Genealogie Tilburgs/Tilborghs

Laatste aanpassingen:  Bergeijk (6 februari 2012), Kroniek (17 januari 2012) 

 Kroniek: 1884 Cornelis Tilburgs alias Frater Sylvester (1860-1909) kwartiermaker voor het nieuwe internaat in Reusel.

Start
Oorsprong
Oudste vermeldingen
Bergeijk
Bergeijk 2
Eersel
Valkenswaard
Essen/Zundert
Kroniek
Teutenfamilie
Opsporing verzocht
Fotogalerij
In memoriam
Privacybeleid
Links

Werken boven-staande knoppen of hyperlinks niet? Installeer dan gratis Java software vanaf www.java.com/nl

(geactualiseerd op 25 maart 2006 )

Oorsprong

Deze website is primair gewijd aan de familie Tilburgs/Tilborghs, die stamt uit Eersel en Bergeijk in de Nederlandse Kempen, een arme zandstreek ten zuiden van Eindhoven.

De familienaam kent allerlei varianten, zoals Tilborch, Tilborchs, Tilborgs, Tilborghs, Tilburghs en Tilburgs. De naam wordt voor het eerst vermeld in de cijnsboeken (belastingboeken) van de hertogen van Brabant. Zij lieten nauwkeurig bijhouden aan wie grond was verpacht en wat daarvoor moest worden betaald. In de rekening van de hertogelijke rentmeester in stad en Meierij van 's-Hertogenbosch, die betrekking heeft op de cijnskring Eersel voor het jaar 1339-1340, lezen we de onderstaande latijnse tekst. De tweede regel luidt vertaald:

"Johannes, genaamd Tilborch, vier oude penningen en twee delen (dit is 2/3) hoen"

 

 

 

 

 

1339 oudste vermelding van de naam "Tilborch".

Is de familie Tilburgs/Tilborghs oorspronkelijk afkomstig van de gemeente Tilburg? Die vraag kunnen we niet eenduidig beantwoorden. De vermelding "tilborch" kan betrekking hebben op een persoon, maar bijvoorbeeld ook op de naam van een hoeve of van een perceel akkerland. Als dit laatste het geval is, hoeft de familie die het pacht en er wellicht naar genoemd is, geen enkele relatie te hebben met het toenmalige dorp Tilborg. Iemand kon Tilborgs worden genoemd omdat hij daar oorspronkelijk vandaan kwam, maar ook omdat hij daar vaak naartoe ging, bijvoorbeeld om koopwaar op de markt aan te bieden.

In latere cijnsboeken zijn de vermeldingen van de naam eenduidiger. In het cijnsboek van Eersel dat betrekking heeft op de periode 1350-1450, staat in het latijn de volgende tekst:

"Arnoldus, zoon van Johannes van der Scaeft, voor Godefridus, zoon van Simon van der Spegelt, van de kant van Katerina, weduwe van Wouter van Ancelmus Tilburchs, van het erfgoed van Wouterus voorzegd.

5.5 nieuwe penningen"

In de volgende eeuwen komen de verschillende varianten van de familienaam in Eersel, Bergeijk en Valkenswaard regelmatig terug. Vanaf het einde van de 17e eeuw kunnen de relaties met zekerheid worden aangetoond.

Bergeijk en Eersel

Dominee Stephanus Hanewinkel, telg uit een domineefamilie uit oost Brabant, maakt in 1798 een reis door de Meierij van 's‑Hertogenbosch. Het is de tijd van de Bataafse Republiek. Brabant is twee jaar geleden als volwaardig gewest erkend, na twee eeuwen als generaliteitsland, een soort wingewest, te zijn behandeld. De protestanten moeten veel kerken, die zij eerder van de katholieken hebben geroofd, teruggeven. Het is duidelijk dat Hanewinkel tijdens zijn reis nogal bevooroordeeld is en zich ergert aan de 'paepsche superstitie', die hij in de Brabantse dorpen aantreft. Bergeijk komt er in z'n beschrijving niet best af.

"Berg-eik ontleent zijnen naam van de Heuvelen, waaröp oulings zeer zwaare eiken wiessen. Berg-eik is het middelpunt van bitterheid, bijgeloof en spookerijën. In oude tijden woonden hier (zoo spreekt het Bijgeloof) veele heksen. Het gebruik van bijgeloovige middelen tegen ongemakken des ligchaams is hier onbegrijplijk: heeft men kwaade beenen, men geneest die met Wijwater; heeft men den Kinkhoest, men loopt naar Kasteren, om uit een gewijd hoorentjen te drinken; is men 'baguits' (de 'Engelsche Ziekte'), men begeeft zich naar Riethoven of nog beter naar Meerveldhoven; hebben de Kinderen den Daauw-worm, men laat hen te Hoogloon beleezen; heerscht 'er de Roode loop, men spoed zich terstond naar Steensel.

Men bezit hier eene beeldtenis van den H. Bernardus, werwaards jaarlijks Bedevaarten geschieden. Eertijds was men hier geslagene vijanden der Jooden, en nu van de Hervormden, die men altijd den eernaam geeft van: 'Geuze Natie', of: 'verdoemde Geuze Bliksems'. De Roomschen, schoon zij hier twee Kerken, welker één nog nieuw is, bezitten, hebben echter den Hervormden genoodzaakt, om hunne Kerk af te staan, en moeten zich nu in eene Kamer behelpen."

In Eersel is de situatie niet echt beter. Hanewinkel vervolgt: "Te Eersel kruipt men thands op helderen dag om den 'heiligen' Lindeboom (eertijds deed men dit 's avonds); men gaat ook wel rondöm denzelven, staat nu en dan stil; in den bast steekt men ook wel Spelden, op dat de geenen, die de Koorts hebben, 'er door zouden geneezen worden; alles geschied biddende en prevelende."

Relatie met regio Antwerpen

Een relatie met de familie Tilburgs/Tilborghs in de regio Antwerpen/West Brabant is niet aangetoond, maar is zeker niet uitgesloten. Ook in de 17e eeuw was de afstand Antwerpen - Bergeijk overbrugbaar zoals blijkt de volgende informatie uit het jaar 1653.

Jan Baptist Blos (pleegkind), oud 9 jaar, een fraaie sterke jongen doch klein van was, woont bij Wouter Tilborchs te Bergeyk. Overeengekomen is een vergoeding voor kost en inwoning van 20 guldens per jaar, te betalen door de Camer van de Arme te Antwerpen; de kleding en het schoeisel komen ten laste van deze Camer.

Verspreiding

In de 19e eeuw worden de gezinnen steeds groter: tot wel 15 kinderen. De mogelijkheden om thuis op de boerderij werk te vinden zijn beperkt, zeker op de arme zandgronden in de Brabantse Kempen. Daarom zwermt de familie uit: Johannes Antonius Tilburgs stapt in 1857 in Antwerpen aan boord van de "Troy" en emigreert naar Amerika. Sommigen vertrekken naar Amsterdam. Vanwege de bouw van onder meer het Rijksmuseum, het Concertgebouw, het Centraal Station, de Stadschouwburg en Carré is daar volop werk voor boerenzonen uit Brabant. Anderen verhuizen naar Helmond waar een grote behoefte is aan arbeidskrachten in verband met de opkomende industrie.

Deze kaart geeft een beeld van de verspreiding van de nakomelingen van Frans Marcelis Tilborgs (+1728), die de naam Tilburgs/Tilborghs dragen, en van de herkomst van hun partners.