Tripsen

In de voorkamer stond een grote ficus benjamina. Een forse kroon, 4 kunstig in elkaar gevlochten stammetjes (toen de ficusjes nog heel klein en soepel waren). Regelmatig laat de plant in de winter blaadjes vallen. En in het voorjaar als de dagen lengen komt er een stortvloed van vers blad. De ficus heeft al jaren enige last van dopluis, waardoor soms de grond onder de plant plakkerig is van de excrementen van de dopluis. Maar deze zijn niet zo mobiel. Dus blijft redelijk locaal.

Dit vroege voorjaar kwamen er weer veel verse groene blaadjes aan de ficus. Maar een week of twee later: weer bladval, en de oude donkere blaadjes kregen een zilverachtige glans....

Alarm. TRIPS.
Deze plaagbeestjes hebben we al heel lang niet gehad, maar nu ineens zitten ze op meerdere planten! Tripsen kunnen vliegen en komen zo heel makkelijk van de ene naar de andere plant. De ficus staat nu buiten..., een andere plant op de composthoop, en een derde plant staat nog binnen, maar is onder de douche geweest: plantenspuit met water-groene zeep-spiritus-mengsel. De komen dagen zal ik de planten in de voorkamer zeer goed in de gaten houden.



Tripsen zijn kleine langwerpige insectjes, gestreept als een tijgertje, en met gerafelde vleugeltjes,
Latijnse naam: Thysanoptera, samengesteld uit de Griekse woorden thysanos (rafel) en pteron (vleugel).
Ze zuigen onderaan de bladeren de sappen weg. Er komt dan lucht in waardoor de bladeren zilverachtige vlekken krijgen.

Grrrrr.
Ze zaten zelfs op mijn tomatenzaailingen.
Terwijl dat volgens een groentekenner toch echt zeer zeldzaam is.
Rotbeestjes.