door Ratna Pelle, IMO 15.03.2007
De discussie over de dubbele nationaliteit heeft de gemoederen
ernstig verhit. Een kernvraag daarbij is de samenhang tussen een dubbele
nationaliteit en loyaliteit, waarbij de tegenstanders van de dubbele
nationaliteit dit sterk aan elkaar koppelen, en de voorstanders dit verband
ontkennen, en (terecht) wijzen op de circa een half miljoen Nederlanders die in
het buitenland leven en ook twee paspoorten bezitten. Is het gewoon handig om,
als je veel in een ander land vertoeft, of sterke banden met een ander land
hebt dan waar je leeft, van beide landen een paspoort te hebben, of eet je dan
eigenlijk een beetje van twee walletjes? Kun je in een loyaliteitsconflict
komen als de verplichtingen die het staatsburgerschap van verschillende landen
met zich meebrengen met elkaar conflicteren? Zou het de integratie bevorderen
als mensen bewuster voor de Nederlandse nationaliteit kiezen en daarbij hun
oude nationaliteit moeten opgeven, of werkt dit juist averechts? Dit zijn wat
mij betreft geen gemakkelijke vragen.
Volgens de nieuwe columnist voor Buitenhof Joshua Livestro gaat
het hier eigenlijk over vaderlandsliefde, iets waar (volgens hem) links geen
waarde aan hecht en rechts wel.
"De kern van het
inburgeringprobleem in een immigratieland als het onze is nu juist dat sommige
nieuwkomers deze gevoelens niet hebben. Bij de oplossing van het
inburgeringprobleem zou een herwaardering van vaderlandsliefde dan ook wel eens
een belangrijke rol kunnen spelen."
Vaderlandsliefde gaat nog een stukje verder dan loyaliteit, en loyaliteit weer
wat verder dan een dubbel paspoort. Het is op zijn zachtst gezegd een beetje
vreemd om van nieuwkomers zaken te verwachten waaraan toch zeker de helft van
de autochtone bevolking geen waarde hecht. Hoeveel Nederlanders kennen het
Wilhelmus of zijn trots op de daden van Piet Hein en Willem van Oranje? Een
tijdje terug deden leden van de Tweede Kamer bij proef de inburgeringscursus
waarvoor buitenlanders tegenwoordig moeten slagen om Nederlands staatsburger te
kunnen worden. Velen zakten en beklaagden zich over de moeilijke vragen. Waarom
moeten buitenlanders het beter doen dan wijzelf? Waarom moeten zij meer van
onze geschiedenis weten dan wijzelf, en daar ook nog eens iets bij voelen dat
slechts een deel van de autochtone Nederlanders voelt? Het mag al dan niet goed
zijn als Nederlanders meer vaderlandsliefde zouden voelen, trotser zijn op ons
land en op de geschiedenis (die overigens niet alleen maar nobele daden
inhoudt, maar ook zaken waar slechts diepe schaamte past), het is een vorm van
discriminatie dit juist van buitenlanders, of Nederlanders van buitenlandse
komaf, te verlangen. Zij moeten zich dubbel bewijzen, extra aantonen toch echt
aan 'onze' kant te staan. Dit roept terecht aversie op en kan integratie juist
tegengaan.
Volgens mij gaat het niet zozeer om vaderlandsliefde, en, inderdaad, ook niet
slechts om loyaliteit, maar om wat nationaliteit betekent. Nationaliteit is
gebaseerd op de natie-staat, een 'uitvinding' van de negentiende eeuw waarin
het volk als identificatiepunt, als de grootheid waarmee je je nog kunt
identificeren en mee verbonden kunt voelen, de basis en het uitgangspunt werd.
Ieder volk heeft recht op zelfbeschikking, op zijn eigen vrijheid en
soevereiniteit. Door de globalisering heeft de natiestaat zowel aan macht als
aan betekenis als identificatiepunt moeten inboeten. Steeds meer mensen voelen
zich zowel Nederlander als Europeaan, of 'wereldburger' (een vaag begrip dat
appelleert aan een kosmopolitisch gevoel en de wens de Nederlandse
spruitjeslucht te ontvluchten), of hebben wortels in Turkije of Marokko waar
hun ouders vandaan komen en nog familie woont. Mensen voelen zich niet meer
slechts verbonden met één volk of een staat. Van de andere kant is er ook een
regionale opleving, en identificeren sommigen zich minstens zo sterk met de
regio (of de stad) als met de natie.
Vele krantenkolommen en boekwerken zijn gevuld met de vraag wat Nederlander
zijn eigenlijk inhoudt, wat onze nationale identiteit is, waarin wij nou zo
fundamenteel verschillen van onze buren, en ook wat het er eigenlijk toe doet.
Ieder antwoord roept vragen of tegenwerpingen op, iedere poging om onze
eigenheid vast te leggen lijkt te falen, en toch voelt bijna iedereen dat er
verschillen zijn, en menigeen wordt zich juist in het buitenland bewust van hoe
Nederlands men is. Nederlanders in het buitenland hebben net als buitenlanders
hier, soms de behoefte iets van hun eigenheid te koesteren, Sinterklaas te
vieren in Australië, samen naar Nederlandse muziek te luisteren,
carnavalsfeesten te organiseren, andere Nederlanders te ontmoeten. Dat is hun
wat mij betreft overigens van harte gegund, en betekent niet dat men niet
loyaal is aan het land waarin men leeft. Uiteraard ligt dat anders wanneer men
hoofdzakelijk omgaat met mensen uit het land van herkomst, en zich afsluit voor
het land waarin men leeft. Maar dat heeft weinig met een dubbele nationaliteit
te maken en juist de twee staatssecretarissen die de aanleiding voor deze hele
discussie waren, zijn een overtuigend bewijs van het feit dat goed ingeburgerd
zijn hier los van staat.
De schoen wringt ergens anders: het hebben van een dubbele nationaliteit gaat
in tegen het oorspronkelijke idee van een natie-staat waarin een volk zijn
recht op zelfbeschikking uitoefent. Je bent Frans of Duits, niet allebei een
beetje. Je bent immers ook niet een beetje katholiek en een beetje Moslim. Je
kunt niet verschillende nationaliteiten bij elkaar shoppen, een beetje van dit
en een beetje van dat nemen en daar je persoonlijke identiteit uit samen
stellen. Althans, zo menen de 'ouderwetse' nationalisten. Velen doen dit, en
voelen zich hier prima onder, zowel Turken als Nederlanders, net zoals -
inderdaad - tegenwoordig ook velen hun religie bij elkaar shoppen en uit zowel
de Bijbel als wijsheden van Tibetaanse monniken als New Age-achtige ideeën over
holisme en energiebanen hun inspiratie putten.
Verschillende nationale identiteiten shop je niet even bij elkaar, maar zijn
ook niet slechts bij geboorte gegeven. Zij ontstaan door het voor langere tijd
vertoeven in een land en het overnemen van (een deel van) de omgangsvormen,
ideeën en eigenaardigheden van dat land. Het is moeilijk, maar niet onmogelijk,
verschillende nationale identiteiten te bezitten.
Het gaat bij de dubbele nationaliteit overigens niet alleen om nationale
identiteit, het is ook gewoon handig om naast een paspoort van het land waarin
je woont, een paspoort te hebben van een land waar je sterke banden mee hebt en
geregeld naartoe gaat, zeker als dit buiten de Europese Unie ligt.
Misschien moeten autochtone Nederlanders die hier leven zich gelukkig prijzen
met hun enkele nationaliteit (en identiteit), en het mensen met een dubbele
nationaliteit (Nederlanders in het buitenland zowel als etnische Nederlanders
hier) gunnen dat zij, toch vaak gevangen tussen verschillende culturen wat vaak
problemen met zich mee brengt, een onbeperkt toegangsbewijs voor twee plaatsen
hebben.
Ratna
Pelle