De vooropleiding

Tweede peloton 80-3
Het eerste deel van de opleiding werd de Vooropleiding genoemd. Oftewel de VO. De VO duurde 8 weken. In die periode kregen de recruten de militaite basisopleiding. Geleidelijk kwam het accent op specifieke commandotaken te liggen; radiocommunicatie en herkenning.

De eerste dag van ons militaite leven verliep redelijk rustig. Veel huishoudelijke zaken. We kregen een "eigen" legeringsgebouw toegewezen. We moesten onze kasten in richten en de kamers op orde te brengen. We kregen te horen dat we Lichting 80-3 waren en dat we met 50 man waren opgekomen. Lichting 80-3 werd opgedeeld in twee pelotons. Het eerste peloton werd over de kamers op de begane grond verdeeld, het tweede over de eerste verdieping. Ik zat in het tweede.

We werden voorgesteld aan onze commando-instructeurs, een luitenant en 6 onderofficieren. Ieder peloton kreeg naast het dienstplichtige kader nog eens twee sergeanten erbij; beroepsmilitairen die ook hun groene baret wilden halen. Tijdens de VO richten de instructeurs hun aandacht voornamelijk op die beroeps. Al snel bleek dat het tweede peloton het met een van die beroeps getroffen had. Hij had zich voorgenpmen van het tweede peloton het beste peloton van de lichting 80-3 te maken! Vanaf week 1 kregen we een zeer goede voorbereiding op de eigenlijke commando-opleiding. Strakke discipline, veel lichamelijke oefening, altijd weer wat extra's. Na enkele dagen vertelde hij ons tijdens het appèl dat hij een boekje had. Daarin werden onze prestaties bijgehouden. Met een zwarte pen noteerde hij onze pluspunten en met een rode de minpunten. En na een week was hij toe aan een nieuwe rode pen. Dat hebben we geweten!!
Overigens heeft deze beroepsmilitair zijn groene baret niet gehaald. Hij werd in de voorlaatste week uit de opleiding verwijderd. Wat wij op dat moment zeer onrechtvaardig vonden. Zo zie je maar.

Training
Iedere dag begon met lichamelijke oefeningen (push-ups, pull-ups, knee-ups etc), en dat al voor het ontbijt. Na het ontbijt lessen tot de middag. Vervolgens weer lichamelijke oefeningen voor het middageten, en lessen tot 17.00 uur. En weer lichamelijke oefeningen voor het avondeten. Geleidelijk werden we klaargestoomd voor wat nog volgen zou.

Vast onderdeel van de opleiding waren de marsoefeninfen op donderdagavond. En iedere donderdag werd de afstand langer. We kwamen er achter dat een commando vooral te voet onderweg is.
Verder was een vast onderdeel van de maandag de zangles. Binnen het KCT werd (en wordt) veel waarde gehecht aan traditie. Na het avondeten leerden we de liederen van het Korps. Bij een van die liederen - Het Paralied - leerden we de parashuffle. Een voet maakt een stap, de tweede voet schuift na. OP die manier schuifel je naar de deur tijdens het verlaten van een vliegtuig. De luitenant-instructeur had een leuk idee om die parashuffle te oefenen. Al zingend en schuivend moesten we meerdere keren om de appelplaats lopen. Tot groot vertier van iedereen die op de kazerne was.
Veel tijd wel besteed aan de herkenningslessen. We zouden immers worden opgeleid tot waarnemer-verkenner. We tuurden uren naar dia's met Sovietisch materiaal; tanks, pantservoertuigen,vrachtwagens, antennes etc. Na verloop van tijd kon je een voertuig herkennen aan de wieldop!
We zaten daarnaast uren in het morselokaal. In 1980 werden alle berichten nog via morse-code verstuurd. De Burst-transmissie kwam pas veel later. En die morsecode werd er letterlijk ingehamerd. Iedereen zat achter een lessenaar met een eigen morsesleutel. Een instructeur stond voor de klas en gaf de cadans van iedere letter aan. Hardop tellend, ondersteund door stokslagen op een lessenaar werd die code er in geramd.

Tussen de lessen door liep als een rode draad de lichamelijk oefeningen. Op de kazerne had men een uitgebreide stormbaan en een touwbaan gebouwd. Onderdeel van die hindernisbaan waren de varkenskotjes. Een gemetselde constructie die op een varkensstal leek. Je moest steeds in en uit een hokje springen dat bijna net zo hoog was als jezelf. Een favoriet onderdeel van onze gedreven beroeps. En als hoogtepunt natuurlijk de Klimtoren. Een 20 meter hoge toren die aan vier kanten beklommen kan worden. Iedere kant met een eigen moeilijkheidsgraad. Voor de lezer die het genogene heeft mogen proeven hoef ik alleen maar het open kruis te noemen. In het midden hing een touw waarlangs je naar beneden kon glijden. Onder de toren was een watergat, voor het geval dat iemand haast had met afdelen. Aan een kant van de toren was een touw gespannen, om te tokkelen. Ook met een sloot er onder, met dezelfde reden. Deze toren was het favoriete speeltje van de instructeurs. We werden er op alle uren van de dag ingejaagd. En bij ieder weer. Zonneschijn, regen, vorst, daar werd niet moeilijk over gedaan. Omhoog!

Een tragische dood
Tijdens onze VO gebeurde er iets verschrikkelijks. In de tweede week overleed een jongen van het eerste peloton. Op het sportrooster stond een veldloop. Het was een hete dag in mei, met een hoge luchtvochtigheid. Een paar kilometer buiten de poort kreeg een van ons een beroerte van de hitte. De sportinstructeurs hadden niet in de gaten hoe ernstig het was. We gingen door totdat hij uiteindelijk definitief tegen de vlakte ging. Normaal gesproken ging er altijd een jeep mee maar juist die dag niet, Vier jongens moesten hem terugdragen naar de kazerne. Hij werd nog naar een ziekenhuis gebracht, maar hier overleed hij.
Zijn dood was een grote schok voor de groep. Twee weken bezig en een dode, hoe zou dat nog aflopen?

Acht weken Vooropleiding was niet voor iedereen weggelegd. Er vielen wat jongens af. De overblijvers kregen te horen dat ze door gingen naar de Elementaire Commando Opleiding. Ik hoorde bij de gelukkigen.