Nieuwe pagina 8

HET WERKSTUK OVER ESKIMO'S

Waar wonen de Eskimo’s

De Eskimo’s wonen in Groenland. Groenland is een groot land ver van ons vandaan. Het ligt in de zee. Groenland is dus een eiland. In Groenland duurt de winter heel lang. Het is er heel koud. De zomer duurt niet lang. Op sommige plaatsen ligt het hele jaar sneeuw en ijs. Daar kan niemand wonen. In de andere plaatsen smelt het ijs en sneeuw in de zomer. Daar groei mos en andere plantjes. Hier leven ook andere dieren zoals: ijsberen, poolvossen, sneeuwhazen en kariboe´s.                                                                                                                                     

                                                                                                                                                                       poolvos

Hoe zien de eskimo’s eruit.                                                                                        

    

Eskimo’s zien er veel anders eruit als wij.

·        Ze zijn niet zo groot.

·        Ze hebben lang zwart haar en donkere ogen.

·        Hun tanden zijn scherp en glanzen wit.

·        Ook de kleren zien er voor ons vreemd uit. Maar vergeet niet dat de Eskimo´s in een koud land wonen.

·        De mannen en vrouwen dragen mooie laarzen. Ze zijn gemaakt van robbevelen. In de laarzen (kamiks) dragen ze kousen van hazenvel. Tussen de kousen en de laarzen wordt nog gedroogd gras gedaan, dan blijven de voeten warm.

 

   

              kamiks

 

De kleren van de eskimo’s

 

De kleren van de Eskimo man: de mannen kamiks (laarzen) komen tot de knieën. De mannen dragen een broek van witte berenvacht. En een jas van vossenbont. Aan de jas zit een capuchon. De wanten zijn van robbevel gemaakt. Onder de jas dragen ze een hemd van vogelhuidjes.

 

De kleren van een Eskimo vrouw: de kleren van de vrouw lijken heel veel op die van de man. De vrouw draagt lagere kamiks. Ook de broek is korter. De broek is gemaakt van vossenvel. Bij de vrouw zijn de bontranden versierd. Dus de dieren hebben ze hard nodig.

 

Wat eten de Eskimo’s

 

Voor het eten hebben de Eskimo’s de dieren ook hard

nodig. Ze eten het vlees en het vet op. Soms word het

 vlees gekookt en de andere keer laten ze het vlees

bevriezen dat ze het een andere keer rauw op kunnen

 eten. Als ’s winters het water bevroren is dan moeten

 de Eskimo’s het ijs en sneeuw ontdooien.

 

Het winterhuis

 

Veel Eskimo’s wonen niet steeds op dezelfde plek. Als ze op jacht gaan bouwen ze een huis in het jachtgebied. Als je geen dieren meer vangen gaan z naar een andere plek. ´s Winters wonen ze in een huis die gemaakt is van stenen en plaggen. Plaggen zijn grote plukken gras, die met wortel en al uit de grond zijn geschept. Het dak wordt van grote platte stenen gemaakt. Om naar binnen te gaan kruipen ze door een smalle, lange tunnel. Ze bouwen een tunnel aan hun huis omdat ze de kou niet naar binnen willen krijgen. Aan de binnenkant van de tunnel hangt een gordijn. Die is gemaakt van dierenvel. Het huis is groot en donker van binnen want de ramen zijn klein. Je kunt er niet door kijken, omdat zijn niet van glas zijn maar van gedroogde darmen. Ze lijken op trommelvellen. Om toch naar buiten te kijken hebben ze een kijkgat gemaakt. Als het buiten koud is doen ze daar gras in. Boven de ramen hebben ze luchtgaten gemaakt. Als het koud is doen ze die dicht. In het huis hebben ze geen kamers. Ze slapen met zijn allen in een familiebed van gras. De vrouwen hebben dat gras gezocht en gedroogd. De dekens worden gemaakt van verschillende huiden. Ze zijn zacht en hebben verschillende kleuren.

 

Licht en warmte

 

De Eskimo vrouw verzorgt de traanlamp. Die lamp is gemaakt van een speciale steen, die op een kommetje lijkt. In de lamp wordt traan gedaan. Dat is visolie. In het traan zit een pit wat van mos is gemaakt. Eigenlijk is de lamp een kaars. De lont is nu de pit. De traanlamp kan harder en zachter gaan branden. Als je de lamp schuin houd gaat er meer traan in de pit. Hij gaat dan harder branden en geeft meer warmte.

 

De Eskimo vrouwen zijn erg handig met de traanlampen. De lamp gaat bijna nooit uit. ’s Nacht brand hij nog lang door. De warmte van de traanlamp wordt gebruikt om kleren te drogen. Aan het plafond hangt een droogrek, voor de natte kleren. Onder dat rek hangt de traanlamp. Dan drogen ze snel.

 

Het werk van de vrouw

 

 Elke avond legt de vrouw de kleren van de man op de droger. Haar man is de hele dag op jacht geweest en zijn kleren zijn nat. Ze kijkt of de kleren kapot zijn. Als ze kapot zijn maakt ze die. Of ze maakt helemaal nieuwe kleren. De man heeft thuis alleen zijn berenbroekje aan. En de vrouw draagt haar broekje van vossenbont. Altijd de bontkleren ]aan is ook niet fijn. Je eigen vel moet ook wel eens rusten. De zolen van de laarzen worden hard omdat ze nat zijn geweest. De volgende dag moeten de vrouwen de laarzen weer zacht en soepel maken. Ze kauwt erop en dat worden ze weer lekker soepel en zacht. Dan doet ze er vers hooi in.

 

De man zorgt voor het eten

 

Het belangrijkste werk voor de man is jagen. De man zorgt voor het eten. Zomers probeert hij veel dieren dood te maken.

Het vlees wat zomers over is word bewaard in een gat in de grond, want in de grond is het lekker koud. Eigenlijk een soort koelkast. Als de man met een dood dier binnen komt moet hij het eerst gaan villen. Dan halen ze de huid eraf. De vrouw maakt de huid goed schoon en bindt ze het tussen 2 stokken strak. Dan kan de huid goed drogen. Ondertussen slacht de man het dier. Vaak wordt het vlees buiten gekookt, en dan eten ze het vlees samen op. Omdat de mannen meestal samen gaan jagen wordt het vlees eerst tussen de jagers verdeeld.

 

Op reis

    

Eskimo’s wonen niet altijd op dezelfde plek. We hadden al gezegd dat ze weggaan als er geen dieren meer zijn. Meer dat is niet alles. Ze moeten ook voor andere zorgen. Er moeten stenen gezocht worden voor de traanlamp en ze moeten messen hebben. Om deze stenen te vinden worden vaak lange reizen gemaakt. Voor de reis gaan ze plannen maken. Er wordt afgesproken wat er onderweg gedaan moet worden. De reis wordt met sleeën gemaakt. Het zijn grote sleeën die door honden worden getrokken meestal komen er 8 honden voor de slee. Maar wie rijk is heeft er 12 honden voor. De honden zijn erg belangrijk voor de Eskimo’s. Ze trekken niet alleen, ze helpen ook met de jacht. Er word goed op de honden gepast. Ze laten de honden nooit los. Ze zijn dag en nacht vastgemaakt aan de lijn.

 

Als het tijdens de reis mooi weer is gaan ze buiten slapen of zetten een tent op. Als het slecht weer is kan dat niet, dan bouwen ze een iglo. Dat is een schuilplaats die van rotsblokken is gemaakt. 15 Blokken worden in een kring gezet. De iglo is een bolle hut. De bouwer staat in het midden van de kring. Andere mannen geven hem de ijsblokken aan, die hij netjes opstapelt. Boven in de iglo komt een rond luchtgat. Aan de iglo komt een klein tunneltje. De kieren worden met sneeuw dichtgemaakt. Als de iglo naar een uur klaar is worden er huiden ingelegd. Soms moet de iglo steviger gemaakt worden. Dan maken ze het heel warm. Zo warm dat de muren gaan smelten. Dan maken ze de deur en het luchtgat open. Het water op de muren bevriest en de iglo is weer stevig. Binnenin wordt er een zomer tent gehangen. Dan hebben ze het warm en smelten de muren niet.

 

Buiten zochten de honden een goed plekje en lieten de sneeuw over zich heen komen. Daar maken ze een deken van. De snoet deden ze tussen hun staart.

                                                                                           

Soms gebruikten ze de slee om te overnachten, want als het plotseling ging stormen konden ze geen iglo maken. Of er waren gen goede ijsblokken voor de iglo. Dan werd de slee op zijn kant gezet en deden ze er huiden over. En hun plekje was gemaakt.

 

De jacht

 

 Jagen doen de mannen. Ze vangen niet alleen landdieren maar ook zeehonden en vis. In de zomer gebruiken ze daar een soort kano voor. Die noemen zij een kajak. De kajak bouwen ze zelf. De jager past er precies in. Hij doet ook nog een huid over zijn schoot. Dan kan er geen water in de boot komen. De kajak slaat vaak om. Eskimo’s zijn erg handig met de kajak. Als hij omslaat krijgt hij hem snel overeind. De jager heeft een pak van robbevel. Een rob is een zeehond. Alles is van robbevel gemaakt, omdat daar geen water doorheen komt.

 

Hoe vang je een rob?

  

Op het dekje van zijn kajak ligt een harpoen. Daarmee schiet hij een pijltje weg. Dit pijltje zit vast aan een touw. Aan het eind van het touw zit een robbevel gevuld met lucht. De jager heeft er een ballon van gemaakt. Als de jager een rob ziet, peddelt hij erheen, dan schiet hij met de harpoen. De rob duikt dan onderwater en neemt de ballon een stukje mee. Maar de ballon kan niet onder water. Even later komt de rob boven water om te ademen. De jager kan aan de ballon zien waar de rob is. Dan kan de jager de rob doodsteken. In de winter vangen de mannen ook robben. Ze maken een gat in het ijs. De robben mogen daar even ademhalen. De jager moet heel stil zijn want robben kunnen heel goed horen. De rob zwemt vlug terug als hij de jager hoort. Als de rob boven komt en ze horen de jager niet dan krijgt hij een harde klap op zijn kop. Dan is de rob bewusteloos en haalt de jager hem uit het water

 

Eskimo’s doen de dieren niet voor de lol doodmaken. Ze doen het om voedsel te krijgen, dus om in leven te blijven. Ze vangen niet meer dieren dan nodig is.

 

De kinderen

 

De kinderen leren al gauw om de grote mensen na te doen. Het meisje krijgt kook en naailes. En de jongens leren jagen. Ze helpen overal aan mee, de slee klaarzetten, de slee sturen. Als de vader tijd heeft maakt hij speelgoed. Van robbentanden maakt hij poppetjes en dieren. Van botjes maakt hij een hondenslee. 1 Botje is 1 hond. De kinderen spelen vaak vader en moedertje. De honden zijn leuke speeltjes. De kinderen vinden zowat alles goed. Soms spelen ze verstoppertje of gaan ze hinkelen.

 

Als de jongens ± 14 jaar zijn kunnen ze hun eerste gevangen rob mee naar huis brengen. Ze geven dan een groot eetfeest. De meisjes trouwen al vroeg. Als ze ± 16 jaar zijn gaan ze trouwen. De jongen gaat ouder trouwen. Ze moeten eerst kunnen jagen want dan kunnen ze pas voor hun gezin zorgen.

 

ga hier naar home

 

ga hier terug naar de werkstukken

 

 Naar het gastenboek