Merel

Vorige Omhoog Volgende

Je zou het eens moeten proberen, maar ik denk dat het klopt. Als je een interview zou houden en je zou daarbij de mensen vragen eens 10 vogelnamen op te noemen, kun je er op rekenen dat de Merel bij de eerste 5 zit. Dat betekent dus dat dit een van de meest bekende vogels in ons land is.

Vroeger moet dit beslist anders zijn geweest. De merel was toen een bijzonder schuwe bosvogel, die je slechts zelden te zien kreeg. In Oost Europa schijnt dat nu nog zo te zijn. Maar in ons land zijn ook niet alle Merels even tam als we vaak denken. Ga het bos maar eens in en je zult ontdekken dat het behoorlijk moeilijk is om dicht in de buurt van een Merel te komen. We zeggen dan ook dat we in Nederland bosmerels en stadsmerels hebben. De bosmerels zijn veel schuwer, broeden later en minder vaak in het jaar. Terwijl de stadsmerels juist vroeger met broeden zijn en wel 3 tot 4 keer per jaar eieren uitbroeden. En dan zie je dat de natuur goed in elkaar zit. Want je zou denken dat er nu vast heel veel stadsmerels zouden komen en heel weinig bosmerels, maar.... nee dat is niet zo. Veel jonge stadsmerel gaan al vrij snel dood door het drukke verkeer en door alle katten. Van de bosmerels sterven er maar heel weinig van de jongen en zo blijven de aantallen min of meer hetzelfde.

De Merel wordt in het Fries de "Swarte Lyster" genoemd en dat is eigenlijk een heel passende naam. Hij is namelijk familie van de lijsters, die in het latijn "Turdus" worden genoemd. De Latijnse namen bestaan altijd uit twee stukken, een voor- en een achternaam. Het vreemde daarbij is evenwel dat de achternaam vooraan wordt gezet met een hoofdletter en de voornaam komt daarna met een kleine letter. Bijna net zoals onze namen in het telefoonboek  dus. De Merel heet dan "Turdus merula", Lijster merel betekent dat letterlijk. Vooral aan het vrouwtje kun je duidelijk zien dat het een lijster is. Lijsters hebben namelijk allemaal een gespikkelde borst. De vrouwtjes Merel is donkerbruin en daardoor kun je de gespikkelde borst een beetje zien.

De Merel is een standvogel en blijft dus ook in de winter in ons land. Het verschil is echter wel, dat hij in de winter niet zo best aan insecten en wormen kan komen en daarom dan vooral bessen en ook wel rotte appels eet. Vooral door het eten van de bessen helpt de Merel die bomen of struiken met het verspreiden van hun zaad. De Merel eet de hele bessen op, maar de pitjes kan zijn maag niet verteren. Die worden dan later op andere plaatsen weer uitgepoept. Die zaadjes krijgen zo meteen wat mest mee en kunnen dan aan hun jonge leven beginnen.

Behalve aan zijn zwarte kleur kun je de merel ook wel herkennen aan zijn typische houding. Hij laat zijn vleugels iets afhangen en de staart houdt hij een beetje schuin omhoog. In de winter kun je naast onze eigen Merels ook nog exemplaren uit noordelijker gelegen landen tegenkomen. Een opvallende merel uit die landen is bijvoorbeeld de Beflijster. Deze is net zo zwart als de Merel, maar dan heeft hij nog een witte bef. (Dat is zo'n dominees kraag). Elk jaar worden er wel een aantal van deze Beflijsters gezien en wie weet misschien zie jij ook nog wel eens zo'n "Dominylyster".

TMKuperus 1987 - 2002
tmkuperus@home.nl