|
Als je een spreekwoordenboek erbij zou pakken en het woord Vink zou opzoeken, dan vind je waarschijnlijk meerdere spreekwoorden met Vink erin. Weet je wat het betekent als ze van iemand zeggen dat hij op het vinkentouw zit? Zoek maar eens op. Je zult ontdekken dat het te maken heeft met de jacht op deze mooie zangvogel. Vaak jaagde men, in Friesland bijvoorbeeld in Gaasterland, met behulp van een groot net op vinken. Dat net kon je in één keer naar beneden laten klappen, door op het juiste moment aan het vinkentouw te trekken. Je moest wel heel voorzichtig zijn om de Vinken niet net van tevoren weg te jagen. Dan zat je dus op het vinkentouw. Ook werden deze vogeltjes wel gevangen met lijmstokken en lijmtouwen. Waarom...? Het was in die tijd van armoe een mooie bijverdienste, want een mannetjesvink was een paar centen mee te verdienen. Sommige mensen hielden zelfs zangwedstrijden. Voor dat laatste had je dan wel een mannetje nodig, want het is vooral het mannetje dat de bekende "vinkenslag" laat horen. Dat is de meest gebruikte naam voor het liedje dat de Vink laat horen. Elke Vink blijkt het een beetje op zijn eigen manier te doen en toch lijkt het ook weer duidelijk op elkaar. Nu kun je bij de Vinken goed het verschil tussen het mannetje en het vrouwtje zien. Het mannetje heeft een prachtig gekleurd verenkleed. Een grijsblauwe kop en nek, de rug is kastanjebruin en het laatste stuk voor de staart (dat noemen we de stuit) is weer groen. Verder een roze borst en wangen. In de vleugels en de staart zie je, als hij wegvliegt, duidelijk witte strepen. Dat laatste is het enige wat het vrouwtje ook duidelijk heeft. Dan te bedenken dat veel mensen, zeker in de winter als we ze in groepjes in de tuin vinden, ze vaak voor een gewone mus uitschelden. Nu lijkt het vrouwtje daar misschien een beetje op maar als ze wegvliegt zie je die witte strepen en die zie je bij de mus beslist niet. Het is trouwens ook nog zo dat de mannetjes in de winter ook minder feestelijk gekleed zijn. Ze dragen dan een zogenaamd winterkleed, zoals wel meer vogels doen. Dan vallen zeker de mannetjes in de winter wat minder erg op. Je ziet ze in de winter meestal in groepen naar voedsel zoeken. Het is daarbij, vreemd genoeg, meestal wel zo dat de mannetjes bij de mannetjes en de vrouwtjes bij de vrouwtjes blijven. In het Latijn heeft deze vogel de naam "Fringilla coelebs" gekregen. Het eerste stuk betekent zoiets als sjilper of pieper en het tweede stuk betekent letterlijk ongetrouwd, vrouwloos of vrijgezel. Dat dacht men vroeger tenminste, want in de herfst en winter zag je bijna nooit mannetjes en vrouwtjes bij elkaar. Als het vroege voorjaar aanbreekt gaat de Vink, die een standvogel is, terug naar het broedgebied dat hij in de herfst verlaten heeft. De mannetjes gaan het eerst om een broedgebied af te bakenen.Enkele weken later komen de vrouwtjes de leukste vinkenslag belonen met hun verliefdheid. In die tijd zingen de Vinken alsof hun leven er van afhangt. Sommige mensen zeggen dat ze schelden, zo wordt hij in het Fries bijvoorbeeld Skelfink genoemd. Luister maar goed in het voorjaar en let op in de winter want dan stikt het bijna van de buitenlandse vinken in ons land. |
![]()
© TMKuperus 1987 - 2002
tmkuperus@home.nl