Triode Dick's Page
2A3 monoblok single ended versterker (pagina 2)
The General mk2.
Update: 18-2-01
De amorfe UGT komt in het zicht...
De eerste trap is en blijft de onvolprezen Mu-stage, hoe kan het anders....... We hebben een voedingspanning van 365 volt. Ongeveer 200 volt valt over de penthode. Deze heb ik wat groter gemaakt dan in de eerste uitvoering. De stroom door de 227 is wat groter gemaakt door de kathode weerstand te verkleinen naar 1K1. Op de anode van de  spanningsversterkende triode staat nu 100 Volt. De Ia. (anodestroom) houd ik rond de 5 mA. Daar voelen de oude triodes zich prettig bij. Over de Ra. (Anodeweerstand van de onderste buis), valt dan 13 maal 4.84 is 63.3 Volt. (milliamperes x Kilo Ohm is weer gewoon Volts). Deze waardes mogen best ietwat variëren.
De weerstanden die een wat vreemde waarde lijken te hebben, zijn samengesteld uit parallel geschakelde weerstanden. De 13K weerstand bestaat bij mij uit drie weerstanden van 33K parallel. De 33K/3W maakte ik uit drie parallelle 100K/1W Beyslag weerstanden. De 1K1 bestaat uit drie.... inderdaad. Ik heb een hele serie 3K3 Alan Bradley carbon weerstanden op de kop getikt. En dat is nou eenmaal een hele mooie weerstand. Ben ik een liefhebber van. Geef ze wel een paar dagen om de grauwsluier kwijt te raken. Heb je niet zoveel geduld.... een paar uur in de hete lucht oven op 70 graden werkt ook! ( die tip kreeg ik van een mede audioliefhebber én carbonweerstandgebruiker). Hier is geen Voodoo in het spel, maar waarschijnlijk vochtopslag van het hygroscopische carbon van het jaren op de plank liggen. ('t is oud spul...)
De binnenkant van de versterker. De drie platte C's boven zijn General Electrics voor de voortrapvoeding. De ronde jongens en de Philips pio C zijn voor de eindbuis. In het midden de derde smoorspoel. Linksonder zie je een extra gloeispanningtrafo om de diversen eindtriodes van de gewenste spanning te kunnen voorzien.
Een puntje van opletten zit in de condensators. De C van 2,2uF die het schermrooster virtueel aan aarde legt moet zeker niet te klein worden gekozen. Dan krijg je een vervelende laagaf. Deze C zit op geen enkele manier in de signaalweg, dus een polyprop of polyester voldoet. Als de spanning maar voldoende is. Maar de andere twee C's zitten keihard en klankbepalend in de signaalweg! De beste C's gebruiken die je kan vinden. De combinatie van zilverfolie Pro-cap en Infinicap geven mij heel mooie resultaten. Met alleen Infinicaps werd het net iets te iel. Met twee Pro-caps net iets te donker. Persoonlijke voorkeur geeft hier de doorslag.  Dit moment zitten er Sprague Vitamin Q op de plaats van de zilver C's. Geweldig mooie C. Zo, en dan zijn we bij de eindbuis aangeland. Ik gebruik voor de potmeter meestal 4W types van Conrad. Die regelen minder schokkerig dan grotere draadgewonden types. Potmeters hebben geen zegenende werking op de geluidskwaliteit, daarom krijgt deze een by-pass operatie. Twee 22 Ohm/ 2W weerstanden (Alan Bradleys in mijn versterker) zetten de potmeter buitenspel. De ontkoppel condensator die de anodeweerstand overbrugt moet van onbesproken kwaliteit zijn. Black Gate condensators doen het bij mij altijd prima op deze stek. Ik heb hier ook General Electric papier in olie C's gehad. Maar hier vond ik de BG's de winnaar.
Het is ook het enige afregelpunt in de versterker. En het nulpunt van de brom opzoeken gaat mooi op de scoop. Maar het gaat net zo mooi met een oor voor de luidspreker. De pot draai je dan zo op minimale brom.
Als je met hoogrendement speakers in je muziekinstallatie zit, zul je de gloeispanning voor de eindbuis moeten gelijkrichten. Zit niks anders op. Ik vind het geluid er niet op vooruit gaan met gelijkspanning op de eindtriode, maar goed, beter een (iets) minder goede weergave zonder,dan een (iets) betere met een hummmm constant door de muziek. Als je speakers hebt tot pakweg 90dB/m, gewoon met AC voeden.
De Mu-stage met RCA227, AVVT AV2A3 en GE12GN7.
Links de meshplate brigade. Boven een plaatje van de achterkant.
*
Door de penthode loopt echter een stroom van ca. 10 mA. De truc is 5 millies meer door de penthode te laten gaan door een extra spanningsdeler aan te leggen: de 390 Ohm/ 33K combinatie. Wil je een lagere uitgangsimpedantie van de mu-stage, laat dan een nog hogere stroom door de penthode gaan. Dat kan door veranderen van de spanningsdeler. Maar voor het "driven" van een 2A3 of ook een 300B is dat overdreven natuurlijk. Deze mu-stage is al een potige jongen.De anodeweerstand is ook wat lager nu: 13K. De hele trap stelt zich wat mooier in. Dat vertaalt zich in hogere maximale uitgangspanning. Ik meet onvervormd 82 Volt. Effectief welteverstaan. Daarmee is er een weldadige reserve in stuurspanning. De versterker geeft ook geen "harde clip" Is zelfs ver voorbij het eigelijke eindpunt mooi "soft".

De andere veranderingen zitten vooral in de bedrading. Die is veelal korter geworden. De massa is wat anders gelegd. Ook zijn de eerste voedingscondensatoren van een veel dikkere retourdraad (massa) voorzien. Om de weerstand naar massa (aarde) kleiner te maken. De eerste C's krijgen een flinke rimpel te verwerken tijdens het laden/ontladen. Geen enkel punt voor papier in olie C's. Elco's houden daar helemaal niet zo van. Dus hier telt, hoe lager de impedantie naar massa, des te mooier. Al met al is de versterker stiller dan voorheen. Ondanks dat het geen "brompot" was, nooit vervelend.
Maar toen kwam daar Pieter van Tribute afgelopen week een paar proto's brengen van zijn nieuwe amorfe UGT's. Nieuwe? Ja, nieuwe. Omdat de kern nog weer wat anders is opgebouwd dan de amorfe's op de Ceasar. Volgens Pieter (en de fabrikant) geeft dat bij gelijk aantal wikkelingen een hoger aantal Henry's. Omgekeerd kan ook natuurlijk. Je hoeft primair minder draad te gebruiken om het gewenste aantal Henry's te maken. Wat dat betekent ga ik uitzoeken. Ik heb de UGT's voorzien van montagestukjes om direct de plaats in te kunnen nemen van mijn permaloy vrienden. Het zijn nog naakte, niet ingegoten trafo's. Maar o zo mooi gemaakt.
De Tribute amorfe UGT proto.
Nou, de eerste luisterindrukken vielen niet mee! Het geluid was op het scherpe af. Veel te puntig. Terug naar de Ceasar was de schrik nog groter. Dit was ten opzichte van de Tango's ook een een flinke stap minder.Dit heb ik gelukkig wel eerder meegemaakt met nieuwe trafo's. Dus inbranden zonder er naar te hoeven luisteren was het devies, hoef ik me immers ook niet te ergeren...Na drie dagen, mmm, niet schlecht... De balans was behoorlijk bijgetrokken. Maar nog niet wat ik wil, en wat mogelijk is met amorfe's.
Maar het ging niet snel genoeg, hé ik ben ook maar een mens! De turbo moest erop. KR300BXL werden op de versterker gezet. De bias ging op 90 mA. De KR doet dat fluitend. Kon ik meteen de grenzen van de verzadiging verkennen. Nou, die speelde nog geen rol van betekenis bij het vermogen die de General kan uitspugen. Een wattje of zeven. De UGT heeft immers een impedantie van 5K. Dan lever je wat vermogen in tegen een beter geluid. Alhoewel deze KR ook een lagere belasting moet kunnen weerstaan zonder concessies. Maar een normale 300B vaart erg wel bij een hogere afsluiting.

Maar goed, het -3dB punt in het laag lag bij 16 Hz. Het -3dB punt in het hoog steeg tot boven de 100 KHz. ! Een lichte resonantie zag ik nog bij ongeveer 160 KHz. Voorwaar, zeldzaam goeie waardes! Zo zie je het vaker niet dan wel. Blokgolf heeft geen noemenswaardige overshoot. Niet bij 1 KHz. En niet bij 10 KHz. Zo, die hogere stroom moest wel hout snijden, en dat deed het ook. Ik heb de versterker 3 dagen op stoom gezet voor ik luisterklaar was.
Na een paar minuten was het al duidelijk. Het puntige was kompleet verdwenen. De geluid was nu groot, breed en diep. En in een mooie balans. Gloeiendegloeiende wat mooi! De General speelt met deze UGT's in dezelfde devisie als de Ceasar. Een vette ster erbij.

Ik kan maar één ding adviseren aan Pieter van Tribute audio: Houwe zo! Niks meer aan doen. Geef ze het mooie jasje die alle Tribute trafo's krijgen en doe er verder niks meer aan.
Ik vernam dat deze trafo's, ingegoten in een uitstekend afgewerkte behuizing voor rond de twaalfhonderd gulden/per paar op de markt worden gezet. Dat lijkt veel, en dat is het ook. Maar voor mijn toch ook zeer geliefde Tango NY15 permaloys heb ik beduidend meer betaald. En die zijn beduidend minder in kwaliteit dan deze toppers. Twaalf honderd gulden is een meer dan redelijk bedrag voor twee met zo veel vakmanschap gewikkelde UGT's.
Je hebt er maar twee nodig en je speelt er de rest van je leven mee. Kapotgaan doen ze echt niet als je ze in een betrouwbare buizenbak zet.

Wat ik ga doen? Eens met Pieter gaan praten wat 'ie met deze protoset had willen doen... D*nders, dat amorfe kernmateriaal tovert als Titatovenaar in zijn beste dagen!
De amorfe UGT's zie je achter de KR300BXL. Normaal zit er een mooie behuizing om. Hier zie je de naakte feiten.
  • De schakeling en de veranderingen....
<< Naar de vorige bladzij.