Naar de Hoofdpagina
Naar Israëlisch-Palestijns conflict
IMO Blog,
05.08.2006
door Wouter Brassé
Het einde van de
bezetting
Een einde aan de bezetting en de oprichting van een Palestijnse staat lijkt
verder weg dan ooit. De Israëlische terugtrekkingen uit delen van de Westoever
en Gazastrook in het kader van het Oslo proces, boden Palestijnse terroristen
de gelegenheid om wapens en explosieven naar binnen te smokkelen, die werden
gebruikt voor aanslagen tegen Israël. Pas de herbezetting in 2002 kon hier
grotendeels een einde aan maken. Toen Israël zich in 2005 eenzijdig uit de
Gazastrook terugtrok, nam wederom de wapensmokkel toe, alsmede de beschietingen
met Qassam-raketten op Israëlische burgerdoelen. De muur oftewel het
veiligheidshek dat Israël sinds 3 jaar aan het bouwen is, kan de meeste
zelfmoordaanslagen tegenhouden, maar voor raketten vormt het geen beletsel.
Vergelijkbaar is het probleem in zuid-Libanon, waaruit Israël zich in 2000
geheel had teruggetrokken, en de Hezbollah sindsdien ongehinderd duizenden
raketten kon opstellen die een continue bedreiging voor de Israëlische burgers
vormen. Zoals de Israëlische cartoon hiernaast opmerkt: gevechten aan Israëls
zuidgrens en noordgrens, alleen aan de oostgrens is alles rustig, immers Israël
heeft zich nog niet uit de Westoever teruggetrokken.
http://drybonesblog.blogspot.com/2006/07/israel-at-war-on-two-fronts.html

Een
gedeeltelijke terugtrekking uit de Westoever was juist het speerpunt van de
nieuw gevormde regeringscoalitie, maar de gevechten aan de andere grenzen
hebben het draagvlak hiervoor onder de bevolking doen verdampen. Het lijkt erop
dat Israël niet kan zonder de controle over een bufferzone langs haar grenzen,
en dat is juist de plek waar een toekomstige Palestijnse staat zou moeten
komen. Onder Arafat trad de PA een tijdlang op tegen Palestijnse terroristen,
maar alleen in zoverre als dat Arafats agenda schikte. Wanneer dat zo uitkwam
gaf Arafat zelf groen licht en steun voor aanslagen, zoals bij de Tweede
Intifada. Abbas was meer bereid zich tegen het geweld uit te spreken, maar niet
bereid of bij machte ertegen op te treden, en van de huidige Hamas regering valt
in dit opzicht helemaal niets te verwachten. De 'hudna' (zg. wapenstilstand)
die Hamas een tijdlang in acht nam, hield in dat ze andere terroristische
groepen geen strobreed in de weg legde en openlijk haar instemming betuigde bij
'succesvolle' aanslagen, terwijl ze zelf wapens bleef smokkelen.
Nu de Israëli's eindelijk in meerderheid 'rijp' zijn om nederzettingen en
gebied op te geven, lijken zij gedoemd om de bezetting te laten voortduren voor
hun eigen veiligheid.
De buitenproportionele linkse reactie
De linkse partijen in Nederland, diverse hulp- en mensenrechtenorganisaties, en
afgeserveerde CDA-ers lopen nu weer te hoop tegen Israël vanwege haar
'disproportionele' geweld in Libanon. Evenals in de Gazastrook is het geweld
niet van gisteren. Hamas en Hezbollah hebben Israël al lang geleden de oorlog
verklaard, en Libanon zelf heeft na de oorlog van 1948 nooit meer dan een
wapenstilstand met Israël gesloten. Beschietingen vanuit Gaza en zuid-Libanon
en Israëlische tegenacties vonden al jaren plaats, dus men zou kunnen spreken
van een voortdurende kleinschalige oorlog, die doorging ondanks de Israëlische
terugtrekkingen. De afgelopen jaren heeft Israël doorgaans terughoudend
gereageerd op deze aanvallen om escalatie te voorkomen, vooral aan de Libanese grens.
De zware beschietingen en grondoperaties waarmee Israël nu reageert,
rechtvaardigt het als legitieme acties conform het oorlogsrecht. De aanvallen
op en ontvoering van Israëlische soldaten waren de druppels die de emmer deden
overlopen, maar de belangrijkste redenen voor de acties waren de aanhoudende
raketbeschietingen vanuit Gaza, en de dreiging van de Iraanse
Hezbollah-raketten in zuid-Libanon. Volgens
het oorlogsrecht is er niets 'buitenproportioneels' aan de Israëlische
reactie, en is Hezbollah de verantwoordelijke voor het doelbewust in gevaar
brengen van Libanese burgers, nog te zwijgen van het doelbewust beschieten van
Israëlische burgers.
De hypocriete stilte
Bij degenen die Israël aan de schandpaal nagelen voor haar ’barbaarse
oorlogsvoering’ (Dries van Agt in de Volkskrant van woensdag) is echter een
OORVERDOVENDE STILTE te horen betreffende de nog barbaarsere oorlogsvoering van
Hezbollah, die sowieso dit conflict begonnen is. De hypocrisie en selectieve
verontwaardiging druipen er weer eens vanaf... Een Ander Joods Geluid (EAJG)
beklaagt zich daadwerkelijk over de onmacht van de Palestijnen om met "een
paar verdwaalde Qassamraketten" [sic] veel slachtoffers te maken. Men
suggereert zelfs dat met groepen als Hezbollah en 'de democratisch gekozen
Hamas-regering' te praten valt. EAJG zegt voor Israël te zijn, alleen het
beleid van de democratisch gekozen regeringen van de afgelopen 58 jaar keurt
men af, en in een staaltje van omkering doet men of de buurlanden slechts in
vrede en veiligheid willen leven, maar Israël degene is die hen dat niet zou
gunnen.
Farah Karimi (GroenLinks) wil niet dat via Nederland Amerikaanse precisiebommen
naar Israël worden gebracht. Zonder precisiebommen zullen er echter juist meer
Libanese burgers sterven, omdat Israël dan slechter kan richten. Mischien moet
ze ervoor pleiten dat die precisiebommen aan de Hezbollah worden geleverd,
zodat zij beter op de Israëlische burgers kunnen mikken. Immers om echt cynisch
van te worden is de kritiek dat er veel meer Libanese dan Israëlische burgers
sterven (kritiek die ook steeds bij het Israëlisch-Palestijnse conflict te
lezen is). Wat moet Israël hieraan doen? Men probeert al zoveel mogelijk burgerslachtoffers
aan de andere kant te vermijden. Misschien moet men de eigen burgers meer aan
aanvallen blootstellen? Of een eenzijdig staakt-het-vuren instellen, totdat
Hezbollah haar 'achterstand' heeft ingehaald? Misschien moet Israël Hezbollah
van beter wapentuig voorzien: we zijn immers allemaal voorstanders van een
eerlijke strijd!
Links kiest traditioneel de kant van de slachtoffers, en dat is Israëls
probleem: er sterven te weinig Joden in het conflict....