Wie een modelbaan naar Nederlands voorbeeld bouwt kan in de vakhandel steeds meer krijgen op het gebied van huisjes en andere gebouwen. Maar toch ontbreken vaak de “juiste” gebouwen. Alweer een goede reden om zelf aan de slag te gaan!
De stad.
Voor het uitbeelden van een oude Nederlandse stad zijn er diverse bouwpakketten van grachtenpanden en pakhuizen. Dat zijn best mooie modellen, maar helaas staan in werkelijkheid dergelijke panden meestal niet in de directe omgeving van een station of langs het spoor. Ze horen thuis in historische binnensteden, oftewel binnen de (voormalige) vestingwerken van deze steden. Toen de spoorlijnen werden aangelegd hadden de vestingwerken nog een militaire functie en de spoorlijnen en stations werden om die reden zoveel mogelijk buiten de vesting gesitueerd, liefst zelfst buiten ‘schootsafstand’. Er zijn een paar uitzonderingen, maar bij de meeste oude steden is de afstand tussen spoor en historische binnenstad tamelijk groot, in ieder geval te groot om op een modelbaan na te bouwen.
Wat wel in de buurt van stations en spoorlijnen staat is veelal gebouwd eind 19e eeuw, begin 20e eeuw. Deze bebouwing stamt uit de tijd nadat de vestingwerken werden afgebroken. Ook faaie singels en plantsoenen komen voor. Kortom, wie een realistische stationsomgeving van een oude Nederlandse stad wil nabouwen zou eigenlijk negentiende-eeuwse bebouwing moeten toepassen, gebouwd pakweg tussen 1880 en 1910, maar juist dit soort panden zijn niet of nauwelijks te krijgen. Naoorlogse bebouwing kan trouwens ook, want vanwege oorlogsschade of moderne stedenbouwkundige opvattingen kregen veel stationsomgevingen na de oorlog een heel ander uiterlijk.

Een stukje negentiende-eeuwse stadswijk op mijn modelbaan gelegen aan de spoorlijn.
Aan de achterzijde van de stations komen diverse situaties voor. In de stoomtijd stonden hier meestal locomotiefloodsen en werkplaatsen die bij het spoor hoorden. En dikwijls wel een of meerdere fabrieken. Die locomotiefloodsen zijn bijna allemaal afgebroken, de vrijgekomen terreinen bleven vaak lange tijd braak liggen. Braakliggende terreinen, begroeid met veel struikgewas, zouden op een modelbaan een mooi thema vormen. Een andere mogelijkheid zijn “moderne” loodsen en bedrijvenpanden en in de laatste decennia vaak moderne kantoorcomplexen.
Ook treffen we aan de achterzijde van stations vaak woonwijken aan. Dat kunnen oude arbeiderswijken zijn, maar net zo goed naoorlogse rijtjeswoningen of anderszins. Dit verschilt een beetje van stad tot stad.

Een rijtje typisch negentiende-eeuwse huizen in H0, die prima passen dichtbij een spoorlijn.

Een ander voorbeeld van negentiende-eeuws huizen, zoals je die wel langs singels en lanen ziet.
In model zijn enkele kleine arbeiderswoningen te krijgen. Maar wie chique negentiende-eeuws panden, moderne kantoorcomplexen of desnoods saaie bedrijvenpanden wilt hebben zal ze zelf moeten maken. Is de modelbaan gesitueerd in de stoomtijd, dan is er in de handel keuze uit diverse locomotiefloodsen of een oude fabriek. Of die authentiek Nederlands zijn valt te betwijfelen, maar ze kunnen daar wel voor doorgaan.

Saaie naoorlogse bedrijvenpanden tegen de achtergrond van de modelbaan (in half reliëf)

Een aantal jaren geleden bouwde ik dit Amsterdam huizenblok.
Dit soort huizen zijn eigenlijk te grootschalig voor een gemiddelde modelbaan, ook de mijne.
Als er iets een vergeten onderwerp op een modelbaan is dan is het wel de “nieuwbouw wijk”. Hiermee bedoel ik gemakshalve alle wijken vanaf jaren ’60, ’70 mee, tot en met heden. Natuurlijk kun je een wijk uit de jaren ’60 niet over dezelfde kam scheren als een wijk uit begin 21e eeuw, maar er zijn wel overeenkomsten. Het zijn allemaal “doorsnee” woonwijken met overwegend eengezinswoningen (rijtjeswoningen of 2-onder-een-kap) en ze komen overal voor. Ze staan zowel in grote als kleinere plaatsen en zijn (ondanks de verschillende bouwstijlen) allemaal typisch Nederlands. Kennelijk vinden de meeste modelbouwers dit soort wijken maar saai en dat is best wel vreemd. Immers, de meeste Nederlanders wonen in zo’n wijk!
Ik moet toegeven dat ik ook (nog) geen nieuwbouwwijk op mijn modelbaan heb.
De modelbouwer die een dorpje op het platteland uitbeeld kan kiezen uit een paar bouwpakketten van boerderijtjes (niet altijd Nederlands trouwens) en verschillende typen dorpswoningen. Ook de altijd weer terugkerende molen is in de winkel te krijgen, al is dat meestal geen Nederlands maar een Duits model.
Kortom, ik kan iedere modelbouwer aanraden ook bij dit onderwerp gewoon zelf aan het werk te gaan. Bouw je eigen boerderij (eentje die past in regio waar je modelbaan zich bevindt) of een serie dorpswoningen. Veel leuker!

Ik heb geen platteland op mijn modelbaan, maar bouwde begin jaren ’90 dit Achterhoeks boerderijtje in H0
© copyright Van der
Slikke Maquettebouw
(voorheen: http://members.home.nl/vdslikke-maquettebouw
)