Met toestemming overgenomen uit
|
Daar gebeurde het in 1866.
|
De spoorverbinding met Leeuwarden was de eerste die Groningen kreeg. De Groningers zagen de lijn als begin van een verbinding tussen het westen van het land en "de Hannoversche grenzen". Men achtte de lijn voor stad en gewest van het grootste belang. De Groninger Courant sprak van bevordering van de handel en het vrije verkeer. Zelfs de beschaving en de humaniteit zou de spoorverbinding volgens de krant doen toenemen.
De opening van de lijn werd daarom op 30 mei 1866 groots gevierd. Het carillon van de Martini werd bespeeld, in de Harmonie een "matinée musicale" gehouden en er waren volksspelen op de Vismarkt en Grote Markt. Om tien uur 's morgens vertrok een uit twintig wagons bestaande feesttrein uit Groningen. In Zuidhorn, Grijpskerk, Buitenpost, Veenwouden en Hardegarijp bleef de trein enkele minuten staan voor wat toespraken van burgemeesters. In Zuidhorn voerde een dominee het woord "wegens ongesteldheid" van de burgemeester. Om twaalf uur was de trein in Leeuwarden en om vijf uur weer in de stad terug.
Op 1 juni werd de lijn voor het publiek geopend. Vijf keer per dag vertrok er een trein uit Groningen en vijf keer kwam er één aan. "Ter voorkoming van ongelukken en moeijelijkheden" werd de werking van overwegen in de krant uitgelegd. Zo meldde de Groninger Courant dat "sluitboomen of hekken bij openbare overwegen tenminste drie minuten voor de komst van elken trein" werden gesloten. Dat het dan verboden was de overweg te betreden en men "vijfentwintig ellen" van het hek moest wachten. Voor kudden vee gold nog een andere bepaling. Die mochten tien minuten voordat de trein kwam de overweg al niet meer over.
Spoedig na de opening van de lijn waren er ook de eerste problemen. Er traden vertragingen op doordat de treinen in Buitenpost moesten wachten om elkaar te kunnen passeren. Verder bleek de belangstelling zo groot, dat er te weinig zitplaatsen waren. De Provinciale Groninger Courant meldde op 12 juni 1866 dat er 3e klas-passagiers in goederenwagens moesten plaatsnemen en dat anderen door plaatsgebrek helemaal niet mee konden.
Op 19 juni was het volgens de krant nog erger. In Zuidhorn moesten kooplieden en commissionairs met 2e en 3e klas kaartjes "in zoogenaamde beestenwagens" plaatsnemen. In deze wagens waren "ook eenige dames, die dus gedurende dien tijd staande als beesten werden vervoerd".
Hoewel dit bericht twee dagen later enigszins werd genuanceerd door de beestenwagens "bagagewagens" te noemen, was duidelijk dat niet iedereen even enthousiast was over de verbinding Groningen-Leeuwarden. En dat geldt nog steeds.