![]() |
Vrijheidsdressuur.info
Creatief met paard |
![]() |
|
Waarom werken aan de lange teugel ~ De hulpen ~ De hulpen geven ~ De hulpen geven en ervoor zorgen dat je paard ondanks dat toch doet wat je wilt ~ Verzameling in versnelling: Voetbal voor gevorderden
|
||
Verzameling en ander dressuur gehuppel is erg decoratief,
maar heeft het ook echt nut? Over het gezondheidsaspect van dressuur rijden
kun je twijfelen: het gemiddelde sportdressuurpaard legt op 7-jarige leeftijd
het loodje en de paarden die de top halen en 15+ worden hangen van gebreken
en medicijnen aan elkaar. Het idee dat een paard gewicht op de achterhand
moet dragen om overbelasting van de voorbenen te voorkomen is erg leuk,
maar op de wei draagt het paard toch ook 70% van zijn lichaamsgewicht op
de voorhand. Waarom worden recreatiepony's die alleen door het bos lopen
en af en toe wat crossen 30 en zijn ze tot een maand voor hun dood weliswaar
tandenloos maar nog topfit? Als we het twijfelachtige gezondsaspect van
dressuur trainen dus even buiten beschouwing laten, waarom zou een recreatieruiter
dan nog hersencellen aan dressuur en het bereiken van verzameling besteden?
De uitgelezen persoon om deze vraag te beantwoorden is de
bekendste paardenman die zich met het dressuurmatig trainen van paarden
heeft beziggehouden, Xenophon. Xenophon werd echter rond 430 voor Christus
geboren en is nu dus al lang dood. Ook heeft zijn dressuurpaard, het strijdros,
eigenlijk al een paar eeuwen geleden opgehouden te bestaan. Dat doet echter
niets af aan het feit dat de dressuur ontwikkeld is voor en door oorlog.
Ruiters die het slagveld wél overleefden, kregen namelijk al snel
in de gaten dat een gehoorzaam, snel, wendbaar en verzameld paard van levensbelang
was. Wie het nut van dressuur en van verzameling wil begrijpen, zal dus terug
moeten gaan naar de oorsprong. Naar het slagveld. Naar voetbal. Want voetbal
is oorlog.
De geboorte van dressuur
Verzameling
en versnelling
Verzameling
in versnelling
Verzameling
en versnelling en de recreatieruiter

Cocu en Ferguson demonstreren de twee eerste levensbehoeften op het slagveld: verzameling en versnelling
(M. Verkamman, Oranje toen en nu, Uitgeverij de Buitenspelers, Kats 2004, p. 255)
Stel, je bevindt je op een grazig groen grasveld. Plotseling
valt er uit een onbewolkte hemel een rond voorwerp op de grond, recht voor
je voeten en stormen er om de een of andere reden een vijftal goed bespierde,
beter betaalde dekhengsten in een rotvaart op je af. Stel nu dat je niet
je gezond verstand volgt, de bal oppakt, van je af smijt en vervolgens hard
de andere kant op rent. In plaats daarvan besluit je de bal alleen met je
voeten aan te raken en te proberen of je door deze groep tegenstanders
heen kunt komen zonder de bal en al teveel lichaamsdelen te verliezen. Dit
betekent dat je jezelf eerst zigzaggend door deze voorhoede heen zult
moeten worstelen, vervolgens 300 meter in een rotvaart naar de andere
kant van het grasveld zult rennen - nog steeds met bal -, je jezelf daar
weer zigzaggend en valsspelend door de achterhoede wurmt om vervolgens
nog even te proberen of je die bal tussen twee verticale pilaren plus doelman
door kunt krijgen.
Om de een of andere reden zou deze ogenschijnlijk makkelijke
opgave niet door iedereen tot een goed einde gebracht kunnen worden. Een
derde van de mensen zal door gebrek aan perfecte natuurlijke balans tijdens
de ontmoeting met de voorhoede de bal al kwijtgeraakt zijn. Van de 66,66
% die er wel doorheen komt, zal de helft waarschijnlijk niet genoeg kunnen
versnellen om die kopgroep kwijt te raken en alsnog de bal verliezen. Van
de 33,33 % die ook dit gedeelte van het slagveld overleeft, zal 20 % niet
de benodigde controle over zijn lichaam hebben om voor de volgende confrontatie
op tijd af te remmen zonder een te lange remweg te gebruiken en de bal
te verliezen. Van die 2 % die ongeschonden en met bal door de achterhoede
komt, zal waarschijnlijk slechts 1 persoon de bal ook daadwerkelijk in het
doel weten te plaatsen. Ben jij die ene persoon, dan van harte gefeliciteerd,
je bent een ware krijger. Hoor je tot de overige 99%, dan is het slechte
nieuws dat je flink zult moeten trainen om diezelfde controle over je lichaam,
verzameling en versnelling onder de knie te kunnen krijgen. Het goede nieuws
is dat die training bestaat. De dressuur, het trainen van verzameling in versnelling,
is geboren.
Natuurlijk zijn er maar heel weinig personen die de hierboven
beschreven heldendaad in hun eentje klaarspelen. Zoveel verzamelvaardigheid
en versnelling kom je slechts in enkele voetballers tegen en als ze die
al bezitten, dan betekent dat nog niet dat ze ook daadwerkelijk een bal
kunnen raken. Daarom heb je op het slagveld specialisten: spitsen die goed
versnellen, verdedigers die goed kunnen verzamelen en middenvelders die alles
wel een beetje kunnen. Maar ondanks dat heeft ieder van die specialisten
geleerd om zowel verzameld te slalommen als te sprinten. Dat zijn namelijk
de twee eerste levensbehoeften van het strijdros.
Op de foto hierboven zien we twee van deze exemplaren in het
heetst van de strijd. Blauw is aan het verdedigen, wat duidelijk af te
lezen valt uit zijn zwaar verzamelde positie. Het zwaartepunt van zijn
lichaamsgewicht hangt boven en zelfs iets achter zijn voeten. Alle spieren
zijn in gespannen afwachting van de volgende beweging. Wordt het rennen?
Draaien? Blijven staan? Verzameling is afwachting, alle mogelijkheden openhouden
en vooral heel alert zijn.
Oranje daarentegen is met hele andere dingen bezig. Met de
blik op oneindig, het lichaamsgewicht op de voorhand en nauwelijks gebogen
achterbenen gaat dit exemplaar voor de versnelling. En met de versnelling
gaat hij ook voor risico. Versnellen brengt namelijk het risico van het
op de voorhand komen met zich mee, wat betekent dat korte wendingen onmogelijk
worden en de remweg veel te lang. Je ziet dat voetballers, die met een
tegenstander met bal geconfronteerd worden, vaak ook enige tijd afwachtend
en verzameld blijven staan, niet uit de weg gaand maar ook niet aanvallend.
Elke aanval betekent namelijk een duik naar voren, vermeerderde snelheid
en daarmee een verlies aan wendbaarheid en directe verzamelbaarheid. Een
topvoetballer die zo'n mislukte uitval doet kan weliswaar snel weer tot
verzamelde stilstand komen, maar de bal is hij wel kwijt. Snelheid brengt
altijd het risico van verlies aan evenwicht en controle met zich mee.

Het risico van de versnelling: van de vijf spelers zijn er vier in verzamelde afwachting
(training van het Nederlands elftal, Metro 7 september 2004)
Versnelling en verzameling lijken twee heel verschillende
dingen die niet met elkaar gecombineerd kunnen worden. Het tegendeel is
echter waar. Het geheim van een goed voetballend strijdros is namelijk
de kunst van het altijd verzameld blijven, ook tijdens de versnelling. Als
je onervaren voetballertjes een sprint ziet trekken met de bal aan de voeten,
gaat dit bijna altijd heel redelijk tot op het moment dat ze moeten afremmen
om de bal over te spelen. Of ze raken de bal kwijt, of de bal komt per
ongeluk bij de tegenstander terecht die prompt scoort. Dit jonkie kan namelijk
al wel sprinten, maar heeft niet geleerd om vanuit die sprint direct in verzameling
over te gaan, waardoor zijn remweg ongecontroleerd en veel te lang wordt.
Dat probleem kan in de grote boze wereld dodelijk of in elk geval zeer slecht
voor de carriere zijn, maar gelukkig heeft dit jonkie nog vele jaren van
groei en ontwikkeling voor zich. Door krachttraining, balspelletjes, slalommen,
korte sprintjes en het leren in balans blijven tijdens het schieten kan
hij op een gegeven moment een punt bereiken waarop hij zo verzameld is dat
hij vanuit de snelste sprint zonder de bal te verliezen kan stoppen, draaien
en tussen de tegenstanders door alsnog scoren.
Bij het echte, paardse strijdros is dit exact hetzelfde. Dit
paard komt als groentje van de wei, een groentje dat weliswaar al laat zien
dat het goed kan strekken en versnellen, maar dat verder de coordinatie en
lichaamsbeheersing heeft van een deur. Je zou je op die aangeboren versnelling
kunnen concentreren, maar het effect is dat je een strijdros A krijgt
dat weliswaar heel hard kan rennen, maar ook leert om op de voorhand te
lopen en daardoor al slippend en wel in de eerste de beste greppel dondert
die daar door de vijand is aangelegd. Je grasspriet is weliswaar wel langer
gegroeid, maar zonder de bijbehorende stevigheid te verkrijgen. Een andere
methode is om die grasspriet die ontwikkelingsperiode steeds systematisch
kort te houden, bij te snoeien en draagkracht en balans te laten ontwikkelen.
Het resultaat is een paard dat heel goed en alert verzameld kan 'zitten'
op het slagveld, altijd klaar om er vandoor te gaan, maar als puntje bij
paaltje komt geen snelheid of uithoudingsvermogen heeft om sneller te zijn
dan paard A en alsnog een kopje kleiner gemaakt wordt (waarna paard A overigens
alsnog de greppel in gaat). Beter is om die grasspriet inderdaad eerst kort
te houden om hem sterker en weerbaarder te maken, maar vervolgens ook daadwerkelijk
uit te laten groeien en zo de kracht van de verzameling ook tot nut te laten
komen in de versnelling. Verzameling dient de versnelling. Zonder versnelling
is de verzameling doelloos (en dodelijk). Zonder verzameling is versnelling
oncontroleerbaar (en dus ook dodelijk). Dressuur is een heel gezellige bezigheid.
Bij het overbodig worden van het zeer goed afgerichte, veelzijdige
strijdros, le destrier, kwam de dressuur in de handen van liefhebbers.
En omdat liefhebbers vaak een beetje extreme mensen zijn, is de dressuur
sindsdien ook een beetje extreem geworden. In de daarop volgende eeuwen
werd de dressuur steeds andere kanten op ontwikkeld. Tijdens de barok lag
de nadruk op het verzamelen, wat tot uiting kwam in de extreem verzamelde
oefeningen zoals de scholen boven de aarde - waarvan vele waarschijnlijk
nooit op het slagveld dienst gedaan hebben, simpelweg omdat ze teveel energie
kosten en ze niet geschikt zijn om op een onregelmatige bodem (modderige
lijken) uitgevoerd te worden. Tegenwoordig ligt de nadruk juist veel sterker
op de versnelling. Om de dressuurpaarden lichter en sneller te maken, worden
ze gekruist met Engelse volbloeden waardoor de mogelijkheid tot zeer sterk
verzamelen kleiner wordt. Bovendien is het versnellen in de dressuurproef
tegenwoordig ook niet meer het versnellen zoals dat op het slagveld gevraagd
werd: Het is nu extreem gestileerd tot het uitstrekken, waarbij het paard
niet per definitie sneller gaat, maar ruimere passen maakt. Net zo nuttig
op het slagveld als de scholen boven de aarde, want op onregelmatige bodem
is snel gaan door middel van veel korte passen veel veiliger dan snel gaan
door enkele grote zweefpassen.
Hoewel zowel de scholen boven de aarde als de extreem uitgestrekte
gangen heel decoratief zijn, zijn ze geen van beide echt waar je naar op
zoek bent als je gewoon op een veilige, gezonde en comfortabele manier met
je paard wilt kunnen werken. Het extreme versnellen en verzamelen zoals
dat op het slagveld nodig was, vormt immers een extreme aanslag op het lichaam.
Het is dan ook geen wonder dat voetballers, renpaarden, sportdressuurpaarden
en andere topsporters vaak al heel jong versleten zijn of tijdens hun carriere
van gebreken aan elkaar hangen. Iedereen die wel eens heeft gevoetbald,
weet uit eigen ervaring hoe moeilijk het is om verzameling en versnelling
(en balbezit) te combineren en hoeveel energie het combineren van die twee
zaken kost. Toch zijn ze beide noodzakelijk, wil je een beetje leuk met zo'n
balletje rond kunnen rennen. En ze zijn ook noodzakelijk als je een paard
hebt waarop je heelhuids terug wilt komen van een buitenrit. Je strijdros
hoeft weliswaar geen pirouette in piaffe te kunnen draaien (hoewel dat het
altijd erg goed doet bij toevallige voorbijgangers), maar je paard moet
wel op eenvoudige hulpen terug te nemen zijn uit een felle galop, vooral
als je op een voormalig slagveld rijdt en je plotseling geconfronteerd wordt
met een greppel. Een remweg van achttien meter is dan zeer onwenselijk.
Wil je dat hij toch op de een of andere manier binnen die afstand stil kan
staan, dan zul je zijn lichaam daarop moeten voorbereiden door een training
die met relatieve verzameling begint en vandaaruit het versnellen in goede
banen leidt. Je traint de bespiering van je paard zo dat hij met jou op zijn
rug hetzelfde kan doen als wanneer hij onbelast loopt. Alleen die controle
die het paard door training over zijn lichaam krijgt en de controle die jij
daardoor over het paard krijgt, maken het paardrijden veilig.
Of je nu een westernruiter, dressuurruiter of shetlandhouder bent, je paard zal moeten leren om op fijne signalen te reageren - en zo getraind moeten worden dat hij ook echt in staat is daar op te reageren. Voor het eerste is training nodig, voor het tweede verzameling. Als je paard met hele fijne teugelhulpen te rijden is, maar hij niet geleerd heeft om zijn gewicht op de achterhand te brengen, dan zul je hem niet binnen drie passen uit een galop van 60 kilometer per uur terug kunnen halen. De snelheid heeft je paard al van nature, de verzameling zal je moeten trainen en dat kan door dressuurles, westernriding, doma vaquera, springen, doma classica, vrijheidsdressuur of dressuur aan de lange teugel. Alleen door je paard de eerste beginselen van het verzamelen bij te brengen, kun je van het rijden een gezonde en veilige bezigheid maken.