HOMEOVERZICHT


....... ...............



Morfinedroom.
Morpheus middel tegen pijn.



De steeds maar weer doorbrekende pijn door het scheuren van het leverkapsel (kanker), werd de morfine dosis langzaam verhoogd en verhoogd.... Uiteindelijk tot 325 mg per 24 uur.

Een bijwerking van morfinetoediening kunnen dromen zijn, nachtmerries. Omdat deze dromen een akelig gevoel achterlieten wilde ik deze zo snel mogelijk vergeten. ...en nog kan ik het gevoel voelen dat ik kreeg als ik weer in de "realiteit" kwam na zo'n droom. Toch is er een droom die ik heb onthouden...deels omdat ik de droom direct herhaald heb in gedachten, na de droom. Deels omdat ik erover gesproken en verteld heb. Deels omdat ik de beelden later vaker herhaald heb. Veel details komen boven als ik eraan terugdenk. Ik zie en voel het weer.

Een uitgestrekt veld...een kaal grasveld? Achter me ligt een groot bos, donker en stil. Daarachter de bewoonde wereld. Het is schemerig. In de lucht drijven zwarte wolken. Daartussen een vermoeden van kleur. Rood. Geel. Als uitgeblust vuur. Het is stil en kil. De atmosfeer is onheilspellend.

Ik zie van verschillende kanten mensen aan komen lopen. Eén voor een. Als in een soort trance. We worden allemaal naar één plaats toegezogen...

Vóór mij ligt een groot laag breed grauw gebouw. De onopvallende ramen zijn geblindeerd. Rechts een soort dienstingang met een vaalgroene kleur. Een beetje afgebladderde verf. Eén voor een verdwijnen de mensen hierdoor naar binnen.

Ik kan me niet herinneren dat ik de deur open en dicht heb zien gaan, maar ik wist dat de mensen hier naartoe werden getrokken en erdoor verdwenen.

Als het mijn beurt is om door de deur te gaan, kom ik in een lange gang. Deze lijkt uitgestorven, maar ik hoor gedempte geluiden. Langzaam loop ik door de gang. Aan mijn rechterzijde zie ik een zijgang en weet dat daar mensen zijn, hoewel ik niet kijk. Ik moet verder.

Uiteindelijk kom ik in een soort stad. Ondergronds ? De schaarse verlichting ziet er kunstmatig uit en geeft me een onrustig, dreigend gevoel. Een vermoeden van kleur. Overal mensen / mensachtigen.

Wezens van wie ik eigenlijk het idee heb dat ze zijn voortgekomen uit het brein van computerspelmakers. Ik heb nog nooit een computerspel gespeeld, maar ik heb er genoeg van gezien om ze te herkennen als zodanig.

Deze mensen / mensachtigen voelen gewelddadig. Ze zien er ook zo uit. Toch ben ik niet echt bang van ze. Ik weet dat ik ergens heen moet, maar weet niet waar het is. Dus vraag ik het. Met zachte vriendelijke woorden praat ik met deze wezens die me een angstig gevoel geven. Hoewel ze me geen kwaad doen, voel ik dat dat van het ene op het andere moment kan veranderen.

Het wordt nacht en ik zoek onderdak. Dat krijg ik bij mensen waarbij ik geen geweldadige uitstraling voel. Ze zijn eigenlijk ongeïnteresseerd. Alleen hun eigen bestaan is van belang. Ze willen me niet helpen om te helpen, maar het kan ze niet schelen of ik blijf of niet. Het onderdak is een kale betonnen ruimte, een soort bunker, met wat stro in een hoek. Er zit geen deur in, maar er is een deurvormige opening.

Al vroeg in de ochtend word ik wakker en weet dat ik snel moet vertrekken...een dreigend voorgevoel drijft me weg van deze plaats...

Op mijn tocht naar mijn bestemming kom ik steeds weer deze mensen / mensachtigen tegen. Ik voel me ongemakkelijk, maar ben nog steeds zonder echte angst. Om te komen waar ik moet zijn, moet ik deze wezens aanspreken. Dat doe ik steeds weer met zachte vriendelijke woorden.

Uiteindelijk weet ik dat ik vlak bij mijn bestemming ben. Ik moet naar iets dat hooggelegen is. Het licht is schemerig en voelt beklemmend... De kleuren zijn gedoofd en somber. Ik kijk omhoog...een flinke klim... Ik beklim de metalen trap langs de steile rots. Een trap met een dunne ijzeren reling die koud aanvoelt. Lang geleden moet deze leuning een kleur gehad hebben, al is niet duidelijk welke...

Eindelijk bereik ik de top. Ook hier een onbehaaglijk gevoel. Op de top aangekomen zie ik aan mijn rechterkant een rechte metalen wand, lang en hoog. In de metalen wand zijn verschillende geblindeerde onopvallende ramen.De rand van de wand valt samen met de bovenkant van de rots. De metalen trap loopt horizontaal verder langs de wand. Als ik naar links kijk, zie ik de diepte. Diep beneden mij gaat het leven gewoon zijn gang. Niemand kijkt op.

Plotseling hoor ik een stem. Het is me niet duidelijk of deze afkomstig is van een man of vrouw. Jong is of oud. De stem spreekt agressief, dreigend, kwaad... Er worden me dingen gevraagd. Met zachte, vriendelijke woorden geef ik antwoord. De stem besluit me te vernietigen en ...

Een uitgestrekt veld...een kaal grasveld? Achter me ligt een groot bos, donker en stil. Daarachter de bewoonde wereld. Het is schemerig. In de lucht drijven zwarte wolken. Daartussen een vermoeden van kleur. Rood. Geel. Als uitgeblust vuur. Het is stil en kil. De atmosfeer is onheilspellend.

Ik zie van verschillende kanten mensen aan komen lopen. Eén voor een. Als in een soort trance. We worden allemaal naar één plaats toegezogen...

Vóór mij ligt een groot laag breed grauw gebouw. De onopvallende ramen zijn geblindeerd. Rechts een soort dienstingang met een vaalgroene kleur. Een beetje afgebladderde verf. Eén voor een verdwijnen de mensen hierdoor naar binnen.

Ik weet nu wat mijn bestemming daarbinnen zal zijn, maar toch loop ik naar de deur.

Als het mijn beurt is om door de deur te gaan, kom ik in een lange gang. Deze lijkt uitgestorven, maar ik hoor gedempte geluiden. Langzaam loop ik door de gang. Aan mijn rechterzijde zie ik een zijgang en weet dat daar mensen zijn, hoewel ik niet kijk. Ik moet verder.

Uiteindelijk kom ik in een soort stad. De schaarse verlichting ziet er kunstmatig uit en geeft me een onrustig, dreigend gevoel. Een vermoeden van kleur. Overal mensen / mensachtigen. Ik weet nu wat mijn bestemming is, maar ik weet de weg niet meer. Dus moet ik weer vragen. Met zachte vriendelijke woorden. Hoewel mijn weg niet helemaal hetzelfde is, kom ik regelmatig "bekenden" tegen. Er gaat nog steeds een grote dreiging van hen uit...maar toch is er iets verandert...een heel subtiele verandering. Bij de onbekenden merk ik dat natuurlijk niet, maar ook in de atmosfeer is heel subtiel, nauwelijks merkbaar, iets verandert. Alles lijkt iets zachter, iets vriendelijker...of is dat slechts verbeelding ?

Ik vervolg mijn weg langs de sombere huizen, spreek regelmatig met de mensen / mensachtigen en kom uiteindelijk bij mijn bestemming. Ik kijk omhoog. Weer beklim ik de steile trap.

Als ik bij de metalen wand kom klinkt weer de stem, noch mannelijk, noch vrouwelijk, noch jong, noch oud. Weer worden me vragen gesteld. Ik antwoord zacht en vriendelijk. Ik weet wat mijn bestemming zal zijn... ik voel me niet op mijn gemak, maar ben niet bang. In het gesprek dat volgt merk ik ook hier een heel subtiele, bijna onmerkbare verandering... De stem is iets zachter, iets vriendelijker...of is dat slechts verbeelding...?

Ik hou mijn adem in...ik denk te weten dat ik nu zal worden gedood....

In een ondeelbare moment tussen deze realiteit en de volgende weet ik dat ik niet gedood zal worden...

Ik ontwaak en voel me vreemd. Ik denk na over de droom. Ondanks het beklemmende gevoel dat constant aanwezig was, voel ik toch dat er uiteindelijk iets positiefs was. Ik praat erover met mijn man en dochter. Niet de details, maar het globale gebeuren. Bianca reageerde met: jij bent zo zacht dat je zelfs die wezens zachter hebt gemaakt :-)

...een nauwelijks merkbare verandering, zó klein...en toch...het verschil tussen dood en leven...



**************************