Daaronder de meest belangrijke van het kwartet. De laagmiddenweergever. Krijgt vanaf pakweg 80 Hz. tot 3000 Hz. het grootste deel van de muziek te verwerken. Was in eerste instantie een Kef B110b. Maar twee jaar terug kreeg ik twee Gia's in handen. Gemaakt in Duitsland. De conus is gemaakt van Chitin. Gemalen schelpdiertjes of zoiets... Bizar? Misschien, maar het klinkt als een klokje. De afmetingen zijn exact als de Kef. Aan de onderkant wordt de natuurlijke laagafval benut. Geen filter condensator in serie dus. Aan de hoogkant filter ik met 6 dB/okt. bij 3 KHz. Met een koperfoliespoel in serie. Dat gaf een heel grote vooruitgang ten opzichte van de vorige koperdraadspoel. Veel discussies met Titus van S&C hierover gehad. Hij stelt: is het niet te meten, is het ook niet hoorbaar. Wij buizenversterkerbouwers weten wel beter... Helaas voor Titus, ook hij zal nooit het audiodorado betreden. Snif... Maar de ploeteraar, hij ploeterde voort. Dan komen we in de lagere regionen terecht. Bij de luidspreker waarvoor de kast ontworpen is. De fameuze Kef B139. Een wat wonderlijk ding. De "conus" is een sandwich van twee lagen allufolie met piepschuim ertussen. Licht en stijf. En het gaat superlaag. Een 18 Hz. is nog meetbaar. Helaas niet hoorbaar in mijn te kleine kamer. Maar het zet een fundament neer zonder een vervelende "boem" in het geluid. Gewoon het relaxte, diepe, luchtige laag. Wat je alleen waarneemt als het ook in de muziek aanwezig is. Zoals het alleen door transmissionlines wordt weergegeven. Schoner dan schoon. Ha, en de beruchte dip, wordt altijd door tegenstanders die zelf vaak in het bezit zijn van kleine speakers (ook nog vaak gedicteerd door hun partners...) aangehaald wordt, wordt hier omzeild door het lage overnamepunt tussen de sub en de Gia.