Deze databank is een project van Wil Brassé in samenwerking met Euregionaal Historisch Centrum Sittard-Geleen

 icon_englishflag icon_germanflag 

 

Ga  naar: Joodse Databank ProGen /Joodse Databank Geneanet /Joodse Databank MyHeritage /

Toelichting databank / Bronverwijzingen / Informatie & statistieken regio / Vermeldingen tot Franse tijd / Jodenvervolging / Foto's /

 De vergeten joden van Geleen 1920-1950 / Website Stolpersteine Sittard-Geleen

 

 

Laatste wijziging op deze pagina: 5 maart 2015

 

" De vergeten joden van Geleen, 1920-1950 " 

 

- door W.M.H. Brassé, J.M. Lemmens, J.P.L.G. Offermans (+) en J.H. Strijkers.

Uitgave Stichting Cultuur-Historische Uitgaven Geleen (SCHUG), Geleen 2012.

 

Op deze pagina vindt u enkele correcties en aanvullingen op het boek.

 

[Pagina wordt nog aangevuld]

 

(zie ook: Eindelijk een gedenkteken voor de Joden in Geleen)

 

 

VergetenJodenVan Geleen_voorkaft-klein

Op 25 augustus 1942 werden in Geleen vanaf het gemeentehuis een twintigtal joden weggevoerd door de nazi’s, en in de maanden daarna werden er nog eens twaalf gedeporteerd. Slechts één hiervan keerde terug uit de kampen. Enkele anderen werden van elders gedeporteerd of overleden tijdens hun onderduikperiode.

 

Ter herinnering aan deze zwarte dag in de geschiedenis van de joodse gemeenschap in Geleen is op vrijdag 24 augustus 2012, zeventig jaar na dato, een plaquette aan de gevel van het gemeentehuis in Geleen onthuld. Tevens werd een boek over de geschiedenis van de joden in Geleen gepresenteerd: "De vergeten Joden van Geleen 1920-1950".

 

De Stichting Cultuur-Historische Uitgaven Geleen (SCHUG) tekende voor de uitgave van het boek, dat vanaf zaterdag 25 augustus voor 15 euro te koop is in de boekwinkels van Geleen en Sittard.

image107

De plaquette, ontworpen door kunstenaar Appie Drielsma, was een initiatief van Gelener Arno Bemelmans en kon uiteindelijk worden gerealiseerd dankzij steun van de Werkgroep Interkerkelijk Kringenwerk Geleen. De aanvankelijke inzet was een monument of gedenksteen met alle namen van de vermoorde joden, maar dat ging het gemeentebestuur te ver.

PlaquetteJodendeportatieMaastricht_BreurHenket

Eerder diezelfde dag werd ook in Maastricht een plaquette onthuld (ontworpen door Rob Ubachs), welke een initiatief was van Herman van Rens uit Beek. Bij de school aan de Prof. Pieter Willemsstraat 39 te Maastricht werden eind augustus 1942 ongeveer 300 Joden uit heel Limburg verzameld, waaronder de twintig uit Geleen.

 

Zie ook de video van deze onthulling.

 

 ______________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________

 

Jodenvervolging in Geleen:

 

Tijdlijn Jodenvervolging 1940-1944 (Geleen en algemeen)

Lijst Joodse slachtoffers uit Geleen

Correcties en aanvullingen op het boekje

Herkomstplaatsen Geleense Joden

______________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________

  

 

Tijdlijn Jodenvervolging 1940-1944 (Geleen en algemeen) 

 

10/15-05-1940

Duitsland valt Nederland binnen, dat zich na vijf dagen vechten en zware bombardementen op Rotterdam overgeeft.

22-06-1940

Alle joodse winkels in Geleen worden door de Duitsers beklad met het opschrift ‘Jüdisches Geschäft’.

01-07-1940

Joden moeten de luchtbescherming verlaten.

26/27-07-1940

Bij joodse winkels in Geleen en Heerlen worden 'snachts de ruiten ingegooid; van 12-14 juli gebeurde hetzelfde te Sittard.

Limburger_ma29-7-1940_ruitenGeleen De Limburger, maandag 29 juli 1940.

31-07-1940

Verbod op ritueel slachten

06-09-1940

De Secretarissen-Generaal van de diverse overheidsdepartementen moeten beloven geen joden meer in overheidsdienst te benoemen.

05-10-1940

Overheidspersoneel moet Ariër-verklaring tekenen.

22-10-1940

Joodse ondernemingen moeten zich melden bij de Wirtschaftsprüfstelle.

21-11-1940

Aankondiging gaat uit, waarbij joden uit hun overheidsfuncties worden ontheven.

10-01-1941

Registratieplicht voor joden, melden bij de gemeente voor 21 februari; burgemeester Damen van Geleen laat op 15 april weten dat 67 personen zich hadden laten registreren.

05-02-1941

Artsen moeten opgeven of zij van joodse bloede zijn of niet.

13-02-1941

Vorming van de Joodse Raad voor Amsterdam.

12-03-1941

Verordening betreffende de benoeming van een Verwalter - (Duitse) Beheerder in joodse bedrijven.

31-03-1941

Oprichting van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung - Centraal Kantoor voor Emigratie van Joden.

11-04-1941

Het eerste nummer van het Joods Weekblad verschijnt.

01-05-1941

Joden mogen maar beperkt werkzaam zijn in vrije beroepen. Joden worden verplicht om hun radiotoestellen in te leveren.

04-06-1941

Bewegingsvrijheid van joden wordt beperkt

08-08-1941

Verordening inzake joods geldelijk vermogen en grondbezit.

09-08-1941

Burgemeester Damen van Geleen geeft 61 namen en adressen van 'personen van Joodschen bloede' door aan het Gewestelijk Arbeidbureau te Heerlen.

01-09-1941

Joodse kinderen mogen niet meer naar reguliere scholen; in de onderwijzerswoning naast de synagoge in Sittard wordt provisorisch een schooltje ingericht, waar drie jongelui (Albert Sassen, Lore Moses en Werner) de kinderen uit Sittard, Geleen en omgeving les geven, naast rabbijn Blijdenstein.

image017 Rechts de onderwijzerswoning naast de synagoge in de Plakstraat.

15-09-1941

Plakkaten met opschriften "Verboden voor Joden" verschijnen. Joden mogen geen bezoeken meer brengen aan parken, dierentuinen, cafés, restaurants, hotels, pensions, schouwburgen, cabarets, variétés, bioscopen, sportinrichtingen, concerten, openbare bibliotheken, leeszalen of musea.

Joden_Valkenburg-CE_06_26

(1942) Bron: fotocollectie Alphons Hustinx op X-Cago website

01-11-1941

Joden moeten verenigingen waarvan ook niet-joden lid zijn verlaten.

07-11-1941

Joden mogen zonder verlof of reisvergunning niet meer reizen of verhuizen.

25-11-1941

Het nieuwe Duitse Reichsbürgergesetz treedt in werking, waardoor alle joden die in het buitenland wonen, waaronder vele Geleense joden, het Duitse staatsburgerschap verliezen. Sommigen waren dit al eerder kwijt geraakt op grond van andere verordeningen.

1941

Richard Kaufmann uit Geleen wordt opgepakt en belandt in een werkkamp in Nederland; in oktober 1942 wordt hij naar Westerbork overgebracht.

Kaufmann Richard PB-b pasfoto uitsnede Persoonsbewijs Richard Kaufmann (foto: Rode Kruis)

01-01-1942

Joden mogen geen niet-joods huishoudelijk personeel meer hebben.

09-01-1942

Openbaar onderwijs is voor joden verboden.

23-01-1942

Autorijden voor joden verboden. Persoonsbewijzen voor joden moeten van een "J" voorzien zijn.

25-03-1942

Joden mogen niet meer met niet-joden trouwen, Buitenechtelijke seksuele omgang met niet-joden zal zwaar gestraft worden.

26-03-1942

Het is verboden huisraad uit woningen van joden te verwijderen.

24-04-1942

Een groot aantal joodse slagerijen moet sluiten.

02-05-1942

Verordening waarbij het dragen van de Jodenster verplicht wordt gesteld. Het is een gele lap met daarop gedrukt de Davidster. In de ster staat in zwart het woord "Jood." De Davidster moet altijd zichtbaar en in het openbaar gedragen worden.

jodenster Rie op den Camp uit Geleen schrijft hierover op 9 mei in zijn dagboek*:

Stil verzet tegen de Jodenster: vele mensen groeten elke Jood, ook als ze hem niet kennen en sommige niet-Joden dragen een ster. Ook heeft men op diverse plaatsen bordjes met de woorden 'Voor Joden verboden' weggehaald. De moffen hebben hier en daar 'overtreders' gearresteerd.

12-05-1942

Joden mogen geen rekening meer hebben bij de postgiro dienst.

19-05-1942

Radiobouwer Frederik Goldsteen uit Geleen wordt opgepakt, nadat hij tegen het verbod in is doorgegaan met radio's bouwen en zich negatief over de Führer heeft uitgelaten. Via Kamp Amersfoort komt hij later in Westerbork terecht en vandaar in Auschwitz

29-05-1942

Joden mogen niet meer vissen en kunnen geen visakte meer aanvragen.

05-06-1942

Volledig reisverbod voor alle joden.

12-06-1942

Joden mogen geen groenten in niet-joodse winkels kopen. Elke sport is voor joden verboden.

26-06-1942

De Joodse Raad wordt ingelicht over deportatie van Joden naar het Oosten.

30-06-1942

Joden mogen na 20.00 uur 's avonds niet meer op straat zijn. Zij mogen niet meer fietsen en moeten hun rijwielen inleveren.

06-07-1942

Telefoneren voor joden verboden, joden mogen niet meer bij niet-joden op bezoek.

15-07-1942

De eerste deportatie trein met 1137 slachtoffers vertrekt vanuit Hooghalen naar Auschwitz-Birkenau.

26-07-1942

In alle katholieke kerken wordt een brief van de bisschoppen voorgelezen waarin zij hun eerdere protesten tegen onder meer de Jodenvervolging herhalen.

31-07-1942

Joden mogen niet meer in kapsalons komen

02-08-1942

In heel Nederland worden katholiek gedoopte joden opgepakt; in Geleen zijn dat er vier, waarvan eentje (een non) naar Auschwitz wordt afgevoerd en vergast. De andere drie, die gemengd gehuwd zijn, worden weer vrijgelaten. Rie op den Camp uit Geleen schrijft hierover op 4 augustus in zijn dagboek*:

Naar ik vernam hebben de Duitsers verleden zondag alle katholieke joden gearresteerd en weggevoerd om in kampen te werken. Dit is een represaille tegen het voorlezen van de brief van de Nederlandse bisschoppen op 26 juli jl. waarin de geestelijkheid het opnam voor de joden. Ook uit het klooster in de Geenstraat is een zuster meegenomen.

09-08-1942

Luise Löwenfels (zuster Maria Aloysia, 1915-1942), kloosterlinge in het klooster aan de Geenstraat te Geleen, wordt als eerste Geleense vanwege haar afkomst vermoord in Auschwitz, samen met onder anderen de later heilig verklaarde zuster Edith Stein uit Echt.

luise_loewenfels In 2006 is voor haar een gedenksteen onthuld. Verdere informatie:

- "Luise Löwenfels een "vergeten" martelares", Geleen, september 1998. Uitgave Arme Dienstmaagden van Jezus Christus.

- "Bij een grafsteen", door W.H. van Bergen; artikel in het Heemkundig Tijdschrift nr. 3 - 1985 blz. 140-156.

25-08-1942

Joden uit heel Limburg worden opgeroepen voor "werkverschaffing" in het oosten. Uit Geleen wordt een twintigtal mannen onder de zestig, hun vrouwen en kinderen per autobus naar Maastricht vervoerd. Vrijwel alle vrouwen en kinderen zijn nog voor het eind van de maand in Auschwitz vergast. De mannen bezwijken na een lange tocht langs verschillende werkkampen in Polen. Rie op den Camp uit Geleen schrijft hierover in zijn dagboek*:

Ruim 20 joden uit onze gemeente zijn vandaag weggevoerd. In Sittard zijn er meer dan 50 op transport gesteld. Ze zullen, zo zegt men, in Polen te werk gesteld worden. Men kan ervan op aan, dat die mensen daar hard zullen moeten werken en dat men met de zweep erachter zal zitten. Daar deinst de mof niet voor terug. Bovendien zullen man, vrouw en kinderen gescheiden worden. Iedereen is ervan overtuigd dat we die mensen nooit meer zullen terugzien, immers van de geruchten, dat er op de joden met gasbommen "geoefend" wordt en dat ze met honderden en duizenden neergemitrailleerd worden, berusten er zonder twijfel op waarheid. Ik kan met absolute zekerheid zeggen, dat in Duitsland gebrekkige niet-joden (ouden van dagen, oorlogsgewonden) van kant worden gemaakt. Hiertegen heeft Mgr. van Galen, bisschop van Munster, fel uitgepakt in zijn preken. Welnu, een staat die rijksgenoten, welke geen dienst meer doen in de maatschappij, ijskoud vermoordt, zal toch zeker geen eerbied hebben voor "staatsvijanden" (zoals men de joden beschouwt).
Het was indrukwekkend wat vanmiddag op de Markt plaatsvond. Gepakt en gezakt kwamen de joden aan. Ze droegen van alles mee, in dekens gewikkeld. Ze zagen er uit als vluchtelingen, zoals men die soms op foto's ziet. Velen hadden gehuild. Sommigen toonden zich flink en kalm. Honderden mensen stonden te kijken. Overal stonden moffen tussen de mensen in, om hun gesprekken af te luisteren. Ik hoorde een Duitse soldaat zeggen: "Arme Menschen, wir müssen uns schämen, dass wir zu so eines Volk gehören". Dit getuigt ervan, dat er ook onder de Duitsers mensen zijn die gevoel hebben. Sommige toeschouwers stonden de tranen in de ogen. Om half vijf kwam een autobus, waarmee de joden werden weggereden naar Maastricht. Hun bagage (voor iedere persoon ca. 25 kg) werd op vrachtwagens geladen. Allemaal hadden ze hun haar moeten laten knippen. Er waren oude zowel als jonge mensen bij, zelfs een kind van 7 maanden [onbekend wie dit was]. Toen de bus vertrok, werden de joden door de honderdkoppige menigte nagewuifd. De SA-mannen in uniform deden niets....
In Sittard zou een meisje dat een door een jood vergeten pakket voor deze had opgehaald, meegenomen zijn. In Maastricht, zo zegt men, werden reeds de kinderen aan de ouders ontnomen. Een 19-jarige zoon van Cohen uit Lutterade is gevlucht. Men vertelt dat hij zich verdronken heeft. [Dit was Gerrit Cohen, * 1921; hij overleefde de oorlog.] In Beek zijn ook twee joden ontvlucht. Ook deze zouden zelfmoord gepleegd hebben. Door de Duitsers zijn hier uit Geleen o.a. meegenomen: onze vroegere buren, mijnheer en mevrouw Winter met hun kinderen van 4 en 2 1/2 jaar [bedoeld moet zijn gezin Freimark-May, het echtpaar Winter-May had geen kinderen], mijnheer en mevrouw Winterscheidt [een aliasnaam van het echtpaar Meyer-Kaufmann], mijnheer en mevrouw Meyer [bedoeldt hij twee keer hetzelfde echtpaar?], mijnheer en mevrouw Cohen met twee dochters van ongeveer 13 en 9 jaar [echtpaar Cohen-Ten Brink met drie dochters Frieda, 18, Henny, 16, en Josephine, 12] en twee dochters van familie Baum (ongeveer 18 jaar) [Helene Roer, 20, en Ilse Roer, 17; hun moeder heette Baum].

30/31-08-1942

Elf Geleense Joden worden bij aankomst in Auschwitz vergast; twee jonge vrouwen sterven enkele weken later in het kamp; vijf mannen komen om in de tijd erna, ergens in een werkkamp in Midden-Europa.

15-09-1942

Studieverbod voor joodse studenten.

02/03-10-1942

Razzia's op joodse werkkampen. Onder meer Richard Kaufmann uit Geleen wordt naar Westerbork overgebracht.

10-11-1942

Gustaaf van Dam, die met zijn familie tot begin 1939 in Geleen had gewoond, wordt opgepakt in Amsterdam; na een proces komt hij in een Nederlandse gevangenis en wordt later via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Hoe en waar hij aan zijn einde komt is nooit duidelijk geworden.

Guus van Dam_klein                            NIW17-08-1945_inlichtingenGuusVanDam1339192084_klein 

De jonge Guus in betere tijden.    Een oproep uit het NIW van 17 augustus 1945 (bron: website kranten KB).

01-1943

In Geleen wordt een ondergedoken joods echtpaar, afkomstig uit Eindhoven, opgepakt en gedeporteerd. Tientallen andere onderduikers hebben in Geleen de bevrijding mogen meemaken.

image054 

Betty Keyzer overleefde dankzij onderduik in Oud-Geleen bij de familie Peters-Roberts.

16-01-1943

De eerste joden komen in Kamp Vught aan.

21-01-1943

Ontruiming van het joodse krankzinnigengesticht Het Apeldoornse Bos, waar ook twee oud-inwoners van Geleen verblijven. Vrijwel alle gedeporteerden komen om in Auschwitz.

holocaustresearchproject 

Personeel van het Apeldoornse Bos rond 1940 (bron: www.holocaustresearchproject.org ).

05-02-1943

Joden mogen geen brieven of verzoekschriften aan Duitse instanties zenden. Alle post moet via de Joodse Raad gaan.

08/10-04-1943

Alle overgebleven joden uit de provincies Limburg, Groningen, Friesland, Drente, Overijssel, Gelderland, Zeeland en Noord-Brabant, afgezien van de gemengd gehuwden, moeten zich naar het Kamp Vught begeven. Hieronder zijn acht ouderen uit Geleen. Nog drie andere Joden uit Geleen worden gedeporteerd, waaronder de vertegenwoordiger van de Joodse Raad en zijn vrouw. Die vrouw is de enige Geleense die de kampen zal overleven. De meeste anderen van deze groep worden in mei 1943 in Sobibor vergast.

05-05-1943

Brief van dr. Harster, SS-Brigadeführer und Generalmajor der Polizei, betreffende de eindoplossing van het jodenvraagstuk. Algemene richtlijn: De Reichsführer SS Heinrich Himmler wenst dat in de loop van dit jaar zoveel joden als menselijkerwijs mogelijk is, naar het Oosten op transport worden gesteld

09-1943

Gemengd gehuwde Joden krijgen vrijstelling van het dragen van de Jodenster.

09-1943

Het Geleense echtpaar Levy, dat op 25 augustus 1942 was gedeporteerd naar Westerbork, wordt nu ook naar Auschwitz gebracht, en overlijdt ergens in de volgende maanden.

10-1943

Carolina Goldsteen-Mendel uit Geleen wordt samen met haar Sittardse schoondochter opgepakt uit de onderduik en gedeporteerd.

44-Karolina-Goldsteen-Mendel-8-April-1939-59-years-old Lina Goldsteen in 1939 (foto: Gershon Goldsteen).

12-1943

Er wordt een begin gemaakt met het oproepen van gemengd gehuwde joden voor werkkampen. Het joodse vraagstuk in Nederland wordt beschouwd als opgelost.

03-1944

Gemengd gehuwde Joden krijgen oproepen om zich te laten steriliseren of hun onvruchtbaarheid aan te tonen, en moeten zich bovendien melden voor tewerkstelling in een verzamelkamp bij Meppel. De meesten vertrouwen dit niet en duiken alsnog onder, of proberen met valse doktersverklaringen onder sterilisatie uit te komen. Bij een razzia in Limburg op 31 maart 1944 wordt o.a. de 58-jarige Rebecca Harmsen-Samuel uit Geleen opgepakt en naar Westerbork overgebracht, maar na tien dagen weer vrijgelaten. Haar gelijktijdig opgepakte joodse moeder wordt echter gedeporteerd en op 8 april vermoord in Auschwitz, samen met nog 3 Limburgse joden die bij de razzia werden aangetroffen.

MullerSamuel_fotoRebeccaSamuel Rebecca Harmsen-Samuel.

 

* "De Tweede Wereldoorlog in en rond Geleen - Dagboek van een Geleense jongen", door Rie Op den Camp, Uitg. 2003; ISBN 90-9017541-5

______________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________

 

 

Gedeporteerde en niet meer teruggekeerde Joden uit Geleen

 

 

Naam

Voornamen

Geboren

Overleden*

1

Freimark-Adler

Hermine

12-12-1876 Urspringen (D)

14-05-1943 Sobibor

2

Baum

Max

04-01-1907 Bauchem (D)

31-03-1944 Auschwitz

3

Cohen-Ten Brink

Esthella Carolina

05-06-1904 Ootmarsum

31-08-1942 Auschwitz

4

Meyer-Cahn

Jeanette (Jetta)

18-12-1859 Leutesdorf (D)

10-05-1943 Westerbork

5

Claessens

Albert

19-04-1905 Obbicht

30-04-1943 Midden-Europa

6

Cohen

Frieda

11-07-1924 Vaals

31-08-1942 Auschwitz

7

Cohen

Henny

30-10-1925 Vaals

26-09-1942 Auschwitz

8

Cohen

Josephine

09-07-1930 Geleen

31-08-1942 Auschwitz

9

Cohen

Simon

01-05-1889 Midwolda

31-08-1942 Auschwitz

10

Freimark

Ernst

12-08-1936 Frankfurt (D)

31-08-1942 Auschwitz

11

Freimark

Friedrich

27-10-1902 Marktheidenfeld (D)

30-04-1943 Midden-Europa

12

Freimark

Kurt

21-12-1939 Heerlen

31-08-1942 Auschwitz

13

Levy-Goldschmidt

Irene

15-02-1907 Rheda (D)

30-11-1943 Auschwitz

14

Goldschmidt

Josef

24-10-1867 Rheda (D)

28-05-1943 Sobibor

15

Goldsteen

Frederik

09-07-1918 Rheydt (D)

15-08-1942 Auschwitz

16

Levi-Harf

Rosalie

27-10-1880 Mönchengladbach (D)

28-05-1943 Sobibor

17

Goldschmidt-Jacob

Frieda

19-02-1869 Rheda-Wiedenbrück (D)

07-10-1943 Maastricht**

18

May-Jacobsohn

Klara

14-05-1871 Neckarbischofsheim (D)

14-05-1943 Sobibor

19

Meyer-Kaufmann

Berta

03-01-1912 Köln (D)

31-08-1942 Auschwitz

20

Kaufmann

Margard

10-11-1928 Gronau (D)

03-09-1943 Auschwitz

21

Kaufmann

Richard

30-06-1886 Moers (D)

03-09-1943 Auschwitz

22

Heimberg-Klestadt

Bertha

28-12-1891 Büren (D)

25-01-1943 Auschwitz***

23

Claessens-Krzanowska

Ajga

17-03-1909 Zawiercie (Polen)

31-08-1942 Auschwitz

24

Lebenstein

Ida

16-05-1888 Ochtrup (D)

28-05-1943 Sobibor

25

Levy

Arnold

27-05-1880 Wuppertal-Elberfeld (D)

28-05-1943 Sobibor

26

Levy

Hans Erich

22-03-1911 Düsseldorf (D)

31-03-1944 Polen

27

Löwenfels

Luise

05-07-1915 Trabelsdorf (D)

30-09-1942 Auschwitz

28

Freimark-May

Gertruda

16-02-1902 Niedermendig (D)

31-08-1942 Auschwitz

29

Winter-May

Irma Johanna

30-08-1908 Niedermendig (D)

31-08-1942 Auschwitz

30

Goldsteen-Mendel

Carolina

06-07-1880 Tetz (D)

22-10-1943 Auschwitz****

31

Meyer

Max

23-01-1900 Remagen-Oberwinter (D)

30-04-1943 Midden-Europa

32

Roer

Helene

14-09-1921 Zülpich (D)

31-08-1942 Auschwitz

33

Roer

Ilse

20-02-1925 Zülpich (D)

31-08-1942 Auschwitz

34

Baum-Salmagne

Sophia

12-06-1867 Eilendorf (D)

16-11-1943 Bergen-Belzen

35

Willner

Paul Siegfried

05-06-1902 Aachen (D)

30-04-1943 Midden-Europa

36

Winter

Gustav

01-11-1897 Korschenbroich (D)

30-04-1943 Midden-Europa

37

Kaufmann-Zilversmit

Adele

07-12-1890 Gronau (D)

03-09-1943 Auschwitz

 

* Van veel van deze slachtoffers is een formele overlijdensdatum vastgesteld, maar is de eigenlijke overlijdensdatum onbekend. Uitgegaan is dan van de laatste datum waarop zij waarschijnlijk nog in leven waren. Deze lijst bevat nog de 'officiële' data, van sommigen weten we inmiddels dat zij enkele dagen of weken eerder of later zijn vermoord.

** Waarschijnlijk ter bescherming in een ziekenhuis of klooster te Maastricht opgenomen.

*** Zij werd gedeporteerd vanuit Apeldoorn.

**** Zij werd elders opgepakt uit de onderduik.

 

Van de uit Geleen gedeporteerden overleefde slechts 1 vrouw de concentratiekampen. Ongeveer 12 mensen overleefden door onder te duiken. Ongeveer 10 mensen overleefden doordat zij gemengd gehuwd waren of slechts één van hun ouders van Joodse afkomst was.

 

Op deze lijst ontbreken oud-inwoners van Geleen en andere slachtoffers die in het boekje wel vermeld worden. (Overigens is discutabel of Bertha Heimberg-Klestadt nog als inwoonster van Geleen gold.)

 

Het echtpaar Kleinkramer-Cohen was uit Eindhoven afkomstig, maar werd tijdens onderduik in Geleen opgepakt in januari 1943:

Ruben Salomon Kleinkramer                      1903 Strijen               1943 Auschwitz

Elisabeth Helena Kleinkramer-Cohen        1910 Rotterdam         1943 Auschwitz

De weduwe Samuel-Noach uit Deventer zat waarschijnlijk bij haar dochter in Geleen ondergedoken en werd opgepakt in maart 1944:

Neeltje Samuel-Noach                                  1862 Deventer           1944 Auschwitz

 

De familie Van Dam had tot 1939 in Geleen gewoond, verhuisde toen naar Doenrade en in 1940 naar Amsterdam. Twee van de vijf gezinsleden overleefden de oorlog niet:

Gustaaf van Dam                                        1921 Eindhoven        1944 Midden-Europa

Louis van Dam                                            1895 Eindhoven        1945 Rotterdam (onderduik)

 

Max Harmsen was in Geleen opgegroeid en woonde sinds 1937 te Obbicht; zijn ex-schoonzus had in 1937 korte tijd in Geleen gewoond:

Max Harmsen                                               1914 Haarlem            1945 Mauthausen

Fanny Hilde Morell-Katzenstein               1913 Hannover          1943 Auschwitz

 

Het gezin Moses had eerst in Geleen gewoond en was eind jaren '30 naar Sittard verhuisd:

Albert Moses                                                1890 Linnich             1944 Auschwitz

 

De familie Rosenboom had van 1936 tot 1938 in Geleen gewoond en voorheen en nadien te Sittard:

Saartje Rosenboom                                       1919 Zevenaar           1943 Heerlen (onderduik)

 

De families Kellerman en Khan hadden in de jaren '20 slechts korte tijd in Geleen gewoond:

Louis Kellerman                                          1885 Amsterdam       1943 Auschwitz

Bernard Kellerman                                       1877 Amsterdam       1943 Sobibor

Barend Khan                                                1885 Hoogeveen        1942 Auschwitz

Marrigje Khan-Meijer                                 1901 Geldermalsen    1942 Auschwitz

Levie Khan                                                    1922 Brunssum         1943 Natzweiler-Struthof

Henriette Khan                                            1924 Sittard              1942 Auschwitz

 

Salomon Goldschmidt was overleden kort voordat hij zou zijn gedeporteerd:

Salomon Goldschmidt                                  1857 Rheda                1943 Geleen (begraven Sittard)

 

De aantallen:

35 inwoners van Geleen werden van daaruit gedeporteerd

1 persoon is in Maastricht overleden (verm. in ziekenhuis)

1 persoon is uit Het Apeldoornse Bos gedeporteerd

1 persoon is in Geleen overleden voor deportatie

3 onderduikers te Geleen opgepakt

6 oud-inwoners sinds 1937 gedeporteerd (waarvan 2 uit onderduik opgepakt)

6 oud-inwoners sinds 1920 gedeporteerd

Inclusief onderduikers en oud-inwoners is het totaal aantal Geleense Joden die de oorlog en vervolging niet overleefden dus 53.

 

Enkele naaste verwanten die in het boekje voorkomen maar nooit in Geleen gewoond hebben:

Johanna Gottschalk-Baum                          1896 Bauchem           1942 Auschwitz        (inwoonster Valkenburg)

Max Baum                                                    1907 Linnich             1943 Auschwitz        (inwoner Oirsbeek)

Alfred Goldsteen                                          1906 Kohlscheid        1945 Mauthausen     (inwoner Den Haag)

Emanuel Kellerman                                     1892 Amsterdam       1943 Sobibor             (inwoner Tilburg)

Dorothea Julia Sassen-Alexander               1915 Gelsenkirchen   1944 Auschwitz        (inwoonster Sittard)

Jacob Ernst Sassen                                      1936 Sittard              1943 Auschwitz        (inwoner Sittard)

Nathan Herman Sassen                               1940 Sittard              1943 Auschwitz        (inwoner Sittard)

Johanna Salm-Wolff                                   1900 Köln                  1941 Lodz                  (inwoonster Köln)

Elfriede Goldsteen-Lebenstein                    1913 Ochtrup             1943 Auschwitz        (inwoonster Sittard)

Julie Irma Lebenstein                                  1911 Ochtrup             1943 Auschwitz        (inwoonster Sittard)

Johanna Lebenstein-Rübsteck                     1877 Frimmersdorf   1943 Sobibor             (inwoonster Sittard)

 

NB: Enkele Geleense joden die in het boekje onvermeld bleven:

- Albert Heuman heeft in 1932 (waarschijnlijk kortstondig) met zijn vrouw Sara van Dijk en zoontje Emannuel Victor in Lutterade gewoond. Ten tijde van de Duitse bezetting woonden zij in Sittard, waar zij als slachtoffers van de Shoah herdacht worden.

- Maria Anna Gottschalk-Frenkel, weduwe van Adolf Gottschalk, woonde bij haar zoon en schoondochter Gottschalk-Baum in Valkenburg. Nadat deze in augustus 1942 gedeporteerd waren, trok zij in bij de familie Baum op de Bloemenmarkt in Lindenheuvel. Van daaruit werd ze in april 1943 gedeporteerd naar Vught. Ze overleefde de oorlog.

 

N.B.:

In sommige lijsten werd bij (met name) Duitse immigranten/vluchtelingen als tweede voornaam Sara of Israel vermeld. Dit kwam voort uit een anti-Joodse Nazi-maatregel, reden waarom deze 'extra' voornamen hier niet vermeld worden:

 

24.08.1938

Nur noch jüdische Vornamen für Juden

Tarnung unmöglich gemacht - Sara oder Israel müssen als zusätzliche Vornamen angenommen werden

[mit einer Liste der zugelassenen männl. und weibl. Vornamen]

Westdeutscher Beobachter, Mittwoch, 24. August 1938, Titelseite, 3sp

[bron: http://www.geschichtswerkstatt-dueren.de/juden/fundstellen/1938_1.html ]

 

______________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________

 

 

Correcties en aanvullingen op "De vergeten joden van Geleen, 1920-1950"

 

We wilden het boekje presenteren bij de onthulling van de plaquette eind augustus 2012, ter gelegenheid van de herdenking dat 70 jaar geleden de jodendeportaties uit Geleen en Limburg begonnen. Tot aan de deadline voor het drukken van dit boekje (en ook daarna) werden aanvullende gegevens gezocht en gevonden, die helaas niet meer allemaal konden worden opgenomen in de publicatie. Door de vele wijzigingen en aanvullingen in de tekst, en doordat de afwerking tijdens de vakantieperiode plaatsvond, zijn er ook enkele tekstuele foutjes in blijven staan, de één wat storender dan de ander. Hieronder daarom wat correcties en aanvullingen, en tevens foto's die niet konden worden geplaatst of die we pas later ontvingen.

De zwartwit-foto's van de Sittardse grafstenen zijn overgenomen van de website van het Steinheim Institut.

Het boekje bevat maar beperkte genealogische informatie en vaak ook niet de precieze geboorte- en trouwdata, hoewel die meestal wel bekend zijn. Dit is om de tekst leesbaar te houden en omdat aanvankelijk een bijlage met familiestambomen was voorzien, die uiteindelijk is komen te vervallen. De geboortedata van de Geleense slachtoffers staan in de lijst hierboven vermeld, en verdere familiegegevens kunnen gevonden worden in mijn databank.

De oplage van het boekje was aanvankelijk 250 exemplaren; eind november 2012 zijn 100 boekjes bijgedrukt.

 

pag. 27-29, familie Baum, Bloemenmarkt 7:

- Van deze familie waren ons nog geen foto's bekend. Voor de duidelijkheid: het op pag. 27 afgebeelde echtpaar Baum-Lichtenstein maakte geen deel uit van de hier besproken familie, al heeft de vrouw wel kortstondig op dit adres gewoond. In mei 2013 bezochten een zoon van Karl Baum en een dochter van Kurt Moses samen met hun partners en een dochter Sittard, en mochten we van hen een cd met oude familiefoto's ontvangen. Ook dook een oude klassefoto op waarop Ilse Roer stond.

IMG_0099_Jennie-Max-Roer-klein IMG_0105-IlseHelenaRoer-klein

Jennie Roer-Baum met haar in 1932 overleden man Max, en de dochters Ilse en Lena Roer.

IMG_0039-SamuelBaum IMG_0103-SophiaBaumSalmagne-klein IMG_0102_MaxBaum-klein

Samuel Baum, zijn vrouw Sophie en zoon Max Baum.

IMG_0036_begrafenisstoet-klein IMG_0032_slagerijBaum-klein

De begrafenis van Samuel Baum in 1940, en de slagerij op de Bloemenmarkt in 1947 (kort na de overname door Metsemakers).

- De vriend die samen met Karl en Jennie Baum in Tegelen zat ondergedoken, blijkt de Geleense winkelier Julius Wolff te zijn geweest (zie pag. 89-92).

- De schoonmoeder van Johanna Gottschalk-Baum uit Valkenburg, de weduwe Maria Anna Gottschalk-Frenkel, woonde in januari 1943 in op de Bloemenmarkt 7, en werd vandaar op 9 april 1943 naar Vught overgebracht. Zij overleefde de oorlog en woonde nadien in Eindhoven en Amsterdam, waar zij in 1959 overleed.

- In de tekst (pag. 28 onderaan) wordt verwezen naar de overlijdensadvertentie van Sophie Baum (1867-1943), die niet in het boekje is opgenomen. Daaruit blijkt wat men in juni 1945 wist en niet wist over het lot van de familieleden. Hieronder deze annonce en twee andere illustraties die het boekje niet hebben gehaald: de grafsteen van Samuel Baum (1862-1940) te Sittard en de overlijdensakte van Ilse Roer (1925-1942) in Auschwitz.

grafsteenSamuelBaum_Geleen  roer_i_stb-Auschwitz-ovl-IlseRoer  Aufbau%20Sophie%20Baum%2029-6-1945

- De geboortedatum van Max Baum blijkt niet 4 juni maar 4 januari 1907 te zijn. Zijn weduwe Gerta Baum-Kaufmann wordt ook vermeld in de 'Heimatkalender des Kreises Heinsberg' van 1980, in het artikel "Von gelben Ring zum gelben Stern - Die Geschichte der Juden in Heinsberger Land", door Wilhelm Frenken (pag. 103-118). Ze wordt daarin de enige bekende kampoverlevende uit de Kreis Heinsberg genoemd. Volgens de genealogie-website van Max van Dam hertrouwde Gerta in 1970 en overleed ze in maart 1979. Is ze drie keer gehuwd geweest? Frenken had er blijkbaar geen weet van dat Gerta in het voorgaande jaar was overleden.

HeimatkalenderHeinsberg1980_VonGelbenRingZumGelbenStern-GertaKaufmann117

- Overlijdensbericht Jennie Roer-Baum in Aufbau, 14 november 1969 (bron):

JennieRoerBaum_Aufbau14-11-1969

- Uit de familie-annonces in het NIW van 9 november 1962 blijkt hoe klein de joodse gemeenschap was (geworden) na de oorlog. De in het boekje zijdelings vermelde Julius Gottschalk (zwager van een der zusters Baum) blijkt bevriend te zijn geweest met o.a. Sophie Temper-Lichtenstein en met de oom en tante van Henny Kaufmann (bron: website kranten KB).

NIW09-11-1962_JuliusGottschalk2_1350413102

 

pag. 36-40, familie Van Dam-Silbernberg, Jubileumplein 12:

- Nog enkele familiefoto's van de familie Van Dam (ontvangen via dhr. Bemelmans).

Esther%20Silbernberg%20als%20kind%20(_$B!%5e_(B1903)

Kinderfoto van Esther (Sofie) van Dam-Silbernberg, begin 20ste eeuw.

Silbernberg_2_2

Sofie van Dam-Silbernberg tussen haar schoonouders Gombregt van Dam (1850-1937) en Mina van Dam-Hertog (1855-1939); links Guus en rechts Roosje van Dam, 1929.

Louis%20van%20Dam%20%20meisje(_) Louis van Dam, mogelijk met een nichtje, rond 1920.

Elsa,%20Mimi,%20Soffie056_2_2

Elza Wijnperle-Silbernberg en haar zus Soffie van Dam-Silbernberg met dochtertje Mimi van Dam, rond 1931.

fam

Soffie van Dam-Silbernberg, Mimi, Roosje en Louis van Dam, rond 1940.

Mimi,%20Soffie_2_2

Soffie van Dam-Silbernberg en dochter Mimi, enige tijd na de bevrijding.

- Ter aanvulling: Manus en Else Wijnperle-Silbernberg en zoon Nathan waren na terugkeer uit de onderduik in Born (op het schip De Zwaan) tijdelijk opgevangen op Pastoor Vonckenstraat 28 in Geleen. Eind oktober 1944 kregen ze onderdak op Putstraat 50 te Sittard, waar voor de oorlog het echtpaar Max en Carolina Wolff-Serphos en hun dochter Dini hadden gewoond, die in Auschwitz waren vermoord. De drie dochters Wijnperle, ondergedoken in Tilburg en Vlodrop, kwamen hier in november 1944 en begin 1945 ook terecht, evenals neef en nicht Herman en Roosje Silbernberg. Op 22 mei 1945 werden ook de drie overlevende gezinsleden Van Dam-Silbernberg ingeschreven op Putstraat 50. In de zomer van 1945 verhuisden de Wijnperles naar Amstelveen en de Van Dams naar Amsterdam.

 

pag. 30-31, familie Bloemdaal-Eichel, Tunnelstraat 2a Lutterade / pag. 46-52, familie Goldsteen, Raadhuislaan 13:

- Een verrassing: de "Groepsfoto familie Eichel" op pag. 31 in het boekje, blijkt niet alleen familieleden Eichel te bevatten, maar ook de familie Goldsteen. De foto werd genomen in de nieuwjaarsnacht 1936-37 te Lutterade, waar beide families toen elkaars buren waren op nr. 2 en 2a. Hier nog een andere foto van dezelfde nacht, nu met feesthoedjes (foto Gershon Goldsteen):

20  Nu met feestmutsen op 1Jan'37

Helemaal links Karl en Liesel Bloemendaal-Eichel, zittend de derde en vierde van links Rudolf en Hedwig Eichel-Metzger.

Helemaal rechts zit Lina Goldsteen-Mendel; achter haar zoon Frits en zoon Karl Goldsteen met (destijds zijn verloofde) Elfriede Lebenstein.

De andere twee personen op de foto (tweede van links staand en zittend) worden nog onderzocht. Als fotograaf gok ik op neefje Rudi Mendel.

(NB: op de foto in het boekje staat naast Frits nog een vrouw met de hand voor haar gezicht; dit zou goed Elfriede's zus Irma kunnen zijn.)

 

 

pag. 40-43, families Freimark en Winter, Peschstraat 28:

- Gustav Winter moet een neef of achterneef zijn geweest van Laura Sassen-Winter, de moeder van Isidor Sassen.

GustavWinter_DM_134291-368-480 Gustav Winter in 1915 of 1916, toen hij en zijn zeven broers moesten vechten in de Eerste Wereldoorlog. Een van hen, Max, is toen in Frankrijk gesneuveld.

- Bij sommige passages over deze familie in het boekje zijn nog wat details aan te vullen:

Alle acht bewoners van Peschstraat 28  raakten in november 1941 de Duitse nationaliteit kwijt. In januari 1942 werd autorijden voor joden verboden, maar al in juni 1941 was de Ford-bestelauto "z.g.a.n." te koop gezet; blijkbaar had men al problemen om de zaak draaiende te houden. Toen de oproep voor 'tewerkstelling in Duitsland' kwam op 22 augustus 1942, vroeg de gemeente uitstel aan voor de familie, omdat er nog 300 kilogram wasgoed in de wasserij lag die moest worden gewassen en terugbezorgd. Het mocht niet baten. Alleen Hermine Freimark-Adler en Klara May-Jacobsohn konden op grond van hun leeftijd (respectievelijk 65 en 71 jaar) voorlopig achterblijven. De overige zes familieleden werden, zoals al de anderen die op die 25ste augustus werden gedeporteerd, via Maastricht naar Westerbork overgebracht.

LimburgerKoerier27en28-06-1941_bestelautoWinterFreimark1339691361 Advertentie in De Limburger Koerier, geplaatst op 27 en 28 juni 1941 (bron: website kranten KB).

In het pand Peschstraat 28 werd in januari 1943 tijdelijk het kantoor van Eussen Meubelhandel gevestigd, wiens zaak op de Annastraat was vernield bij het bombardement in oktober 1942. De twee achtergebleven grootmoeders woonden er toen nog boven, maar zij werden begin april 1943 alsnog opgepakt en met de laatste in Limburg achtergebleven joden naar het kamp Vught gebracht.

- Errata: De voorlaatste alinea betreffende deze familie was dubbelop en had geschrapt moeten worden.

 

pag. 43-46, familie Goldschmidt, Groenstraat 7:

- Tekstuele onvolkomenheden: Enkele zinnen zijn dubbelop en hadden moeten worden geschrapt: pag. 44 de tweede en derde regel en pag. 45 de zevende regel van onderen. Op pag. 44 regel 14 'haar jongste zoon Hubert' moet zijn 'de jongste zoon Hubert'.

- Het afgebeelde pand zal niet zijn waar de familie Goldschmidt gewoond heeft, immers hun huis en winkel werd bij het bombardement van 5 oktober 1942 volledig vernield en is waarschijnlijk nadien afgebroken.

- Op de opmerking: 'Het is onduidelijk hoe het in 1941 twee joden lukte min of meer officieel naar Frankrijk uit te wijken.' (pag. 44 achtste regel van onderen), vond ik min of meer een antwoord in het boek van Ies Vuijsje "Tegen beter weten in", waar hij op pag. 39 schrijft: "Tot eind oktober 1941 werd de emigratie toegestaan van ongeveer 700 joden uit Nederland. (Het was uiterst moeilijk om toestemming te krijgen en er was zeer veel geld mee gemoeid.)" De familie Goldschmidt lijkt echter (ondanks de klinkende naam) niet erg rijk te zijn geweest.

- Frieda Goldschmidt-Jacob overleed te Maastricht op 7 oktober 1943: zij was daar waarschijnlijk ter bescherming in een ziekenhuis of klooster opgenomen. In het opnameregister van de Calvariënberg kon ik haar niet vinden; daar waren verschillende andere joodse vrouwen verscholen:

Op 11 januari 1944 werden twee dames opgehaald uit het ziekenhuis van Maastricht. Zij waren daar opgenomen door de joodse, maar ‘gecalmeijerde’ geneesheer-directeur Charles Mendes de Leon, om hen te behoeden voor deportatie. [Herman van Rens, citaat uit concepttekst voor proefschrift; zie ook dagboeknotities in "De Salmangs"]

(Dr. Mendes de Leon overleefde de oorlog en overleed in 1962; hij was met een niet-joodse vrouw getrouwd.)

- De grafstenen van Salomon Goldschmidt (1857-1943) te Sittard en zijn schoonzus Frieda Goldschmidt-Jacob (1869-1943) te Maastricht:

grafsteenSalomonGoldschmidt_Geleen  FriedaJacob_Graftombe_e0537

 

pag. 46-52, familie Goldsteen, Raadhuislaan 13:

- Enkele tekstuele onvolkomenheden: De tweede en derde foto op pag. 47 betreffen hetzelfde pand, en hadden een gezamelijk onderschrift moeten hebben. Het onderschrift bij de onderste foto op pag. 50 is dubbelop. Op pag. 49 staat een keer het woordje 'en' dubbel, en op pag. 48 staat 'haar gegund' waar beter 'hen gegund' had gestaan.

- De vader van Rudi Mendel overleed in Argentinië niet in 1948 maar al in 1940.

- Alfred en Karl Goldsteen met de winkelbediende voor de winkel in Rheydt, 1910-1911 (foto Gershon Goldsteen):

10 Carl Alfred and Nursemaid in front of Linas Store at Haup

- De grafsteen van George Goldsteen (1878-1934) te Sittard:

grafsteenGeorgeGoldstein_Geleen 

- De hoedenzaak van Karl en Elfriede Goldsteen-Lebenstein op Limbrichterstraat 64 te Sittard (april 1940; foto Gershon Goldsteen) en advertentie (De Speurder, 16 mei 1941):

Goldsteen_Limbrichterstraat64Sittard-april1940%20   Speurder 16-5-1941_GoldsteenSittard

- Na zijn terugkeer in Geleen heeft Karl Goldsteen zijn dameshoedenzaak nog kortstondig heropend, in het pand van zijn moeder op de Raadhuislaan (De Nieuwe Mijnstreek, 20 februari 1948):

           

- Het monument voor de Limburgse verzetsstrijders op de Cauberg bij Valkenburg met de naam van Frits Goldsteen (1918-1942):

Valkenburg-Verzetskapel-Cauberg  MonumentCaubergFrederikGoldsteen

- De Stolpersteine in Kohlscheid voor Lina Goldsteen (1880-1943) en haar zoon Alfred (1906-1945):

StolpersteineGoldsteen_110511_kohlscheid_4

 

pag. 53-57, familie Harmsen-Samuel, Geleen:

De moeder van Rebecca, de 82-jarige weduwe Neeltje Samuel-Noach, werd blijkens gegevens ontvangen van Herman van Rens, gelijktijdig met Rebecca opgepakt bij de razzia van 31 maart 1944. Anders dan Rebecca werd zij wel gedeporteerd, en op 8 april 1944 (niet 9 april zoals in het boekje vermeld) vermoord in Auschwitz, samen met nog 3 Limburgse joden die bij de razzia werden aangetroffen. Zij was nog niet vermeld in de lijst van Geleense slachtoffers, maar zat waarschijnlijk bij haar dochter ondergedoken.

 

pag. 48-52 en 64-66, familie Lebenstein, Geleen, Sittard en Maastricht:

GrabsteinOchtrupLebenstein-Isak-ganz   StolpersteineOchtrupLebenstein

Ochtrup: grafsteen van Isak Lebenstein (1839-1918), de vader van Ida Lebenstein en waarschijnlijk grootvader van Elfriede Goldsteen-Lebenstein en Therese Zilversmit-Lebenstein.

Daarnaast Stolpersteine voor Ida, haar schoonzus Johanna Lebenstein-Rübsteck en dier dochter Irma Lebenstein. Ida was volgens de Stolperstein in 1939 naar Holland gevlucht, maar feitelijk was zij al in 1937 met het gezin Kaufmann naar Geleen uitgeweken. In augustus 2007 zijn in Ochtrup zeven Stolpersteine gelegd voor de families Lebenstein (Mühlenstraße) en Terhoch (Weinerstraße 21); in maart 2008 zijn nog eens negen stenen gelegd. Of er ook een steen voor Elfriede Goldsteen-Lebenstein bij was, is me niet bekend.

Al in 1792 werden joden vermeld te Ochtrup. In 1871 woonden er 18, in 1895 waren dat er 42, en in 1925 woonden er 46 joden. Van 19 personen is bekend dat ze door de nazi's zijn vermoord.

 

pag. 61, familie Heimberg-Klestadt:

De ouders (en daarmee ook broer en zus) van Berta Klestadt zijn foutief vermeld in het boekje. Haar ouders waren Aron Klestadt en Betty Cohn. Bertha was de jongste van hun zeven kinderen, waaronder twee gehuwde zussen en een gehuwde broer met kinderen. Drie kinderen stierven ruim voor de oorlog en van twee zijn geen verdere gegevens bekend. Bertha's vijf jaar oudere broer Julius werd in of na 1941 in Riga vermoord.

 

pag. 64-66, families Kaufmann, Zilversmit en Lebenstein:

KAUFMANN%20Margard%20Marga%20(10-11-1928)%20tweede-van-links   vlnr Johanna Lebenstein-Rubsteck Marga Kaufmann Adele Kaufman-Zilversmit   vlnr%20Ida%20Lebenstein%20Johanna%20Lebenstein-Rubsteck%20Henny%20Kaufmann

foto 1: Hans Zilversmit, Marga Kaufmann, Helga Zilversmit en Henny Kaufmann, in de tuin te Geleen rond 1940 (foto Hans Zilversmit via Aline Pennewaard)

foto 2: Johanna Lebenstein-Rübsteck, Marga Kaufmann en Adele Kaufman-Zilversmit, rond 1940 te Geleen (foto Gershon Goldsteen)

foto 3: Ida Lebenstein, haar schoonzus Johanna Lebenstein-Rübsteck en Henny Kaufmann, rond 1940 te Geleen (foto Gershon Goldsteen)

 

pag. 67-68, echtpaar Levy-Goldschmidt, Rijksweg-Zuid 7, en echtpaar Levy-Harf, Rijksweg-Zuid 9

- Het boek vermeldt in de kop een verkeerd huisnummer (idem op pag. 20 bij Arnold Levy); het erbij afgebeelde pand is waarschijnlijk dan ook geen woonadres van de familie Levy geweest.

- Helaas is in het boek maar een korte versie van het verhaal over deze familie terecht gekomen, waarin met name de ouders van Hans Erich Levy geheel onvermeld bleven. Hier volgt de uitgebreidere versie:

 

Over deze familie is vooralsnog niet meer bekend dan de droge gegevens die we aantroffen in de archieven. We hebben nog geen nabestaanden kunnen traceren of verdere informatie over de familie op internet kunnen vinden.

De koopman Hans Erich Levy, geboren Düsseldorf 1911, verruilde zijn geboortestad per 1 mei 1936 voor Makassarstraat 15bis te Utrecht, waar hij de woning aanvankelijk deelde met Hubert Goldschmidt, de broer van zijn verloofde. Op 24 juni 1936 trouwde Hans met Irene Goldschmidt, geboren Rheda 1907. Zij was in mei van Düsseldorf naar Geleen verhuisd, kort na haar ouders Josef en Frieda (zie bij Goldschmidt) maar op een ander adres, Mauritslaan 80. Daar stond ze van 5 mei tot 6 juli 1936 ingeschreven, waarna ze zich bij haar man en broer in Utrecht voegde. Eind augustus trokken ook de ouders van Hans bij hen in, Arnold Levy (geboren Wuppertal-Elberfeld 1880) en Rosalie Levy-Harf (geboren Mönchengladbach 1880). Er volgde nog een zesde bewoner: begin oktober 1936 nam Irene's zus Alma Markus-Goldschmidt vanuit Essen, na een mislukt huwelijk, eveneens de wijk naar Utrecht.

Het was vol geworden op Makassarstraat 15bis, maar allen vertrokken uiteindelijk naar Geleen. Alma Goldschmidt trok begin januari 1937 bij haar ouders in op Markt 22. Ook Hans Erich Levy stond daar in februari 1937 enkele weken ingeschreven, waarschijnlijk om zijn aanstaande verhuizing naar Geleen te regelen, en ging toen terug naar Utrecht. In april 1937 verhuisde het jonge echtpaar Levy-Goldschmidt naar Geleen op Rijksweg Zuid 40, terwijl Hans' ouders naar een ander adres in Utrecht verkasten. Hubert Goldschmidt vertrok als laatste, eerst naar andere adressen in Utrecht, en uiteindelijk op 30 augustus 1937 naar zijn ouders in Geleen.

Hans Erich Levy had vanaf 1 mei 1937 op de Rijksweg Zuid een winkel en handel in manufacturen, onder de handelsnaam "H. Levy". Zijn ouders Arnold en Rosalie Levy-Harf kwamen tenslotte in april 1938 ook in Geleen wonen en vestigden zich op Rijksweg Zuid 9. In juli 1938 kwamen hun zoon en schoondochter naast hen wonen op nr. 7; hun winkel verhuisde mee. Arnold was aanvankelijk ook koopman van beroep en heeft wellicht nog geholpen in de zaak van zijn zoon.

Tijdens de bezetting en de daaropvolgende jodenvervolging werd de familie definitief gescheiden. Eerst werd Hans gedwongen de zaak te sluiten en te laten liquideren. Hij tekende met pijn in het hart de akte, maar maakte de formele opheffing per 1 november 1942 niet meer mee. Hij en Irene moesten zich namelijk vervolgens op 25 augustus melden voor 'tewerkstelling in Duitsland'. Ze verbleven echter eerst een jaar in Westerbork, voor ze op 7 september 1943 op transport werden gezet naar Auschwitz. Blijkbaar wisten ze de nazi's ervan te overtuigen dat ze nuttige werkkrachten waren, want ook in Auschwitz werden ze aan het werk gezet en niet meteen vergast.

Voor de oudere generatie bestond die kleine kans op overleven niet. Arnold en Rosalie Levy-Harf werden op 8 april 1943 van Geleen naar kamp Vught gebracht, samen met onder meer de vader van Irene. Ze kwamen op 9 mei 1943 in Westerbork aan, en werden op 25 mei gedeporteerd naar vernietigingskamp Sobibor, waar ze bij aankomst op 28 mei werden vergast, beiden 63 jaar oud, samen met Irene's 75-jarige vader Josef Goldschmidt en andere oudere joden uit Geleen. Irene's moeder Frieda Goldschmidt-Jacob stierf op 7 oktober 1943 te Maastricht op 74-jarige leeftijd, waarschijnlijk in een ziekenhuis of klooster ondergedoken.

Irene Levy-Goldschmidt overleed in Auschwitz, waarbij de datum formeel is vastgesteld op 30 november 1943. Haar man Hans Erich Levy overleed in één van de werkkampen in Polen, formeel op 31 maart 1944, maar tijd, plaats en omstandigheden blijven feitelijk onbekend. Zij hadden geen kinderen. Over verdere verwanten is niets bekend, behalve Hubert en Alma Goldschmidt, die in 1941 via Toulouse aan de nazi's lijken te zijn ontsnapt.

 

pag. 72-75, familie Meyer-Kaufmann (alias Winterscheidt), Rijksweg Zuid 86:

- Een tweede, oudere foto van woonhuis en slagerij Meyer te Oberwinter, hoek Mariengasse-Hauptstraße; zouden de afgebeelde personen van de familie Meyer zijn? (foto: www.alemannia-judaica.de). Daarnaast een trouwfoto uit 1931 van Mathilde Meyer en Isidor Nathan; haar ouders Daniel en Jetta Meyer-Cahn zijn waarschijnlijk degenen die naast haar zitten (foto: Ute Metternich).

Oberwinter_MetzgereiMeyer_alemannia-judaica   trouwfotoMathildeMeyer

- De grafstenen van Daniel Meyer (1861-1941) en Johanna Kaufmann-Mendel (1879-1941) te Sittard:

grafsteenDanielMeyer_Geleen  grafsteenJohannaKaufmann-Mendel_Geleen

 

pag. 75-79, Familie Moses-Baum, Graaf Huynlaan 13 en Beekhoverstraat 50:

- Enkele tekstuele foutjes: pag. 77, "meester Bogaards vroeg de klas", verkeerde woordvolgorde; pag. 78, "bezittingen" mist een t, en enkele ontbrekende comma's en spaties.

- Op pag. 78 staat: "In september 1941 moesten de kinderen van school en konden alleen nog bij rabbi Blijdenstein lessen volgen." Zoals elders in het boekje vermeld, was de 19-jarige Lore Moses één van de drie geïmproviseerde leraren in het schoollokaal bij de rabbi; in hoeverre de rabbi zelf ook les gaf (buiten de gebruikelijke godsdienstlessen) is niet bekend.

 

HomeAtLast_moederMoses-Baum-metkinderen  HomeAtLast_gezinMoses-Baum

Henriette Moses-Baum met haar kinderen in Linnich, en het gezin met vader Albert erbij in de tijd dat ze in Geleen woonden

(foto's uit: "Home at Last - Auschwitz Survivor", door Kurt Moses).

 

- Julius Gottschalk, zwager van een zus van Henriette, liet in september 1934 het modehuis "De Dame" registreren op Markt 2 te Sittard. Het filiaal in Hoensbroek volgde in januari 1936, maar in juli van dat jaar was het al weer dicht en werd het winkelinventaris te koop aangeboden; in september 1936 werd het formeel opgeheven. In maart 1937 startte het filiaal in Eindhoven, en in december 1937 werden Henriette Moses-Baum en de minderjarige dochter Lore medevennoten met toestemming van Albert Moses. In oktober 1938 trad Julius Gottschalk uit de vennootschap en voerde de winkel in Eindhoven verder, terwijl Albert Moses derde vennoot in Sittard werd.

Onduidelijk is hoezo ook de meubelfabriek van Albert Moses eerst op Markt 2 te Sittard gevestigd was; waarschijnlijk zal dit alleen een kantooradres geweest zijn tijdens het opstarten van zijn bedrijf.

LimburgerKoerier12-09-1934_ModehuisDeDameGottschalk1331841976 LimburgerKoerier29-07-1936_overnameModehuisDeDame_1331840966

Limburger Koerier 12 sept. 1934 (zie nr. 5156), en Limburger Koerier 29 juli 1936

 

LimburgerKoerier26-10-1938_HondensportClubmatchKynologenclubGeleen_a_1331839517 LimburgerKoerier26-10-1938_HondensportClubmatchKynologenclubGeleen_1331839517

Limburger Koerier 26 okt. 1938. Kurt Moses liet weten dat Hanni vooral de hond van zijn zus Lore was. Opvallend is dat Duitse herders een toenaam kregen, andere honden niet.

 

LimburgerKoerier21-05-1941_ModehuisDeDame1331840749

Limburger Koerier 21 mei 1941  (bron: website kranten KB).

 

- Overlijdensbericht Henriette Moses-Baum in Aufbau, 8 oktober 1948 (bron):

HenrietteMosesBaum_Aufbau8-10-1948

 

pag. 79-81, Familie Rosenboom-Wolf, Ringovenstraat 6a en Romaniestraat 18:

In het boekje "Zou ik het willen overdoen? - het levensverhaal van een joodse overlevende", door Nathan Wijnperle en Jac Lemmens, stond een kleine portretfoto van de jonge Jakob Rosenboom, die ons boekje helaas niet heeft gehaald. De daar wel afgebeelde familie-annonce is afkomstig uit het NIW van 1 augustus 1958 (bron: website kranten KB).

Zouikhetwillenoverdoen_14-portretJacobRosenboom  NIW01-08-1958_Rosenboom-Wolf1339193251

Jakob Rosenboom

 

pag. 89-92, familie Wolff-Wiese, Raadhuislaan 16:

- Julius Wolff blijkt de vriend te zijn geweest die samen met broer en zus Baum in Tegelen was ondergedoken.

- Een portretfoto en de grafsteen te Sittard van Abraham Wolff (1867-1941):

AbrahamWolff   grafsteenAbrahamWolff_Geleen  

 

pag. 92, Leopold Wolff, Geleen:

- Een portretfoto van Leo Wolff uit Waldenrath (1895-1955):

leowolff-daniels1936

 

 

______________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________

 

 

Herkomstplaatsen

 

Enkele plaatsen waar de Geleense Joden en aanverwanten uit afkomstig waren (de grijs gedrukte plaatsen zijn slechts ter oriëntatie):

 

DuitslandJoden