HOME-PAGE  ] [  TREIN-INDEX  ] [  SITE-MAP  ] [  LINKS  ] [  uit het frame  ]

Op maandagavond 26 januari 1931 vond op het emplacement te Groningen een ongeval plaats met als gevolg drie doden en vijf gewonden. Onderstaande tekst is het betreffende artikel in het Nieuwsblad van het Noorden; ook interessant als vergelijking tussen krante-artikelen toen en nu...
De foto's zijn uit de collectie van Wytze Wijbenga.


Nieuwsblad van het Noorden, Dinsdag 27 Januari 1931:

Krantenkop NvhN 27 jan. 1931. Aanklikken geeft een foto van de situatie ter plekke.
plaats van het ongeval; plek.jpg

Gisteravond heeft op het emplacement van het station een ernstige botsing plaats gehad tusschen den te ongev. 7.09 binnenkomenden personentrein uit Nieuweschans en een rangeerenden goederentrein, waarbij 3 personen gedood werden en 5 gewond.

Dadelijk na het gebeurde verpreidde het ontzettende nieuws zich natuurlijk als een loopend vuurtje door de stad. Hoewel men, zoals het gewoonlijk gaat bij dergelijke gelegenheden, geen bijzonderheden wist, waren ditmaal de geruchten niet overdreven. Men sprak van twee dooden en toen wij al spoedig ter plaatse kwamen bleek dit aantal ondertusschen tot drie gestegen te zijn.

Wie te ongeveer half acht de bijna leege vestibule van het stationsgebouw binnenkwam, kon niets bijzonders bespeuren, behalve misschien een meer dan nomale rust. Pas wanneer men de controle gepasseerd was bemerkte men een ongewoe agitatie. Bij het bureau van den chef had zich een groepje menschen verzameld, dat in angstige spanning de schaarsche mededeelingen, welke vandaar uitlekten, afwachtte. Immers daar waren de gewonden heengebracht, van wie toen reeda één bezweken was.

Van en naar het tweede perron liepen politie- en spoormenschen heen en weer om boodschappen over te brengen of hun hulp aan te bieden. Op het tweede en derde perron was de drukte het grootst. Overal stonden er menschen met elkaar te praten over het vreeseljke, dat zoo juist geschied was, en daar tusschen door liepen degenen, die het reddings- en opruimingswerk leidden of daarbij hielpen, heen en weer.

Even voorbij het derde perron, naar den kant van het viaduct, had het ongeluk plaata gehad en daar stonden de opelkaar gereden locomotieven met de vernielde wagons. De politie had alles afgezet en de orde was in alle opzichten volmaakt.

Beide locomotieven op elkaar

Toen wij, binnen het half uur, aankwamen, waren alle gewonden reeds naar het kantoor van den stationschef getransporteerd en ook de lijken geborgen. Bij informatie vernamen wij, dat dit met een merkwaardige snelheid gebeurd is. Daadelijk na de ramp schoot van alle kanten hulp toe. De politie en brandweer werden gealarmeerd en waren in een minimum van tijd aanwezig. Uit de vernielde tweede-klas-wagon werden toen twee lijken en vijf gewonden gehaald en bovendien vond men in den goederenwagon daarvoor, vlak achter de locomotief, den gewonden hoofdconducteur.

EEN CHAOS.

Het is een geluk geweest dat in den personenwagon slechts weinig reizigers zaten, want allen zijn gedood of gewond. De binnenkomende trein had meer vaart dan de rangeerende goederentrein, zoodat bij de botsing de laatstgenoemde een 10 meter werd teruggezet.
De locomotieven zelf zijn betrekkelijk weinig beschadigd hoewel zij van voren aan elkaar vast zaten na het ongeluk. Overblijfselen personenrijtuig waarin de doden zijn gevallen Door den schok is de goederenwagen achter de locomotief van den personentrein ontspoord, waarop het personenrijtuig, dat daarop volgde, erin reed. Hierdoor is dit rijtuig absoluut vernield. Het dak was er geheel af en ook de voor- en linkerzijwand waren verdwenen. De goederenwagen is er als het ware schuin overheen geschoven en daarna op zij geworpen. Niets bleef in het personenrijtuig heel en het mag een wonder genoemd worden, dat nog niet meerderen inzittenden gedood zijn.

Overal lagen splintere glas, stukken hout en ijzer en andere deelen der vernielde wagens. Hier vond men een stuk van een zitbank, daar een deel van het dak. Iets verder lagen buffera en andere verwrongen of kapot gescheurde onderdeelen. Tusschen dit alles vond men een kleedingstuk, een kapotte bril en tal van voorwerpen, welke aan de ongelukkige slachtoffers hadden toebehoord.
Men kan zich geen voorstelling maken van den enormen chaos welke er heerschte. De goederentrein was er vrij goed afgekomen, alleen de eerste wagen was in elkaar gedrukt, doch niet uit het verband van den trein gesmeten.

DE DOODEN EN GEWONDEN.

Bij de botsing is het personeel der locomotieven er vrij goed af gekomen. Het ergst was er nog aan toe de leerling-machinist Van Munster uit Zwolle, die op den locomotief van den goederentrein stond en door stukken steenkool uit den tender verschillende verwondingen opliep. Hij kon echter, nadat hij verbonden was, nog met den trein van 10 uur naar huis terugkeeren.
De machinist en leerling-machinist van den personentrein kregen eveneens lichte verwondingen: de eerste werd door glasscherven aan het hoofd getroffen en had een stoot van een der handlee in de lies gekregen, terwijl de tweede o.a. een stuk steenkool tegen het hoofd kreeg.
De hoofdconducteur van den personentrein die in den goederenwagen zat is ernstiger gewond en moest in het Academisch Ziekenhuis worden opgenomen met een ribfractuur en een wonde in den hals.

De namen der overledenen luiden:

D.S. DIDDENS Jr.oud 59 jaar, gehuwd, wonende Mauritsstraat 22, van beroep timmerman en aannemer, die nog slechts een oogenbllk geleefd heeft.
H. v.d. VEENoud 33 jaar, ongehuwd, wonende Ged. Zuiderdiep 56a, van beroep handelsreiziger, die naar het bureau van den stationschef was vervoerd.
J. BOLLEGRAFwonende te Amsterdam, directeur der Uitg. Mij. "Rembrandt" te Utrecht en vader van een groot gezin.

De gewonden zijn:

R. MOREESoud 27 jaar. inspecteur Levensverzekering Mij., en wonende Poelestr. 40a, die een beenbreuk had gekregen. Deze kon niet worden gehoord.
EUGENE MUSKENSte Rotterdam, die kneuzingen aan het linkerbeen had opgeloopen en wonden aan de hand. Hij behoefde niet in het ziekenhuis te worden opgenomen.
J.R.KAMPHUISoud 47 jaar, reiziger, Martinikerkhof 18a, klaagde over pijn in den schouder en in de beenen.
R.KLEIoud 36 jaar, Nieuwstad no. 3, assistent-accountant, werd licht aan een der beenen gewond.
JOH. MEIJERoud 57 jaar, hoofdconducteur van den personentrein, assistent-geleider bij de Nederlandsche Spoorwegen, wonende te Huizum, gem. Leeuwarderadeel, bekwam inwendige kneuzingen en arm- en beenwonden.
Zij werden allen behalve de heer Kamphuis, naar het Academisch Ziekenhuis vervoerd.

DE VERLEENDE HULP

Wij hebben hierboven reeds met een enkel woord aangestipt, dat er zeer snel hulp is verleend.
Niet alleen waren politie en brandweer binnen enkele minuten aanwezig, maar ook hebben tal van personen zich dadelijk verdienstelijk gemaakt met het redden der gewonden, waaronder men ons speciaal noemde de Postbeambten.
De politie-dokter en zijn plaatsvervanger, dr. Nathans en dr. Melles. waren er heel spoedig, evenals dr. Mansholt, directeur van het Acad. Ziekenhuis, die gewaarschuwd werd in zijn kwaliteit van Kringcommissaris van het Roode Kruis, en op zijn beurt verschillende assistenten van het Ziekenhuis opriep.
Onder de aanwezige geneesheeren behoorden o.a. ook dr. Douma, dr. P.Hamming en dr. Mansholt Jr.   Ds. Van de Wall en Kapelaan Waterkamp kwamen ook naar het station om eventueel ernstig gewonden geestelijken bijstand te verleenen.
De heer Zuidema in de Viaductstraat was een der eerste buitenstaanders, die hulp verleende. Hij hoorde de klap van de botsing, welke tot in verren omtrek gehoord is, klom over het hek en ging met anderen in den vernielden wagon, om te redden wat er te redden viel.

AUTORITEITEN.

De geheele staf van het politie-corps was vrijwel vertegenwoordigd, toen wij in het station arriveerden. Naast den hoofd-commissaris, den heer Tonckens, den Commissaris den heer Moolenaar, den Hoofdinspecteur, den heer Kruizinga, waren er nog 4 of 5 Inspecteurs en een zeer groot aantal agenten, zoodat er voldoende hulp was en de plaats des onheits geheel vrij gehouden kon worden van nieuwsgierigen. Deze hadden zich trouwens in hoofdzaak langs het hek van de Viaductstraat opgesteld, waar het zwart van menschen was.
De brandweer heeft hulp verleend onder leiding van den commandant, den heer P. Ploegh. Ook leden van de Brigade Oroningen der marechaussee en de districs-commandant, 1e luitenant G. Albarda, verleenden mede hulp.
Van de spoorweg-autoriteiten waren o.m. aanwezig de heeren baron Van Haersolte, Inspecteur van het vervoer, Ir. Van Zanten, ingenieur der tractie, en Ir. Felix, die later de leiding bij het opruimingswerk had. Later kwamen nog de Officier van Justitie, mr. Rombach, de Subs.-Officier. mr. Meindersma, de president en vice-president der Rechtbank. de heeren mr. Lisman en mr. Enklaar en de Rechter-Commissaris mr. Kloppenburg. De Commissaris der Koningin, jhr. mr. A. W. L. Tjarda van Starkenborgh Stachouwer, heeft, nadat hij van het ongeluk kennis had gekregen, van zijn belangstelling blijk gegeven door 'n bezoek aan de plaats, waar het geschiedde. Hij werd daarbij rondgeleid door den heer Van Haersolte.

HOE DE RAMP GEBEURDE.

Wij hebben later op den avond nog een kort onderhoud gehad met den heer E. F. BARON VAN HAERSOLTE, den Inspecteur van het vervoer der Nederl. Spoorwegen, die de leiding heeft bij het onderzoek.
Toen wij hem naar de oorzaak van deze ramp vroegen, deelde hij ons mee, dat deze in de nalatigheid van den rangeerder gezocht moet worden, die door onveilig sein heeft laten optrekken.

Situatie anno 1999
De toestand was n.l. zoo, dat lijn zes, waarop de trein uit Winschoten moet binnenkoomen, geheel veilig stond. Deze lijn is die aan de Noordzijde van het derde perron.
Wanneer een lijn veilig staat, dan beteekent dit niet alleen, dat alle wissels goed staan voor die lijn. maar ook dat verbindingen van andere lijnen naar die lijn afgesloten zijn en de desbetreffende seinen onveilig staan. Deze constructie is automatisch en alleen, wanneer alles stuk zou zijn. zou theoretisch de mogelijkheid van een fout bestaan. Dit is niet het geval geweest en dus stond het sein op lijn 7 (ten Zuiden van het derde perron), waarop de goederentrein zich bevond, op onveilig.
Bij het rangeeren heeft de machinist te letten op de signalen, welke hem door den rangeerder worden gegeven. In dit geval heeft deze den machinist het sein van doorrijden geven, terwijl het sein op onveilig etond. Het gevolg daarvan is geweest. dat de goederentrein voorbij het perron in den wissel naar lijn zes opreed, op welk punt precies het ongeval plasts vond. Door het naderen van den goederentrein is hoogstwaarschijnlijk de wissel geforceerd, maar ook al was dit niet gebeurd. dan zou de botsing toch op dit punt geweest zijn, daar beide treinen in vaart waren.
De locomotieven reden in elkaar op en daar de personentrein de meeste vaart had, duwde deze den goederentrein een eind terug. De goederenwagen achter de locomotief van den personentrein is toen waarschijnlijk door den schok wat opgelicht. waardoor hij over den volgenden wagon als het ware heenschoof. Door de vaart van dezen trein gebeurde dit met groot geweld en zoo werd de tweede klas wagen heelemaal vernield en de z.g. pakwagen als het ware op zij gegooid.
-- De schuld ligt dus absoluut bij den rangeerder?
Ja. Natuurlijk moet het onderooek nog plaats hebben. maar ik kan mij niet voorstellen. dat het resultaat daarvan in een andere richting zou wijzen. De rangeerder was de verantwoordelijke man en heeft door een onveilig sein laten optrekken: De machinist is pas secondair schuldig. Hij gaat evenwel ook niet geheel vrij uit. Want, al moet hij volgens de signalen van den rangeerder rijden, toch diende ook hij op te letten. Hij had dus ook het onveilig sein moeten zien en, toen hij dit zag, had hij moeten stoppen, ongeacht de anders luidende signalen.
Wij kunnen aan deze mededeelingen toevoegen dat bij gebleken juistheid de rangeerder en wellicht ook de machinist disciplinair door de Spoorwegen gestraft zullen worden wegens het rijden door een onveilig sein. Daarbij wordt alleen de ernst der overtreding op zichzelf in aanmerking genomen, ongeacht de gevolgen.
Naast deze disciplinaire straf zal hoogstwaarschijnlijk, althans voor den rangeerder, een gerechtelijke volgen. De politie heeft deze zaak in onderzoek en de rangeerder zal zich dus voor de Rechtbank wel te verantwoorden hebben wegens het veroorzaken van dood door echuld. Zijn nalatigheid en onoplettendheid hebben zulke ernstige gevolgen gehad, dat deze op zichzelf reeds een zware straf voor den betrokkene betekenen.

gekantelde bagagewagen en restanten personenwagen

GESPREKKEN MET OOGGETUIGEN

In de wachtkamer derde klasse troffen wij een anderhalf uur na het ongeval den machinist en den leerling-machinist van den personentrein, die daar een gelegenheid afwachtten om naar huis terug te keeren.
Beiden waren nog zeer onder den indruk van het gebeurde. Zij klaagden over hoofdpijn en de machinist voelde bovendien pijn in zijn lies. Maar ze waren natuurlijk toch gelukkig, dat zij er nog zoo waren afgekomen.
-- Gelukkig was de tender half leeg. -- zei een van hen, -- anders waren we onder den steenkool bedolven. --.
Veel konden ze natuurlijk niet vertellen, daar het ongeluk zoo plotseling geschiedde.

Ik heb nog even kunnen remmen, vertelde de machinist. Erg veel vaart hadden we trouwens niet meer. Bij de Centrale had ik den stoom al afgesloten en de trein liep dus vandaar op eigen kracht. 'k Vermoed, dat we bij de botsing nog hoogstens een vaart van ongeveer 25 Kilometer hadden. 't Gebeurde zoo onverwacht. dat ik nog maar even heb kunnen remmen in het allerlaatst. 'k Zag het plotseling aankomen en toen was het al gebeurd ook. Niets was er. dat me had kunnen waarschuwen. Alles was in orde en alle seinen stonden veilig,
Verder hebben we niet veel gezien, want na de botsing moesten wij eerst voor de machine zorgen, om een explosie te voorkomen.
Toen wij beide mannen verlieten kwamen wij nog een leerling-machinist van den anderen trein tegen, die reeds verbonden was. Hij was erg nerveus en had een leelijken klap tegen het hoofd gehad.
-- 'k Ben onder den steenkool gekomen --, hoorden wij van hem. Onder deze omstandigheden is de jonge man nog vrij goed eraf gekomen. Op onze vraag naar de toedracht der zaak kon Van Munster ons niet veel vertellen. Hij had plotseling gezien, dat de wissel van lijn 7 naar lijn 6 stond en direct daarop volgde de botsing.

Wij spraken nog den heer K. MEIHUIZEN, directeur der Twentsche Bank die in het perceel Viaductstraat 7a, vlak tegenover de plaats, waar de treinen op elkaar liepen, woont. Van hem vernamen al het volgende:

Ik zat de krant te lezen toen wij eensklaps een geweldig lawaai hoorden. Nu zijn wij wel gewend aan lawaai. maar dit was zulk een klap, dat we dadelijk begrepen, dat er iets buitengewoons gebeurd was. Toen ik uit het raam keek, zag ik, dat de trein uit Nieuweschans vlak voor mijn huis stilstond inplaats van voor het derde perron.
Direct vloog ik naar buiten en kwam door het poortje, waardoor de werklieden gaan en dat gelukkig openstond, op het terrein. Bij den trein gekomen hoorde ik het kermen der gewonden Een man riep onophoudelijk: -- Dokter breng mij naar het ziekenhuis --. Twee arbeidere waren al bezig hem naar buiten te brengen, waar hij op den grond werd neergelegd, omdat vervoer zonder medische hulp te gevaarlijk scheen.
Een eindje verder zag ik een passagier steeds heen en weer loopen. Ik vroeg hem of hij gewond was, maar hij antwoordde: -- lk weet het niet, ik weet het niet --, Dit herhaalde hij toen ik hem wees op zijn gewonde hand. De man was totaal overspannen. maar had geen directe hulp nodig, zoodat ik eerst maar doorging.
Een paar arbeiders kwamen met een man aandragen, dien zij neerlegden op een dek. Deze man was zijn linkerschoen kwijt maar had nog de slobkous aan, terwijl de voet niet gewond was. Ik keek natuurlijk even of ik nog helpen kon. Dit slachtoffer antwoordde op mijn informatie: -- Ik weet niet of ik gewond ben, maar ik ben zoo slap --.
Ondertusschen waren ook de anderen uit den wagon gehaald. Het is echter heel jammer, dat er zoo weinig licht op het emplacement is. Dit bemoeilijkte het zoeken in niet geringe mate. Ik zag een lantaarn van een wegwerker staan en ben daarmee op den versplinterden personenwagen geklauterd waar een viertal personen bezig was. Ik heb ze toen bijgelicht om de banken op te lichten teneinde te zien of er nog iemand onder lag, wat gelukkig niet het geval was.
De heer Meihuizen was vol lof over de spoedige hulp welke er geboden werd.
Hoewel ik er direct was, waren er toen toch al wel een tien spoorwegmenschen en anderen bezig hulp te verlenen. De politie en brandweer waren in een minimum van tijd aanwezig. Ook zag ik dadelijk den politiedokteren andere artsen. Er waren kort na het ongeluk al drie brancards en het weghalen van lijken en gewonden geschiedde buitengewoon vlot.
De plek van de ramp waar de doden werden gevonden

ANGSTIGE OOGENBLIKKEN.

Zoals wij hierboven reeds schreven was de belangstelling van het publiek enorm groot. De Viaductstraat en het Viaduct zagen zwart van menschen. Natuurlijk kwamen op de geruchten velen toeloopen, om naar de namen te informeren van dooden en gewonden, vreezeende, dat er een familielid of kennis bij zou zijn. Eenige malen zagen wij iemand op een Inspecteur van Politie met de vragen: -- Is ... er ook bij? --. Wanneer dan het antwoord ontkennend luidde, klaarde het angstig vragende gezicht een oogenblik op, om echter dadelijk weer door den algemeenen druk van neerslachtigheid en nervositeit geteekend te worden. Een heer kwam op ons afloopen: -- Was het de trein van 7.09 uit Nieuwe Schans? --, en op onze bevestiging: -- En daar zou ik mee zijn gegaan! --. Angst over het gevaar, dat gedreigd had, en blijdschap over de ontsnapping ervan, spraken uit den uitroep.

TREINVERTRAGING.

Een gevolg van het ongeval, juist op de doorgaande lijn was natuurlijk vertraging voor vele treinen. De sneltrein naar Holland van half acht had 78 min. vertraging, voor andere uitgaande treinen was dit 30 tot 60 minuten.
Opruiming van de verbrijzelde wagons Het opruimingswerk werd dadelijk met kracht ter hand genomen. Het overschot van den gekantelden bagagewagen werd van het onderstel losgebrand en door den locomotief weggesleept, waarna de personenwagen vrij was. Ook in het begin van den goederentrein moesten de ijzeren deelen van elkaar van elkaar losgebrand worden en het kostte geen geringe moeite de locomotieven uit elkaar te krijgen. Vanmorgen lagen er nog een deel van den goederenwagen op zij van de rails en verschillende losse stukken. De belangstelling was den heelen dag groot.


Deze ramp heeft natuurlijk diepen indruk gewekt.
Iets dergelijks is in tientallen van jaren hier niet voorgekomen.
Onze sympathie gaat uit naar de nagelaten familiebetrekkingen der overledenen. Zij zijn wel zeer zwaar getroffen en het plotselinge van hun verlies deed den slag nog zwaarder zijn. Moge hun het algemeen meeleven van zoovelen een weinig troost geven in deze droeve en donkere dagen.
De gewonden verkeeren gelukkig niet in levensgevaar. Dat voor hen een spoedig algemeen herstel moge volgen.
naar trein-index  ] [  naar site-map  ]