De 104 Waarnemings- en verkenningscompagnie

Lange-afstands waarnemer/verkenner
Na de uitreiking van de groene baret op vrijdag 29 augustus 1980 hadden we een week verlof. Na die week moesten we ons melden bij de 104 Waarnemings- en Verkenningscompagnie. Helaas kwam een man niet meer opdagen. Pedro Wouters had tijdens het verlof een ongeluk gehad en lag in het ziekenhuis.

In de periode van 1964 tot 1990 was de 104 Waarnemings- en Verkenningscompagnie de parate eenheid binnen het KCT. Het was de enige long range reconnaissance eenheid binnen het Nederlandse leger. In het geval een oorlog zou uitbreken met het Warsaw Pact zou deze eenheid op verkenning gaan achter de vijandelijke linies en toepenbewegingen doorgeven. Er werden twee inzetmanieren geoefend; de stay-behind methode en de inzet per parachute. De eerste manier had de voorkeur.

Bij de eerste tekenen van een conflict zouden patrouilles naar de grens tussen West- en Oost-Duitsland werden gestuurd. Daar zouden ze zich ingraven en de voorste aanvalslinies over zich heen laten rollen. Nadat de frontlinie ver genoeg verschoven was zouden ze opduiken en starten met hun verkenningen. Door het melden van troepenbewegingen zou het Nederlandse leger en de Nato kunnen anticiperen op de volgende aanval en daar adequaat op kunnen reageren.

Airborne
Onze lichting werd het 3de peloton binnen de 104, ter vervanging van het afgezwaaide derde peloton. In de 104 ging de opleiding tot waarnemer/verkenner door. We begonnen met de para-opleiding. Het eerste deel was de grondopleiding in Woensdrecht. We hebben onze basisopleiding afgerond in de winter van 1980. Daarna was het weer te slecht voor het echte werk. Het springen voor de wing ging niet door. Dat viel slecht binnen de groep, parachutespringen was een van de hoogtepunten van de opleiding. Dat gebeurde in de regel namelijk in Pau in Frankrijk. Daar zijn we nooit naar toe geweest. We moesten nog geduld hebben tot april 1981 voordat we onze wing konden verdienen. Hiervoor moesten we 8 keer springen, waarvan 2 sprongen met volle bepakking.

Survival
Dus, in plaats van springen voor onze wings, werden we aan het einde van 1980 op survival training gestuurd in de Duitse Eifel. Binnen het KCT bekend als oefening "Slimme Streupers/Stubborn". Na twee weken opleiding in de sneeuw volgde de escape-and-evade oefening. Daarbij konden we het geleerde mooi in de praktijk brengen. Na de ontsnappingsfase zou de MID-oefening volgen. We zouden krijgsgevangen gemaakt worden door de Marechausse, en leden van de MID - Militaire Inlichtingen Dienst - zouden ons gedurende 8 uur aan een verhoor onderwerpen. In een plaatselijke school hadden ze een "gevangenis" ingericht. Helaas was ik een van de gelukkigen die werd geselecteerd voor een speciale behandeling.

Terwijl voor de meesten na het eerste verhoor de oefening voorbij was werd ik met 6 anderen nog eens aan drie verdere verhoren onderworpen. Na de eerste ronde werden we van onze kleding verlost, met uitzondering van onderbroek, overall en laarzen. Tussen de verhoren lagen we op de binnenplaats van de school in de sneeuw. We hadden kappen over onze hoofden, zodat we niets konden zien. Op de hoeken van de binnenplaats stonden luidsprekers, waardoor het geluid van een betonmixer werd afgespeeld. Acht uur lang! We mochten iedere 15 minuten van houding verwisslen totdat een van de maten erin slaagde te ontsnappen tijdens de tweede verhoorserie. Hij deed aan kickboksen, de handen boeien was voor hem niet voldoende. En daar kwamen enkele Marechaussees op een pijnlijke manier achter.

Na die ontsnapping mochten we alleen nog maar op de buik liggen. In de sneeuw, in december, in de Eifel. Toen het tijd was voor mijn derde verhoor zat mijn overall aan de sneeuw gevroren. De Marechaussees moesten me naar binnen dragen; ik kon door onderkoeling niet meer lopen (of praten). Ik kon de koffie die me werd aangeboden niet eens meer vasthouden. Maar ondanks mijn duidelijk ellendige conditie werd ik na het verhoor weer in de sneeuw gelegd.
Aan het einde van de oefening werden onze kappen verwijderd. Man, wat waren we over de zeik toen we ontdekte dat we maar met zijn zessen in de sneeuw lagen. De rest van de groep zat al uren lekker binnen, bij de kachel. Toen we de verwarmde kamer binnen kwamen bleven ze uit onze buurt. Ook de Marechaussee's en ondervragers lieten zich niet meer zien. Maar goed ook, anders had ik die Jan die me van de trap af had geduwd eens effe laten voelen wat ik van hem dacht.
Aan het begin van 1980 gingen we op wintertraining in het Harz gebergte, in de buuurt van Braunschweig. Dit was oefening Eisvogel. We waren te gast bij de Duitse Fernspähkompanie 100. Na een week skieen en leven in sneeuwhutten werd het programma afgesloten met een tactische oefening.
In het voorjaar volgde het kano-programma in de Biesbos. Hier had het KCT zijn eigen Vaarschool.

Koninginnedag
Met Koninginnedag hield het KCT destijds een open dag. Het publiek werd uitgenodigd de kazerne te bezoeken. Het was in Roosendaal een groot evenement en werd door veel oud-commando's aangegrepen om met de maten af te spreken. Helaas is het KCT hiermee om financiele redenen gestopt. In 1981 waren wij de parate commando's; wij mochten de demonstraties verzorgen. En we hebben ons best gedaan!

Oefeningen
Tijdens de toer in de 104 moest elke lichting 6 peletonsoefeningen draaien. In mei 1981 hadden we onze laatste oefening op de Ermelose Heide gevolgd door een internationale oefening in juni 1981. Het was gebruikelijk voor commando-eenheden binnen de NATO om jaarlijks oefeningen te organiseren, waaraan de buitenlandse collega's deelnamen. Zo had je de oefeningen Pegasus in Belgie, Low Lands in Nederland, Schinderhannes in Duitsland, Eugenie in Frankrijk, Tristar in Engeland en Viking in Denemarken. Wij namen deel aan Pegasus 1981. De oefening was geinspireerd door de ontsnapping van Briste parachutisten uit Arnhem, na de mislukking van Market Garden in 1944. Het was een grote escape and evade oefening. Na een nachtelijke parachutesprong in de Ardennen moesten we op weg naar een rendez-vous punt. Hier zouden ons vriendelijk gezinde burgers ons van safehouse naar safehouse wijzen, tot aan het einde van de ontsnappingsroute. Helaas werd onze patrouille opgepakt door de vijand, en werden we 6 uur gevangen gezet. Daarna werden we weer afgezet op het punt waar ze ons gepakt hadden, en konden we de verloren tijd goed zien te maken. We werden zelfs een keer beschoten bij het passeren van een afgelegen boerderij. De boer zal wel gedacht hebben, wat doen die vier figuren daar in de bosrand?
De oefening eindigde in de buurt van Dinant, met het abseilen van een hooggelegen punt aan de Maas. Abseilen hadden we al vaak genoeg gedaan, maar hier was het nog even spannend. Door de hoogte, en het dubbele touw, kon je tijdens de eerste helft van de afdaling niet remmen. Het touw was gewoon te zwaar om te tillen! In het tweede helft van de afdaling moest je je vrije val maar af zien te remmen.

Afzwaaien
In juli 1981 kwam voor ons het moment om af te zwaaien. Onze tijd bij het KCT zat er op. Traditiegetrouw diende het peloton dat afzwaaide voor een stunt te zorgen. Wij hadden het volgende bedacht. Het KCT had van oudsher een ezel als mascotte, Snedder genaamd. In januari 1981 was de laatste Snedder overleden van ouderdom. Dus besloten wij het KCT een nieuwe mascotte aan te bieden, Snedder III. Na het laatste ochtendappel werd hij overgedragen, compleet met groene baret en herkenningsplaatje. En wij verlieten de kazerne.