|
Genealogie Tilburgs/Tilborghs Laatste aanpassingen: Bergeijk (6 februari 2012), Kroniek (17 januari 2012)
|
|
Werken boven-staande knoppen of hyperlinks niet? Installeer dan gratis Java software vanaf www.java.com/nl | Aangevuld op 17 januari 2012 Deze kroniek heeft betrekking op de tak van de familie Tilburgs/Tilborghs, die afkomstig is van Bergeijk. Klik op het jaartal om naar het artikel te gaan. 1715 Frans Marcelis Tilborgs († 1728) leent 1.000 carolusguldens aan de gemeente Bergeijk 1722 Willem Hermans wijst kinderen van Frans Marcelis Tilborghs als erfgenamen aan 1733 Huwelijkse voorwaarden Anthonet Tilborgs (1699-1735) en Peter Peters 1734 Nalatenschap van Francis Tilborgs († 1728) en Alegonda Hermans 1754 Anna Maria Tilborgs (1714) betaalt doktersrekening met verhuur percelen grond 1759 Willem Herman Tilborgs (1733-1792) aangesteld als collecteur van de koningsbede 1780 Schoon eyke pootsel te koop bij Marcellus Tilburgs (1706) 1780 Francis Herman Tilborghs (1731-1786) maakt zijn inventaris op. 1809 Peter Tilborgs (1778-1854) aangesteld als armmeester van Bergeijk 1824 Cornelis Tilburgs (1805-1879) betaalt ƒ 300,- aan remplaçant. 1831 Het kasboek van Cornelis (1805-1879) en Francis Tilburgs (1809-1882) 1835 Francis Tilburgs (1809-1882) met sabel verwond 1853 Het 50-jarig huwelijksfeest van Peter Tilburgs (1778-1854) en Maria Anna van de Vorst 1857 Johannes Antonius Tilburgs (1816) emigreert naar Amerika. 1870 Burgemeester ondersteunt gratieverzoek Peter Johannes Tilburgs (1840-1919) 1879 Petrus Bernardus Tilburgs (1849-1900) in Alkmaar bestolen 1880 Van Bergeijk naar Amsterdam 1884 Cornelis Tilburgs (1860-1909), Frater Sylvester, kwartiermaker van het nieuwe internaat in Reusel. 1884 Acht jaar tuchthuis voor Hendrikus Tilburgs (1859-1934) 1892 Anton Tilburgs (1856-1944) ontsnapt aan de dood 1898 De verdrinking van Arnoldus Tilburgs (1844-1898) 1908 Wilhelmina Tilburgs (1888-1987) met lauweren bekroond 1909 Het huwelijk van Hein Tilborghs (1882-1961) en Lies Larmit (1882-1949) 1913 Hein Tilborghs (1882-1961) begint sigarenfabriek 1914 Bedrijfsongeval van Franciscus Tilburgs (1866-1951) 1914 Cornelis Tilburgs (1890-1977) gemobiliseerd op Fort Pampus 1914 Soldaten vieren Kerstfeest bij Hein Tilborghs (1882-1961) 1927 Boerderij van P. Tilburgs door brand verwoest 1939 Rinus Tilburgs (1919-1998) schiet verkenningsvliegtuig uit de lucht 1941 Ernstige gasontploffing bij het gezin Tilburgs-Bakker aan de Lorentzweg in Hilversum 1942 Petrus Bernardus Tilburgs (1919): dwangarbeider in Junkers vliegtuigmotorenfabriek in Köthen 1952 Frans Tilborghs (1933-2002): Naar de diepte der aarde 1956 Marinus Tilborghs (1923-1983) verkoopt jarenlang Ploegstoffen op ‘t Zoldertje 1974 Bertha Tilburgs (1878-1975): oudste breister van de Kempen *************************************************************** 1715 Frans Marcelis Tilborgs († 1728) leent 1.000 carolusguldens aan de gemeente Bergeijk Op 22 februari 1715 komt in Bergeijk een gezelschap van achttien mannen bij elkaar, bestaande uit de president, scheepenen, borgemeesteren, reeckenmeesteren en bedesetters. Zij vertegenwoordigen het gemeentebestuur van Bergeijk en verklaren dat de gemeente duizend carolusguldens heeft ontvangen van Frans Marcelis Tilborgs en zijn huisvrouw Aleken Hermans. Hiervoor zal met terugwerkende kracht vanaf 11 november 1714 een rente van 3 ½ procent worden betaald aan Frans Marcelis Tilborgs en zijn vrouw. De eerste rentebetaling is op 11 november 1715. Voor het aflossen van de lening wordt een opzegtermijn van drie maanden afgesproken. Het dorpsbestuur van Bergeijk leent dit geld om een lening van 18 oktober 1651, die een hogere rente had, te kunnen aflossen. Klik op de foto voor een vergroting. 1722 Willem Hermans wijst kinderen van Frans Marcelis Tilborghs als erfgenamen aan Op 25 augustus 1722 verschijnt Willem Hermans voor notaris Adriaen Wachtelaers in Bergeijk. Hij is ongehuwd, gedoopt op 27 april 1659 en nu dus 63 jaar oud. Hij vindt het tijd om zijn testament op te maken. Omdat hij zelf geen kinderen heeft vermaakt hij zijn roerende, onroerende goederen, "haven ende schaere" aan de kinderen van zijn zus Allegonda Hermans en haar man Frans Marcelis Tilborgs. In het testament worden vijf kinderen genoemd: Elisabeth, Agneta, Herman, Marcelis en Bartelomeus. Waarschijnlijk zijn de andere drie kinderen, Petronella, Maria en Johannes, inmiddels overleden.
Verder bepaalt Willem dat zijn zus Catlijn (Catharina) "sal hebben een pistolen oft 2 gulden 10 stuijvers". (Een pistool is hier geen vuurwapen, maar een buitenlandse gouden munt). Het blijkt dat Willem ook nog een halfbroer heeft, Hendrick Hermans (niet op bovenstaande schema vermeld). De kinderen van deze Hendrick krijgen "eenen pattacon oft 2 gulden 10 stuijvers". Een pattacon is een zilveren munt die ook wel kruisdaalder, kruisrijksdaalder of rijksdaalder werd genoemd. 1733 Huwelijkse voorwaarden Anthonet Tilborgs (1699-1735) en Peter Peters Anthonet
Tilborgs, ook wel Agneta genoemd. is weduwe van Anthoni Bergmans, van wie zij
twee kinderen heeft, Antoni (4) en Willemijn (7). Anthonet staat op het punt om
te hertrouwen met Peter Peters, een weduwnaar met drie kinderen. Om toekomstige
problemen tussen de kinderen uit de verschillende huwelijken te vermijden maken
beide aanstaande echtelieden een inventaris van hun roerende goederen. Anthonet
wordt bijgestaan door de twee voogden over haar beide kinderen, Hendrik Bergmans
- waarschijnlijk haar zwager - en haar broer Herman. Anthonet
Tilborgs bezit een os en 28 schapen, een stand, een kar, een ketel, een ton en
een emmer, en bed met toebehoren, ongeveer acht vijmen rogge, tien vaten
boekwijt en 2000 (..) hooi, 110 gulden en tien stuivers kapitaal in de vorm van
obligaties ten laste van de gemeente Bergeijk, een schuur, enkele stukken
akkerland, een dries en een beemd en de oogst, die op het veld staat. De
schulden ten laste van de boedel bedragen ongeveer 71 gulden. Peter
Peters is eigenaar van twee koeien en een varken, een ton, een koeketel, een
handketel, een pot, een trog en een ijzeren ketel, een kist, een schop en een
riek, een bed met toebehoren, ongeveer vier vijmen koren, tien vaten boekwijt en
2000 (..) hooi, de oogst, die op het veld staat, de grond rondom het huis (het
huis zelf wordt niet vermeld), een beemd en enkele stukken akkerland. De
schulden ten laste van de boedel bedragen ongeveer 32 gulden. Na het opmaken van deze inventarissen komen de aanstaande echtelieden het volgende overeen: Peter en Anthonet blijven samen in het volle bezit van de gebouwen, het vee, de werktuigen, de meubels, de oogst en de schulden, die hierop rusten. Voorwaarde is dat zij de kinderen naar behoren zullen voeden en kleden. Anthoni en Willemijn, de kinderen van Anthonet, houden het recht op de obligatie van honderd gulden, die eerder aan hun vader toebehoorde. De kinderen van Peter hebben, als zij volwassen worden of trouwen, recht op de erfgoederen van hun overleden moeder. Verder wordt afgesproken dat de kinderen van Anthonet en de kinderen, die zij en Peter nog eventueel samen krijgen, volledig gelijk zullen delen als Anthonet komt te overlijden. Peter krijgt in dat geval een kindsdeel. Echter, de bezittingen die Peter en Anthonet samen zullen verwerven, worden na hun dood gelijkelijk door alle kinderen verdeeld. 1734 De nalatenschap van Francis Tilborgs († 1728) en Alegonda Hermans "Compareerden voor Heren Schepenen des Dorps van Bergeijk ondergenoemt Elisabeth Tilborgs geassisteert met Joseph Wijnants haren man, en momboir, Herman Tilborgs, Agneta Tilborgs geassisteert met Peter Peters haren man en momboir, en Bartel Tilborgs te samen kinderen ende erffgenamen van Francis Tilborgs en Alegonda Hermans dewelke verclaarden wel ende wettelijk te cederen, te transporteren, eeuwiglijk, ende erffelijk over te geven, gelijk sij doen mits desen, aen en ten behoeven van Sr. Wouter Braakhuijsen cum uxore coopman wonende to Bergeijk, eene somme van hondert gulden capitael, lopende tot lasten van het Corpus van Bergeijk, begrepen in een meerdere obligatie van duijsent gulden, volgens brieve daer van sijnde van dato den 22 februarij 1715 en ten Comptoire der beden geregistreert sub No. 32 waer toe nader wert gerefereert, staende ten intrest bij reductie ad drie per cento."
1754
Anna Maria Tilborgs (1714) betaalt doktersrekening met verhuur
percelen grond Of een meester chirurgijn je in 1754 afdoende kon genezen moest je nog maar afwachten. Maar dat zijn bemoeienis handenvol geld zou kosten, stond buiten kijf. Bij gebrek aan contant geld waren er wel alternatieven. Dat zien we in 1754 bij Anna Maria Tilborgs, dochter van Jan Tilborgs en Catharina Ooms, en gehuwd met Michiel Castelijns. Zij heeft kennelijk een venerische ziekte opgelopen en doet een beroep op chirurgijn Raupp. Zij zal de rekening betalen door verhuur van enkele percelen grond.
1759 Willem Herman Tilborgs (1733-1792) aangesteld als collecteur van de koningsbede In 1757 wordt Willem Herman Tilborgs aangesteld als collecteur van de koningsbede voor de gehuchten 't Loo en Weebosch in Bergeijk. De koningsbede is een belasting op onroerend goed, die stamt uit de tijd dat de landsheer voor de financiering van oorlogen en zijn hofhouding een beroep moest doen op zijn onderdanen. Na de vrede van Munster in 1648 gaan de Staten-Generaal deze belasting heffen. In de loop der tijd wordt de koningsbede een vaste, jaarlijks terugkerende belasting op onroerend goed naast de zogenoemde verpondingen. Voor de inning van de koningsbede worden plaatselijke collecteurs ingeschakeld, die de belastingopbrengst afdragen aan het plaatselijke bestuur en daarvoor een vergoeding ontvangen. In 1663 stelt de Raad van State van de Verenigde Nederlanden een "Reglement voor die van de vryheyt van Bergeyk" op. Hierin bepaalt de raad dat het bestuur van Bergeijk bestaat uit schepenen en tien raadsmannen. Dit bestuur benoemt onder andere de collecteurs van de koningsbede en de verpondingen. De collecteur moet in Bergeijk wonen, hij moet een goede administratie bijhouden en verantwoording afleggen aan de schepenen en de raadsmannen. Tekorten worden ingehouden op zijn salaris. In mei 1759 moet Willem
Herman Tilborgs als collecteur van de koningsbede optreden tegen Jenneke
Verspaendonck, de weduwe van Adam Plasmans. Jenneke was eerder weduwe van Jan
Baselmans met wie zij drie dochters kreeg. Jenneke hertrouwde met Adam
Plasmans en kreeg met hem
vier dochters en twee zonen. Zeven jaar na het overlijden van Adam is zij
kennelijk niet meer in staat de belasting op te brengen. Willem Herman Tilborgs
geeft daarom de vorster Adriaan van de Poll opdracht om de onroerende goederen
van Jenneke in beslag te nemen om hieruit twee gulden, acht stuivers en twaalf
penningen te verhalen. Een jaar later, in 1760, treffen we een overzicht aan van de heffing van de verpondingen en de koningsbede bij twee broers en twee zusters van Willem, te weten Francis, Peter, Aldegonda en Jenneke. Zij worden samen aangeslagen voor dertien gulden, drie stuivers en twee penningen voor de verpondingen en vijftien stuivers en dertien penningen voor de koningsbede. Francis betaalt twee vijfde deel en de anderen drie vijfde deel. In de acte staan buiten "huijs, hof en aengelagh" twintig percelen genoemd met namen als Swinen bart, Liermans acker, start acker, den palen jans acker gelegen op den berkt, dael acker, geijskens beemt, het Eijstel en den Schalideckers dries. Samen hebben ze een oppervlakte van 34,25 lopense, dat is ruim 5,6 hectare. Klik op de afbeelding voor een vergroting 1780 Schoon eyke pootsel te koop bij Marcellus Tilburgs (1706) Op 11 januari 1780 verschijnt onderstaande advertentie in de ’s Hertogenbossche Courant. "Te Bergeyk bij M. Tilburgs, is schoon eyke 5 en 6 jarig pootsel te koop voor 3 stuivers ‘t 100. Brieven franco en 8 dagen te vooren te bestellen, ook tegen schoon elsen pootsel te ruilen, dog daar te leveren." 1780 Francis Herman Tilborghs (1731-1786) maakt zijn inventaris op. In verband met zijn tweede huwelijk maakt Francis Tilborghs zijn inventaris op. Hij bezit drie percelen akkerland en een weiland. Zijn inboedel geeft een goed beeld van z'n materiële omstandigheden. Niet alle woorden zijn leesbaar en er komen enkele artikelen in voor, waarvan de betekenis moeilijk is te achterhalen.
Verder heeft Francis 141 gulden contant geld. Hij heeft nog 600 gulden tegoed van de Holsteinse Compagnie, waarbij hij als teut was aangesloten, maar moet zelf nog 26 gulden betalen aan achterstallige lasten en verhandelde winkelwaren.
Van links naar rechts:
Bron: Rijke oogst van schrale grond. 1809
Peter Tilborgs (1778-1854) aangesteld als armmeester van Bergeijk 1824 Cornelis Tilburgs (1805-1879) betaalt ƒ 300,- aan remplaçant. Op 27 maart 1824 verschijnen Peter Tilburgs en
zijn achttienjarige zoon Cornelis voor notaris Van Galen in Bergeijk. Vader en
zoon zijn beiden koopman van beroep. Cornelis heeft geloot voor de Nationale
Militie. Hij heeft lot nummer zes
Tegenover vader en zoon Tilburgs staan de twintigjarige werkman Cornelis Jonkers en zijn moeder Elisabeth Kersemakers, weduwe van Lourijs Jonkers. Cornelis Jonkers heeft twee jaar eerder meer geluk gehad. Hij trok lot nummer vijftien en hoefde daarom niet in militaire dienst. Nu is Cornelis Jonkers bereid om voor ƒ 300,- door nummerverwisseling de plaats van Cornelis Tilburgs in te nemen. Het bedrag wordt ineens betaald na het verstrijken van de diensttijd. Intussen ontvangt Jonkers jaarlijks vijf procent, dus ƒ 15,-, rente. De overeenkomst heeft de goedkeuring van beide aanwezige ouders en van de Militieraad van het district Grave. Vader en zoon Tilburgs ondertekenen de overeenkomst. Moeder en zoon Jonkers kunnen beiden niet schrijven. Een loteling trekt zijn lotnummer uit een
glazen kom voor het militiecomité. Rechts staat de meetlat waarmee zijn lengte
wordt bepaald. 1831 Het kasboek van Cornelis (1805-1879) en Francis Tilburgs (1809-1882)
Klik op de foto's voor een vergroting 1835 Francis Tilburgs (1809-1882) met sabel verwond Tijdens
de oorlog met België zijn in de herberg van Peter Tilburgs twee hertogenlijke
jagers en twee
(Tekening: korporaal in marstenue, 1831) 1853 Het 50-jarig huwelijksfeest van Peter Tilburgs (1778-1854) en Maria Anna van de Vorst De Noordbrabanter, 25e jaargang, no. 24, donderdag 24 februari 1853.
"Eene
buitengewone plegtigheid, alhier in verscheidene jaren niet voorgevallen, had
gisteren in deze gemeente, op het Loo plaats. Peter Tilburgs en zijne huisvrouw
Maria van de Vorst, vierden namelijk met een blij en dankbaar gevoel, in
tegenwoordigheid van alle hunne kinderen en kindskinderen, hunne gouden
bruiloft; daar het toen juist 50 jaren geleden was, dat zij door den echt zijn
vereenigd. De hier sints Nov. 1845 gevestigde harmonie, die bereids
menigmaal in deze en nabijgelegene gemeenten, een en ander feest luister en
aanzien bijzettede, heeft daaraan, in weerwil van het sterke winterweder,
ruimschoots het hare toegebragt. 's Avonds bevorens gaf deze, ten huize van
de feestvierenden, eene serenade. Zondags voormiddags vergezelde zij spelende
den Jubilaris, die met zijne vrouw in een fraai rijtuig gezeten was, ter kerke,
wordende voor hen de Hoogmis opgedragen en door den Eerw. Heer Pastoor eene
toepasselijke rede gehouden. Op dezelfde wijze vertrokken zij 's middags
naar hunne woning, alwaar des avonds weder verscheidene muziekstukken door de
harmonie uitgevoerd werden, telkens ten aanhoore van eene groote toegestroomde
menigte, waarvan velen hunne belangstelling in het feest deden blijken. Zoo zal
deze dag èn voor de feestvierenden, èn voor de gasten, èn voor de dorpelingen
eene aangename en streelende gedachtenis achterlaten. De muziek voor het 50-jarig huwelijksfeest van Peter en Maria wordt verzorgd door de harrmonie van Bergeijk. Peters jongste zoon Jan is in 1845 één van de oprichters van dit muziekgezelschap geweest. In 1846 wordt hij bestuurslid. Op 16 juni van dat jaar treedt de harmonie voor het eerst op straat op. Panken beschrijft deze gebeurtenis als volgt: "Dinsdag 16 Junij, kwam - om half 6 ure nm. - de harmonie van Bergeijk te Westerhoven, om er de schutters van het in het vorig jaar opgericht gezelschap De Menapiërs, die te Eindhoven daags tevoren, de zilveren medaille verworven hadden, af te halen. Ten half 8 ure kwamen zij in optogt te Bergeijk, waar alsdan de klokken werden geluid, vlaggen wapperden, enz. In 1847 bedankt Jan als bestuurslid wegens vertrek naar elders, maar in 1848 staat hij weer als lid te boek. Hij zal daarom zeker van de partij zijn geweest op 11 juni 1849, als de harmonie optreedt tijdens een muziekfeest in Eindhoven. In "'t Hermenieke van Bergeijk" wordt dit uitstapje beschreven en worden enkele passages uit het verslag van de secretaris geciteerd: "Op de aangegeven dag (..) begaf het gezelschap zich om 4 uur 's morgens op weg. 'Onder vriendschappelijke gesprekken arriveerden de deelnemers om 8 uur te Stratum' (..) Na aankomst te Stratum trok het gezelschap naar de stad Eindhoven, waar een algemene repetitie gehouden werd voor de uitvoering van een gemeenschappelijke mars. Hierna volgde een grote optocht door de stad, waarna de ontvangst plaats had door de President van Apollo's Lust, die 'een oratie tot alle opgekomen harmonieën hield, waarin muziek en vriendschap en vooral welkomstbetuigingen de hoofdrol speelden. De redevoering werd besloten met het invallen van de Eindhovense Harmonie met het schone Air: Waar kan men beter zijn! Plechtig was dit ogenblik voor allen' (..) Hierop werd het programma afgewerkt, de gemeenschappelijke mars gespeeld en werden de medailles en de diploma's uitgereikt. Hierna bracht men nog vele uren vrolijk en vriendschappelijk door onder het drinken van een glas wijn. 'Des morgens om vijf uur kwamen wij vrolijk en ordelijk onder het spelen van muziek in Bergeijk terug, alwaar bijna elk verheugd was over de goede afloop van het gehouden feest." 1857 Johannes Antonius Tilburgs (1816) emigreert naar Amerika.
Na
de dood van zijn ouders vertrekt Johannes Tilburgs uit Bergeijk om in Amerika
fortuin te gaan zoeken. Meester Panken schrijft hierover in zijn dagboek:
"Een laatste vaarwel vóór zijn vertrek naar N. Amerika, werd mij Zondag
16 Aug. door Johannes Tilburgs van
Jan en zijn metgezellen gaan in Antwerpen aan boord van de Troy. Hun accomodatie is "between decks". Bij z'n inscheping wordt Jan genoteerd als "mingegoed" (ter onderscheiding van "welgesteld" en "behoeftig"), zonder vrouw, kinderen of dienstboden. Hij betaalt 80 cent hoofdelijke omslag aan de autoriteiten. Als beroep staat "mechanic" vermeld. Hij heeft New York als haven van bestemming.
Illustratie: New York. Winter Scene
in Broadway. 1857,
1870 Burgemeester ondersteunt gratieverzoek Peter Johannes Tilburgs (1840-1919)
Foto: Petrus Jozephus Aarts (1814-1894). Hij was van 1849 tot zijn dood burgemeester van Bergeijk. 1879 Petrus Bernardus Tilburgs (1849-1900) in Alkmaar bestolen Petrus Bernardus is één van de kinderen van het echtpaar Tilburgs-Kloots, die uit Bergeijk vertrekken om elders te gaan werken (zie ook Kroniek 1880). In 1879 werkt hij in Alkmaar, mogelijk aan het station dat in dat jaar wordt verbouwd. In het Politieblad van 1879 lezen we het volgende bericht over hem: "De officier van justitie te Alkmaar verzoekt opsporing en berigt. In den morgen van 15 Oct. jl, in een kosthuis te Alkmaar (is gestolen):
Van dien diefstal worden verdacht James Meijer, oud 22 jaren, steenhouwer, dragende een bruin kneveltje en kenbaar aan eene ligte verwonding aan het voorhoofd, en Engelbert Muhren, oud 19 jaren, steenhouwer, beiden gekleed met grijze jassen." 1880 Van Bergeijk naar Amsterdam In
Amsterdam nemen de bouwactiviteiten in het laatste kwart van de negentiende eeuw
grote vormen aan. Aan de zuidkant van de stad wordt een nieuwe woonwijk gebouwd,
de Pijp. In de jaren '80 verrijzen kort na elkaar enkele monumentale gebouwen:
het
Cor
en Johanna hebben twee zonen, die Peter heten. De oudste verhuist naar Helmond.
De andere, Peter Bernardus, geboren in 1849, wordt ter onderscheiding van zijn
oudste broer hier verder Piet genoemd. Hij wordt op 5 mei 1869 voor een periode
van vijf jaar ingelijfd in militaire dienst. Piet trouwt op 7 januari 1878 in Bergeijk met Francisca Helsemans. Precies een jaar later, op hun eerste trouwdag, krijgen zij een dochtertje, Johanna. Het meisje overlijdt echter binnen drie weken. Kort daarop vertrekken Piet en Francisca naar Nieuwer Amstel en vervolgens naar Amsterdam. Piet werkt daar als metselaar en tegelzetter. Qua huisvesting hebben ze een uiterst onrustig bestaan. Binnen acht jaar verhuizen ze met hun steeds groter wordend gezin acht keer. De adressen liggen allemaal dicht bij elkaar in de Pijp:
Op 20 juli 1881 komt ook Peters jongere broer, de 26-jarige Frans (Franciscus Hermanus), over uit Bergeijk om in de hoofdstad als metselaar te werken. De eerste maand woont Frans bij z'n broer in de Gerard Doustraat 105. In dezelfde maand komt Rijkje de Zwart, een 27-jarige katholieke dienstbode in het huis wonen. Rijkje is geboren in Baarn en is via Naarden naar de hoofdstad gekomen. Ze werkt daar op een aantal adressen als dienstbode:
In november 1878 komt Theodora Scholten vanuit haar geboorteplaats Diemen via Nieuwer Amstel naar Amsterdam. Ze is twintig jaar en katholiek. Ze gaat als dienstbode werken en wonen bij het gezin van de nederlands-hervormde boomkweker Gideon Jan du Marchie Sarvaas in het statige pand Amsteldijk 12. In november 1880 verhuist het echtpaar met hun dochtertje en twee zoontjes naar de Constantijn Huijgensstraat 11. Theodora verhuist mee. Op het nieuwe adres worden nog twee jongetjes geboren. Op 22 oktober 1885 verhuist het gezin naar Nieuwer Amstel. Theodora gaat dit keer niet mee, maar gaat werken en wonen bij de katholieke familie Luijkx, die vlakbij in het pand Constantijn Huijgensstraat 16 woont.
Illustratie: Hilversum 1895
1884 Cornelis Tilburgs (1860-1909), Frater Sylvester, kwartiermaker van het nieuwe internaat in Reusel.
In 1884 bouwen de Fraters van Tilburg in het Brabantse dorp Reusel een Instelling van Weldadigheid met de naam “St. Cornelius Gesticht”. De instelling heeft als doel: “Katholieke behoeftige jongens-wezen, uit alle oorden van Nederland, die te hunner plaatse niet kunnen worden opgenomen, tot brave Christenen en nuttige leden der maatschappij te vormen, zoo dat zij bij het verlaten van het Gesticht geschikt zijn om met vrucht eenig ambacht aan te leeren.” “Waren wij als melk uit Tilburg vertrokken, wij zouden als boter in Reuzel zijn aangekomen.”
Begin september 1884 is het Fraterhuis gereed. In “Honderd jaar fraters in
Reusel, 1884-1984” lezen wij: “Op 10 september 1884 kwamen dan de eerste fraters
is Reusel. Het waren frater Eligius (Joannes Janssen, voor de keuken), frater
Georgius (Petrus van Laarhoven) en frater Sylvester (Corn. Tilburgs). Voor
frater Georgius stond het toen al
"Zij begaven zich per rijtuig van het Moederhuis te Tilburg naar Hilvarenbeek, vanwaar zij de reis per pedes apostolorum voortzetten tot Lage Mierde. Aldaar werden zij met het karretje van den Zeereerw. Heer Pastoor afgehaald. vermoeid van de wandeling zetten zij zich in het voertuig neder. Doch nauwlijks had het paard eenige stappen gedaan of het schokken nam een aanvang en de reizigers liepen gevaar van in de hei zeeziek te worden. “Waren wij”, zoo sprak een hunner, “als melk uit Tilburg vertrokken, wij zouden als boter in Reuzel zijn aangekomen.” De hartelijke ontvangst en het gulle onthaal, hun door den ZeerEerw. Heer Pastoor bereid, deed hen echter spoedig de doorgestane moeilijkheden vergeten en menige toast werd op de nieuwe stichting uitgebracht." Op 15 september 1884 wijdt pastoor Van der Wee het fraterhuis officieel in. De inzegening van de kapel volgt een dag later. Ter gelegenheid daarvan wordt een processie georganiseerd. Frater Sylvester is één van de twee acolieten, die samen met de drager van het kruis vóór de processie uitlopen. Frater Sylvester blijft twee jaar in het fraterhuis in Reusel. Daarna woont hij achtereenvolgens in kloosters in Oss, Grave, Goirle, Tilburg, opnieuw Grave, Arnhem en Sint. Michielsgestel. Van 1905 tot 1909 verblijft hij weer in Reusel. Op 8 september 1909, kort voor zijn dood op 48-jarige leeftijd, keert hij terug naar het moederhuis van zijn congregatie in Tilburg. Bronnen: "Honderd jaar fraters in Reusel, 1884-1984.", Bevolkingsregisters.
1884 Acht jaar tuchthuis voor Hendrikus Tilburgs (1859-1934)
Onderweg naar Hoeks snijdt Hendrikus de stam van een denneboompje af om die als knuppel te gebruiken. Nadat hij de woning is binnengedrongen loopt hij onmiddellijk naar de bedstede en begint zonder een woord te spreken met de knuppel te slaan. De bedgordijnen scheuren en Maria, die op haar linker zij ligt, probeert het geweld af te weren en krijgt enkele rake slagen op haar rechter arm en hand. Zij schreeuwt om hulp, waarop Hendrikus haar bij de keel grijpt. In het donker kan zij niets onderscheiden, maar zij merkt dat Helena is wakker geschrokken en de knuppel uit de handen van haar aanvaller heeft weten te rukken. Deze grijpt nu zijn mes en steekt en snijdt Maria in haar linker arm. Ondertussen sleept Adriana de kist, die onder het raam staat, naar buiten. Maria en Helena horen dat de dorsvlegels, die tegen de kist stonden, omvallen en dat de onbekende indringer zich naar buiten spoedt. Helena springt uit bed en snelt door de achterdeur naar de buren om haar broer te waarschuwen. Als zij terugkeren in de woning en het licht hebben aangedaan vinden zij Maria half bewusteloos en hevig bloedend. De knuppel ligt voor de bedstede. De kist is verdwenen. Als eerste hulp legt Petrus een natte kalfsmaag op de verwonde arm en knoopt daar een doek om. De volgende dag wordt Maria onderzocht door geneesheer Gyrath. Op de rechter arm constateert hij een blauwe plek van vier centimeter met een zwelling. Op de linker arm ziet hij ter hoogte van de elleboog een snee van zes centimeter lang en een halve centimeter diep. In de linker bovenarm, bij de elleboogsholte, is een gestoken wond van vier centimeter lang en twee centimeter diep. Het mes is tot op het bot doorgedrongen en heeft hevige bloedingen veroorzaakt. De geneesheer stelt op basis van de houding van Maria tijdens het misdrijf en de aard van de verwonding vast dat deze niet per ongeluk of bij toeval kan zijn toegebracht. De bloeding had levensgevaarlijk kunnen zijn als hij niet op tijd was gestelpt. Hendrikus
en Adriana dragen de kist samen een eind in de richting vanwaar zij zijn
gekomen. Na even uitgerust te hebben draagt Hendrikus hem verder alleen tot bij
een houtwal, ongeveer 600 meter bij het huis van Hoeks vandaan. Tevergeefs
proberen ze daar de
De
sporen van het misdrijf leiden al snel naar Hendrikus Tilburgs en Adriana
Kuijken. Op 19 september worden zij gearresteerd en overgebracht naar het Huis
van Arrest in 's-Hertogenbosch. Bij binnenkomst wordt hun signalement
beschreven. Hendrikus is een
boerenknecht. Hij is 1,62 lang, heeft bruine ogen
en wenkbrauwen en heeft een gezonde kleur. Hij
kijkt scheel. Dit is het gevolg
van een ruzie in 1881, waarbij hij met een mes aan het rechteroog gewond is
geraakt. Hij heeft lager onderwijs genoten en kan schrijven. Adriana is 1,53
lang, heeft blauwe ogen en blond haar. Zij heeft een gezonde kleur en geen
bijzondere kenmerken. Ook zij heeft lager onderwijs genoten en kan schrijven.
Beiden gedragen zich goed tijdens hun verblijf in het Huis van Arrest. In
afwachting van hun berechting worden zij op 19 november overgebracht naar het
Huis der Justitie
in 's-Hertogenbosch. Op de dag voor Kerstmis, op 24 december
1884, wordt het vonnis geveld. Hendrikus
Hendrikus gedraagt zich zeer goed tijdens zijn hechtenis. Hij is helper van de kok. Op 25 september 1892 wordt hij vrijgelaten, waarna hij zich naar Oss begeeft om zijn uitgaanskas in ontvangst te nemen. Ook Adriana gedraagt zich zeer goed. Zij is in de gevangenis belast met naaiwerk. Niettemin moet zij haar straf tot op de dag volledig uitzitten, zonder dat rekening wordt gehouden met de periode van voorarrest: zij wordt op 24 december 1889 vrijgelaten en reist naar Bergeijk om haar uitgaanskas in ontvangst te nemen. Bij hun invrijheidstelling worden portretfoto's gemaakt, die als bijlagen worden opgenomen in het Geheim Register van Ontslagen Gevangenen. Deze foto's staan aan het begin van dit artikel. Foto's: Strafgevangenis Leeuwarden en de vrouwengevangenis van Gorinchem (1970) 1892 Anton Tilburgs (1856-1944) ontsnapt aan de dood Op
8 oktober 1892 werkt Anton Tilburgs aan de aanleg van een 12 meter diepe
waterput op de Trompenberg bij Hilversum
"toen plotseling door de persing van losschietend zand de kuipen tot duigen
ineengedrukt werden en de ongelukkige arbeider onder den
Na drie dagen van spanning, noeste arbeid, hoop, vertwijfeling en uitputting wordt Anton bevrijd door Cornelis van Rheenen, die zijn leven waagde door diep in de put af te dalen. Het ongeluk trekt enorm veel aandacht in de plaatselijke en landelijke pers. Na een geldinzameling onder de Hilversumse bevolking en giften uit heel Nederland krijgen zowel Anton Tilburgs als Cornelis van Rheenen een huis en geschenken aangeboden. Honderd jaar na de redding ontmoeten nakomelingen van Van Rheenen en Tilburgs elkaar en schrijft drs. Fred Repko een uitvoerig gedocumenteerd artikel in "Eigen Perk", een uitgave van de Hilversumse Historische Kring "Albertus Perk". Tekening van de redding in het Algemeen Nederlandsch Politieblad (1892) Op vrijdag 4 november 1898, om 11.00 uur 's ochtends overlijdt in Woensel de 53 jarige sigarenmaker Hendrikus Verhuijzen, de echtgenoot van Wilhelmina Tilburgs. Arnoldus, een broer van Wilhelmina, vertrekt op zondag 6 november vanuit Bergeijk om in Woensel de begrafenis van zijn zwager bij te wonen. Hij zou daar echter nooit aankomen. De Meierijsche Courant, 12 november 1898, advertentierubriek
VERMIST
Zondag avond A.T., van
Bergeijk, middelmatige
lengte, bruine oogen, grijs haar en grijzende ringbaard, gekleed in donkerbruine
overjas met zwart laken jas en vest en zwart gestreepte broek.
GEZ.
TILBURGS, De Meierijsche Courant, 12 november 1898 Zaterdag 12 november 1898. Er wordt hier veel gesproken over een persoon uit Bergeijk, Tilburgs genaamd, - ook van hem is een berichtje, ons heden uit Bergeijk toegezonden - van wien men vermoedt, dat hij Zondag avond op de een of andere wijze in de Dommel te water geraakt en verdronken is. Er worden reeds allerlei praatjes uitgestrooid, waarmede men echter wel voorzichtig mag zijn, daar het vermoeden voor de hand ligt dat de ongelukkige op jammerlijke wijze, zonder iemand schuld, te water is geraakt. Er wordt druk gezocht naar den verdwenen man, doch tot thans toe - Vrijdag avond - heeft men het lijk nog niet gevonden. Wel echter houdt men zich algemeen overtuigd, dat de ongelukkige op het einde der Dommelstraat, waar men Zondag avond verschrikkelijke hulp- en noodkreten gehoord heeft, in 't water terechtgekomen en verdronken is. Utrechts Nieuwsblad, 15 november 1898, pag. 2 Geheimzinnig Omtrent den vermisten Tilburgs, uit Bergeijk, is nader bekend geworden, dat hij Zondagavond met den trein die te 9,59 uit Valkenswaard te Eindhoven aankomt, is mede gekomen. Sedert werd niets meer van hem vernomen. Men heeft dienzelfden avond te ongeveer 11 uur ter hoogte van de spoorbrug over de rivier De Dommel hulpgeroep gehoord, eenige spoorwegbeambten zijn toen zelfs met lantaarns gaan kijken, zonder iets te ontdekken. Ofschoon de spoorbrug niet in de richting ligt, door T. te volgen om naar Woensel te komen, bracht men dit in verband met diens verdwijning. Men heeft nu op deze hoogte De Dommel afgedregd, tot nu toe echter zonder resultaat. De Meierijsche Courant, 23 november 1898 Eindhoven. Woensdag
23 november 1898. Gewaarschuwd
door het vinden van den hoed des drenkelings, Arnoldus Tilburgs van Bergeijk,
die hier ruim veertien dagen geleden spoorloos verdween, in het kanaal, ging men
Maandag daar aan 't zoeken en Dinsdag namiddag werd het lijk opgevischt in de
haven. Er waren geene teekenen van een geweldigen dood te bespeuren. De Nieuwe Tilburgsche Courant van 24 november 1898 weet nog enkele bijzonderheden te noemen: "De verdronkene droeg nog een portemonnaie bij zich met f. 1,34. Zijn tabakszak had hij nog in de hand, toen hij werd opgevischt." 1908 Wilhelmina Tilburgs (1888-1987) met lauweren bekroond Valkenswaard. Was de tooneelvereeniging "de Vriendschap" alhier gevestigd in het Café van den heer J. Jansen-Jaspers vernemens om morgen haren aangekondigden wedstrijd te geven in duetten, thans kan wegens ziekte van een paar executanten deze wedstrijd niet doorgaan. Om het publiek en honoraire leden toch eene genotvollen avond te verschaffen, heeft deze vereeniging thans voor morgenavond geëngageerd de heeren Th. S., F. T. en mejuffrouw Wilha. Tilburgs. Zijn genoemde heeren op verschillende wedstrijden met medailles bekroond, ook mej. Wilha. trad eveneens uit een wedstrijd èn door de jury èn door het publiek met lauweren bekroond. Hare gracieuse verschijning op het tooneel inspireert terstond het publiek, terwijl zij over een welluidend ongedwongen stemorgaan beschikt. Wij twijfelen dan ook geenszins of genoemde vereeniging zal met het engageeren van dit trio ruimschoots succes inoogsten. Bron: Meierijsche Courant, Zaterdag 15 Februari 1908. 1909 Het huwelijk van Hein Tilborghs (1882-1961) en Lies Larmit (1882-1949)
Bron: De Meierijsche Courant
1913 Hein Tilborghs (1882-1961) begint sigarenfabriek Hein Tilborghs (1882) richt een sigarenfabriek op onder de handelsnaam J.H. Tilborghs & Zn., gevestigd te Bergeijk ’t Hof. Op 4 oktober 1923 laat hij zijn bedrijf inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel te Eindhoven. In 1939 bedraagt de productie 290.000 sigaren.
Foto rechtsonder: W.C. Jacobs 12 ½ jaar bij Tilenzo. Onder vlnr: Frans Tilborghs (1912), Sjef Theuws (1924), Lenard Tilborghs (1921), Peer Larmit (1920). Staand vlnr Franske Hoeks (1876), Harrie Tilborghs (1912), Pietje van der Heijden (1895), Wil Jacobs (1902), Hein Tilborghs (1882), Sjef Tilborghs (1912). De foto is gemaakt in 1941. 1914 Bedrijfsongeval van Franciscus Tilburgs (1866-1951)
Bron: De Meierijsche Courant Foto: Begijnenhof 1914 Cornelis Tilburgs (1890-1977) gemobiliseerd op Fort Pampus
Op 4 maart 1910 wordt
Cor ingedeeld als milicien kanonnier bij het Korps Pantserfort Artillerie,
detachement te Muiden, 4e Compagnie. Van 30 november 1910 tot 10 maart 1911
gaat hij met groot verlof, evenals in de perioden van 24 juni 1911 tot 18
augustus 1913 en van 13 september 1913 tot de mobilisatie op 1 augustus 1914
op Fort Pampus. "Het fort biedt ruimte aan 195 militairen. Het heeft twee geschutskoepels, met elk een dubbelloops kanon van 8.40 m. met een vuurafstand van acht kilometer. De granaten zijn manshoog. Daarnaast beschikt het fort over zes snelvuurkanonnen. De twee grote geschutskoepels worden gedraaid met behulp van twee stoommachines. Het fort beschikt onder meer over slaapzalen, een keuken, electriciteitsvoorziening, een bakkerij, een smederij, watertanks en opslagplaatsen voor levensmiddelen, wapens, buskruit, lege en gevulde projectielen. Door het fort is een spoorlijntje aangelegd voor de aanvoer van munitie. Rondom het fort is een ruim acht meter brede droge gracht om de vijand op een afstand te houden. De kosten van het project waren voor die tijd uitzonderlijk hoog: ƒ 1.000.000,- exclusief bewapening. Het fort wordt in 1889 in gebruik genomen, maar is dan al door de tijd achterhaald. De Wespe is al uit de vaart genomen en de nieuwe Duitse oorlogsschepen hebben een te grote diepgang voor de Zuiderzee."
Op 3 augustus schrijft
Francisca Tilburgs vanuit Hilversum een brief aan haar broer: " (.......)
Wij hebben gelukkig al twee keer nieuws van je ontvangen, van morgen je
briefkaart en van middag je brief. Je begrijpt dat wij er erg blij mede
waren te vernemen, dat je het goed maakt en dat je tenminste op het fort
blijft. Gisteren zondag zijn Cris en ik nog even in Muiden geweest zoowat om
één uur waren
Cor gaat op 3 juni
1915 over naar het detachement te Halfweg. Ruim een jaar later, 23 september
1916, gaat hij over naar het Detachement Artillerie buiten de forten te
Abcoude. Op 3 november gaat hij naar Detachement Hoofddorp en op 27 december
naar het Groepsstafkwartier Diemerbrug. Op 23 september 2006 besteedde Teleac in het programma Verre Verwanten aandacht aan een vraag van Huub Tilburgs over het leven op Pampus tijdens de mobilisatie van 1914. Wil je het programma beluisteren klik dan op onderstaande link. Het onderwerp begint na 11 minuten. Voor meer informatie over Fort Pampus en de Stelling van Amsterdam klik op onderstaande hyperlink. Onder de rubriek "Mensen" staat informatie over Kanonnier Tilburgs. De beschrijving van Fort Pampus en van de gebeurtenissen tijdens de eerste mobilisatieweek zijn ontleend aan "Pampus, Geschiedenis van een fort" van Cees Pfeiffer en aan een artikel in NRC-Handelsblad van vrijdag 7 juni 1991, pag. 1 en 2. Foto: Cornelis Tilburgs staat recht achter de accordeonspeler 1914 Soldaten vieren Kerstfeest bij Hein Tilborghs (1882-1961) Sinds
het einde van de vereniging met België (1839) is Bergeijk weer een grensplaats.
Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog posteren Nederlandse troepen zich
aan de grens met België, dat sinds 4 augustus 1914 door het leger van de Duitse
keizer is bezet. De soldaten, die de opdracht hebben om de Nederlandse
neutraliteit te verdedigen, worden ingekwartierd bij burgers in de
grensplaatsen. Op 25
Vóór Kerstmis 1914 hebben de legers zich vanaf de Vlaamse Noordzeekust tot de Zwitserse grens ingegraven; Duitsers tegenover Belgen, Fransen en Britten, vaak amper honderd meter van elkaar, gescheiden door prikkeldraad. Met Kerstmis gebeurt er iets buitengewoons en onverwachts: Duitse soldaten houden borden omhoog met de tekst "Frohe Weihnachten". Zij nodigen hun vijanden uit om samen het Kerstfeest te vieren. De beschietingen stoppen. Het nieuws van deze wapenstilstand verspreidt zich snel door de loopgraven. Binnen korte tijd staan er kerstbomen in het niemandsland en wisselen de soldaten geschenken uit. Er wordt samen gegeten, gedronken en gezongen. Er zou zelfs een voetbalwedstrijd zijn georganiseerd, die door de Duitsers werd gewonnen. Na Kerstmis gaat iedereen weer terug naar de loopgraven en wordt de oorlog in alle hevigheid hervat.
1927 Boerderij van P. Tilburgs door brand verwoest Op 17 juni 1927 raast een storm over Nederland. De dag daarna staat in de Nieuwe Rotterdamsche Courant het volgende bericht onder de kop "Het noodweer van gisteren": "Te Bergeyk is gisteravond de bliksem in de boerderij van den landbouwer P. Tilburgs geslagen. De boerderij is geheel afgebrand. De kinderen, die ziek te bed lagen, konden met moeite worden gered. Twee varkens, een kalf en een hond kwamen in de vlammen om. Verzekering dekt de schade. In andere woningen in Bergeyk werden de electrische leidingen vernield." Vermoedelijk gaat het hier om Cornelis Petrus Tilburgs (Pietje Til), geboren op 20 juni 1882 en getrouwd met Angelina Smets. Aanvullende informatie is natuurlijk erg welkom. 1939 Rinus Tilburgs (1919-1998) schiet verkenningsvliegtuig uit de lucht.
In 1939 kwam Rinus Tilburgs uit Helmond naar Venlo. Geboren op 3 juni 1919 moest hij zich in dat jaar als dienstplichtige op de kazerne in Blerick melden. Hij was nog nooit uit Helmond weggeweest en het was voor het eerst van zijn leven dat hij in de trein stapte. Na de opleiding maakte hij met andere dienstplichtigen deel uit van het grensbataljon, dat niet alleen de kazematten langs de Maas bemande, maar ook gelegerd was bij de grensovergangen. Zijn kazemat lag bij "Sur Meuse" en de Nederlandse verdedigingslinie werd regelmatig vanuit Duitse vliegtuigen bespioneerd. Van de kapitein kreeg Rinus en zijn bunkerbemanning er flink van langs, omdat ze niet adequaat genoeg op een Duits verkenningsvliegtuig hadden gereageerd. De eerstvolgende keer, dat Rinus weer een vliegtuig hoorde, stormde hij naar de buiten opgestelde mitrailleur, richtte en schoot zodanig raak, dat het vliegtuig neerstortte op het terrein waar nu de flats van de Molenbossen staan. Maar wat was het geval, Rinus had een eigen Nederlands verkenningsvliegtuig neergehaald. De piloot heeft het gelukkig overleefd, al kostte het hem zijn pink. Op 10 mei 1940 zat Rinus weer in zijn kazemat op Duitse soldaten te schieten, die met rubberboten de Maas probeerden over te steken. Hij hoorde aan de Venlose kant de Duitse officier iedere keer weer het bevel geven: "6 Neuen", als er weer een nieuwe lading de rubberboot in moest. Tijdens zijn dromen heeft hij die "6 Neuen" nog jaren in het water van de Maas zien vallen en "Hilfe" horen roepen.
Foto: Rinus Tilburgs (midden) 1941 Ernstige gasontploffing bij het gezin Tilburgs-Bakker aan de Lorentzweg in Hilversum
Het tekstkader bevat een bericht in Het Vaderland over hetzelfde ongeval. Klik op het krantenbericht voor een vergroting.
Commentaar: De genoemde "mevrouw van Tilburg" is Gerarda Tilburgs-Bakker. Het
huis is niet gesloopt, maar hersteld. 1942 Petrus Bernardus Tilburgs (1919): dwangarbeider in Junkers vliegtuigmotorenfabriek in Köthen
Petrus Bernardus Tilburgs
(Amsterdam 1919) is een zoon van
Theodorus Johannes Cornelis Tilburgs en
Margaretha Cornelia Adriana Kars.Hij
In 1988 zet Peter zijn ervaringen op papier in het kader van een project van de Vereniging Dwangarbeiders Nederland. De verzameling ego-documenten, die dit opleverde is overgedragen aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). Volgens de documenten, die wij bij het NIOD hebben geraadpleegd, is er geen enkele beperking gesteld aan de openbaarheid van de verhalen van de ex-dwangarbeiders. In een brief van P.B. Tilburgs aan de Vereniging Dwangarbeiders Nederland spreekt hij de hoop uit dat zijn informatie in de toekomst gebruikt kan worden om meer aandacht en waardering te krijgen voor de ex-dwangarbeiders. Om deze redenen hebben wij geconcludeerd dat de brief van Peter een plaats verdient op deze website. (Klik op de afbeeldingen voor een vergroting).
Link naar site over Mittelwerk V-2 fabriek Link naar een andere site over de Mittelwerk V-2 fabriek Link naar site over het concentratiekamp bij Nordhausen.
1952 Frans Tilborghs (1933-2002): Naar de diepte der aarde Het is eind jaren '50. Op 4 december, het feest van St. Barbara, de patroonheilige van de mijnwerkers, poseert een groep Kempische mijnwerkers in werkkleding en met mijnlamp voor café De Postduif in Bergeijk. Links staan de eigenaren van het café, Marinus Tilborghs en zijn vrouw Mariet Sallaerts. In het midden van de achterste rij (pijltje) zien we Frans Tilborghs.
1956 Marinus Tilborghs (1923-1983) verkoopt Ploegstoffen op ‘t Zoldertje Als het dorp Bergeijk ergens mee op de kaart is gezet, is dat wel met de prachtige en kwalitatief hoogstaande gordijn- en meubelstoffen van de plaatselijke weverij de Ploeg. Maar zeker ook met de markante weverij zelf, een fabriek die in de jaren 50 van de twintigste eeuw is gebouwd naar een ontwerp van de vermaarde architect Gerrit Rietveld. Dit anno 2008 leegstaande maar nog puntgaaf fabrieksgebouw is gelegen in een park dat in 1958-1959 is ontworpen door de landschapsarchitecte Mien Ruys. Zij werd "Bielzen Mien" genoemd omdat zij in haar ontwerpen graag werkte met spoorbielzen.
Marinus beschikt echter niet over de vereiste papieren. Zo mist hij een textielbrevet. Dat wordt omzeild door een deal te sluiten met de eigenaar van de textielwinkel aan de overkant van de straat, Jef van Woerkum. Op diens papieren mag Marinus voortaan verkopen en voor wat hoort wat: Jef krijgt hiervoor 2% van de opbrengst, zodat voor Marinus nog 8% resteert. En Jef helpt Marinus voortaan bij het uitzoeken van verkoopbare stoffen. Nadat Marinus zich om gezondheidsredenen moet terugtrekken uit “zijn” winkeltje zet weverij de Ploeg kort daarna - omstreeks 1983 - een punt achter de restantenverkoop. Foto: rechts Café de Postduif van Marinus Tilborghs. Zie ook de foto rechtsboven in het artikel van 1913 en de foto in het artikel van 1952. 1974 Bertha Tilburgs (1878-1975): oudste breister van de Kempen "Ga maar kijken. Overal kun je breiwerk van mij vinden. De mat waarmee ik nu bezig ben, heb ik beloofd aan de meisjes die mij een fruitmand hebben gebracht”. Zo begint in mei 1974 een krantenartikel onder de kop: Oudste breister Kempen. We lezen verder:
|