Genealogie Tilburgs/Tilborghs

Laatste aanpassingen:  Bergeijk (6 februari 2012), Kroniek (17 januari 2012) 

 Kroniek: 1884 Cornelis Tilburgs alias Frater Sylvester (1860-1909) kwartiermaker voor het nieuwe internaat in Reusel.

Start
Oorsprong
Oudste vermeldingen
Bergeijk
Bergeijk 2
Eersel
Valkenswaard
Essen/Zundert
Kroniek
Teutenfamilie
Opsporing verzocht
Fotogalerij
In memoriam
Privacybeleid
Links

Werken boven-staande knoppen of hyperlinks niet? Installeer dan gratis Java software vanaf www.java.com/nl

Aangevuld op 17 januari 2012

Kroniek

Deze kroniek heeft betrekking op de tak van de familie Tilburgs/Tilborghs, die afkomstig is van Bergeijk.

Klik op het jaartal om naar het artikel te gaan.

1715    Frans Marcelis Tilborgs († 1728) leent 1.000 carolusguldens aan de gemeente Bergeijk

1722    Willem Hermans wijst kinderen van Frans Marcelis Tilborghs als erfgenamen aan

1733    Huwelijkse voorwaarden Anthonet Tilborgs (1699-1735) en Peter Peters

1734    Nalatenschap van Francis Tilborgs († 1728) en Alegonda Hermans

1754    Anna Maria Tilborgs (1714) betaalt doktersrekening met verhuur percelen grond

1759    Willem Herman Tilborgs (1733-1792) aangesteld als collecteur van de koningsbede

1780    Schoon eyke pootsel te koop bij Marcellus Tilburgs (1706)

1780    Francis Herman Tilborghs (1731-1786) maakt zijn inventaris op.

1809    Peter Tilborgs (1778-1854) aangesteld als armmeester van Bergeijk

1824    Cornelis Tilburgs (1805-1879) betaalt ƒ 300,- aan remplaçant.

1831    Het kasboek van Cornelis (1805-1879) en Francis Tilburgs (1809-1882)

1835    Francis Tilburgs (1809-1882) met sabel verwond

1853    Het 50-jarig huwelijksfeest van Peter Tilburgs (1778-1854) en Maria Anna van de Vorst 

1857    Johannes Antonius Tilburgs (1816) emigreert naar Amerika.

1870    Burgemeester ondersteunt gratieverzoek Peter Johannes Tilburgs (1840-1919)

1879    Petrus Bernardus Tilburgs (1849-1900) in Alkmaar bestolen

1880    Van Bergeijk naar Amsterdam

1884    Cornelis Tilburgs (1860-1909), Frater Sylvester, kwartiermaker van het nieuwe internaat in Reusel.

1884    Acht jaar tuchthuis voor Hendrikus Tilburgs (1859-1934) 

1892    Anton Tilburgs (1856-1944) ontsnapt aan de dood

1898    De verdrinking van Arnoldus Tilburgs (1844-1898)

1908    Wilhelmina Tilburgs (1888-1987) met lauweren bekroond

1909    Het huwelijk van Hein Tilborghs (1882-1961) en Lies Larmit (1882-1949)

1913    Hein Tilborghs (1882-1961) begint sigarenfabriek

1914    Bedrijfsongeval van Franciscus Tilburgs (1866-1951)

1914    Cornelis Tilburgs (1890-1977) gemobiliseerd op Fort Pampus

1914    Soldaten vieren Kerstfeest bij Hein Tilborghs (1882-1961)

1927    Boerderij van P. Tilburgs door brand verwoest

1939    Rinus Tilburgs (1919-1998) schiet verkenningsvliegtuig uit de lucht

1941    Ernstige gasontploffing bij het gezin Tilburgs-Bakker aan de Lorentzweg in Hilversum

1942    Petrus Bernardus Tilburgs (1919): dwangarbeider in Junkers vliegtuigmotorenfabriek in Köthen

1952    Frans Tilborghs (1933-2002): Naar de diepte der aarde

1956    Marinus Tilborghs (1923-1983) verkoopt jarenlang Ploegstoffen op ‘t Zoldertje

1974    Bertha Tilburgs (1878-1975): oudste breister van de Kempen

***************************************************************

1715    Frans Marcelis Tilborgs († 1728) leent  1.000 carolusguldens aan de gemeente Bergeijk

Op 22 februari 1715 komt in Bergeijk een gezelschap van achttien mannen bij elkaar, bestaande uit de president, scheepenen, borgemeesteren, reeckenmeesteren en bedesetters. Zij vertegenwoordigen het gemeentebestuur van Bergeijk en verklaren dat de gemeente duizend carolusguldens heeft ontvangen van Frans Marcelis Tilborgs en zijn huisvrouw Aleken Hermans. Hiervoor zal met terugwerkende kracht vanaf 11 november 1714 een rente van 3 ½ procent worden betaald aan Frans Marcelis Tilborgs en zijn vrouw. De eerste rentebetaling is op 11 november 1715. Voor het aflossen van de lening wordt een opzegtermijn van drie maanden afgesproken. Het dorpsbestuur van Bergeijk leent dit geld om een lening van 18 oktober 1651, die een hogere rente had, te kunnen aflossen.

Klik op de foto voor een vergroting.

Terug naar boven

1722    Willem Hermans wijst kinderen van Frans Marcelis Tilborghs als erfgenamen aan

Op 25 augustus 1722 verschijnt Willem Hermans voor notaris Adriaen Wachtelaers in Bergeijk. Hij is ongehuwd, gedoopt op 27 april 1659 en nu dus 63 jaar oud. Hij vindt het tijd om zijn testament op te maken. Omdat hij zelf geen kinderen heeft vermaakt hij zijn roerende, onroerende goederen, "haven ende schaere" aan de kinderen van zijn zus Allegonda Hermans en haar man Frans Marcelis Tilborgs. In het testament worden vijf kinderen genoemd: Elisabeth, Agneta, Herman, Marcelis en Bartelomeus. Waarschijnlijk zijn de andere drie kinderen, Petronella, Maria en Johannes, inmiddels overleden. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verder bepaalt Willem dat zijn zus Catlijn (Catharina) "sal hebben een pistolen oft 2 gulden 10 stuijvers". (Een pistool is hier geen vuurwapen, maar een buitenlandse gouden munt). Het blijkt dat Willem ook nog een halfbroer heeft, Hendrick Hermans (niet op bovenstaande schema vermeld). De kinderen van deze Hendrick krijgen "eenen pattacon oft 2 gulden 10 stuijvers". Een pattacon is een zilveren munt die ook wel kruisdaalder, kruisrijksdaalder of rijksdaalder werd genoemd.

Terug naar boven

1733    Huwelijkse voorwaarden Anthonet Tilborgs (1699-1735) en Peter Peters

Anthonet Tilborgs, ook wel Agneta genoemd. is weduwe van Anthoni Bergmans, van wie zij twee kinderen heeft, Antoni (4) en Willemijn (7). Anthonet staat op het punt om te hertrouwen met Peter Peters, een weduwnaar met drie kinderen. Om toekomstige problemen tussen de kinderen uit de verschillende huwelijken te vermijden maken beide aanstaande echtelieden een inventaris van hun roerende goederen. Anthonet wordt bijgestaan door de twee voogden over haar beide kinderen, Hendrik Bergmans - waarschijnlijk haar zwager - en haar broer Herman.

Anthonet Tilborgs bezit een os en 28 schapen, een stand, een kar, een ketel, een ton en een emmer, en bed met toebehoren, ongeveer acht vijmen rogge, tien vaten boekwijt en 2000 (..) hooi, 110 gulden en tien stuivers kapitaal in de vorm van obligaties ten laste van de gemeente Bergeijk, een schuur, enkele stukken akkerland, een dries en een beemd en de oogst, die op het veld staat. De schulden ten laste van de boedel bedragen ongeveer 71 gulden.

Peter Peters is eigenaar van twee koeien en een varken, een ton, een koeketel, een handketel, een pot, een trog en een ijzeren ketel, een kist, een schop en een riek, een bed met toebehoren, ongeveer vier vijmen koren, tien vaten boekwijt en 2000 (..) hooi, de oogst, die op het veld staat, de grond rondom het huis (het huis zelf wordt niet vermeld), een beemd en enkele stukken akkerland. De schulden ten laste van de boedel bedragen ongeveer 32 gulden.

Na het opmaken van deze inventarissen komen de aanstaande echtelieden het volgende overeen: Peter en Anthonet blijven samen in het volle bezit van de gebouwen, het vee, de werktuigen, de meubels, de oogst en de schulden, die hierop rusten. Voorwaarde is dat zij de kinderen naar behoren zullen voeden en kleden. Anthoni en Willemijn, de kinderen van Anthonet, houden het recht op de obligatie van honderd gulden, die eerder aan hun vader toebehoorde. De kinderen van Peter hebben, als zij volwassen worden of trouwen, recht op de erfgoederen van hun overleden moeder. Verder wordt afgesproken dat de kinderen van Anthonet en de kinderen, die zij en Peter nog eventueel samen krijgen, volledig gelijk zullen delen als Anthonet komt te overlijden. Peter krijgt in dat geval een kindsdeel. Echter, de bezittingen die Peter en Anthonet samen zullen verwerven, worden na hun dood gelijkelijk door alle kinderen verdeeld.

Terug naar boven

1734    De nalatenschap van Francis Tilborgs († 1728) en Alegonda Hermans

"Compareerden voor Heren Schepenen des Dorps van Bergeijk ondergenoemt Elisabeth Tilborgs geassisteert met Joseph Wijnants haren man, en momboir, Herman Tilborgs, Agneta Tilborgs geassisteert met Peter Peters haren man en momboir, en Bartel Tilborgs te samen kinderen ende erffgenamen van Francis Tilborgs en Alegonda Hermans dewelke verclaarden wel ende wettelijk te cederen, te transporteren, eeuwiglijk, ende erffelijk over te geven, gelijk sij doen mits desen, aen en ten behoeven van Sr. Wouter Braakhuijsen cum uxore coopman wonende to Bergeijk, eene somme van hondert gulden capitael, lopende tot lasten van het Corpus van Bergeijk, begrepen in een meerdere obligatie van duijsent gulden, volgens brieve daer van sijnde van dato den 22 februarij 1715 en ten Comptoire der beden geregistreert sub No. 32 waer toe nader wert gerefereert, staende ten intrest bij reductie ad drie per cento."

Terug naar boven

1754    Anna Maria Tilborgs (1714) betaalt doktersrekening met verhuur percelen grond

Pas in 1748 vestigde zich in Bergeijk een geneesheer ofwel meester chirurgijn op wie de bevolking een beroep kon doen bij ziekte en ongeval. Zijn naam was Friedrich Gottfried Raupp (1723-1793), geboren in de stad Arad, die destijds in Hongarije lag, maar tegenwoordig in Roemenië. Zijn vader was arts aan het hof van de keizer van Oostenrijk-Hongarije. Friedrich Gottfried Raupp was op één van de veldtochten uit de Oostenrijkse successieoorlog meegetrokken naar de zuidelijke Nederlanden en was in 1748 in Bergeijk achtergebleven. (Bron: "Bergeijkse Notabelen 1800-1920", Peter Meurkens, 1977). 

Of een meester chirurgijn je in 1754 afdoende kon genezen moest je nog maar afwachten. Maar dat zijn bemoeienis handenvol geld zou kosten, stond buiten kijf. Bij gebrek aan contant geld waren er wel alternatieven. Dat zien we in 1754 bij Anna Maria Tilborgs, dochter van Jan Tilborgs en Catharina Ooms, en gehuwd met Michiel Castelijns. Zij heeft kennelijk een venerische ziekte opgelopen en doet een beroep op chirurgijn Raupp. Zij zal de rekening betalen door verhuur van enkele percelen grond.

Op 22 januari 1754 sluiten Anna Maria Tilborgs en Godefridus Raupp voor de schepenen van Bergeijk de volgende overeenkomst:
"Anna maria tilborgs huisvrouw van miggiel castalijns ter eenre, en de heer godefridus raup meester churigijn alhier ter andere zijde, en verklaerde de eerste comparante aan den tweeden verhuert, en den tweeden van de eerste gehuert te hebben drie vierde parten in een parceel weij en ackerlant, groot in het geheel 2 lopense, gelegen onder den dorpe van bergeijk aan de beneden kep genaamt frankenvelt,
ende nogh drie vierde parten in een parceel akkerland, groot int geheel een half lopense gelegen als voren aan de beneden kep, ende dat voor so lange van jaere, tot dat de eerste comparante aan den tweeden comparant sal hebben voldaan, sodanige somme als hij sal komen te verdienen in het curreren en genesen van de venus quaal waer mede de eerste comparante onder heevigh en beset is, als wanneer deese huere sal komen te eijndigen, en sal hij tweede comparant gehouden weesen te betalen de slands, plaatselijke en dorps lasten, thienden en besaijde, als mede jaerlijx een half kop koren te leveren aan de erfgenamen isaak wagtelaars, en francus heuvelmans, tot prompte naar kominge deeses, verbinden sij comparanten hare personen ende goederen, stellende deselve ten bedwange en executie als naar reghten,
getuijgen waren hier over jan ramaer president, en peter kovels schepen van bergeijk, heden den twee en twintigsten januarij 1700 vier en vijftigh."

Drie jaar later wordt de overeenkomst ontbonden, want in de marge van deze akte wordt aangetekend: "Op heden den 8 maart 1757 heeft adam tilburghs vertoont een q(uitan)tie van de heer raup dato 7e maert 1757 dat denselven bekent van de nevenstaande somme voldaen en betaalt te zijn."

Terug naar boven

1759    Willem Herman Tilborgs (1733-1792) aangesteld als collecteur van de koningsbede

In 1757 wordt Willem Herman Tilborgs aangesteld als collecteur van de koningsbede voor de gehuchten 't Loo en Weebosch in Bergeijk. De koningsbede is een belasting op onroerend goed, die stamt uit de tijd dat de landsheer voor de financiering van oorlogen en zijn hofhouding een beroep moest doen op zijn onderdanen. Na de vrede van Munster in 1648 gaan de Staten-Generaal deze belasting heffen. In de loop der tijd wordt de koningsbede een vaste, jaarlijks terugkerende belasting op onroerend goed naast de zogenoemde verpondingen. Voor de inning van de koningsbede worden plaatselijke collecteurs ingeschakeld, die de belastingopbrengst afdragen aan het plaatselijke bestuur en daarvoor een vergoeding ontvangen.

In 1663 stelt de Raad van State van de Verenigde Nederlanden een "Reglement voor die van de vryheyt van Bergeyk" op. Hierin bepaalt de raad dat het bestuur van Bergeijk bestaat uit schepenen en tien raadsmannen. Dit bestuur benoemt onder andere de collecteurs van de koningsbede en de verpondingen. De collecteur moet in Bergeijk wonen, hij moet een goede administratie bijhouden en verantwoording afleggen aan de schepenen en de raadsmannen. Tekorten worden ingehouden op zijn salaris.

In mei 1759 moet Willem Herman Tilborgs als collecteur van de koningsbede optreden tegen Jenneke Verspaendonck, de weduwe van Adam Plasmans. Jenneke was eerder weduwe van Jan Baselmans met wie zij drie dochters kreeg. Jenneke hertrouwde met Adam Plasmans en kreeg met hem vier dochters en twee zonen. Zeven jaar na het overlijden van Adam is zij kennelijk niet meer in staat de belasting op te brengen. Willem Herman Tilborgs geeft daarom de vorster Adriaan van de Poll opdracht om de onroerende goederen van Jenneke in beslag te nemen om hieruit twee gulden, acht stuivers en twaalf penningen te verhalen.

Een jaar later, in 1760, treffen we een overzicht aan van de heffing van de verpondingen en de koningsbede bij twee broers en twee zusters van Willem, te weten Francis, Peter, Aldegonda en Jenneke. Zij worden samen aangeslagen voor dertien gulden, drie stuivers en twee penningen voor de verpondingen en vijftien stuivers en dertien penningen voor de koningsbede. Francis betaalt twee vijfde deel en de anderen drie vijfde deel. In de acte staan buiten "huijs, hof en aengelagh" twintig percelen genoemd met namen als Swinen bart, Liermans acker, start acker, den palen jans acker gelegen op den berkt, dael acker, geijskens beemt, het Eijstel en den Schalideckers dries. Samen hebben ze een oppervlakte van 34,25 lopense, dat is ruim 5,6 hectare.

Klik op de afbeelding voor een vergroting

Terug naar boven

1780    Schoon eyke pootsel te koop bij Marcellus Tilburgs (1706)

Op 11 januari 1780 verschijnt onderstaande advertentie in de ’s Hertogenbossche Courant. 

"Te Bergeyk bij M. Tilburgs, is schoon eyke 5 en 6 jarig pootsel te koop voor 3 stuivers ‘t 100. Brieven franco en 8 dagen te vooren te bestellen, ook tegen schoon elsen pootsel te ruilen, dog daar te leveren."

Terug naar boven

1780    Francis Herman Tilborghs (1731-1786) maakt zijn inventaris op.

In verband met zijn tweede huwelijk maakt Francis Tilborghs zijn inventaris op. Hij bezit drie percelen akkerland en een weiland. Zijn inboedel geeft een goed beeld van z'n materiële omstandigheden. Niet alle woorden zijn leesbaar en er komen enkele artikelen in voor, waarvan de betekenis moeilijk is te achterhalen.  

vier melkkoeijen twee jonge stieren
een jong kalf een peert
drie pluijme bedde drie overbedde

drie hooftpeuleuwe (langwerpige hoofdkussens)

ses kussens
een overtrekzel aen een overbed  zes kussen sloopen
twee linde bedde, met hooij gevuld twee deekens
tien bedde lakens, twee tafellakens en twee handdoeken
drie paer gordeijnen twee schouwkleden
een huijs horloge  
tinnen  
tien tinne schootelen vijftien tinne borden
een tinnen trekpoth een mosterpoth
een peperbus een suijkerschotel
een kandelaer een soutvat
18 tinne leepels  
coperwerk  
eenen koeijkeetel een copere potleepel
een dito schuijmspaen een dito luuijs (?)
een thee ketel een confoorken (zie foto)
een copere pauke twee copere thebussen en een suijkerdoos
een dito seij (vergiet) een blekke lantaarn
een coffeij moolen een kan en twee pinten
vrouwekleederen  
drie jacken vier rokken
een dito gestikte rok vier voorschooijen
seeven hemden elf witte mutsen en drie ondermutsen
een paer handschoenen een sonhoet
een falie (omslagdoek of vrouwenmantel) twee paer schoenen
twee zijde neusdoeken een witte dito
gout en silverwerk  
twee goude ringen twee goude oorringen
acht silvere leepels een silvere ..uik (?)
een silvere suijkerschotel  
houtwerk en andere meubelen  
twee stande (?) vier room vlatte (?)
een waskuijp een melktob
twee boterpotten twee papketels
een moespoth een hael en lenghael (zie foto)
een brandeijsertang en vuurschup een koekepan
een snaphaen (geweer met vuursteenontsteking) een wiege
acht stoelen twee ronde tafels
een kast een kist
vier paer thekoppens en schoteltiens een spoelkan
2 aarde potten en 3 kessen(?) een haergetouw hamer (zie foto)
een schoep en twee schuppen drie rieken
een beijl en haftel(?) een houtback
een hijback, mes en zijsen twee sijssen en een zeght
een zeel een hoogkar (zie foto)
een aardkar (zie foto)_ een ploegh en eegde (eg)
een saellight en greel(?) een paer hagten (trekkettingen aan de haam van een paard)
een trogh twee koeijbacke
een cruijwage  een leeft(?)
een partij boomstaken en mutzaerden twee ko..den(?) zakken
twee stegels(?) een asback en kike(?)
28 vatte rogge 3 vaten haver
80 ...(?) speck en ve..(?) twee bilstukken wegende 14 pond
800 ...(?) hooij en toemet 40 karren mest en assen
circa 8 loopense koren te velde  

Verder heeft Francis 141 gulden contant geld. Hij heeft nog 600 gulden tegoed van de Holsteinse Compagnie, waarbij hij als teut was aangesloten, maar moet zelf nog 26 gulden betalen aan achterstallige lasten en verhandelde winkelwaren.

tekst toevoegen

 

 

 

 

 

Van links naar rechts:

bullet

Aardkar

bullet

Hoogkar

bullet

Komfoor, bestaande uit een treeft met daaronder een vuurtestje voor gloeiende houtskolen, omstreeks 1780.

bullet

Haargetouw. twee verschillende typen haarijzers en haarhamers, omstreeks 1870. Het haarijzer werd in de grond of in een blok hout geslagen en diende als aambeeld waarop met de haarhamer de botte snede van zeis of zicht weer scherp werd geplet.

bullet

Haal, gebruikt om een ketel boven het haardvuur te hangen. De lenghaal is een kort verlengstuk van de haal.

        Bron: Rijke oogst van schrale grond.

Terug naar boven

1809    Peter Tilborgs (1778-1854) aangesteld als armmeester van Bergeijk

Oorspronkelijk was de armenzorg in Bergeijk een kerkelijke aangelegenheid, die door de zogenaamde Tafel van de Heilige Geest werd verzorgd. Reeds vroeg werd het tevens een zaak van het dorpsbestuur. De uitgaven werden bekostigd met de opbrengsten uit het eigen vermogen, veelal verkregen door schenkingen en legaten. Ieder jaar op Maria-Lichtmis (2 februari) werd een nieuwe armmeester aangesteld, nadat hij de eed had afgelegd.

op heden den eersten februarij 1800 agt heeft peter tilburgs in qualiteijt als armeester van bergeijk van den tweede februarij 1808 tot den tweede februarij 1809 gedaan den eed daar toe staande in handen van jan roest, schout ten overstaan van de ondergeteekende scheepenen

eed voor den arm of h geest meesters
ik beloven dat ik den armen en derselves goederen wel en getrouwelijk sal regeeren en administreeren, en ook niemand van den armen iets merkelijk te distribueeren, dan met consent van regenten, dat hij geene vaste goederen ofte capitalen den armen competeerende sal vercopen, verhuuren, belasten ofte veralieneeren dan na alvorens consent en authorisatie van regenten geobtineerd te hebben, dat ik alle en een iegelijk sonder eenige gunste sal uijt deelen zoo als haare noode is vereijsende ende gelegendheijd de arme casse leijden kan, als meede dat ik van mijne ontfangs en uijtgave behoorlijke reekeningen, bewijs ende reliqua sal doen, ende verders alles doen het geene een goede en getrouw armmeester schuldigh en gehouden is te doen


Alleen voor het innen van renten op uitstaande kapitalen en pachten kreeg Peter een vergoeding: komt den rendant als ordinair 2.0.0 (2 gulden). Een tarief dat al 100 jaar in zwang was: (1695) den rendant komt voor hef en collectloon 2.0.0. Het hele jaar door moest hij aan armlastigen broden uitdelen. De armmeester betaalde kostgeld aan hen die onvermogenden in huis hadden, meestal weeskinderen.Een aantal met name genoemde hulpbehoevenden werd voorzien van wat contant geld, winkelwaren en kleding. Bij ziekte werd de dokter ingeschakeld en betaald. Bij overlijden nam de Armentafel alle begrafeniskosten voor haar rekening, zoals die van de timmerman voor het leveren van een doodskist en die van de pastoor voor het doen van kerkdiensten.

De afrekening over de ambtsperiode van Peter volgde pas twee jaar later, op 13 maart 1811. Al met al eindigde hij met een positief saldo van bijna 600 gulden, waarmee hij werd gedechargeerd.

Terug naar boven

1824    Cornelis Tilburgs (1805-1879) betaalt ƒ 300,- aan remplaçant.

Op 27 maart 1824 verschijnen Peter Tilburgs en zijn achttienjarige zoon Cornelis voor notaris Van Galen in Bergeijk. Vader en zoon zijn beiden koopman van beroep. Cornelis heeft geloot voor de Nationale Militie. Hij heeft lot nummer zes getrokken en dat betekent dat hij zijn militaire dienstplicht moet vervullen. In principe staat daar vijf jaar voor: Het eerste jaar behoor je tot een reservebataljon en word je niet opgeroepen. Het tweede jaar ben je twaalf maanden in werkelijke dienst. In het derde en vierde jaar word je een maand opgeroepen voor herhaling en wel van 1 september tot 1 oktober. Het vijfde jaar word je niet meer voor herhaling opgeroepen.

Tegenover vader en zoon Tilburgs staan de twintigjarige werkman Cornelis Jonkers en zijn moeder Elisabeth Kersemakers, weduwe van Lourijs Jonkers. Cornelis Jonkers heeft twee jaar eerder meer geluk gehad. Hij trok lot nummer vijftien en hoefde daarom niet in militaire dienst. Nu is Cornelis Jonkers bereid om voor ƒ 300,- door nummerverwisseling de plaats van Cornelis Tilburgs in te nemen. Het bedrag wordt ineens betaald na het verstrijken van de diensttijd. Intussen ontvangt Jonkers jaarlijks vijf procent, dus ƒ 15,-, rente. De overeenkomst heeft de goedkeuring van beide aanwezige ouders en van de Militieraad van het district Grave. Vader en zoon Tilburgs ondertekenen de overeenkomst. Moeder en zoon Jonkers kunnen beiden niet schrijven.

Een loteling trekt zijn lotnummer uit een glazen kom voor het militiecomité. Rechts staat de meetlat waarmee zijn lengte wordt bepaald.
 

Terug naar boven

1831    Het kasboek van Cornelis (1805-1879) en Francis Tilburgs (1809-1882)

De broers Cornelis en Francis verdienen hun inkomen niet alleen als boer (bouwman). Zij kopen, verkopen en slachten ook varkens, koeien en stieren. Zij snoeien bomen en vervoeren zieken. In 1834 brengen zij geregeld mensen naar het legerkamp in Oirschot, waar grenstroepen zijn gelegerd in verband met de oorlog met België (1831-1839). Cornelis en Francis noteren hun inkomsten en uitgaven in een klein, stevig boekje met leren kaft, dat nu wordt bewaard door Ad Tilborghs, een achter-achterkleinzoon van Francis. Wie behalve Cornelis en Francis het boekje hebben gebruikt is niet zeker. De eerste aantekening is van 1831, de laatste van 1883, als beide broers al zijn overleden. De eerste aantekeningen hebben betrekking op de verkoop van varkens in Waalwijk, Drunen, Elshout en Cuijk (vermoedelijk Nieuwkuijk), een flinke afstand van Bergeijk dus. Enkele concrete voorbeelden uit het kasboek: in 1832 worden twee varkens verkocht aan Adriaan van Eersel in Drunen voor ƒ 13,70. We lezen dat Martinus Groenen in 1843 ƒ 66,- schuldig is aan Peter Tilburgs, de vader van beide broers. Martinus betaalt ƒ 17,- en blijft dus nog voor ƒ 49,- in het krijt staan. In 1841 huurt Cornelis de Wijerdijk en de halve beemt voor ƒ 10,-. In 1849 worden de opbrengsten van de springstieren vermeld. Dat blijkt per koe ƒ 0,10 op te leveren. Naast hun loon voor werkzaamheden noteren Cornelis en Francis hun uitgaven aan bijvoorbeeld stro, hooi en winkelwaren zoals tabak, bier en jenever. Die laatste zijn waarschijnlijk niet alleen voor eigen gebruik, maar vooral voor de klanten van de herberg van hun vader Peter (zie het artikel 1835). In 1850 noteren zij hoeveel zij aan "armebrood" hebben gegeven en aan wie. In 1837 zijn de weersomstandigheden tijdens hun zakenreizen zo extreem dat zij die in hun kasboek beschrijven:

"In 't jaar achtienhondert zeven en dertig den achtiende meert is het beginnen te vriezen. En het was toen zeer koud. 23 en 24ste meert toen reed men met schaatsen van Vlijmen naar Den Bosch. Van den 24ste is het altijd blijven vriezen tot den 4e april. Den 5de en 6de den helen dag gesneeuwd, 7de 8ste en den 9de sterke vorst en de sneeuw blijve liggen. En zoo koud den men het naauwelijks op straat kon blijven. En ook zelfs kon men over het eijs geleijen."

Klik op de foto's voor een vergroting

Terug naar boven

1835    Francis Tilburgs (1809-1882) met sabel verwond

Tijdens de oorlog met België zijn in de herberg van Peter Tilburgs twee hertogenlijke jagers en twee korporaals ingekwartierd. Op 19 augustus 1835 vertrekken de jagers 's ochtends om zes uur naar het gehucht Weebosch. Om tien uur komen ze terug om nog wat spullen op te halen. Maria van de  Vorst - de vrouw van Peter - en haar kinderen zijn op dat moment in de herberg. De mannen beklagen zich  tegenover Maria dat zij 's ochtends voor hun vertrek geen koffie en een borrel hebben gekregen. Christina probeert de zaak te sussen en tracteert de mannen alsnog op een borrel. Desondanks gaan zij vloekend via de achterdeur naar buiten en zeggen dat zij Cor aanstaande zondag op de Weebosch wel zullen vinden. De twee korporaals, die ook in de herberg zijn ingekwartierd, horen dit. Zij hangen hun sabels om, achtervolgen de beide soldaten en nemen hen in arrest. Maar één rukt zich los en trekt de sabel uit de schede van een korporaal. Met het wapen in de hand snelt hij terug naar de herberg en geeft Francis een houw in de zij en op het hoofd. Cor snelt z'n broer te hulp en ondersteunt hem. De soldaat wordt vervolgens alsnog gearresteerd en naar de wacht gebracht. Maar hij ontsnapt opnieuw, gaat terug naar de herberg en gaat weer tekeer tegen Francis. Tenslotte wordt hij daar door twee mannen van de wacht aangehouden en weggevoerd. 's Middags om vijf uur doet Maria samen met haar kinderen en een aantal getuigen bij de burgemeester aangifte van het voorval.

(Tekening: korporaal in marstenue, 1831)

Terug naar boven

1853    Het 50-jarig huwelijksfeest van Peter Tilburgs (1778-1854) en Maria Anna van de Vorst 

De Noordbrabanter, 25e jaargang, no. 24, donderdag 24 februari 1853.

"Eene buitengewone plegtigheid, alhier in verscheidene jaren niet voorgevallen, had gisteren in deze gemeente, op het Loo plaats. Peter Tilburgs en zijne huisvrouw Maria van de Vorst, vierden namelijk met een blij en dankbaar gevoel, in tegenwoordigheid van alle hunne kinderen en kindskinderen, hunne gouden bruiloft; daar het toen juist 50 jaren geleden was, dat zij door den echt zijn vereenigd. De hier sints Nov. 1845 gevestigde harmonie, die bereids menigmaal in deze en nabijgelegene gemeenten, een en ander feest luister en aanzien bijzettede, heeft daaraan, in weerwil van het sterke winterweder, ruimschoots het hare toegebragt. 's Avonds bevorens gaf deze, ten huize van de feestvierenden, eene serenade. Zondags voormiddags vergezelde zij spelende den Jubilaris, die met zijne vrouw in een fraai rijtuig gezeten was, ter kerke, wordende voor hen de Hoogmis opgedragen en door den Eerw. Heer Pastoor eene toepasselijke rede gehouden. Op dezelfde wijze vertrokken zij 's middags naar hunne woning, alwaar des avonds weder verscheidene muziekstukken door de harmonie uitgevoerd werden, telkens ten aanhoore van eene groote toegestroomde menigte, waarvan velen hunne belangstelling in het feest deden blijken. Zoo zal deze dag èn voor de feestvierenden, èn voor de gasten, èn voor de dorpelingen eene aangename en streelende gedachtenis achterlaten."

De Harmonie van Bergeijk

De muziek voor het 50-jarig huwelijksfeest van Peter en Maria wordt verzorgd door de harrmonie van Bergeijk. Peters jongste zoon Jan is in 1845 één van de oprichters van dit muziekgezelschap geweest. In 1846 wordt hij bestuurslid. Op 16 juni van dat jaar treedt de harmonie voor het eerst op straat op. Panken beschrijft deze gebeurtenis als volgt: "Dinsdag 16 Junij, kwam - om half 6 ure nm. - de harmonie van Bergeijk te Westerhoven, om er de schutters van het in het vorig jaar opgericht gezelschap De Menapiërs, die te Eindhoven daags tevoren, de zilveren medaille verworven hadden, af te halen. Ten half 8 ure kwamen zij in optogt te Bergeijk, waar alsdan de klokken werden geluid, vlaggen wapperden, enz.

In 1847 bedankt Jan als bestuurslid wegens vertrek naar elders, maar in 1848 staat hij weer als lid te boek. Hij zal daarom zeker van de partij zijn geweest op 11 juni 1849, als de harmonie optreedt tijdens een muziekfeest in Eindhoven. In "'t Hermenieke van Bergeijk" wordt dit uitstapje beschreven en worden enkele passages uit het verslag van de secretaris geciteerd:

"Op de aangegeven dag (..) begaf het gezelschap zich om 4 uur 's morgens op weg. 'Onder vriendschappelijke gesprekken arriveerden de deelnemers om 8 uur te Stratum' (..) Na aankomst te Stratum trok het gezelschap naar de stad Eindhoven, waar een algemene repetitie gehouden werd voor de uitvoering van een gemeenschappelijke mars. Hierna volgde een grote optocht door de stad, waarna de ontvangst plaats had door de President van Apollo's Lust, die 'een oratie tot alle opgekomen harmonieën hield, waarin muziek en vriendschap en vooral welkomstbetuigingen de hoofdrol speelden. De redevoering werd besloten met het invallen van de Eindhovense Harmonie met het schone Air: Waar kan men beter zijn! Plechtig was dit ogenblik voor allen' (..) Hierop werd het programma afgewerkt, de gemeenschappelijke mars gespeeld en werden de medailles en de diploma's uitgereikt. Hierna bracht men nog vele uren vrolijk en vriendschappelijk door onder het drinken van een glas wijn. 'Des morgens om vijf uur kwamen wij vrolijk en ordelijk onder het spelen van muziek in Bergeijk terug, alwaar bijna elk verheugd was over de goede afloop van het gehouden feest."

Terug naar boven

1857    Johannes Antonius Tilburgs (1816) emigreert naar Amerika.

Na de dood van zijn ouders vertrekt Johannes Tilburgs uit Bergeijk om in Amerika fortuin te gaan zoeken. Meester Panken schrijft hierover in zijn dagboek: "Een laatste vaarwel vóór zijn vertrek naar N. Amerika, werd mij Zondag 16 Aug. door Johannes Tilburgs van Bergeijk overgebragt, toen hij op 't punt stond die gemeente te verlaten, met Peter van de Ven, zijne vrouw en 4 jeugdige kinderen. Mede vertrok zeker jong ongehuwd kleermaker, van Geel geboortig, doch sedert eenige jaren aldaar gevestigd. J. Tilburgs, zanger met eene aangename stem, was korist en lid der Liedertafel te Bergeijk. In Amerika behoeftig geworden, kon hij niet wederkeren. 

Jan en zijn metgezellen gaan in Antwerpen aan boord van de Troy. Hun accomodatie is "between decks". Bij z'n inscheping wordt Jan genoteerd als "mingegoed" (ter onderscheiding van "welgesteld" en "behoeftig"), zonder vrouw, kinderen of dienstboden. Hij betaalt 80 cent hoofdelijke omslag aan de autoriteiten. Als beroep staat "mechanic" vermeld. Hij heeft New York als haven van bestemming.

Illustratie: New York. Winter Scene in Broadway. 1857,
Paul Girardet (1821–1893)

 


Terug naar boven

1870    Burgemeester ondersteunt gratieverzoek Peter Johannes Tilburgs (1840-1919)

Op 19 januari 1870 stuurt burgemeester Aarts van Bergeijk een brief aan "Den Heer Officier van Justicie bij de Arrondissementsregtbank Tiel":
"Onder terugzending van het request om gratie van P.J. Tilburgs en bijlagen heb ik de eer U(..) te berigten dat de requestrant als driftig van aard bekend staat en daardoor zijn tegenpartij zal hebben geslagen. Dat mij overigens niet bekend is dat hij zich vroeger aan eenige misdaad heeft schuldig gemaakt. Voorts dat hij is een dood arm man die van zijnen handenarbeid moet leven en zijne vrouw in hoogst zwangere toestand verkeert welke bij langdurige gevangenzetting van den requestrant aan alles gebrek zal hebben. Mij dunkt eventwel dat het niet onraadzaam ware hem eene gevangenistraf van een dag of 8 te doen onderstaan ten einde hem door dese les in het vervolg te leeren zich niet zoo ligt door zijne drift of oploopendheid te laten vervoeren.
De Burgemeester"

Foto: Petrus Jozephus Aarts (1814-1894). Hij was van 1849 tot zijn dood burgemeester van Bergeijk.

Terug naar boven

1879    Petrus Bernardus Tilburgs (1849-1900) in Alkmaar bestolen

Petrus Bernardus is één van de kinderen van het echtpaar Tilburgs-Kloots, die uit Bergeijk vertrekken om elders te gaan werken (zie ook Kroniek 1880). In 1879 werkt hij in Alkmaar, mogelijk aan het station dat in dat jaar wordt verbouwd. In het Politieblad van 1879 lezen we het volgende bericht over hem:

"De officier van justitie te Alkmaar verzoekt opsporing en berigt. In den morgen van 15 Oct. jl, in een kosthuis te Alkmaar (is gestolen):

  1. ten nadeele van Petrus Bernardus Tilburgs: 1 zilveren remontoir horologie, zonder glas, waarvan aan den secondwijzer een stukje wordt gemist en met figuren op de achterplaat;

  2. ten nadeele van Herman Gerard Beerding: 1 portemonnaie, inhoudende ƒ 6.25.

Van dien diefstal worden verdacht James Meijer, oud 22 jaren, steenhouwer, dragende een bruin kneveltje en kenbaar aan eene ligte verwonding aan het voorhoofd, en Engelbert Muhren, oud 19 jaren, steenhouwer, beiden gekleed met grijze jassen."

Terug naar boven

1880    Van Bergeijk naar Amsterdam

In Amsterdam nemen de bouwactiviteiten in het laatste kwart van de negentiende eeuw grote vormen aan. Aan de zuidkant van de stad wordt een nieuwe woonwijk gebouwd, de Pijp. In de jaren '80 verrijzen kort na elkaar enkele monumentale gebouwen: het Rijksmuseum (1885), Carré (1887), het Concertgebouw (1888) en het Centraal Station (1889). Om deze bouwactiviteiten te kunnen realiseren wordt onder meer een beroep gedaan op arbeidskrachten uit de provincie. Enkele jongens en één meisje uit het gezin van Cor Tilburgs en Johanna Kloots maken van deze gelegenheid gebruik en verhuizen van Bergeijk naar Amsterdam.

Cor en Johanna hebben twee zonen, die Peter heten. De oudste verhuist naar Helmond. De andere, Peter Bernardus, geboren in 1849, wordt ter onderscheiding van zijn oudste broer hier verder Piet genoemd. Hij wordt op 5 mei 1869 voor een periode van vijf jaar ingelijfd in militaire dienst.

Piet trouwt op 7 januari 1878 in Bergeijk met Francisca Helsemans. Precies een jaar later, op hun eerste trouwdag, krijgen zij een dochtertje, Johanna. Het meisje overlijdt echter binnen drie weken. Kort daarop vertrekken Piet en Francisca naar Nieuwer Amstel en vervolgens naar Amsterdam. Piet werkt daar als metselaar en tegelzetter. Qua huisvesting hebben ze een uiterst onrustig bestaan. Binnen acht jaar verhuizen ze met hun steeds groter wordend gezin acht keer. De adressen liggen allemaal dicht bij elkaar in de Pijp:

1880, febr. Gerard Doustraat 105. Op 17 augustus 1880 wordt Maria Cornelia Francisca geboren.
1881, okt. Daniel Stalpertstraat 64
1882, juni Govert Flinkstraat 198. Op 27 oktober 1882 wordt Franciscus Cornelis Antonius geboren.
1883, jan. Daniel Stalpertstraat 72
1883, dec. Daniel Stalpertstraat 96. Op 11 januari 1885 wordt Petrus Bernardus Cornelis geboren.
1886, aug. Gerard Doustraat 115
1887, jan. Quellijnstraat 121. Op 9 februari 1887 wordt Theodorus Johannes Cornelis geboren.
1888, juli Quellijnstraat 48. Op 21 mei 1891 wordt Barbara Maria Cornelia geboren.

Op 20 juli 1881 komt ook Peters jongere broer, de 26-jarige Frans (Franciscus Hermanus), over uit Bergeijk om in de hoofdstad als metselaar te werken. De eerste maand woont Frans bij z'n broer in de Gerard Doustraat 105. In dezelfde maand komt Rijkje de Zwart, een 27-jarige katholieke dienstbode in het huis wonen. Rijkje is geboren in Baarn en is via Naarden naar de hoofdstad gekomen. Ze werkt daar op een aantal adressen als dienstbode:

1876, juni Prinsengracht 27, samen met haar zus Johanna
1878, jan. Nieuwendijk 211
1878, apr. opnieuw Prinsengracht 27
1879, aug. Oude Doelenstraat 2, bij banketbakker Coops
1879, dec. Prinsengracht 135
1880, juli Keizersgracht 94

Bij Frans en Rijkje is het kennelijk liefde op het eerste gezicht. Ruim drie weken nadat ze elkaar hebben leren kennen trouwen ze en verhuizen ze naar de Gerard Doustraat 44c. Elf maanden later krijgen ze een zoontje; Cornelis Jacobus Franciscus Tilburgs. Als het jongetje amper een maand oud is verhuist het gezin naar de Ferdinand Bolstraat 33. Ze blijven daar nog geen twee jaar. In juni 1884 verhuizen ze met z'n drieën naar de Karnemelksteeg 2 een zijstraatje van het Damrak. Daar wonen ze maar drie maanden; in september vertrekken ze naar de Dirk Hartoghstraat 6 vlakbij het IJ. Een half jaar later, in maart 1885, verhuizen ze naar de Commelinstraat 105, in de buurt van Artis. Op 26 april van dat jaar wordt een tweede zoontje geboren: Franciscus Johannes. Nog hetzelfde jaar, in november, verhuist het gezin naar de vlakbij gelegen Wagenaarstraat 132. Daar overlijdt een maand later, op 29 december, het oudste zoontje. In februari 1887 vertrekt het gezin naar het vlakbij gelegen huis aan de Wagenaarstraat 117 en in juni van hetzelfde jaar naar de Jonkerstraat 61b. Op 5 februari 1888 wordt daar weer een zoontje geboren: Petrus Johannes en een maand later verhuist het gezin weer, nu naar de Conradstraat 18a. Uiteindelijk vertrekt Frans Tilburgs met z'n vrouw en twee zoontjes op 25 mei 1889 uit Amsterdam om zich te vestigen in Delft. Daar krijgen zij twee kinderen: Cornelis Jacobus (1890) en Hendrika Clementia (1894). Daarna keren zij terug naar Amsterdam, waar zij in 1897 een zesde kind krijgen: Arnoldus Jacobus.

In november 1878 komt Theodora Scholten vanuit haar geboorteplaats Diemen via Nieuwer Amstel naar Amsterdam. Ze is twintig jaar en katholiek. Ze gaat als dienstbode werken en wonen bij het gezin van de nederlands-hervormde boomkweker Gideon Jan du Marchie Sarvaas in het statige pand Amsteldijk 12. In november 1880 verhuist het echtpaar met hun dochtertje en twee zoontjes naar de Constantijn Huijgensstraat 11. Theodora verhuist mee. Op het nieuwe adres worden nog twee jongetjes geboren. Op 22 oktober 1885 verhuist het gezin naar Nieuwer Amstel. Theodora gaat dit keer niet mee, maar gaat werken en wonen bij de katholieke familie Luijkx, die vlakbij in het pand Constantijn Huijgensstraat 16 woont.

Louis Godefridus Luijkx is een 46-jarige commissionair in effecten, geboren in Amsterdam. Hij is getrouwd met Maria Bernardina  Marinkelle, die zes jaar jonger is. Het echtpaar heeft twee thuiswonende kinderen: de 19-jarige Lodewijk Bernardus en de achtjarige Jan Barend. Sinds enkele maanden woont en werkt er nog een andere dienstbode bij het gezin: Johanna Maria Tilburgs, afkomstig uit Eindhoven en geboren in Bergeijk. Zij is een zus van Piet en Frans Tilburgs, die al eerder naar Amsterdam zijn gekomen. Het is waarschijnlijk dat Johanna Tilburgs ervoor heeft gezorgd dat haar broer Anton in zijn vrije tijd als tuinman ging werken voor de familie Luijkx. Zo heeft hij zijn toekomstige vrouw, Theodora Scholten leren kennen. In 1886 verhuist Anton met de familie Luijkx van Amsterdam naar Hilversum. Ook Johanna Maria Tilburgs verhuist mee naar Hilversum. Later trouwt zij met Johannes Vincentius Gubbels. Zij overlijdt in 1929 in Eindhoven.

Illustratie: Hilversum 1895

Terug naar boven

 

 

 1884   Cornelis Tilburgs (1860-1909), Frater Sylvester, kwartiermaker van het nieuwe internaat in Reusel.

Cornelis Tilburgs verhuist eind 1877 als 17-jarige timmerman van Bergeijk naar Eindhoven. Daar wordt hij zilversmid. In 1883 verhuist hij naar Tilburg, waar hij als frater-onderwijzer intreedt bij de Congregatie der Fraters van Tilburg. Omdat hij op de laatste dag van 1860 is geboren, wordt zijn naam frater Sylvester.

In 1884 bouwen de Fraters van Tilburg in het Brabantse dorp Reusel een Instelling van Weldadigheid met de naam “St. Cornelius Gesticht”. De instelling heeft als doel: “Katholieke behoeftige jongens-wezen, uit alle oorden van Nederland, die te hunner plaatse niet kunnen worden opgenomen, tot brave Christenen en nuttige leden der maatschappij te vormen, zoo dat zij bij het verlaten van het Gesticht geschikt zijn om met vrucht eenig ambacht aan te leeren.”

“Waren wij als melk uit Tilburg vertrokken, wij zouden als boter in Reuzel zijn aangekomen.”

Begin september 1884 is het Fraterhuis gereed. In “Honderd jaar fraters in Reusel, 1884-1984” lezen wij: “Op 10 september 1884 kwamen dan de eerste fraters is Reusel. Het waren frater Eligius (Joannes Janssen, voor de keuken), frater Georgius (Petrus van Laarhoven) en frater Sylvester (Corn. Tilburgs). Voor frater Georgius stond het toen al vast, dat hij wezenvader zou worden. Deze drie werden vooruitgezonden om voor zichzelf en hun medebroeders, die hen na twee dagen zouden volgen, alles zoveel mogelijk in gereedheid te brengen."

"Zij begaven zich per rijtuig van het Moederhuis te Tilburg naar Hilvarenbeek, vanwaar zij de reis per pedes apostolorum voortzetten tot Lage Mierde. Aldaar werden zij met het karretje van den Zeereerw. Heer Pastoor afgehaald. vermoeid van de wandeling zetten zij zich in het voertuig neder. Doch nauwlijks had het paard eenige stappen gedaan of het schokken nam een aanvang en de reizigers liepen gevaar van in de hei zeeziek te worden. “Waren wij”, zoo sprak een hunner, “als melk uit Tilburg vertrokken, wij zouden als boter in Reuzel zijn aangekomen.” De hartelijke ontvangst en het gulle onthaal, hun door den ZeerEerw. Heer Pastoor bereid, deed hen echter spoedig de doorgestane moeilijkheden vergeten en menige toast werd op de nieuwe stichting uitgebracht."

Op 15 september 1884 wijdt pastoor Van der Wee het fraterhuis officieel in. De inzegening van de kapel volgt een dag later. Ter gelegenheid daarvan wordt een processie georganiseerd. Frater Sylvester is één van de twee acolieten, die samen met de drager van het kruis vóór de processie uitlopen.

Frater Sylvester blijft twee jaar in het fraterhuis in Reusel. Daarna woont hij achtereenvolgens in kloosters in Oss, Grave, Goirle, Tilburg, opnieuw Grave, Arnhem en Sint. Michielsgestel. Van 1905 tot 1909 verblijft hij weer in Reusel. Op 8 september 1909, kort voor zijn dood op 48-jarige leeftijd, keert hij terug naar het moederhuis van zijn congregatie in Tilburg.

Bronnen: "Honderd jaar fraters in Reusel, 1884-1984.", Bevolkingsregisters.

Terug naar boven

 

1884    Acht jaar tuchthuis voor Hendrikus Tilburgs (1859-1934)    

Op 15 september 1884, 's avonds tegen negen uur, begeven Hendrikus Tilburgs (25) en zijn vriendin Adriana Kuijken (22) zich naar de woning van Hoeks in Bergeijk. Zij willen trouwen en hebben daarvoor al toestemming gevraagd aan de vader van Adriana, maar vanwege geldgebrek kunnen zij hun plannen niet realiseren. Daarom zoeken zij mogelijkheden om aan geld te komen. Adriana komt regelmatig bij de kinderen Hoeks, Maria, Helena en Petrus, en weet dat zij in hun gezamenlijke woning geld bewaren in een kist met kleren en linnengoed. Op de avond van 15 september is Petrus Hoeks op bezoek bij de buren. Zijn zusters hebben de voordeur alleen op de klink gesloten. Zij hebben het licht uitgedaan en liggen in de bedstede. Helena slaapt al, Maria is nog wakker.

Onderweg naar Hoeks snijdt Hendrikus de stam van een denneboompje af om die als knuppel te gebruiken. Nadat hij de woning is binnengedrongen loopt hij onmiddellijk naar de bedstede en begint zonder een woord te spreken met de knuppel te slaan. De bedgordijnen scheuren en Maria, die op haar linker zij ligt, probeert het geweld af te weren en krijgt enkele rake slagen op haar rechter arm en hand. Zij schreeuwt om hulp, waarop Hendrikus haar bij de keel grijpt. In het donker kan zij niets onderscheiden, maar zij merkt dat Helena is wakker geschrokken en de knuppel uit de handen van haar aanvaller heeft weten te rukken. Deze grijpt nu zijn mes en steekt en snijdt Maria in haar linker arm.

Ondertussen sleept Adriana de kist, die onder het raam staat, naar buiten. Maria en Helena horen dat de dorsvlegels, die tegen de kist stonden, omvallen en dat de onbekende indringer zich naar buiten spoedt. Helena springt uit bed en snelt door de achterdeur naar de buren om haar broer te waarschuwen. Als zij terugkeren in de woning en het licht hebben aangedaan vinden zij Maria half bewusteloos en hevig bloedend. De knuppel ligt voor de bedstede. De kist is verdwenen. 

Als eerste hulp legt Petrus een natte kalfsmaag op de verwonde arm en knoopt daar een doek om. De volgende dag wordt Maria onderzocht door geneesheer Gyrath. Op de rechter arm constateert hij een blauwe plek van vier centimeter met een zwelling. Op de linker arm ziet hij ter hoogte van de elleboog een snee van zes centimeter lang en een halve centimeter diep. In de linker bovenarm, bij de elleboogsholte, is een gestoken wond van vier centimeter lang en twee centimeter diep. Het mes is tot op het bot doorgedrongen en heeft hevige bloedingen veroorzaakt. De geneesheer stelt op basis van de houding van Maria tijdens het misdrijf en de aard van de verwonding vast dat deze niet per ongeluk of bij toeval kan zijn toegebracht. De bloeding had levensgevaarlijk kunnen zijn als hij niet op tijd was gestelpt.

Hendrikus en Adriana dragen de kist samen een eind in de richting vanwaar zij zijn gekomen. Na even uitgerust te hebben draagt Hendrikus hem verder alleen tot bij een houtwal, ongeveer 600 meter bij het huis van Hoeks vandaan. Tevergeefs proberen ze daar de kist te openen, maar verschrikt door rumoer uit de woning van Hoeks laten zij hem achter. Overigens bevat de kist geen geld. Op aanraden van hun broer hebben de zusters Hoeks dat ergens anders opgeborgen.

De sporen van het misdrijf leiden al snel naar Hendrikus Tilburgs en Adriana Kuijken. Op 19 september worden zij gearresteerd en overgebracht naar het Huis van Arrest in 's-Hertogenbosch. Bij binnenkomst wordt hun signalement beschreven. Hendrikus is een boerenknecht. Hij is 1,62 lang, heeft bruine ogen en wenkbrauwen en heeft een gezonde kleur. Hij kijkt scheel. Dit is het gevolg van een ruzie in 1881, waarbij hij met een mes aan het rechteroog gewond is geraakt. Hij heeft lager onderwijs genoten en kan schrijven. Adriana is 1,53 lang, heeft blauwe ogen en blond haar. Zij heeft een gezonde kleur en geen bijzondere kenmerken. Ook zij heeft lager onderwijs genoten en kan schrijven. Beiden gedragen zich goed tijdens hun verblijf in het Huis van Arrest. In afwachting van hun berechting worden zij op 19 november overgebracht naar het Huis der Justitie in 's-Hertogenbosch. Op de dag voor Kerstmis, op 24 december 1884, wordt het vonnis geveld. Hendrikus Vrouwengevangenis in Gorinchem omstreeks 1970Tilburgs wordt veroordeeld tot acht jaar tuchthuis. Op 31 december wordt hij op transport gesteld naar de strafgevangenis in Leeuwarden. Adriana Kuijken wordt veroordeeld tot vijf jaar tuchthuis. Zij zit haar straf uit in de strafgevangenis van Gorinchem.

Hendrikus gedraagt zich zeer goed tijdens zijn hechtenis. Hij is helper van de kok. Op 25 september 1892 wordt hij vrijgelaten, waarna hij zich naar Oss begeeft om zijn uitgaanskas in ontvangst te nemen. Ook Adriana gedraagt zich zeer goed. Zij is in de gevangenis belast met naaiwerk. Niettemin moet zij haar straf tot op de dag volledig uitzitten, zonder dat rekening wordt gehouden met de periode van voorarrest: zij wordt op 24 december 1889 vrijgelaten en reist naar Bergeijk om haar uitgaanskas in ontvangst te nemen. Bij hun invrijheidstelling worden portretfoto's gemaakt, die als bijlagen worden opgenomen in het Geheim Register van Ontslagen Gevangenen. Deze foto's staan aan het begin van dit artikel.

Foto's: Strafgevangenis Leeuwarden en de vrouwengevangenis van Gorinchem (1970)

Terug naar boven

1892    Anton Tilburgs (1856-1944) ontsnapt aan de dood

Op 8 oktober 1892 werkt Anton Tilburgs aan de aanleg van een 12 meter diepe waterput op de Trompenberg bij Hilversum "toen plotseling door de persing van losschietend zand de kuipen tot duigen ineengedrukt werden en de ongelukkige arbeider onder den nederploffenden aardhoop levend werd bedolven. (...). Een algemeene ontzetting maakte zich van zijn makkers meester bij dit noodlottige ongeval. Van links en rechts kwamen verschrikte buren en voorbijgangers toesnellen en weldra was de tijding van het gebeurde door het gansche dorp verspreid. (...). Niemand twijfelde er aan dat de 36-jarige Antonius Tilburgs, een gehuwd man en vader van vier jonge kinderen, als lijk opgehaald zou worden. Tilburgs zelf echter had het bovenlijf vrij en kon hoofd en armen vrij bewegen. Zijn eerste werk was te rukken aan het touw en zich heesch te schreeuwen, waarop echter geen reactie kwam."

Na drie dagen van spanning, noeste arbeid, hoop, vertwijfeling en uitputting wordt Anton bevrijd door Cornelis van Rheenen, die zijn leven waagde door diep in de put af te dalen. Het ongeluk trekt enorm veel aandacht in de plaatselijke en landelijke pers. Na een geldinzameling onder de Hilversumse bevolking en giften uit heel Nederland krijgen zowel Anton Tilburgs als Cornelis van Rheenen een huis en geschenken aangeboden. Honderd jaar na de redding ontmoeten nakomelingen van Van Rheenen en Tilburgs elkaar en schrijft drs. Fred Repko een uitvoerig gedocumenteerd artikel in "Eigen Perk", een uitgave van de Hilversumse Historische Kring "Albertus Perk".

Tekening van de redding in het  Algemeen Nederlandsch Politieblad (1892)

Terug naar boven

1898    De verdrinking van Arnoldus Tilburgs (1844-1898)

Op vrijdag 4 november 1898, om 11.00 uur 's ochtends overlijdt in Woensel de 53 jarige sigarenmaker Hendrikus Verhuijzen, de echtgenoot van Wilhelmina Tilburgs. Arnoldus, een broer van Wilhelmina, vertrekt op zondag 6 november vanuit Bergeijk om in Woensel de begrafenis van zijn zwager bij te wonen. Hij zou daar echter nooit aankomen.

De Meierijsche Courant, 12 november 1898, advertentierubriek

VERMIST Zondag avond

A.T., van Bergeijk,

middelmatige lengte, bruine oogen, grijs haar en grijzende ringbaard, gekleed in donkerbruine overjas met zwart laken jas en vest en zwart gestreepte broek.
Die inlichtingen omtrent den vermiste kan geven zal eene goede belooning genieten.

GEZ. TILBURGS,

De Meierijsche Courant, 12 november 1898

Zaterdag 12 november 1898. Er wordt hier veel gesproken over een persoon uit Bergeijk, Tilburgs genaamd, - ook van hem is een berichtje, ons heden uit Bergeijk toegezonden - van wien men vermoedt, dat hij Zondag avond op de een of andere wijze in de Dommel te water geraakt en verdronken is. Er worden reeds allerlei praatjes uitgestrooid, waarmede men echter wel voorzichtig mag zijn, daar het vermoeden voor de hand ligt dat de ongelukkige op jammerlijke wijze, zonder iemand schuld, te water is geraakt. Er wordt druk gezocht naar den verdwenen man, doch tot thans toe - Vrijdag avond - heeft men het lijk nog niet gevonden. Wel echter houdt men zich algemeen overtuigd, dat de ongelukkige op het einde der Dommelstraat, waar men Zondag avond verschrikkelijke hulp- en noodkreten gehoord heeft, in 't water terechtgekomen en verdronken is.

Utrechts Nieuwsblad, 15 november 1898, pag. 2

Geheimzinnig

Omtrent den vermisten Tilburgs, uit Bergeijk, is nader bekend geworden, dat hij Zondagavond met den trein die te 9,59 uit Valkenswaard te Eindhoven aankomt, is mede gekomen. Sedert werd niets meer van hem vernomen. Men heeft dienzelfden avond te ongeveer 11 uur ter hoogte van de spoorbrug over de rivier De Dommel hulpgeroep gehoord, eenige spoorwegbeambten zijn toen zelfs met lantaarns gaan kijken, zonder iets te ontdekken. Ofschoon de spoorbrug niet in de richting ligt, door T. te volgen om naar Woensel te komen, bracht men dit in verband met diens verdwijning. Men heeft nu op deze hoogte De Dommel afgedregd, tot nu toe echter zonder resultaat.

De Meierijsche Courant, 23 november 1898

Eindhoven. Woensdag 23 november 1898. Gewaarschuwd door het vinden van den hoed des drenkelings, Arnoldus Tilburgs van Bergeijk, die hier ruim veertien dagen geleden spoorloos verdween, in het kanaal, ging men Maandag daar aan 't zoeken en Dinsdag namiddag werd het lijk opgevischt in de haven. Er waren geene teekenen van een geweldigen dood te bespeuren. Het lijk is naar de gemeente Stratum overgebracht, op wier gebied het gevonden werd, om dan gekist naar Bergeijk te worden overgebracht.

De Nieuwe Tilburgsche Courant van 24 november 1898 weet nog enkele bijzonderheden te noemen: "De verdronkene droeg nog een portemonnaie bij zich met f. 1,34. Zijn tabakszak had hij nog in de hand, toen hij werd opgevischt."

Terug naar boven

1908    Wilhelmina Tilburgs (1888-1987) met lauweren bekroond

Valkenswaard. Was de tooneelvereeniging "de Vriendschap" alhier gevestigd in het Café van den heer J. Jansen-Jaspers vernemens om morgen haren aangekondigden wedstrijd te geven in duetten, thans kan wegens ziekte van een paar executanten deze wedstrijd niet doorgaan. Om het publiek en honoraire leden toch eene genotvollen avond te verschaffen, heeft deze vereeniging thans voor morgenavond geëngageerd de heeren Th. S., F. T. en mejuffrouw Wilha. Tilburgs. Zijn genoemde heeren op verschillende wedstrijden met medailles bekroond, ook mej. Wilha. trad eveneens uit een wedstrijd èn door de jury èn door het publiek met lauweren bekroond. Hare gracieuse verschijning op het tooneel inspireert terstond het publiek, terwijl zij over een welluidend ongedwongen stemorgaan beschikt. Wij twijfelen dan ook geenszins of genoemde vereeniging zal met het engageeren van dit trio ruimschoots succes inoogsten.

Bron: Meierijsche Courant, Zaterdag 15 Februari 1908.

Terug naar boven

1909    Het huwelijk van Hein Tilborghs (1882-1961) en Lies Larmit (1882-1949)

Bergeijk, 2 juni. Gisteren bracht onze fanfare "Echo der Kempen" eene serenade bij haar werkend lid den Heer H. Tilburgs, die zich op dien dag in het huwelijk had begeven met Mej. L. Larmit. Bij afwezigheid van den president hield de vice president de WelEd. Heer S. W. Aarts eene passende toespraak tot bruid en bruidegom. De bruidegom bedankte voor de woorden tot hen gesproken en voor de eer welke het gezelschap hun had bewezen. De leden werden flink getrakteerd aan het huis des bruidegoms en daarna bij F. Tilburgs, alwaar den geheelen avond genoegelijk onder elkander werd doorgebracht.

Bron: De Meierijsche Courant

 

Terug naar boven

1913    Hein Tilborghs (1882-1961) begint sigarenfabriek

Hein Tilborghs (1882) richt een sigarenfabriek op onder de handelsnaam J.H. Tilborghs & Zn., gevestigd te Bergeijk ’t Hof. Op 4 oktober 1923 laat hij zijn bedrijf inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel te Eindhoven.

In 1939 bedraagt de productie 290.000 sigaren.

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto linksonder: Poederkist (matteerkist), bouwjaar ± 1935, afkomstig uit de sigarenfabriek van Hein Tilborghs, door zijn kleinzoon Ad Tilborghs geschonken aan het Valkerij en Sigarenmakerij Museum in Valkenswaard. De kist bestaat uit een aantal verticale vakken, waarin sigaren worden geplaatst, en een reservoir onderin, waarin de poeder van de poedermolen wordt gedaan. Het reservoir is afgedekt met een geperforeerde plaat. De vakken voor de sigaren zijn instelbaar op de lengte van de sigaren. De sigaren worden bevochtigd met een oplossing van alcohol en water en in de kist geplaatst. Na het sluiten van het deksel wordt een borgpen, onderin de kist, uitgenomen en de kist met een handwiel rondgedraaid. De poeder verdeelt zich hierdoor en blijft kleven aan de bevochtigde sigaren. Na het draaien valt de resterende poeder weer terug in het reservoir. De kist moet even rust krijgen na het draaien, om de stofontwikkeling van de poeder te laten dalen. Hierna kunnen de sigaren uitgenomen worden. Dit alles werd gedaan om sigaren, die opgelapt waren of niet op kleur waren, te voorzien van een mooie, gelijke kleur. (Bron: Valkerij en Sigarenmakerij Museum, Valkenswaard ).

Foto rechtsonder: W.C. Jacobs 12 ½ jaar bij Tilenzo. Onder vlnr: Frans Tilborghs (1912), Sjef Theuws (1924), Lenard Tilborghs (1921), Peer Larmit (1920). Staand vlnr Franske Hoeks (1876), Harrie Tilborghs (1912), Pietje van der Heijden (1895), Wil Jacobs (1902), Hein Tilborghs (1882), Sjef Tilborghs (1912). De foto is gemaakt in 1941.

Terug naar boven

1914    Bedrijfsongeval van Franciscus Tilburgs (1866-1951)

"Zaterdag 10 Januari 1914. Een ander ongeluk had de schilder F. Tilburgs van het Begijnenhof alhier. Terwijl hij te Stratum gisteren doende was met het schilderen van dakgoten brak de bovenste trede van den ladder, waarop de man stond en kwam hij zoo ongelukkig terecht dat hij op zijn enkel viel. Ook klaagde hij over inwendige pijnen. Tilburgs, die door Dr. Kramer behandeld werd en naar het liefdehuis alhier vervoerd, is met z'n beroep niet zeer gelukkig. In December was 't pas vier jaar geleden, dat hij eveneens bij een val beide enkels brak en langen tijd in gipsverband moest liggen. Hij is gehuwd en vader van een talrijk gezin."

Bron: De Meierijsche Courant

Foto: Begijnenhof

Terug naar boven

1914    Cornelis Tilburgs (1890-1977) gemobiliseerd op Fort Pampus

Jong 1906De mooie zomer van 1914 wordt op 28 juni ruw verstoord door de pistoolschoten waarmee de Servische nationalist Gavrilo Princip een einde maakt aan de levens van de Oostenrijkse troonopvolger Frans Ferdinand en diens vrouw. Aanvankelijk lijkt het alsof deze aanslag geen politieke gevolgen heeft. Maar op 23 juli stelt de Oostenrijkse regering Servië een ultimatum waaraan het land niet kan voldoen. Binnen enkele dagen mobiliseren beide landen hun militairen. Door het ingewikkelde netwerk van onderlinge militaire verdragen lopen de spanningen in Europa binnen een week hoog op. De Eerste Wereldoorlog is een feit. Op vrijdag 31 juli besluit de Nederlandse regering tot een algemene mobilisatie, die de volgende dag begint. Ook Cornelis Tilburgs wordt op 1 augustus opgeroepen.

Op 4 maart 1910 wordt Cor ingedeeld als milicien kanonnier bij het Korps Pantserfort Artillerie, detachement te Muiden, 4e Compagnie. Van 30 november 1910 tot 10 maart 1911 gaat hij met groot verlof, evenals in de perioden van 24 juni 1911 tot 18 augustus 1913 en van 13 september 1913 tot de mobilisatie op 1 augustus 1914 op Fort Pampus.

"Fort Pampus ligt in de Zuiderzee. Het is in de jaren 1887 tot 1895 gebouwd op een kunstmatig eiland enkele kilometers buiten de kust van Muiden. Het fort maakt deel uit van een verdedigingslinie rondom Amsterdam, bedoeld als afweer tegen het machtige Duitse keizerrijk. Duitsland had in de oorlog van 1870-1871 Frankrijk onder de voet gelopen en werkte aan een nieuw type kanonneerboot, de "Wespe". De Wespe was een goed gepantserd oorlogschip, uitgerust met zwaar geschut en gezien zijn geringe diepgang gemakkelijk in staat om de Zuiderzee op te varen. Het Nederlandse Ministerie van Oorlog vertrouwde Duitsland niet en besloot daarom tot de aanleg van de verdedigingslinie, waarvan Fort Pampus deel uitmaakte."

"Het fort biedt ruimte aan 195 militairen. Het heeft twee geschutskoepels, met elk een dubbelloops kanon van 8.40 m. met een vuurafstand van acht kilometer. De granaten zijn manshoog. Daarnaast beschikt het fort over zes snelvuurkanonnen. De twee grote geschutskoepels worden gedraaid met behulp van twee stoommachines. Het fort beschikt onder meer over slaapzalen, een keuken, electriciteitsvoorziening, een bakkerij, een smederij, watertanks en opslagplaatsen voor levensmiddelen, wapens, buskruit, lege en gevulde projectielen. Door het fort is een spoorlijntje aangelegd voor de aanvoer van munitie. Rondom het fort is een ruim acht meter brede droge gracht om de vijand op een afstand te houden. De kosten van het project waren voor die tijd uitzonderlijk hoog: ƒ 1.000.000,- exclusief bewapening. Het fort wordt in 1889 in gebruik genomen, maar is dan al door de tijd achterhaald. De Wespe is al uit de vaart genomen en de nieuwe Duitse oorlogsschepen hebben een te grote diepgang voor de Zuiderzee."

"In drie à vier dagen waren alle stellingen bezet. Ook de stelling van Amsterdam inclusief Pampus. De commandant van Fort Pampus liet in een soort enquêteformulier weten dat op de eerste mobilisatiedag, 1 augustus, om half vier 's middags alle tot zijn onderdeel behorende grootverlofgangers zich hadden gemeld, inclusief de geneeskundige dienst en het telegraafpersoneel. Tijdens de eerste dag van hun verblijf op Pampus kregen de soldaten het middageten, bereid in de koperen potten en pannen (van het fort) in twee gedeelten uitgereikt: om zes uur en om zeven uur 's avonds. Twee dagen daarvoor was het personeel van het Detachement Pantserfort-Artillerie in Muiden al aan het werk getogen om het fort in staat van verdediging te brengen. Op 31 juli was dat klaar. De fortcommandant liet weten dat de kustvuurmonden, de vuurmonden bedoeld voor het afslaan van een landing op het eiland, en de mitrailleurs in staat van paraatheid waren. De 'huishoudelijke inrichtingen', zoals de latrines en wasruimten, waren in orde op de dag dat de dienstplichtige militairen arriveerden. Die week kwam Pampus tot leven en werd er werk gemaakt van het, in verband met de tekorten, naar andere forten verzenden van overcomplete goederen, zoals karabijnen, sabels en munitie waaronder scherpe patronen."

Op 3 augustus schrijft Francisca Tilburgs vanuit Hilversum een brief aan haar broer: " (.......) Wij hebben gelukkig al twee keer nieuws van je ontvangen, van morgen je briefkaart en van middag je brief. Je begrijpt dat wij er erg blij mede waren te vernemen, dat je het goed maakt en dat je tenminste op het fort blijft. Gisteren zondag zijn Cris en ik nog even in Muiden geweest zoowat om één uur waren wij er, doch daar hoorden wij van een korporaal dat je smorgens naar het fort gegaan was en daar wel zoud blijven tot de bezetting afgelopen was. Je begrijpt dat het een heele geruststelling voor ons was, want ik geloof dat je nog het beste van alles daar kunt zijn. Hier is het toch zoo 'n verschrikkelijke drukte. Vandaag gingen alle soldaten die zondag hier waren weer weg en kwamen er weer 6 duizend (zegt men) voor in de plaats. Het is een herrie en een drukte van belang en de ene maakt de andere hier bang. (.......)"

Cor gaat op 3 juni 1915 over naar het detachement te Halfweg. Ruim een jaar later, 23 september 1916, gaat hij over naar het Detachement Artillerie buiten de forten te Abcoude. Op 3 november gaat hij naar Detachement Hoofddorp en op 27 december naar het Groepsstafkwartier Diemerbrug.

Op 15 mei 1917 gaat hij met gewoon verlof en op 31 december 1918 eindigt zijn militiediensttijd. Hij blijft echter als landstormplichtige in werkelijke dienst totdat deze op 16 oktober 1919 eindigt ten gevolge van de demobilisatie.

De straflijst van Cor is beperkt tot twee dagen kwartierarrest, op 10 juni 1911 van Compagniecommandant Bentz van den Berg, omdat hij bij het morgenappel te bed werd bevonden.

Op 23 september 2006 besteedde Teleac in het programma Verre Verwanten aandacht aan een vraag van Huub Tilburgs over het leven op Pampus tijdens de mobilisatie van 1914. Wil je het programma beluisteren klik dan op onderstaande link. Het onderwerp begint na 11 minuten.

Uitzending Verre Verwanten

Voor meer informatie over Fort Pampus en de Stelling van Amsterdam klik op onderstaande hyperlink. Onder de rubriek "Mensen" staat informatie over Kanonnier Tilburgs.

Stelling van Amsterdam

De beschrijving van Fort Pampus en van de gebeurtenissen tijdens de eerste mobilisatieweek zijn ontleend aan "Pampus, Geschiedenis van een fort" van Cees Pfeiffer en aan een artikel in NRC-Handelsblad van vrijdag 7 juni 1991, pag. 1 en 2.

Foto: Cornelis Tilburgs staat recht achter de accordeonspeler

Terug naar boven

1914    Soldaten vieren Kerstfeest bij Hein Tilborghs (1882-1961)

Sinds het einde van de vereniging met België (1839) is Bergeijk weer een grensplaats. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog posteren Nederlandse troepen zich aan de grens met België, dat sinds 4 augustus 1914 door het leger van de Duitse keizer is bezet. De soldaten, die de opdracht hebben om de Nederlandse neutraliteit te verdedigen, worden ingekwartierd bij burgers in de grensplaatsen. Op 25 december 1914 vieren Nederlandse soldaten het Kerstfeest in Bergeijk bij Hein en Lies Tilborghs en hun drie zoontjes. Op de foto zien we Janus (1910) en Frans (1912).

Vóór Kerstmis 1914 hebben de legers zich vanaf de Vlaamse Noordzeekust tot de Zwitserse grens ingegraven; Duitsers tegenover Belgen, Fransen en Britten, vaak amper honderd meter van elkaar, gescheiden door prikkeldraad. Met Kerstmis gebeurt er iets buitengewoons en onverwachts: Duitse soldaten houden borden omhoog met de tekst "Frohe Weihnachten". Zij nodigen hun vijanden uit om samen het Kerstfeest te vieren. De beschietingen stoppen. Het nieuws van deze wapenstilstand verspreidt zich snel door de loopgraven. Binnen korte tijd staan er kerstbomen in het niemandsland en wisselen de soldaten geschenken uit. Er wordt samen gegeten, gedronken en gezongen. Er zou zelfs een voetbalwedstrijd zijn georganiseerd, die door de Duitsers werd gewonnen. Na Kerstmis gaat iedereen weer terug naar de loopgraven en wordt de oorlog in alle hevigheid hervat.

Terug naar boven

 

 

1927    Boerderij van P. Tilburgs door brand verwoest

Op 17 juni 1927 raast een storm over Nederland. De dag daarna staat in de Nieuwe Rotterdamsche Courant het volgende bericht onder de kop "Het noodweer van gisteren": "Te Bergeyk is gisteravond de bliksem in de boerderij van den landbouwer P. Tilburgs geslagen. De boerderij is geheel afgebrand. De kinderen, die ziek te bed lagen, konden met moeite worden gered. Twee varkens, een kalf en een hond kwamen in de vlammen om. Verzekering dekt de schade. In andere woningen in Bergeyk werden de electrische leidingen vernield."

Vermoedelijk gaat het hier om Cornelis Petrus Tilburgs (Pietje Til), geboren op 20 juni 1882 en getrouwd met Angelina Smets. Aanvullende informatie is natuurlijk erg welkom.

Terug naar boven

1939    Rinus Tilburgs (1919-1998) schiet verkenningsvliegtuig uit de lucht.

In 1939 kwam Rinus Tilburgs uit Helmond naar Venlo. Geboren op 3 juni 1919 moest hij zich in dat jaar als dienstplichtige op de kazerne in Blerick melden. Hij was nog nooit uit Helmond weggeweest en het was voor het eerst van zijn leven dat hij in de trein stapte. Na de opleiding maakte hij met andere dienstplichtigen deel uit van het grensbataljon, dat niet alleen de kazematten langs de Maas bemande, maar ook gelegerd was bij de grensovergangen. Zijn kazemat lag bij "Sur Meuse" en de Nederlandse verdedigingslinie werd regelmatig vanuit Duitse vliegtuigen bespioneerd. Van de kapitein kreeg Rinus en zijn bunkerbemanning er flink van langs, omdat ze niet adequaat genoeg op een Duits verkenningsvliegtuig hadden gereageerd.

De eerstvolgende keer, dat Rinus weer een vliegtuig hoorde, stormde hij naar de buiten opgestelde mitrailleur, richtte en schoot zodanig raak, dat het vliegtuig neerstortte op het terrein waar nu de flats van de Molenbossen staan. Maar wat was het geval, Rinus had een eigen Nederlands verkenningsvliegtuig neergehaald. De piloot heeft het gelukkig overleefd, al kostte het hem zijn pink. Op 10 mei 1940 zat Rinus weer in zijn kazemat op Duitse soldaten te schieten, die met rubberboten de Maas probeerden over te steken. Hij hoorde aan de Venlose kant de Duitse officier iedere keer weer het bevel geven: "6 Neuen", als er weer een nieuwe lading de rubberboot in moest. Tijdens zijn dromen heeft hij die "6 Neuen" nog jaren in het water van de Maas zien vallen en "Hilfe" horen roepen.

Foto: Rinus Tilburgs (midden)
Bron:
Deze tekst is een gedeelte van een artikel dat Theo Laumans op 14 mei 2003 schreef in het weekblad De Tegelse Courant in de rubriek "Oorlogservaringen van mensen uit Tegelen en Belfeld".

Terug naar boven

1941    Ernstige gasontploffing bij het gezin Tilburgs-Bakker aan de Lorentzweg in Hilversum

"Mevrouw van Tilburg, wonende aan den Lorentzweg 46 te Hilversum stond vanochtend volgens haar gewoonte om kwart voor 7 op om theewater op te zetten in de keuken. Het rook erg naar gas; het slangetje van het gascomfoor hing los van den muur en het kraantje stond half open. Daar zij het slangetje niet meer in den muur kon krijgen, ging zij naar de bijkeuken en stak met een gaspistool een ander comfoor aan. Een ontzettende knal volgde, een vlam sloeg in haar gezicht. De man, zoon en dochter, die boven sliepen, snelden toe. Alle ruiten in huis zijn gesprongen, ook de etalage van den ijzerwinkel. De deuren hingen uit de kozijnen, meubels lagen door elkaar, zittingen hingen uit de stoelen. De pannen vlogen van het dak. Een zijmuur van het huis viel om en tegen een 4 meter verder staand hek, dat verpletterd werd. Een gordijntje van lichte stof, dat voor een der vensters hing, was in brand gevlogen en op een divan gevallen, waar de vlammen verder lekten. De 20-jarige zoon wist met emmers water het vuur te stuiten.
De buren, die eerst dachten dat er een bom insloeg, waarschuwden dokter en politie. Mevrouw van T. die aan gezicht en handen ernstige brandwonden had gekregen, werd verbonden en bij buren ter ruste gelegd.
Commissaris Reijenga en de inspecteur der recherche Wolf kwamen met bouwpolitie en ambtenaren van de gasfabriek ter plaatse.
Het gas moet zich sedert 5 uur vanochtend tusschen de voegen van de muren hebben verspreid en in de kamer hebben gehangen. Het huis is afgekeurd en zal worden gesloopt."

Het tekstkader bevat een bericht in Het Vaderland over hetzelfde ongeval. Klik op het krantenbericht voor een vergroting.

Commentaar: De genoemde "mevrouw van Tilburg" is Gerarda Tilburgs-Bakker. Het huis is niet gesloopt, maar hersteld.
Bronnen:
*    Foto: De Tijd, 15 maart 1941, voorpagina.
*    Uitgeschreven tekst: Laarder Courant De Bel, 14 maart 1941, p. 7/8
*    Tekst in kader: Het Vaderland, 14 maart 1941, avondblad, p. 3

Terug naar boven

1942    Petrus Bernardus Tilburgs (1919): dwangarbeider in Junkers vliegtuigmotorenfabriek in Köthen

Petrus Bernardus Tilburgs (Amsterdam 1919) is een zoon van Theodorus Johannes Cornelis Tilburgs en Margaretha Cornelia Adriana Kars.Hij wordt in 1942 door de Duitse bezetter gedwongen tewerkgesteld in de vliegtuigmotorenfabriek van Junkers in het stadje Köthen bij Dessau. In juli 1943 krijgt hij verlof om te trouwen. Hij probeert onder te duiken, maar dat mislukt. Hij wordt bij het Centraal Station van Amsterdam opgepakt en teruggestuurd naar Köthen. Korte tijd later wordt hij overgeplaatst naar een geheime ondergrondse fabriek van Junkers (Nordwerke AG) in Ilfeld in de buurt van Nordhausen (zie foto). In deze fabriek worden V-1's en V-2's gemaakt. In Nordhausen is ook een concentratiekamp. De dwangarbeiders werken samen met de gevangenen uit het concentratiekamp.

In 1988 zet Peter zijn ervaringen op papier in het kader van een project van de Vereniging Dwangarbeiders Nederland. De verzameling ego-documenten, die dit opleverde is overgedragen aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). Volgens de documenten, die wij bij het NIOD hebben geraadpleegd, is er geen enkele beperking gesteld aan de openbaarheid van de verhalen van de ex-dwangarbeiders. In een brief van P.B. Tilburgs aan de Vereniging Dwangarbeiders Nederland spreekt hij de hoop uit dat zijn informatie in de toekomst gebruikt kan worden om meer aandacht en waardering te krijgen voor de ex-dwangarbeiders. Om deze redenen hebben wij geconcludeerd dat de brief van Peter een plaats verdient op deze website. (Klik op de afbeeldingen voor een vergroting).

 

Link naar site over Mittelwerk V-2 fabriek

Link naar een andere site over de Mittelwerk V-2 fabriek

Link naar site over het concentratiekamp bij Nordhausen.

 

Terug naar boven

1952    Frans Tilborghs (1933-2002): Naar de diepte der aarde

Het is eind jaren '50. Op 4 december, het feest van St. Barbara, de patroonheilige van de mijnwerkers, poseert een groep Kempische mijnwerkers in werkkleding en met mijnlamp voor café De Postduif in Bergeijk. Links staan de eigenaren van het café, Marinus Tilborghs en zijn vrouw Mariet Sallaerts. In het midden van de achterste rij (pijltje) zien we Frans Tilborghs.

Na eerst in een spuiterij en daarna als schoenmaker te hebben gewerkt stapt Frans op de mijnbus naar Zwartberg in België om zich daar als werknemer te laten inschrijven bij de steenkolenmijn van de N.V. Cockerill-Ougree. Het werk is zwaar en ongezond, maar het loon is erg aantrekkelijk en de mannen krijgen dubbele kinderbijslag. Later noemt Frans de jaren die hij als grensarbeider werkte de beste tijd van zijn leven. Hij besluit zijn herinneringen vast te leggen in een geïllustreerd boek, dat hij in eigen beheer uitgeeft met de titel "Naar de diepte der aarde". In de inleiding schrijft hij: "Schrijver wil met dit boek voorkomen dat het leven van veel Kempische mijnwerkers in de vergetelheid zou geraken. Zij hebben tenslotte ervoor gezorgd dat de economie kort na de oorlog weer werd aangezwengeld." In het boek beschrijft Frans niet alleen de periode waarin hij mijnwerker was. Hij haalt ook herinneringen op aan zijn ouders, grootouders en andere familieleden en aan de oorlogsjaren. De laatste pagina's zijn gewijd aan zijn werk als bosarbeider. Omdat het boek in eigen beheer met een beperkte oplage is uitgegeven, is het erg moeilijk verkrijgbaar. 

Foto: lampenist Frans Tilborghs verzorgt de benzineveiligheidslampen, die vooral van belang zijn omdat ze ondergronds de aanwezigheid van mijngas kunnen aantonen. Bron: http://www.mijnlampen.nl/sitenederlands/steenkool1951.htm

Terug naar boven

 

 

 

 

1956    Marinus Tilborghs (1923-1983) verkoopt Ploegstoffen op ‘t Zoldertje

Als het dorp Bergeijk ergens mee op de kaart is gezet, is dat wel met de prachtige en kwalitatief hoogstaande gordijn- en meubelstoffen van de plaatselijke weverij de Ploeg. Maar zeker ook met de markante weverij zelf, een fabriek die in de jaren 50 van de twintigste eeuw is gebouwd naar een ontwerp van de vermaarde architect Gerrit Rietveld. Dit anno 2008 leegstaande maar nog puntgaaf fabrieksgebouw is gelegen in een park dat in 1958-1959 is ontworpen door de landschapsarchitecte Mien Ruys. Zij werd "Bielzen Mien" genoemd omdat zij in haar ontwerpen graag werkte met spoorbielzen.

In Bergeijk konden ook jarenlang voor een habbekrats Ploegstoffen worden gekocht. Restantenverkoop heette dat. De kopers kwamen er van heinde en verre op af. “Bussen met volk” weten de Bergeijkenaren zich nog te herinneren. Want Ploegstoffen  waren gewilde stoffen. Om bijvoorbeeld een gordijntje, een tafelkleedje of een rok te maken. Veelal stoffen met nauwelijks zichtbare weeffoutjes of kleurverschillen. De weverij besteedde deze verkoop uit. De familie Tilborghs komt hiervoor in beeld nadat in 1956 de weverij is afgebrand en toevallig ook nog het bestaande winkeltje elders in het dorp moet sluiten. De Ploeg zoekt overal in het dorp naar geschikte locaties om haar bedrijfsactiviteiten tijdelijk te kunnen huisvesten. Zo huurt het bedrijf ook de leegstaande sigarenfabriek “Tilenzo” van Hein Tilborghs. Hier wordt op de begane grond tijdelijk de stoffeerderij ondergebracht. En om het gebouw ten volle te kunnen benutten wordt Marinus Tilborghs, kastelein van het naastgelegen café (de Postduif), aangeboden om op de zolder van de sigarenfabriek de restantenverkoop onder zijn hoede te nemen. Daar heeft hij wel oren naar, want overdag heeft hij in zijn café toch nauwelijks klandizie. Marinus mag 10% van de opbrengsten in zijn zak steken. Lange tijd gaan de klanten daar dus trap-op-trap-af. Met de ingebruikname van de nieuwe fabriek komt de begane grond weer vrij en wordt de restantenverkoop beneden voortgezet. Gewoon onder de naam “t Zoldertje”, want dat is intussen een begrip geworden.

Marinus beschikt echter niet over de vereiste papieren. Zo mist hij een textielbrevet. Dat wordt omzeild door een deal te sluiten met de eigenaar van de textielwinkel aan de overkant van de straat, Jef van Woerkum. Op diens papieren mag Marinus voortaan verkopen en voor wat hoort wat: Jef krijgt hiervoor 2% van de opbrengst, zodat voor Marinus nog 8% resteert. En Jef helpt Marinus voortaan bij het uitzoeken van verkoopbare stoffen. Nadat Marinus zich om gezondheidsredenen moet terugtrekken uit “zijn” winkeltje zet weverij de Ploeg kort daarna - omstreeks 1983 - een punt achter de restantenverkoop.

Foto: rechts Café de Postduif van Marinus Tilborghs. Zie ook de foto rechtsboven in het artikel van 1913 en de foto in het artikel van 1952.

Terug naar boven

1974    Bertha Tilburgs (1878-1975): oudste breister van de Kempen

"Ga maar kijken. Overal kun  je breiwerk van mij vinden. De mat waarmee ik nu bezig ben, heb ik beloofd aan de meisjes die mij een fruitmand hebben gebracht”. Zo begint in mei 1974 een krantenartikel onder de kop: Oudste breister Kempen. We lezen verder:

Mevrouw Bertha Sengers – Tilburgs in Bergeyk wordt de laatste van deze maand 96 jaar. Ze woont alleen op Burgemeester Magneestraat 5, naast een van haar dochters, in een huis waaraan in twintig jaar niets is veranderd. Ze brengt er haar dagen door met het voor het raam zitten en uit te kijken over de drukke straat met het winkelend publiek. Ze heeft haar rozenkrans in de hand, meer uit gewoonte, zoals ze zelf zegt, dan om te bidden. Het grootste deel van de dag breit ze echter, grote lappen wol, zo lang als de tafel breed is en een dikke grote breinaald barstensvol kleurige steken. Ze zijn voor vrienden en kennissen. Matten moeten het worden, vervolledigd met de voering, die twee van haar dochters tegen de lappen zetten. En ze worden gebruikt, dat ook. Want de familie weet, dat er geen matje zo sterk kan zijn als de matjes die opoe breit. Er staat een mandje met wol onder haar stoel en ze hecht nieuwe draden aan, zoals dat iemand doet voor wie het allemaal een gewoonte is. ,,Ik denk dat ik best de oudste breister van de Kempen ben” zegt ze. Intussen verwijt ze de fotograaf, die vraagt even te kijken, dat hij haar niet moet commanderen. Dat laat ze zich overigens door niemand doen, ook niet door de naast haar wonende dochter, voor wie steeds de eerste zorgen zijn, evenmin als door de dokter, die haar alleen maar vriendelijk lachend mag benaderen, of hij krijgt het te horen. Vroeger heeft ze andere zaken gebreid, wollen omslagdoeken en kleren voor de kinderen, tafels vol voor Sinterklaas. Voor ze zeventig jaar geleden met slager Sengers trouwde (hij is voor dertien jaar gestorven) woonde ze thuis in het cafe. ,,We hadden altijd volk. Wie bij dokter of zo moest wachten kwam bij ons een kapper bier drinken”. Ze deed te voet boodschappen voor de slagerij. ,,Ik heb maar een keer geprobeerd om te fietsen, en kwam toen in de heg terecht. Ik had wel snoepjes bij me en ik heb daar heel wat klanten mee gewonnen”. Er komt altijd wel iemand binnenlopen bij Bertha Sengers. Ze vinden nu dat ze er goed uitziet na een val van veertien dagen geleden en zelf zegt ze: ,, Ik eet altijd. Dan zal ik er zeker niet goed uitzien”. Ze bemoeit zich niet met de kinderen (vier meisjes, twee jongens), de kleinkinderen (36) en de achterkleinkinderen (48) zorgvuldig met een potlood op een kladpapiertje bijeen geteld. Ze laat hen in hun wezen. Ze danst sinds haar zeventiende jaar en doet het nog als ze in de gelegenheid is. ,,Onze trouwdag hebben we iedere vijf jaar flink gevierd”. Haar negentigste verjaardag heeft ze in zaal Tilburghs gevierd. In de daarop volgende jaren loopt het er steeds vol. Het eigen nageslacht en de neven en nichten, die er komen. Het is dan nog te overzien zo lang er niet al te veel zo maar vrienden en kennissen op de verjaardag komen feliciteren, maar honderd man is gewoon. Het is nog niet zo lang geleden, dat Bertha Sengers nog rikte bij het leven, dat de schortzakken versleten waren van de centen, want speelschulden moesten tot op het halfje worden betaald. Nu gaat alleen nog maar kienen, iedere donderdag met de bejaarden.

Terug naar boven

Recente aanvullingen

17-01-2012 1884 Cornelis Tilburgs alias frater Sylvester (1860-1909) kwartiermaker nieuw internaat Reusel
21-09-2011 1941 foto van Lorentzweg 46 in Hilversum na de gasontploffing.
31-08-2011 1942 Petrus Bernardus Tilburgs (1919) dwangarbeider in ondergrondse V-1/V-2 fabriek
11-07-2011 1898 Aanvulling op: De verdrinking van Arnoldus Tilburgs (1844-1898)
23-01-2011 1754 Anna Maria Tilborgs (1714)
10-12-2010 1952 foto van lampenist Frans Tilborghs (1933-2002)
02-10-2010 1722 Willem Hermans wijst kinderen van Frans Marcelis Tilborghs als erfgenamen aan
1898 toevoeging aan het artikel over de verdrinking van Arnoldus Tilburgs
1927 Boerderij van P. Tilburgs door brand verwoest
10-10-2009 1898 aanvullend artikel Utrechts Nieuwsblad over verdrinking van Arnoldus Tilburgs
14-03-2009 1974 Bertha Tilburgs (1878-1975): oudste breister van de Kempen
16-10-2008 1759 aanvulling op: Willem Herman Tilborgs collecteur van de koningsbede
13-07-2008 1831 Het kasboek van Cornelis en Francis Tilburgs
25-06-2008 1941 Artikel in Het Vaderland over de gasontploffing
01-06-2008 1941 Gasontploffing bij het gezin Tilburgs-Bakker in Hilversum
18-03-2008 1956 Marinus Tilborghs (1923-1983) verkoopt jarenlang Ploegstoffen op ‘t Zoldertje
11-02-2008 1939 Rinus Tilburgs (1919-1998) schiet verkenningsvliegtuig uit de lucht.
18-01-2008 1715 Uitwerking van dit artikel
31-12-2007 1908 Wilhelmina Tilburgs (1888-1987) met lauweren bekroond
16-12-2007 1870 Gratieverzoek Peter Johannes Tilburgs
03-06-2007 1913 Foto W.C. Jacobs 12½ jaar werkzaam bij Tilenzo
29-12-2006 1879 Petrus Bernardus Tilburgs bestolen
16-12-2006 1914 Links naar uitzending "Verre verwanten" en naar "De Stelling van Amsterdam".
08-12-2006 1913 Foto en uitleg matteerkist sigarenfabriek Hein Tilborghs (Tilenzo)
06-10-2006 1914 Foto van Cornelis Tilburgs en aanvullende tekst
30-07-2006 1780 foto's en uitleg bij inventaris
25-07-2006 1853 De Harmonie van Bergeijk
05-06-2006 1914 Cornelis Tilburgs (1890-1977) gemobiliseerd op Fort Pampus
27-05-2006 1952 Frans Tilborghs: Naar de diepte der aarde.
04-04-2006 1732 Noot bij artikel over Evert Tilborgs
31-03-2006 1824 Cornelis Tilburgs (1805-1879) betaalt ƒ 300,- om militaire dienst te ontlopen.
23-09-2005 1909 Foto van Hein Tilborghs en Lies Larmit
1914 Tekst bij "Soldaten vieren Kerstfeest bij Hein Tilborghs"
1831 Tekening van korporaal in marstenue, 1831