Elementaire Commando Opleiding

Het tentenkamp
De Elementaire Commando Opleiding, oftewel ECO, was en is de zwaarste opleiding binnen de Nederlandse krijgsmacht. In 'mijn tijd' duurde die 8 weken. En voor wie het einde haalde wachtte de Groene Baret.

Aan het begin van de ECO voegden zich 6 mariniers bij onze groep. In die tijd moest een marinier die een speciale functie wilde binnen het Korps Mariniers eerst de commando-opleiding volgen. Deze jongens waren al jaren soldaat en werden voor ons een grote steun. Ze hadden in veel zaken een routine opgebouwd en kenden trucs die het leven dragelijker maakten.
De ECO begon voor ons met een mars naar de appelplaats. Daar kregen we het tokkeltouw en de mutsdas uitgereikt. Uitrustingsstukken die vanaf de oprichting in 1942 met commando´s worden geassocieerd. Het tokkeltouw draag je om de schouders en wordt gebruikt bij afdalingen en bruggenbouw. De mutsdas is een das die tot een hoofddeksel gevouwen wordt. Beide uitrustingstrukken zijn vereeuwigd in het commandomonument in Schotland.

Met die mutsdas werden we gedegradeerd tot cursist. We zullen maar zeggen de laagste levensvorm binnen het Korps. De grootste verandering was dat de commando-instructeurs het roer over namen! Hun creativieit stelde die van onze beroepssergeanten in de diepe schaduw. Van het relatieve comfort van de legeringskamers werden we verplaatst naar tenten. Die stonden destijds aan de rand van het sportveld. Iedere verplaatsing moest in de looppas gebeuren. Zelfs als je naar het toilet moest. Iedere lopende cursist werd te grazen genomen. Opdrukken was de favoriete straf, en de kreet 'Pak er maar 20!' hoorde je de hele dag door. Het opleidingstempo werd opgevoerd. Nog steeds hadden we de lessen morse en herkenning. En nog steeds werden we over de storm- en touwbaan en in de klimtoren gejaagd. Maar het moest nu allemaal sneller en vaker. Op ieder moment van de dag en nacht werden er inspecties gehouden. De nacht van donderdag op vrijdag werd door gewerkt. Van slapen kwam niet meer terecht, daar zorgende ze wel voor.
Als gevolg van het programma mochten we niet meer met de eigen auto reizen. We moesten met de trein, en in vol tenu. En in een Nederlandse trein, in uniform in de jaren tachtig viel je behoorlijk op, dat kan ik je wel vertellen. Ik had een voordeel, ik moest met de trein naar Venlo. Ik moest wakker blijven tot in Breda, daar pakte ik de internationale trein naar Keulen. En kon ik gaan slapen. De trein werd in Venlo namelijk altijd door de Marechaussee doorzocht. De heren wekten mij altijd voor de paspoortcontrole waarna ik uit kon stappen.

Boer Bakx
Halverwege de ECO verhuisden we naar het tentenkamp op de Rucphense Hei, een natuurgebied in de buurt van Roosendaal, genaamd "Boer Bakx". Dit is later hernoemd in "Bakhuys Roozenboom Kamp", naar de eerste Nederlandse commando die sneuvelde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hierdoor werd een mars van 6 km toegevoegd aan het programma. want van de kazerne naar het kamp werd gelopen. Eenmaal in het tentenkamp op de hei moesten we ook op zondagavond om 22.00 uur binnen zijn. Voordat we dan naar de tenten konden gaan werden we eerst aan een snoepinspectie onderworpen. Door de vele inspanningen verbruikten we veel energie. Iedereen was constant op zoek naar manieren om die aan te vullen. Dus probeerden we allerlei etenswaren het tentenkamp in te smokkelen. In een marinierspet kun je bijvoorbeeld prima een rookworst verstoppen. De instructeurs doorzochten daarom elke zondag na aankomst onze bagage. Wat gevonden werd namen ze, als je geluk had, in beslag. Wie pech had kon zijn hele voorraad ter plekke naar binnen werken.

De testweek
De zevende week van de ECO was de Testweek. Tijdens deze week werden we beoordeeld op alles wat we de weken ervoor geleerd hadden. Examenweek dus! Tijdens de testweek werd ook bekeken wie aan het einde van de ECO werd uitgeroepen tot "Bestman.
Het weekend tussen die 7de en de laatste week moesten we op de kazerne blijven. Geen verlof dus. Dat weekend was voor onze begrippen een rustig weekend. Het was immers bedoeld om op krachten te komen voor de laatste week van de ECO, de afmatting.
Traditiegetrouw moest de ECO dat weekend een cabaretvoorstelling verzorgen voor de instructeurs. Zelf besloot ik deel uit te maken van een andere traditie: de naam van de lichting krassen in de deur van een van de toiletten achter de garages!
De zondag werd grotendeels verslapen. En vroeg in de avond rukten we uit voor onze afmatting. In vrachtwagens verlieten we de kazerne.

De Afmatting
De laatste week van de ECO was en is nog steeds de Afmatting. De week die de Navy Seal's hun "Hellweek" noemen. De afmatting begon op zondagavond en zou doorgaan tot vrijdagmorgen. En zoals alle (oud-)commando's je zullen vertellen, die van mij was de zwaarste OOIT!
Maar ik ben er doorheen gekomen en op vrijdag 29 augustus 1980 marcheerden de overblijvers van de lichting 80-3 door de Tranenpoort. De Ballad of the Green Beret schalde door de luidsprekers. Bij het betreden van die poort werden we begroet door een oorverdovend gebrul. Het hele Korps stond daar opgesteld. En er zijn niet veel cursisten die het dan droog houden.
Later op die dag hadden we onze baretuitreiking. Onder het toeziende oog van familie en vrienden werden de baretten uitgereikt door de Korpscommandant. Na het weggooien van de mutsdassen mochten die eindelijk worden opgezet. Mijn eigen groene baret! Aan het einde van de ceremonie stormden de commando's van de 104 naar voren en moesten de baretten weer van het hoofd. Ze werden ingezegend met bier. OPDRINKEN! En niet knoeien!!

Het programma van onze ECO staat op deze site. Een van de maten - Hans van den Brandt - heeft een dagboek bijgehouden, zo goed en zo kwaad als het ging. Misschien heeft hij niet alles kunnen bijhouden, maar het geeft je een goed idee van de ECO.