(van) den Biggelaar / Bighelaar / Bichelaer / Biegelaar / Biglaar / etc.

Het boek "Baanderheren, Boeren & Burgers : Een overzicht van de geschiedenis van Boxtel, Liempde en Gemonde" (Jean Coenen, Ćneas uitgeverij BV, 2004, ISBN 90-75365-68-3) vermeld 2 keer dit leengoed:

Op pagina 71:

"Het goed Ten Biggelaar"
Op Vrillikhoven lag een leengoed van de hertog van Brabant dat aangeduid werd als t goet te Bychelaer. De hoeve was afkomstig van Didderic Bartholomeus van den Bossche, die ook Didderic Gruters werd genoemd. In de 14de-eeuwse leenboeken werd het leengoed omschreven als een hove land te Liemde, maar in de kantlijn schreef een griffier van de leenhof van Brabant in de 15de eeuw de aantekening is geheiten Bychelaer. Na Didderic kwam de hoeve eind 14de eeuw in het bezit van Gerit Bailliart. Tot eind 15de eeuw bleef de hoeve in het bezit van diens zoon Gerit en vervolgens diens kleinzoon Gerit.
In 1396 moest Gerit Bialliart alle beesten op de hoeve gedurende drie jaren afstaan aan Jacob van Berze van der Horst. Men sprak destijds niet van een pachter van de hoeve, maar van een laat. Henrick Fien was omstreeks 1390 laat van de hoeve Ten Biggelaar. In 1440 moest Gerit Gerit Bailliart een dénombrement van zijn leengoed maken. De hertog van Brabant eiste een dergelijke opsomming van alle percelen die tot een leengoed behoorden. Hij omschreef de hoeve als een hoffstadt metten huysen, schueren en stallen met een oppervlakte van 3 bunders en een aantal verspreid liggende percelen, onder meer nabij Autsel en de watermolen. In 1496 zond diens zoon Gerit Bialliart opnieuw een beschrijving van het leengoed, toen was er spraken van een huis, in plaats van huizen.

Bronnen:
Stadsarchief 's-Hertogenbosch, Bosch' protocol R 1178 folio 180, circa 1390.
Stadsarchief 's-Hertogenbosch, Bosch' protocol R 1180 folio 587, anno 1396.
Rijksarchief Anderlecht, Leenhof van Brabant, deel 4 folio 96.
Rijksarchief Anderlecht, Leenhof van Brabant,deel 9 folio 95v, 20 mei 1440.
Rijksarchief Anderlecht, Aveux et dénombrements 2542, 24 april 1496.


Op pagina 134-135 staat vervolgens:

Het leengoed te Bychelaer op Vrilkhoven was omstreeks 1500 in het bezit van Gerit Baliart. In de cijnsboeken van de heer van Helmond werd aangegeven dat het goed oorspronkelijk afkomstig was van Bartholomeus van Meghen. Dit werd in de 17de eeuw nog steeds pgeschreven.
In de eerste helft van de 17de eeuw was de hoeve in het bezit van meester Gerrit Simons. Na zijn dood erfen zijn twee dochters het leengoed. Agnes kreeg een derde deel, terwijl haar zuster Alijt twee derde kreeg.
De oude boerderij van het leengoed bestond toen al niet meer, Dit perceel dat aangeduid werd als de oude hofstadt was omstreeks 1600 een hopveld. In 1614 kocht Roelof Andries Santegoets deze oude huisplaats. Het leengoed van Alijt Gerrit Simons kwam na haar dood in handen van haar zoon Hendrik van Middegael. De familie Van Middegael behield de hoeve tot 1663.

Bronnen:
Rijskarchief Noord-Brabant*), Raad van Brabant 1125 folio 299-304.
Rijskarchief Noord-Brabant*), Raad van Brabant 1125 folio 299-304.
Rijskarchief Noord-Brabant*), Liempde Oud Rechtelijk Archief 199 folio 33/44v, 25 oktober en 15 november 1663.
Regionaal Historisch Centrum Eindhoven, Huisarchief Helmond 132 deel 1, cijnsboek van Peelland van 1507 folio 65v.
Regionaal Historisch Centrum Eindhoven, Huisarchief Helmond 137, cijnsboek 1600-1675 folio 65v..

*) Het Rijksarchief van Noord-Brabant heet vanaf 1 januari 2005 Brabants Historisch Informatie Centrum.