Triode Dick's Page
Een mooie 6B4G push pull versterker
Of hoe bouw ik een U40s om naar iets mooiers.
Ik kreeg de vraag hoe een U40s versterker, een Menno van der Veen ontwerp met Amplimo ringkerntrafo's, is op te waarderen. Daar hoefde ik niet al te lang over na te denken. Wil je een EL34 versterker heel veel verbeteren dan moeten er echte eindtriodes in! Dat kan de 2A3 zijn. Maar dan wordt de opwaardering wel erg ingewikkeld. Want een 2A3 heeft UX-4 voeten. En de versterker op een print gebouwd. Maar er is ook een 6B4G, een 2A3 met een octal voet en 6,3 Volt gloei. Electrisch en van uiterlijk zijn de buizen indentiek.Dat trucje heb ik al eens uitgehaald. En het verschil tussen een "gewone" eindpenthode en een echte hele goeie triode is behoorlijk groot!
De UL40 is ook verkocht met de GEC K66 als eindbuis. Was een stuk duurder. Maar mijns inziens de hogere prijs, Amplimo's prijskaartje was zelfs heel redelijk, meer dan waard. Als je de UL40 met de KT66 hebt, twijfel niet! Gewoon van blijven genieten, het is één van de mooiste in zijn soort. Maar laten we wel even redelijk blijven, Menno moest een kant en klare versterker, dat het een kit is doet daar niets aan af, ontwikkelen van goede kwaliteit. Dus alle delen inclusief een kast. Het moest er ook aantrekkelijk uitzien. En door iedereen te bouwen zijn. Daarom wordt er  ook op één printplaat gebouwd. Dat is nog al wat voor de aantrekkelijke prijs die er voor gevraagd wordt.
Dat de prijs toch zo laag kon worden gehouden ligt gewoon aan het feit dat Amplimo rechtstreeks, dus zonder nog eens zwaar prijsopdrijvende tussenhandel, aan de consument levert. Dan heb je het als hobbyist toch royaal gemakkelijker. Je vind een paartje oude fantastische buizen en gaat daar een versterker omheen bedenken. Eéntje maar, geen serie van een paar honderd of meer!  Waar ook nog eens goed verkrijgbare niet te dure onderdelen in moeten. Dan begrijp je ook mijn statement: "De beste buizenversterker bouw je zelf!" Maar voor een wat mindere techneut is een UL40 kit een uitkomst. Een echte buizenbak waarvoor de bankrekening niet geplunderd hoeft te worden, en met een fatsoenlijke geluidskwaliteit.
Natuurlijk, de UL40s heeft zijn tekortkomingen. Zeker niet in de gebruikte uitgangstrafo's. Die zijn gewoon erg goed. Mijn beste vriend en één van mijn  broers hebben ze op hun door mij gebouwde versterkers staan. Als ik ze zelf niet goed genoeg vond, waren dat echt de laatste personen die ik er mee zou opschepen!  Er zitten echter een paar storende dingen in de UL40. De eerste is de Alps van 10K. Dat is echt veel te laag. Slechts weinig aangesloten bronnen spelen ongestresst op zo'n lage belasting. Die moet gewoon naar 100K. En geen Alps meer, maar een stappenschakelaar. Bij het Mupp
uitgebreid de voordelen. Dat de onderste helft van de 6922/ECC88 geen Kathode ontkoppeling heeft is een vergissing. De ónderste buis dient zoveel mogelijk versterking te hebben! Dit type fasedraaier staat al in een oud ontwerpboek uit 1959. Het is een zogenaamde Paraphase fasedraaier. En het principe ervan én dus de geluidskwaliteit is heel erg fraai. Met één dubbelbuisje maak je een complete stuurtrap-fasedraaier. Als je een Kathodyne of een Schmitt fasedraaier maakt is er vaak, en zeker bij eindtriodes nog een extra versterkende trap nodig. En minder is óók hier meer! En als je ontkoppelt, gebruik dan zo'n goeie C dat je niet hoeft te bypassen met een klein C'tje. Dat werkt averechts. De bypass techniek komt uit het begin van de jaren tachtig. Er zijn nu veel betere elco's: Black gate, Nichicon Muze, Cerafine,
De nieuwe Philips generatie is ook prima, etc. Bypassen is echt achterhaald . De kwaliteit wordt er gewoon minder door. Verder is een gemeenschappelijke kathodeweerstand voor de eindbuizen een slechte zaak. Och, als de buizen nieuw en gematcht zijn gaat het nog wel. Maar de zaak gaat op den duur wringen. Weer stress. Elke buis zijn eigen weerstand! Dit is ook niet nieuw! Ook ik heb er slechte ervaring mee. bekijk het schema onderaan deze pagina maar eens.
Ik heb alle dingen die ik niet prettig vind veranderd. In de voeding heb ik twee smoorspoelen toegevoegd. Enerzijds om de spanning te kunnen "fijntunen" op 315 Volt, een 6B4G heeft een lagere voedingspanning, anderzijds om een mooier regulerende voeding te maken. Voor de smoorspoelen is nog wel een plekje te vinden in de kast. Voor de gloei van de 6B4G zal er een bescheiden separaat voedingskastje gebouwd moeten worden. Een belangrijke reden dat ik voor de 6B4G heb gekozen is dat deze de al genoemde octal voet heeft. En de pinning van de de EL34 en de 6B4G liggen grotendeels gelijk! Verwijder de oorspronkelijke 6,3 Volt gloei-aansluiting voor de EL34 en vervang die voor de nieuwe 6,3 Volt uit de separate voeding. De bestaande 6,3 Volt gloeispanning is niet bruikbaar omdat direct verhitte triodes een zwevende gloeivoeding verlangen. De gloeidraad is immers ook de kathode!
Update: 30-4-2000
Sylvania 6B4G
schema
voeding
triode.dick@home.nl