Deze databank is een project van Wil Brassé in samenwerking met Archief De Domijnen Sittard-Geleen

 icon_englishflag icon_germanflag 

 

Ga  naar: Joodse Databank ProGen /Joodse Databank Geneanet /Joodse Databank MyHeritage /

Toelichting databank / Bronverwijzingen / Informatie & statistieken regio / Vermeldingen tot Franse tijd / Jodenvervolging / Foto's

/ De vergeten joden van Geleen 1920-1950 / Website Stolpersteine Sittard-Geleen

 

 

Laatste wijziging op deze pagina: 23 januari 2017

  

 

"... dat de joden in Sittard en in de omgelege plaatsen

in klein getal zijn en zij zich alle wel kennen." 

 

 

 

Joodse databank Sittard e.o.

 

Jewish Genealogy Database of Sittard and Limburg, the Netherlands

  

 ______________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________

  

Diverse informatie en statistieken van Joden in en rond Limburg:

 

I. Statistieken (1760-)1794-1966

Aantallen Joden in Sittard

Aantallen Joden in Limburg

Statistieken 1806-1809

II. Limburg

Diverse sprokkelingen uit de archieven van het RHCL te Maastricht

Tekst ter inleiding bij een lezing van Jacques Lemmens (2003)

III. Sittard

Infoteksten Sittard van Stichting Historie Sittard en Joods Historisch Museum

Synagoges te Sittard

IV. Joodse gemeenschappen in Zuid-Limburg

Grevenbicht

Beek

Urmond en Berg aan de Maas

Eijsden

Beschrijvingen in Pinkas

V. Joodse gemeenschappen te Heinsberg en Gangelt

VI. Joodse kleding in de Middeleeuwen en 19de eeuw

 

  ______________________________________________________________________________________________

 

I. Statistieken (1760-)1794-1966

______________________________________________________________________________________________

 

 

Aantallen Joden in Sittard:

(Uit de aantekeningen van archivaris Offermans te Sittard, 1968)

 

"Omtrent 1760 vindt men reeds vermeld als Sittardenaar de families Wolf, Horn en Herzdahl.

In 1780 ongeveer als boven en tevens Egger, Herz en Levenbach.

In 1794 wonen er 44 joden waarbij ook nog de namen Soesman en Rosendahl vermeld worden."

 

Opmerkingen Wil Brassé:

- Hertz Hertzdahl werd vermoedelijk als Hirts Naftali vanaf 1715 te Sittard vermeld; als Hertztall in 1745.

- Slager Jacob Levi wordt vermeld in het Geburtsbuch vanaf 1723, bij de geboorte van zijn zoon Gottschalk, wiens kinderen de naam Horn in 1808 aannamen. (De naam Horen/Horn werd in 1723 schijnbaar al gevoerd door de familie in Düsseldorf.)

- Samuel Levi, zoon van Levi Jacobs, werd vanaf 1732 te Sittard vermeld.

- Een familie Wolf rond 1760 ben ik nog niet tegengekomen (wel te Limbricht vanaf 1790); in 1725 repareerde een "Wolff Joseph Judt" glasvensters te Sittard.

- De familie Egger uit Eger (=Cheb in Tsjechië) dook rond 1750 te Sittard op met rabbijn Salmon Levij Eger.

- Slager Salmon Hertz uit Gangelt trouwde Sittard 1759 met een dochter van Samuel Levi.

- De familie Levenbach uit Weisweiler vestigde zich rond 1775 te Sittard.

- Een familie Soesman rond 1794 ben ik nog niet tegengekomen (wel in Meerssen, pas vanaf 1872 te Sittard).

- De familie Rosendahl was feitelijk een tak van de familie Hertzdahl.

 

Aantal joden in:


1794:  44

1806:  72

1808:  70

1835:  100

1850:  123

1851:  131

1853:  131

1855:  175

1856:  180 (incl. omgeving?)

1857:  150 (elders 180 vermeld)

1863:  146

1864:  146

1865:  157

1867:  164

1868:  167

1869:  167

1870:  170

1871:  165

1872:  157

1873:  153

1874:  160

1875:  162

1876:  170

1877:  170

1878:  177

1879:  173/170

1891:  181

1892:  183

1894:  181

1895:  181

1896:  183

1897:  184

1898:  177

1899:  179

1900:  162

1901:  148

1902:  157

1903:  171/172/152

1904:  149


 

In 1849 waren er volgens de bevolkinglijst: 16 kooplieden, 2 kramers, 8 slagters, 1 veearts, 1 onderwijzer, 1 blikslager, 2 modenisten, 1 kleerverkoopster, 1 kleermaker, 1 horlogemaker en 2 zonder beroep dat voor zover de joden (123 in 1850) een beroep hadden.

 

Bij de volkstelling van 31 december 1930 gaven 50 mannen en 47 vrouwen op de Israëlitische godsdienst te belijden.

 

 

Aantallen Joden in Limburg:

 

Uit de aantekeningen van archivaris Offermans te Sittard, 1968:

 

Cijfers uit jaarboekjes Limburg

 

Nog een paar cijfers over de omgeving

·         In 1869 waren in Obbicht 5, in Urmond 12 en in Grevenbicht (met synagoge) 13 joden. Zij zullen wel in Grevenbicht gekerkt hebben. De joden van Limbricht (10) en Susteren (14) zullen wel in Sittard gekerkt hebben.

·         In 1873 waren deze getallen: 7 joden in Obbicht, 9 in Urmond en 15 in Grevenbicht. Naar Sittard zullen wel 10 joden uit Limbricht en 14 joden uit Susteren zijn gegaan.

 

Het boek Pinkas vermeldt voor de provincie Limburg als aantallen Joden*:

1809    597**

1830    906

1840    1.107

1849    1.259

1859    1.347

1869    1.370***

1879    1.344****

1889    1.185

1899    1.111

1909    960

1920    899

1930    787

1941    1.441*****

1954    297

1966    311

 

* Cijfers t/m 1941 volkstellingen, 1954 en 1966 demografische onderzoeken.

** 597 Joden in 1809 lijkt aan de lage kant, daar ik voor zuid-Limburg al 575 to 600 Joden schat in deze tijd; in midden- en noord-Limburg woonden echter nog niet veel Joden.

*** In 1869 1.370 Joden wijkt af van de 1.457 Joden die Offermans noemt?!

**** Rond 1870 begon het aantal Joden in de 'Mediene' (provincies) terug te lopen, door een toenemende trek naar Mokum (Amsterdam) en andere steden, en in mindere mate door bekeringen en huwelijken met niet-Joden. Mijzelf viel op dat met name in de twintigste eeuw het aantal kinderen per echtpaar afnam (wellicht door de onzekere tijden en/of door gestegen welvaart?). Deze afname lijkt sterker en eerder te hebben ingezet dan bij de destijds vaak zeer grote katholieke gezinnen.

***** 1941 Betreft "voljoden" volgens de Nazi-definitie; de eerdere volkstellingen zullen naar kerkelijke gezindte hebben gevraagd, de Nazi's zullen bekeerde 'voljoden' hebben meegeteld. In de jaren '30 zullen veel Duitse Joden naar Limburg zijn uitgeweken; mij is niet bekend of vluchtelingen (met Duitse nationaliteit, nu statenloos?) ook zijn meegeteld, maar het hoge cijfer doet dit wel vermoeden.

 

 

Roerdepartement 1806, Joodse inwoners.

(LTG 24/1996 pag. 80)

 

Arrondissement Kleve, kanton Kranenburg:

Gennep             11

Totaal                11

 

Arrondissement Aachen, kanton Sittard:

Grevenbicht    19

Limbricht         13

Sittard             72

Urmond             3

Totaal              107 (was 97 in 1799)

 

Arrondissement Aachen, kanton Geilenkirchen:

Basweiler           3

Frelenberg         3

Gangelt           45

Geilenkirchen 56

Immendorf         5

Puffendorf         -

Randerath         31

Totaal              143

 

Arrondissement Aachen, kanton Heinsberg:

Birgelen              9

Dremmen         11

Heinsberg         69

Ratheim            11

Wassenberg     33

Waldenrath       55

Totaal              188

 

 

Registers van naamsaanneming 1808-1809, Departement van de Roer, kanton Sittard.

Deze registers zijn blijkbaar al vroeg verloren gegaan: Joseph Hertz, geboren Sittard 1798 als Hertz Cappel, liet in 1835 een akte opstellen bij het vredegerecht, waarin vermeldt staat dat hij wenste te trouwen, maar moeilijkheden ondervond met zijn geboorteakte, omdat er in de gemeente Sittard geen register van naamsverandering voorhanden was, dat kon bevestigen dat hij en zijn ouders identiek waren aan de in de geboorteakte vermelde personen. Zijn verklaring werd bevestigd door 4 Sittardse getuigen (overigens allen niet Joods).

 

Registers van naamsaanneming 1808-1809, Departement van de Nedermaas.

(LTG 24/1996 pag. 79-90 en boek "Im Westen Neues

" pag. 44 en 128)

 

In de LTG lijst ontbreken Houthem en Valkenburg. Het boek, dat ik op Google books vond, bevat tevens cijfers van de volkstelling van 1806 en van Belgische plaatsen in het departement, maar heeft wel storende fouten en onduidelijkheden.

 

De eerste kolom hieronder zijn de cijfers van 1806, de tweede en derde van het aantal Joden dat in 1808/1809 een naam lieten registreren; de cijfers tussen haakjes zijn het aantal gezinnen/huishoudens, tussen vierkante haakjes volgens mij foutieve gegevens, tussen spitse haakjes aanvullingen van mij.

 

Gemeente                  1806 - 1808/1809 boek - 1808/1809 LTG - 1808 D.J.

Beek                           23 (7)             23 (7)             28                   7 (+2?)

Elsloo                                                 10 (2)                4                  

Eijsden                        50 (7)             49 (8)             51                  

Gulpen                        35 (6)             36 (6)             35                  

Heerlen                       40 (10)           40                   47                  

Houthem                                                                   <10 of 11?>    10 (+1?)

Maastricht                  203 (41)          225                  205                  24

Meerssen                   48 (8)             53                   53 <of 54?>   54 (+5?)

Obbicht                                                                         6                  

Schimmert                 <13>[(13)]       13                   13                   10 (+3?)

Stein                                                                             4                  

Vaals                          17 (5)             15                   14                   5 (+2?)

Valkenburg                    1 (1)                1                   <6 of 7?>        6 (+1?)

> België:

Mechelen a/d Maas   16 (2)             16 (2)                 -

Smeermaas                  9 (1)                9                      -

(Lanaken)                                            [9]                     -             .                

Totaal                         455 (88)          490                  460                  116

                                   [442 (101)]      [499]               

 

De verschillen tussen de aantallen in het boek en het LTG kan ik niet verklaren, daar ze op dezelfde bronnen gebaseerd lijken. Het boek lijkt naast de 9 Joden te Smeermaas tevens 9 te Lanaken te tellen, die in de tabel op pag. 44 versprongen zijn; dit schijnt mij een dubbeltelling, temeer daar een voetnoot op pag. 128 wel Lanaken vermeldt maar niet Smeermaas (dat gemeente Lanaken was). Ook is Fauquemont (Valkenburg) een keer verkeerd gelezen als "Saupremont" (een plaats die ik vergeefs op Google heb gezocht...). De voetnoot vermeldde daar overigens 12 Joden, schijnbaar een tikfout. Verder stond bij Schimmert in de tabel een schijnbaar foutief cijfer van 13 families in 1806, waar personen bedoeld zullen zijn.

 

Maasmechelen staat in de tabel als Mechelen vermeld. Hieronder valt ook Leuth. Joodse families die al voor 1800 in Leuth en Smeermaas woonden, hadden verwantschappen aan de Nederlandse kant van de Maas, waar de meesten van hen later ook belandden. De drie families met 25 personen te Lanaken en Mechelen lijken in 1806-1809 de enige Joden in het latere Belgisch Limburg te zijn geweest; echter een belastinglijst uit 1806 vermeldt ook 7 joodse belastingbetalers te Hasselt, een lijst uit 1808 vermeldt er nog 3 te Hasselt en 1 familie te Hamont (bestand genealogie door H. Bartholomeus).

 

De LTG lijst is geheel in mijn bestand verwerkt. Bij Gulpen bleken structureel de echtgenotes te ontbreken op de lijst, en ook bij andere plaatsen lijkt dit incidenteel het geval te zijn. Het totale aantal Joden was dus wat hoger, voor het hele departement wellicht ongeveer 500.

Tot slot ter vergelijking een lijst op 28-8-1808 door David Joseph opgemaakt; deze vermeldt slechts 116 joden in het departement en noemt er 93 (volgens bestand H. Bartholomeus); het hoe en waarom hiervan is mij duister. Voor Maastricht vermeldt hij buiten de rabbijn slechts 3 families. Bij Meerssen worden maar 33 personen vermeld en ontbreken de 4 of 5 echtgenotes. Bij alle andere plaatsen is eveneens sprake van gehuwde mannen, maar blijven de echtgenotes ongeteld en onvermeld.

 

 

  ______________________________________________________________________________________________

II. Limburg

______________________________________________________________________________________________

Diverse sprokkelingen uit de archieven van het RHCL te Maastricht:

(Bron: http://www.rhcl.nl/)

* Landen van Overmaas

4097  Sauvegarde van de Raad van Brabant gegeven aan de joodse gemeente van Heerlen, de bloedverwanten van de vermoorde en degenen die de justitie behulpzaam waren geweest bij het onderzoek van de moord op Eleasar Alexander Cahan, die bij Hamont was vermoord

Datering 1751 februari 23 / Omvang 1 stuk

* Tekeningen-, prenten- en kaartencollectie RAL

K 739  Plattegrond van het voormalige Joodse kerkhof op Fort Sanderbout, door Joannes Mathias Mevissen, landmeter.

Sittard, 16 juli 1793. 1 kaart, papier: ingekleurd, 38 x 51 cm.

Afkomstig uit het archief van het ambt Born, inv.nr. 344.

Maker 1: Mevissen, Joannes Mathias

[NB: kaart gepubliceerd in deel 2 van "Sittard uit bronnen geput"]

* Provinciaal Bestuur in Limburg

--  Stukken betreffende verklaringen van provinciaal personeel betreffende niet behoren tot de Joodse geloofsgemeenschap

Datering 1940 / NB VNG-code: -3.08/1346 / Omvang 1 omslag

* Parochie te Schimmert, H. Remigius

8  Brief van de gemeente Schimmert aan de besturen der bijzondere lagere scholen te Schimmert betreffende verwijdering van joodse leerlingen

Datering 1941, augustus 27 / Omvang 1 stuk

* Gemeentepolitie Maastricht, 1814-1964

1739  Stukken betreffende het op transport stellen naar Westerbork (Dr.) van personen van Joodse bloede, het verzegelen van Joodse woningen en verder lijsten van in Maastricht vrijgekomen woningen en woningruimte, destijds bewoond door Joden

Datering 1942-1943 / NB Dossier genoemd: Joden Westerbork (Dr.)  / Omvang 1 omslag

* Limburg's Geschied- en Oudheidkundig Genootschap

962  Circulaires van de secretaris-generaal van het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming tot verwijdering van producten van joodse kunstenaars en van afbeeldingen van joodse personen uit de museale opstelling

Datering 1943 / Omvang 2 stukken

Tekst ter inleiding bij een lezing van Jacques Lemmens (2003):

 

De sporen van joods leven in Limburg gaan terug tot de middeleeuwen. In Maastricht bestond al vóór 1295 een synagoge mét mikwe, gelegen in de Platea Judeorum (de Jodenstraat). Als gevolg van pogroms verdwenen de joden uit Limburg. Tussen 1350 en 1650 verbleven er vrijwel geen joden in onze huidige provincie. Als gevolg van de territoriale versnippering van "Limburg"verschilde het beleid ten aanzien van de joden van gebied tot gebied. In de Oostenrijkse delen van Limburg hield men zich streng aan het uitwijzingsplakkaat van Alva uit 1570. Dit in de Spaanse tijd geboren decreet bleef van kracht, zodat zich geen joden konden vestigen in de Opper-Gelderse steden Roermond en Venlo. Dus trokken de joden naar het Gulikse en Staatse zuiden, waar te Sittard en Heerlen de eerste joodse vestigingen in de nieuwe tijd ontstonden. Daarnaast kwamen er kleine vestigingen langs de handelsroutes tussen Rijn- en Maasland en aan de wegen langs de Maas. Maastricht hield haar poorten echter gesloten.

Pas met de komst van de Fransen in 1794 werden de joden wettelijk gelijkgesteld en werden de toelatingsverboden en beperkingen opgeheven. Toen konden er joodse gemeenten ontstaan in Maastricht, Roermond en Venlo. Verder waren er reeds kleine joodse gemeenten in Eijsden, Meerssen, Vaals, Valkenburg, Gulpen, Heerlen, Beek, Sittard, Grevenbicht en Gennep. In de loop van de negentiende en twintigste eeuw ontstond er een bloeiende joodse gemeenschap in Limburg.

Hieraan kwam in 1940 een einde als gevolg van de bezetting van Nederland door de nazi’s. Deze hebben ervoor gezorgd, dat het merendeel van de joden in Limburg werd vermoord. Diegenen die deze verschrikking overleefden, hoefden de eerste jaren na de oorlog niet te rekenen op steun of sympathie van de niet-joodse Nederlanders en de Nederlandse overheid. De tijd van de wederopbouw was hard en steun of sympathie kwam pas geleidelijk op gang. Slechts door enorme wilskracht was het mogelijk, dat de gedecimeerde joodse gemeenschap na de oorlog de draad weer kon oppakken. Kort was de vreugde van de bevrijding, vanwege het niet te verdringen besef van de diepe wonden die de oorlog had geslagen. Mannen, vrouwen en kinderen, soms hele families waren weggevoerd en niet teruggekeerd. Desondanks is men voortgegaan en heeft de joodse gemeente moed geput uit geloofsovertuiging en traditie. Thans wonen er in héél Limburg nog slechts honderd joden en is er nog maar één joodse gemeente. Deze gemeente houdt haar diensten in de fraai gerestaureerde synagoge in Maastricht.

  ______________________________________________________________________________________________

III. Sittard

______________________________________________________________________________________________

Korte tekst van Stichting Historie Sittard:

 

Joden

De joodse gemeenschap heeft in Sittard een belangrijk aandeel gehad. Hoewel de hertog van Gulik in 1554 de aanwezigheid van joden verboden had, wonen er rond 1580 joden in Sittard. Na 1678 kregen ze het recht hun doden te begraven op fort Sanderbout. In de 18e eeuw, in 1820 en rond 1840 ontstonden er conflicten hierover met het stadsbestuur en zijn er antisemitische gebeurtenissen geweest. […] Hun synagoge was in 1725 geopend in de Molenbeekstraat in een pand dat in 1965 helaas is afgebroken. De Franse Revolutie gaf aan de joden meer vrijheden. In 1857 waren er rond 125 joden in Sittard, een grotere groep dan de protestantse. De synagoge, boven een achterhuis, was te klein geworden en in 1853 kon in de Plakstraat een nieuwe synagoge in gebruik genomen worden.

 

 

Informatie van Joods Historisch Museum:

[NB: artikel stand van 2005, in 2007 enigszins gewijzigd]

Blijkens een kroniek uit de tweede helft van de 14de eeuw zouden er al rond 1300 joden in Sittard gewoond hebben. Zij werden slachtoffer van de vervolgingen na de pestepidemie in 1349 en sommigen van hen bekeerden zich tot het Christendom. Na 1350 hebben er anderhalve eeuw geen joden in Sittard gewoond.

Vanaf het begin van de 16de eeuw verbleven er weer regelmatig joden in Sittard; dit hing samen met de ligging van de plaats aan een drukke handelsroute. Allerlei beperkende maatregelen maakten hun positie onzeker en vanaf 1597 was het joden verboden zich in of om de stad te bevinden.

http://www.jhm.nl/jhm/afbeeldingen/nederland/097N017.jpg   

Prentbriefkaart van de Plakstraat in Sittard met aan het eind, links van de kerk, de synagoge***, ca. 1904

In de twintiger jaren van de 17de eeuw vestigden zich sporadisch opnieuw joden in Sittard. In de loop van de eeuw groeide de gemeenschap. Hoewel er een grafsteen uit 1715 is teruggevonden, werd Fort Sanderbout officieel pas in 1838 als begraafplaats aangekocht. Met toestemming van het plaatselijk gezag werd er in 1725 aan de Molenbeekstraat een synagoge ingewijd die tot 1853 in gebruik zou blijven. Gedurende de 18de eeuw waren joden regelmatig betrokken bij de roversbendes die in de streek actief waren.***

In de Franse tijd maakte de joodse gemeente van Sittard onderdeel uit van het Consistorie van Krefeld. Bij de indeling in ressorten onder koning Willem I in 1816 kreeg Sittard de status van Ringsynagoge. Tegen het midden van de 19de eeuw was het aantal gemeenteleden dusdanig toegenomen dat er een nieuwe synagoge gebouwd moest worden. Deze werd in 1853 ingewijd. Drie jaar later werd het gebouw uitgebreid met een woning voor de koster, een ritueel bad, een matsenbakkerij en een studeervertrek. In 1892 onderging de vrouwengalerij een uitbreiding.

Naast een kerkenraad en een kerkbestuur had de joodse gemeente een penningmeester voor het Heilige Land. Ook waren er in Sittard verscheidene verenigingen en genootschappen actief op sociaal, religieus en cultureel gebied. In de tweede helft van de negentiende eeuw was er een joodse armenschool, waar als gevolg van de Wet op het Lager Onderwijs vanaf 1861 alleen onderwijs in religieuze vakken gegeven werd.

De begraafplaats in Fort Sanderboud is tot 1869 in gebruik geweest, daarna werd tot 1889 op een speciaal joods gedeelte van de Algemene Begraafplaats aan de Wal begraven. In dat jaar werd in dezelfde buurt een stuk grond in gebruik genomen dat alleen toegankelijk was via de Algemene Begraafplaats aan de Carkstraat***. Ook in het nabij gelegen Limbricht bevond zich een joodse begraafplaats, het ‘Jodenputje’, die tevens door Sittardse families gebruikt werd.

http://www.jhm.nl/jhm/afbeeldingen/nederland/098N009.jpg   

Prentbriefkaart van de Limbrichterstraat in Sittard met winkel van Adolf Wolf en F. Karel Hertzdahl, ca. 1920

In de laatste decennia van de 19de eeuw werd de joodse gemeente van Sittard geplaagd door interne conflicten, waardoor er korte tijd een scheuring ontstond. Beroepsmatig waren de joden actief in het slagersvak, de paarden- en veehandel en in de detail- en kledinghandel. Maatschappelijk gezien waren zij geïntegreerd in het plaatselijk leven en namen o.a. deel aan het jaarlijkse carnaval.

Na de machtsovername in Duitsland in 1933 vestigden vele joodse vluchtelingen zich in het nabij de grens gelegen Sittard. Meteen na de bezetting van de stad in mei 1940 werd de synagoge gesloten.*** Gedurende de volgende jaren werd het interieur vernield. De Tora-rollen waren verstopt in een plaatselijk museum en bleven behouden. Net als elders in het land werden de joodse kinderen in september 1941 uitgesloten van openbaar onderwijs. De joodse school in Sittard, die als gevolg hiervan opgericht werd, heeft tot april 1943 gefunctioneerd. Tussen de zomer van 1942 en eind maart 1943 zijn de joodse inwoners van Sittard via Westerbork en Vught naar de kampen in Polen gedeporteerd en daar vermoord. Slechts weinigen wisten door onder te duiken te overleven.

Na de bevrijding werd de synagoge hersteld en in 1945 weer in gebruik genomen. Spoedig daarna begon echter de leegloop, zodat de joodse gemeente van Sittard in 1947 officieel opgeheven werd en bij die van Maastricht gevoegd. De synagoge en de leraarswoning zijn in 1953 gesloopt. Vanaf 1964 is een gedeelte van de Algemene begraafplaats Vrangendael aan de Wehrerweg ingericht als joodse begraafplaats. De oudere begraafplaatsen zijn geruimd, de stoffelijke resten zijn overgebracht naar Vrangendael.

In september 1994 is de gedenksteen die herinnert aan de omgebrachte Sittardse joden overgebracht van de begraafplaats naar de stadstuin.

In het nabij gelegen Brunssum werd tijdens de bezetting door de NV-groep voor 48 kinderen een onderduikadres gevonden. In 1989 is in de plaats een monument onthuld ter nagedachtenis aan de joodse slachtoffers van de Duitse terreur.

Aantal joden in Sittard en omgeving:

1794   49
1809 119
1840 152
1869 195
1899 173
1930 125

 

*** Voorgaande tekst bevat enkele fouten, die inmiddels (2007) grotendeels zijn aangepast op de website van het JHM:

Zo is op de eerste ansichtkaart geen synagoge te zien (die lag aan de rechter straatkant), en bestaat in Sittard geen "Carkstraat"; dit moet waarschijnlijk Kerkstraat zijn.

Ook de opmerking over roversbenden lijkt wat misplaatst: voor zover mij bekend waren hiervan geen Sittardse joden lid, hoewel enkelen als opkoper gestolen waar zouden hebben gekocht. In het boek van Anton Blok over de zg. "Bokkerijders" vind ik maar 1 veroordeeld joods 'bendelid', nl. Abraham Nathan uit Beek, voorvader van de joodse familie Claessens uit Beek. Het - historisch niet betrouwbare - boek van Juliaan Melchior vermeldt wel 2 joodse bendeleden uit Sittard van de Belgische Bokkerijders op het eind van de 18de eeuw, alsmede joodse opkopers en twee joodse bendeleden Abraham en Bernard Mozes uit Grevenbicht en een neef van hen Levi Mozes (die te Leuth, Smeermaas en Gulpen heeft gewoond). Wel is van de Meerssener Bende eind 18de eeuw bekend dat deze veel joodse leden telde.

Het verhaal over de sluiting van de synagoge kan ik niet bevestigen; gezien de betalingen voor zitplaatsen lijkt de synagoge tot de deportaties in gebruik te zijn gebleven?

 

Synagoges Sittard.

 

Kaartje met de achtereenvolgende synagogen in de Sittardse binnenstad.

(afkomstig uit: "Huissynagogen uit de achttiende eeuw in Sittard en Eijsden", door J.L. Offermans en H. van der Wal, in:

Bulletin van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond (KNOB), september 1967, jrg. 66 / afl. 4 en 5).

Synagoges Sittard - plattegrond

 

Foto van het interieur van de synagoge in de Plakstraat met rabbijn Nathan Bernard (van) Blijdestein.

 (afkomstig van beeldbank EHC Sittard-Geleen)

synagoge

Tekening van de synagoge in de Plakstraat met het huis van de rabbijn ervoor.

(afkomstig uit  boek "Sittard Limburgse Stad")

SittardLimburgseStad_synagoge-tekening-klein

Foto's van de leraarswoning en daarachter de voormalige synagoge in de Plakstraat.

(afkomstig van http://www.historiesittard.nl/shsmain.html)

 

20000504synagoge2     20000504synagoge1

 

Foto van de huissynagoge uit 1725 in de Molenbeekstraat, vlak voor de sloop.

 

molenbeekstraat

Het gebouw in de Molenbeekstraat waar de vroegere huissynagoge lag.

Synagoge Molenbeekstraat

 

 

  ______________________________________________________________________________________________

IV. Joodse gemeenschappen in Zuid-Limburg

______________________________________________________________________________________________

Joodse gemeenschap te Grevenbicht.

 

Weikeaangepast_000Het verhaal achter....‘t Weike

Bron: http://www.beeg.nl/

 

Huizen met een naam hebben iets bijzonders en dagen je uit om op zoek te gaan naar de betekenis van die naam en als het enigszins kan naar de historie van het huis. Zo ook in Grevenbicht, waar een huis staat met de opmerkelijke naam: ’t Weike. ‘Het staat in de Weidestraat, die in de volksmond “in de Weije” wordt genoemd, al raakt die volkse benaming helaas geleidelijk aan in onbruik.

 

Voordat Grevenbicht in zuidelijke richting uitbreidde, lag de Weidestraat aan de rand van het dorp, in de richting van de weilanden, vandaar de naam. In de Weidestraat staat ook het Joods monumentje ter nagedachtenis aan de omgekomen joden in de Tweede Wereldoorlog: de families Croonenberg en Steinberg. Vanaf dat moment wonen in Grevenbicht geen joden meer.

 

Dat monumentje werd daar geplaatst, omdat in ’t Weike ooit de sjoel of de synagoge was ingericht. Die sjoel is waarschijnlijk in 1818 gebouwd, want tot dat jaar gingen de Grevenbichtse joden naar Sittard ter kerke, om de daaropvolgende jaren gebruik te maken van een eigen gebedshuis. In 1870 en 1886 moest de synagoge in de Wei-je worden hersteld om ze van de ondergang te redden. In laatst genoemd jaar woonden 45 joden in Grevenbicht, waarvan het merendeel in behoeftige omstandigheden. Het aantal joden moet daarna sterk zijn teruggelopen, aangezien kort vóór de Eerste Wereldoorlog de joodse gemeente zo’n gering ledental had, dat zij werd opgeheven. Hoe lang de synagoge daarna nog in tact bleef is niet bekend. Wel weten wij dat in 1966 de laatste schamele sporen van de specifieke inrichting van de Grevenbichtse synagoge zijn verdwenen.

 

Joodse gemeenschap te Beek.

Bron: http://www.vvvzuidlimburg.nl/uploads/i/plaatsen/pdf/21.pdf

Rond het einde van de 17e eeuw vestigen de eerste joodse inwoners zich in Beek en omliggende gemeenten. Omstreeks 1740 wonen er drie joodse gezinnen in Beek, tegen het einde van 18e eeuw is dit aantal tot twaalf toegenomen. Godsdienstoefeningen worden in die tijd in huissynagogen gehouden. In 1794 krijgen de joden toestemming hun doden aan de huidige Putbroekerweg te begraven. De oudste grafsteen aldaar dateert van 1795. In 1828 krijgt Beek de status van zelfstandige joodse gemeente met de rang van bijkerk. De eerste echte synagoge wordt in 1866 ingewijd. Vanwege het geringe aantal joodse inwoners is er van geregeld godsdienstonderwijs geen sprake. De meeste joden werken als slager of in de veehandel. Van het twintigtal joden dat aan het begin van de Duitse bezetting in Beek woont, hebben twaalf zich het leven weten te redden door onder te duiken. De overigen zijn gedeporteerd en in de concentratiekampen omgekomen.*) De joodse gemeente van Beek is na de oorlog niet opnieuw opgericht en is in 1954 samengevoegd met die vanMaastricht. In dat jaar is de synagoge tot woonhuis verbouwd. Later is ze aan de gemeente Beek verkocht en vervolgens afgebroken. Op de plek van de voormalige synagoge aan de Molenstraat bevinden zich twee oorlogsmonumenten, die herinneren aan de joodse slachtoffers uit Beek. De gemeente draagt zorg voor het onderhoud van de joodse begraafplaats. Het herdenkingsmonument voor de joodse synagoge op de kruising Molenstraat / Burg. Janssenstraat / Raadhuisstraat dateert uit 1987 en is ontworpen door Francisca Zijlstra.

*) Volgens een andere bron woonden in Beek 26 Joden waarvan er 10 omkwamen na deportatie.

Joodse gemeenschap te Urmond en Berg aan de Maas.

Van 1692 tot circa 1806 woonde 1 Joodse familie in Urmond, Isaack/Heijman, waarvan de familie Silbernberg te Sittard afstamt. Het betreft 4 generaties, waarvan de laatste in 1799 aan de Grotestraat woonde en nadien uit Urmond wegtrok. Een tweede familie woonde van 1794 tot rond 1800 in Berg aan de Maas, de familie Groenenberg (ook Cronenberg), die zich nadien in Obbicht vestigde.

Voor zover bekend kwam pas weer tegen 1845 een nieuwe Joodse familie naar Urmond (of Berg aan de Maas?), het gezin van Simon Claessens (uit Beek) en Elisabeth Neuman (uit Roermond), die er tot circa 1873 met hun kinderen woonden. In 1865/1866 vestigde zich in Berg aan de Maas de koopman Sousman Wolff uit Roermond, die gehuwd was met de Sittardse Sophia Hertz. Elisabeth Neuman was zijn tante. Het echtpaar kreeg liefst 15 kinderen (waarvan 2 jong gestorven), en na het overlijden van hun vader in 1892 hebben allen, inclusief de moeder, de gemeente verlaten.

De Joodse begraafplaats te Urmond, gelegen aan het Kloosterpad nabij de Grotestraat, werd in 1828 al vermeld, en toen woonden de families Claessens en Wolff er nog niet, dus dat zullen waarschijnlijk graven van de Silbernbergs zijn geweest. De enige grafsteen die bewaard is gebleven is die van Soesman Wolff, maar vermoedelijk liggen ook zijn vader (ovl. 1871) en tante (ovl. 1868) er begraven en wellicht nog andere familieleden. Een reële schatting lijkt dus dat er 10 tot 20 personen begraven zijn.

Het gemeentedossier over de begraafplaats leert dat de gemeente in 1937 de NIG Sittard verzocht een omheining om de begraafplaats te plaatsen, en in 1960 vond groot onderhoud plaats (o.a. nieuwe afrastering), waarvoor de kosten werden gedeeld tussen gemeente Urmond en NIK. In 1964 probeerde de gemeente het NIK te bewegen de Joodse begraafplaats te verplaatsen naar de algemene begraafplaats of naar Sittard. De omgeving was ver volgebouwd en men had nog meer bouwplannen en wilde een toegangsweg op die plek aanleggen. Niet veel later bleek de gemeente geldtekort te hebben en belandden de bouwplannen in de ijskast. Het was nog niet duidelijk of de NIK zou hebben ingestemd met verplaatsing.

Pinkas vermeldt dat volgens plaatselijke overlevering het koetshuis van een notariswoning niet ver van de begraafplaats als huissynagoge gebruikt zou zijn. De gemeente Urmond meldde echter in 1980 aan een onderzoeker dat Urmond geen huissynagoge heeft gehad. De Joodse gemeenschap lijkt daarvoor inderdaad te klein geweest te zijn.

 

Joodse gemeenschap te Eijsden.

 

Uit: Henk Boersma, De bevolking van het kanton Eijsden in 1796, Maastricht 2002, pag. 14.

 

Ook het ontstaan van een joodse gemeenschap in Eijsden kan men met enige voor­zichtigheid toeschrijven aan de inlijving van deze plaats door de Republiek der Verenigde Nederlanden. De Staten-Generaal, het bestuursorgaan van de Repu­bliek der Verenigde Nederlanden, voerde namelijk, in tegenstelling tot tal van an­dere landsheren, geen restrictief vestigingsbeleid ten aanzien van joden. Zij lieten het vestigingsbeleid over aan de lokale overheden. In Eijsden werd klaarblijkelijk door de heer en de schepenbank een tolerant vestigingsregime gevoerd, waarbij handelsbelangen wellicht ook een belangrijke rol speelden, waardoor zich hier een joodse gemeenschap kon ontwikkelen, zij het met veel beperkingen ten aanzien van politieke-, sociale- en economische vrijheden voor deze bevolkingsgroep. Pas in de Franse Tijd kwam aan deze situatie een einde en verkregen zij in alle opzichten dezelfde rechten als iedere burger. De oudste aanwijzigingen van joods leven in Eijsden gaan terug tot in 1651. Zeker sedert 1764 had men de beschikking over een synagoge. In 1783 werd de thans nog bestaande, maar niet meer in gebruik zijnde (huis-)synagoge gebouwd in de Diepstraat (Dorpstraat, [bij slagersgezin Coopman-Abraham]) te Eijsden. Het aantal joden in Eijsden varieerde tussen de 20 en de 50 personen. Bij het samenstellen van de Inwonerslijst [van 1796] waren het er zeker 35.

 

Er zijn geen aanwijzingen van de aanwezigheid van gereformeerden en/of joden in de andere plaatsen van het kanton [Eijsden].

 

 

Beschrijvingen van de Joodse gemeenschappen in Zuid-Limburg in "Pinkas".

 

Bron: "Pinkas - Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Nederland", door Jozeph Michman, Hartog Beem en Dan Michman, Kluwer Algemene Boeken, Ede/Antwerpen, en NIK Amsterdam 1992 (vertaald uit het Hebreeuws, oorspronkelijke uitgave Yad Vashem, Jeruzalem 1985).

 

Klik hier voor scans van:

 

Sittard

Beek, Eijsden

Grevenbicht, Gulpen, Heerlen

Maastricht

Meerssen, Vaals, Valkenburg

enkele statistieken

 

 

  ______________________________________________________________________________________________

V. Joodse gemeenschappen te Heinsberg en Gangelt

______________________________________________________________________________________________

 

Heinsberg - Religion - Jüdische Gemeinde (Wikipedia)

1642 lebten vier jüdische Familien in der Stadt. 1771 wird erstmals eine Synagoge erwähnt. Der erste jüdische Friedhof wurde 1800 behördlich geschlossen, weil er bereits dreimal belegt worden war. Nach 1808 durchgeführten französischen Erhebungen lebten damals 213 Juden in Heinsberg. 1811 erbaute man die zweite Synagoge. Nach einem Gesetz von 1847 schlossen sich die Gemeinden Erkelenz, Gangelt, Geilenkirchen und Heinsberg zu einem Synagogenverband mit Sitz in Geilenkirchen zusammen. Zu der Zeit hatten auch Dremmen und Randerath ein jüdisches Gotteshaus. 1927 lebten in Heinsberg 65 Juden, in Dremmen 6, in Unterbruch 1 und in Waldenrath 33 (mit eigener Synagoge). Die kleine Heinsberger Gemeinde wurde in der Zeit des Dritten Reiches ausgelöscht, ihre Mitglieder 1942 deportiert soweit sie nicht zuvor auswandern konnten, die Synagoge in der Pogromnacht geschändet und geplündert, das Gebäude während des schweren Luftangriffes am 16. November 1944 zerstört.

 

Gangelt - Religionen - Jüdische Gemeinde Gangelt  (Wikipedia)

Die ersten Juden wohnten nachweislich 1654 in Gangelt. Seit etwa 1820 besitzt Gangelt eine Synagoge, die nicht von den örtlichen Nationalsozialisten während der Reichspogromnacht 1938 verbrannt wurde, weil das Gotteshaus an einer Häuserzeile lag [was voorheen: die Aufgrund ihres unscheinbaren Aussehens im 2. Weltkrieg nicht zerstört wurde]. Dafür wurde es verwüstet, sein Inventar sowie wertvolle Kultgegenstände geplündert. Die Ruine ist bis heute erhalten (Heinsberger Str.). Seit 1877 besitzt Gangelt ebenfalls einen jüdischen Friedhof.

 

Am Rathaus der Gemeinde Gangelt wurde am 9. November 1991 eine Gedenktafel zur Erinnerung an die Opfer von Holocaust und „Euthanasie“ in der Zeit der NS-Herrschaft in Gangelt enthüllt:

 

"Wir gedenken der jüdischen Mitbürger und der Behinderten und Kranken,

die Opfer der nationalsozialistischen Gewaltherrschaft geworden sind.

Die Opfer mahnen uns."

 

Zie ook: Adresbuch Gangelt 1935

 

 

 ______________________________________________________________________________________________

 

VI. Joodse kleding in de Middeleeuwen en 19de eeuw

______________________________________________________________________________________________

 

 

Van: http://www.nerdseyeview.com/blog/?p=257 

judische_kleidung_mittelalter

Van www.dibbuk-ensemble.privat.t-online.de/75226.html  (website niet meer online):

ivan_kramskoi_judischerjungeimshtetl

Ivan Kramskoi (1837-1887) - Jüdischer Junge im Shtetl