update:1-10-00
Triode Dick's Page
Een krachtige Push Pull buizenbak.
KT88PP
Meerdere keren werd mij gevraagd eens een versterker op deze site te zetten die een groter vermogen heeft. En uiteraard met een prima kwaliteit. Ik heb al meerdere versterkers gebouwd met 6550/ KT88 als eindbuis. Werkelijk een prima eindpenthode, of eigenlijk beam tetrode. Net als de 807. Maar met een forsere anodedissipatie. Ik ben natuurlijk in het verleden ook wel met de EL34 bezig geweest (wie niet?). De ene versterker op de foto's is zelfs als EL34 bak begonnen. Toen die vorig jaar werd verbouwd naar een KT88 was direct duidelijk dat ik de laatste EL34 gebruikt had.
JJ KT88 op gloei.......
De KT88 en ook de in een andere versterker door mij gebruikte Svetlana 6550 hadden zo veel meer audiofiele potentie, dat de EL34 niet meer  in mijn audioversterkers komt. Wel een mooie gitaarversterkerbuis, maar dat is een andere discipline. De KT88 is een orgineel door GEC in Engeland ontwikkelde tetrode zonder deuk in zijn karakterastiek. Een euvel waar een normale tetrodes aan "lijden". De GEC zijn inmiddels zo zeldzaam en kostbaar geworden dat de KT88 aan het eind van zijn cariere leek te zijn. Alleen uit China kwam nog een miserabele imitatie. Tot een paar jaar geleden JJ (voorheen Tesla) en Svetlana hele mooie KT88 uitbrachten. De koning was dood, lang leve de koningen! En ik heb met de JJ al ondervonden dat die heel mooi is. Een prima vervanger is ook de Svetlana 6550. Die vertoont veel overeenkomsten met de KT88. Wil je (bijna) alles weten over de KT88, lees dan een in Vaccuum Tube Valley geplubliceerd artikel over deze stevige buis. De 6550 in direct vergelijk met de KT88 valt voor mij in het voordeel van de laatste uit.
De versterker die hier op de foto is te zien heb ik gebouwd voor mijn beste vriend Jan. Ik wilde eens met een Schmitt fazedraaier wat doen. Ook wel een Long tail fazedraaier genoemd. Een klassieker van hoge kwaliteit. Als ingangsbuis is een 6SN7GTB van General Electric gebruikt. De beide helften eerlijk verdeeld over de stereokanalen. Dan DC gekoppeld aan de feitelijke fazedraaiende trap. Een 6189 dubbeltriode. Omdat de tweede helft (onderste) zin signaal krijgt door middel van de gemeenschappelijke kathodeweerstand ( Het rooster ligt virtueel aan massa) is de versterking wat lager dan de andere triodehelft. Dit is makkelijk te compenseren door iets verschillende anodeweerstanden te gebruiken. 56 en 68K.
In het schema heb ik echter voor de fazedraaier ook een 6SN7 gezet. De 6189 is niet goed verkrijgbaar. En een ECC82 gebruiken gaat mij niet makkelijk af. Vind ik geen fijne buis. Een 6189 is gewoon een frisser type. Met een 6SN7 heb ik altijd goede resultaten gehad. Vandaar die keus.
De eindbuizen worden via een koppelcondensator verbonden met de voorliggende trap. Ik heb hier een paar REL RTX C's gebruikt. Maar persoonlijke voorkeur geeft de doorslag.
De uitgangs en voedingstrafo's zijn in de bovenstaande versterker Amplimo's. In de andere versterker die ik bouwde volgens het zelfde concept heb ik bloktrafo's van Automatic Electric gebruikt. Maar beide versterkers geven een evenhoge kwaliteit. De AE heeft een wat volbloediger karakter. En de AE trafo's zijn wel voordeliger. Maar,..... AE heeft nu ook amorfekern UGT's! En mijn eerste testen, met single ended, zijn subliem. Ik zal hem eens om een push pull set vragen ter evaluatie. Ik verwacht dat de versterker in kwaliteit zal winnen (nóg meer....).
Ik heb deze versterker twee keer als geïntegreerd gebouwd Eenmaal met 6550 van Svetlana. En een met de KT88 van JJ. En nog eens als eindbak met 807 eindbuizen. Die wordt voor mijn actieve laag, onder de 75 Hz. gebruikt. Ik heb het buizenwisselfilter bij de versterker ingebouwd. Geïntegreerd wil zeggen, met ingangskeuzeschakelaar en volumeregelaar. Wil je de versterker alleen als eindbak gebruiken dan vervalt de schakelaar en kun je de potmeter vervangen door een vaste weerstand van 100 K. Of de volumeregelaar gewoon laten zitten natuurlijk, is het ingangsniveau van de eindbak mooi in te stellen. Kijk voor het bovenstaande ook even naar het verhaal bij de 807SE versterker. Bij een kwaliteitsversterker als deze moet je minimaal een Noble volumeregelaar gebruiken. Nog mooier is een stappenschakelaar. Daar lees je elders op deze site over. De ingangsbuis kan een halve 6SN7 zijn (een helft voor links en een helft voor rechts) maar ook een 6J5 (één 6SN7 helft in een aparte behuizing) of ook heel fraai, een 56 of 76. Mogelijkheden genoeg. Een 6SN7 is al een heel fraaie optie, daar ga ik hier van uit. De triode wordt in een klassieke schakeling gebruikt. Direct gekoppeld aan de eigenlijke fasedraaier. Hier ook een 6SN7. Een 5687 is hier ook een mogelijkheid. Maak voor je de behuizing maakt wel je keuze. De laatste buis is namelijk een novalbuisje. Deze fasedraaier wordt de Schmitt of Long tail fasedraaier genoemd. Long tail waarschijnlijk naar de hoge weerstandwaarde die aan de gemeenschappelijke kathode hangt. Die is zo hoog om een voldoende hoge signaalspanning te krijgen voor het aansturen van de onderste buishelft in het schema. Die is geschakeld in een geaarde roosterschakeling. De spanningsval over de kathodeweerstand wordt dus veroorzaakt door de bovenste buishelft. Deze spanning over de weerstand is dan gelijk de stuurspanning voor de onderste triode, of andere buishelft.Over de anodeweerstand van deze buishelft zal dan een wisselspanning staan die in tegenfase is met de anode van de eerste buishelft. De 1 Meg. Weerstand die de beide roosters verbindt, zorgt er voor dat deze op het gelijke gelijkspanningpotentiaal staan. De onderste buis (helft) ligt echter virtueel (voor wissel of muzieksignalen) aan aarde door de ontkoppeling met een condensator. Voor deze C is een polyester (MKT) al goed genoeg. Ligt niet in de signaalweg. Ik gebruikte een gewone MKP Audyncap. De volgende C's die de fasedraaier met de eindbuizen verbinden zijn wel heel klankbepalend. De beste die je kunt vinden hier gebruiken. In deze versterker zitten REL RTX C's. In de zwarte versterker met bloktrafo's zitten Infinicaps. Zilverfolie in papier condensatoren van Pro-cap zijn misschien wel het allerfraaist. En meest kostbaar… En het mooiste is, dat het allemaal nog (weer) gemaakt wordt anno nu. En vaak speciaal voor onze audio elektronica.
Hier is de versterker te zien met 6550 van Svetlana en blokkerntrafo's van Automatic Electronic. Ik heb echter een voorkeur voor de KT88.
En hier zo als hij dagelijks muziek versterkt, met afschermkapjes.
De eindtrap wordt ingesteld met behulp van kathodeweerstanden. Dit wordt ook wel "autobias" genoemd. Instellen met een "Negatieve Rooster Spanning" (NRS) kan ook natuurlijk. Dat wordt "fixed bias" genoemd. Maar, …… uw triodeman heeft zijn eigen mening over instellen met negatieve roosterspanning. Tuurlijk, je haalt meer vermogen uit de versterker. Je kunt de versterker immers in klasse AB zetten. De eerste paar Watt in klasse A, de rest gaat in klasse B. Maar wil een kwaliteitsbewuste audiofiel dat wel. Nee, die wil alleen klasse A! Ach, voor mij een klasse AB kan best een fijne versterker opleveren. De B-klasse wordt immers alleen bij harde pieksignalen aangesproken. Nee, een veel heter hangijzer de betrouwbaarheid. En die is van een versterker ingesteld in autobias gewoon groter. Als er wat met een eindbuis gebeurt, doorslag of zoiets vervelends, gaat er met een dikke weerstand (daarom gebruik ik ook die grote wattages) verder niks kapot. De weerstand werkt bij calamiteiten als noodrem. Dat heeft mij al twee maal een uitgangstrafo uitgespaard. Twee keer met eindbuizen van discutabele Chinese fabricage! Het schijnt dat er ook wel goede Chinese buizen worden gemaakt, maar wanneer weet je of je die goeie wel hebt? Ik gebruik ze niet meer. Ook niet nodig met de hedendaagse mooie Russen en Tsjechen.
Iets heel anders, maar heel vergelijkbaar. Ik repareer wel eens gitaarversterkers, alleen met tubes te verstaan. De eindtrap staat daar vaak op hoge B+ spanning. Ingesteld met een NRS. En de ruststoom wordt zo klein ingesteld dat de versterker bijna geheel in klasse B staat. Vermogen moeten ze hebben, zoveel mogelijk. 50 Watt uit een paartje EL34 is normaal. Maar gaat het mis, en dat gebeurt geheid, wordt meestal de uitgangstrafo eerst gebarbecued. De dunne draad wordt heet, isolatie smelt, rook en een trafo rijp voor de restafvalcontainer. Voor de smeltveiligheid eruit gaat is er al veel schade. Gelijk met de reparatie zet ik de eindtrap met een kathodeweerstand en ontkoppel C in "autobias". Zet een smoorspoel in de voeding waardoor de gitaarbakjes ineens geen brombakken meer zijn! En haal de "high" stand er af. Dat laatste maakt dat de voedingspanning niet meer op zo'n 600 Volt kan worden geschakeld voor het extra vermogen. De gitaarjongens merken vaak niks van het wat mindere vermogen! Voor 3dB meer vermogen worden grote concessies gedaan. Of steekt er meer achter, is het vooral een manier de omzet in eindbuizen en onderhoudsbeurten flink op te vijzelen? Ik hoor van de muzikant na de revisie altijd wel dat zijn gitaarklank ronder is: "Hij overstuurd mooier dan eerst" En ik heb er nog geen één terug gehad met uitval! En die bakken worden toch behoorlijk mishandeld. Wat ik hiermee zeggen wil is, buizenapparatuur kan heel betrouwbaar en langlevend zijn. Gebruik de buizen dan wel op de goede manier. Niks over de top zetten. En een nrs instelling vind ik zelf een tijdbom. Het kan een bron van ellende worden. En het allerbelangrijkste, …… De "autobias puur klasse A" mode klinkt het allerbeste. In mijn oren in ieder geval. Je hoeft er weinig meer naar om te kijken.
*
  • Het schema, het binnenleven en andere beslommeringen:
  • De versterker:
  • Waarom?
Naar bladzij 2 >>