Iets heel anders, maar heel vergelijkbaar. Ik repareer wel eens gitaarversterkers, alleen met tubes te verstaan. De eindtrap staat daar vaak op hoge B+ spanning. Ingesteld met een NRS. En de ruststoom wordt zo klein ingesteld dat de versterker bijna geheel in klasse B staat. Vermogen moeten ze hebben, zoveel mogelijk. 50 Watt uit een paartje EL34 is normaal. Maar gaat het mis, en dat gebeurt geheid, wordt meestal de uitgangstrafo eerst gebarbecued. De dunne draad wordt heet, isolatie smelt, rook en een trafo rijp voor de restafvalcontainer. Voor de smeltveiligheid eruit gaat is er al veel schade. Gelijk met de reparatie zet ik de eindtrap met een kathodeweerstand en ontkoppel C in "autobias". Zet een smoorspoel in de voeding waardoor de gitaarbakjes ineens geen brombakken meer zijn! En haal de "high" stand er af. Dat laatste maakt dat de voedingspanning niet meer op zo'n 600 Volt kan worden geschakeld voor het extra vermogen. De gitaarjongens merken vaak niks van het wat mindere vermogen! Voor 3dB meer vermogen worden grote concessies gedaan. Of steekt er meer achter, is het vooral een manier de omzet in eindbuizen en onderhoudsbeurten flink op te vijzelen? Ik hoor van de muzikant na de revisie altijd wel dat zijn gitaarklank ronder is: "Hij overstuurd mooier dan eerst" En ik heb er nog geen één terug gehad met uitval! En die bakken worden toch behoorlijk mishandeld. Wat ik hiermee zeggen wil is, buizenapparatuur kan heel betrouwbaar en langlevend zijn. Gebruik de buizen dan wel op de goede manier. Niks over de top zetten. En een nrs instelling vind ik zelf een tijdbom. Het kan een bron van ellende worden. En het allerbelangrijkste,
De "autobias puur klasse A" mode klinkt het allerbeste. In mijn oren in ieder geval. Je hoeft er weinig meer naar om te kijken.