey, kapitein Marinus Brandt, ‘n man uit de laagste klasse van ‘t volk' en 'een tweede aanvoerder, Jan van Omal, een afgevallen Kanunnik.' 'Hij is zedeloos en wreed', zegt Fruin. 'Dit drietal speelt de treurige rol van beul in het drama van Gorcum.' |
|
Hoewel prins Willem van Oranje het martelen van geestelijken uitdrukkelijk heeft verboden en Marinus Brandt hieraan zou hebben meegewerkt (volgens de Piraten Encyclopedie zou hij geprobeerd hebben Lumey te weerhouden van de gruweldaden tegen de katholieke geestelijken), is Marinus Brandt bevorderd van kapitein tot admiraal. Op 26 mei 1573 voert hij de watergeuzen aan in de slag op de Haarlemmermeer. Hij moet er voor zorgen dat de bevoorading van Haarlem mogelijk blijft. Maar hij verliest de slag waarna Haarlem wordt ingenomen door de Spaanse troepen. Volgens de Piraten Encyclopedie loopt Brandt op 24 januari 1574 over naar de Vijand. |
|
|