Voor hoofdpagina klik:
hier
|
Foto’s Frank Glaubitz Gladbeck-Zweckel ( Mijn Zweckel ) |
Houllieres Bassin de Lorraine (Mijn Cuvelette 1) |
Mijnmeters Versie 8-6-2005 (Wordt verder uitgewerkt)
Dit is een van de belangrijkste
onderwerpen daarom raadpleeg ook deze belangrijke site HollandseCirkel
Interessante site over het in
stand houden van oude meettechnieken Het Leege
Land: re-enacten van de Nederlandse landmeetgeschiedenis
Dan een scala van meetinstrumenten (zie bij collectie Geodesie) Techniek Museum Delft
Meetketting
Opmerking: Toen er alleen nog
gebruik werd gemaakt van hout in de mijnbouw werden de metingen verricht met
kompas en meetkettingen.
Zie boven bij “Techniek Museum
Delft” artikelnummer 2000137, 2000138 en 2000861).
De meetketting werd vroeger
gebruikt door de landmeter als hulpmiddel om afstanden te meten. Dit gebeurde
door 2 personen.
De 10 meter lange metrische
ketting bestaat uit 50 schakels van 20 centimeter .Om de vijf schakels bevindt zich een genummerde
ring.
De 20 meter lange metrische
ketting bestaat uit 100 schakels . Ook hier bevindt zich een genummerde ring om
de vijf schakels.

Foto Raymond
Uppelschoten (het Leege Land )
2 structuurhamers, libel, 30 meterband
U kunt deze groep vergelijken met
het kadaster bovengronds.
Deze voeren de metingen uit.
Theodoliet
De metingen geschieden met
theodoliet instrumenten.
Dit wil zeggen hoekmetingen.
De randverdeling
van Europese theodolieten is 400 graden (gon) en is ingevoerd door de Fransen
(Napoleon) te gelijkertijd met de meter.
In
principe was één meter 1/1000000 deel van de kwart van de omtrek van de aarde.
Over
de 400 graden en de 360 graden bij het meten.
Tot in
1959-1960 werd ondergronds gemeten met het 360 graden systeem. Iedere week ging
een van onze mijnmeters afdeling een instrument
naar de instrumentenfabriek De Koning in Arnhem waar dan de randverdeling
(horizontale en vertikale)in 400 graden werd
veranderd. ( IN HET JARGON ZIJN HIER VREEMDE NAMEN VOOR)
Omdat
ik ook een adspirant. land
meters cursus en landmeten bij PBNA in Arnhem gevolgd en gehaald had, was dit
voor mij niet zo vreemd.
Want in
de landmeterij werd de 400 graden wel gebruikt.
Nu even
het hoe en waarom: De computer is hier debet aan. Wij kregen allen (de bazen
van groot tot klein van de Staatsmijnen) een excursie naar het computercentrum
DSM in Heerlen. Hier lieten ze ons zien dat alle berekeningen met ons 360
gradensysteem die we zelf maakten,door
deze computer sneller en foutloos gemaakt werden. Deze computer, minder
als waar ik nu voor zit, was wel tien meter lang!!!
Onze
metingen werden nu gedeeltelijk en later jaar geheel gemaakt voor het 400 graden-systeem.
We
kregen in plaats van het grote boek in lederen kaft, een stapel ponskaarten mee
naar ondergronds. Hier werden de hoeken die je mat met een gemagnetiseerd potlood, aangekruist. Dat ging dan naar
Heerlen waar een ponsmachine gaatjes prikte op de gemagnetiseerde kruisjes van
die kaarten wat op grote computervellen werd overgenomen in die machine en 10
meter verder als berekening eruit kwam rollen. Nu kon een kind de was doen, begrijp je wel. Voor ons was een beetje van de lol eraf, minder werk, meer mensen weg.
In het
begin moesten wel de berekeningen nog vaak naar elkaar over gerekend worden.
Dus van
oud naar nieuw: bijv. 50 gr oud werd 400/360 x 50 in het nieuwe systeem.
Van
nieuw naar oud (vele oude metingen die je vergelijken moest en nodig had):
bijv.80 gr nieuw werd 360/400 OUD.
Oud graden werden met een nulletje, minuten met een streepje
en seconden met twee streepjes aan gegeven weet je wel.
Nieuwe graden met een g, minuten met een c en seconde met cc achter de gemeten
waarden.
Hub Bevk
Men kan er ook mee waterpassen.
Aan de hand van te voren
afgesproken werkzaamheden plaatsen zij de richting en hoogtepunten.
Hoogtepunten zijn bouten die in de
wand worden aangebracht en het NAP ( Normaal Amsterdams Peil ) geeft aan op
welke diepte men zich bevindt.
Na controle tussen 1875 en 1885 is
het Amsterdamse Peil gemiddeld, en dat wil zeggen genormaliseerd).
Op de stijlen worden punten
geverfd (zie liggende K) en
dat is de moetlijn.
* Auteursrecht DSM (met dank voor het mogen
plaatsen)
Waterpassen hoofd steengang
Stm Wilhelmina,man links naast de meter is Piet Gadaen)
Deze dienen als richtpunt hoe het
spoor moet worden gelegd.
Zij houden ook de voortgang van de
werkzaamheden bij.
De metingen beginnen bovengronds
en men laat 2 kabels naar beneden die verzwaard zijn met loden.
De loden waren stangen die
verzwaard werden met schijven die aan een kant een opening bevatten zodat deze
om de stang werden geschoven.
Massieve loden zouden
door hun gewicht niet te tillen zijn.
Om het slingeren in de schacht te
voorkomen zet men op de bodem tonnen gevuld met olie waar deze loden
vrijhangen.
De kabels worden aangemeten en
ondergronds zet men de metingen voort.
Vanuit het middelpunt van de
schacht (nulpunt) worden in de gangen 10 meter tekens geverfd.
De vaste meetpunten ondergronds
noemt men theodolietpunten.
Het enige vaste punt op aarde is
de poolster.
Die staat in het verlengde van de
aardas.
Door hoekmetingen worden vaste
punten op aarde vastgelegd en regelmatig gecontroleerd.
Van daar uit zet men de metingen
voort.
Ondergronds worden 50 meterbanden
voor de hoofdmetingen aangewend.
Ook wordt een thermometer
meegenomen omdat de temperatuur ondergronds hoog is en de banden kunnen
uitzetten wat leidt tot afwijkingen in de lengte.
Tevens wordt het band met een
krachtmeter aangetrokken.
Voor kleinere metingen is het 30
meterband in gebruik.
Schachtmeetbanden zijn 300 meter lang.
Ook worden structuurmetingen
gedaan

Voor waterpassingen wordt gebruik
gemaakt van waterpasinstrumenten, baak en libel.
De libel om het hoogtepunt over te
halen naar de rails.
En van daaruit wordt de meting
verder voortgezet.
De gradenboog voor het bepalen van
strijken en invallen.
Op de kaartenkamer (bovengronds)
wordt alles ingetekend en vastgelegd.
In steengangen
werden vroeger ook om het spoor 1 op de 300 meter te leggen latten gebruikt.
Men nam een lat van 3 meter lang
en aan het einde was die 1 centimeter korter.

De lat wordt op de rail gelegd en
de libel op de bovenkant van de lat.
Door met het spoor zo te
manoeuvreren dat de libel waterpas aangeeft ligt de rail goed.
Ook werd natuurlijk de duimstok
gebruikt.
Ik heb een tijd de richting in de
pijler moeten handhaven.
Om te voorkomen dat ik de duimstok
tijdens het kruipen of
tijgersluipgang zou verliezen
,had ik deze in een touwtje om de nek hangen.
Hoe nauwkeurig de metingen waren
blijkt uit hun wapenfeiten.
Een steengang
en er waren er meer die verbinding met elkaar moesten krijgen
(bijvoorbeeld een ploeg werkte vanuit de
Staatsmijn Maurits en de ander vanuit de
Staatsmijn Emma
totaal 12 kilometer) sloten op enkele centimeters nauwkeurig op
elkaar aan.
Er werd ook gelachen. Hier wordt
chef de La Boet (Zef Marell Nuth)
opgemaakt door de schrijver. Dit om deze statiefoto te maken. Wij verwachten
hoog bezoek. ( Namelijk de Kiebelmajoor)
Vooraf
In de ondergrondse werken van een mijn
worden vele soorten galerijen gedreven die moeten beantwoorden aan
verschillende doelstellingen.
Steengangen en steengalerijen
Grond en tussengalerijen
Af- en toevoergalerijen
Deel en luchtgalerijen
Deze worden gedreven om een
bepaald punt bereikbaar te maken.
Verder dienen deze als
transportwegen van materiaal kolen en als luchtwegen.
Richting
Om een galerij te drijven maakt
men gebruik van een richting.Men zegt dan de galerij wordt op richting
gedreven.
De richting wordt door de
mijnmeters gehangen.De opzichter dient de richting te controleren en er voor te
zorgen dat van deze “kloppende “richting gebruik wordt gemaakt.
Het corrigeren van afwijkingen in
de plaatsing van een galerijondersteuning is tijdrovend, kostbaar, en omwille
van vervoer met transportbanden praktisch altijd noodzakelijk
De opzichter moet zelf de richting
kunnen voorhangen, omhangen en zelf een algemene richting kunnen hangen.
Wat is een richting
Een richting wordt gehangen met 3
looddraden,welke een plat verticaal vlak vormen.
Dus: 3 richtingsnoeren hangen in 1
lijn.
Richting controleren.
De richting controleren betekent
dat wordt nagegaan of in de originele situatie van de richtingsnoeren een
verandering heeft plaats gehad.
De richting klopt
Er heeft geen verandering
plaatsgevonden en de richting is geschikt om verder te gebruiken.
De richting doortrekken
Dat wil zeggen dat men een rechte
verbindingslijn van de richting verlengt tot aan het front van de galerij
(laatste kap) om de kappen op richting te leggen.
De richting voorhangen
Van de bestaande goede richting
legt men nu 3 richtingspunten naar voren welke dan als richtingspunten worden
gebruikt voor het verder drijven van de galerij.
De richting omhangen
Is door dat er een obstakel is de bestaande
richting niet te gebruiken dan hangt men deze evenwijdig om.(Dus men legt
(tijdelijk) een nieuwe richting.
Algemene richting hangen
Uitgaande van het bestaande bouwwerk van een galerij
hangt men een richting welke verder drijven van een galerij in dezelfde
richting, in het verlengde van de bestaande galerij, mogelijk maakt.,
Methoden voor het aanbrengen van
richtingspunten
Voor het hangen van een richting
kiest men, ter bevestiging van de looddraden (touw), al naar gelang de
omstandigheden dit toe laten , een van de volgende
methoden.
a. bevestiging aan houten pluggen.deze worden gedreven in
10-15 centimeter diepe gaten, die in het dakgesteente zijn geboord. Deze
methode kan alleen worden toegepast als er sprake is van goed dakgesteente,
daarbij verkrijgt men de grote stabiliteit van de richting.
b. bevestiging aan houten blokken welke worden gedreven
tussen de onder en bovenflens van de kappen.Deze
methode is in zwang als de kwaliteit van het dakgesteente in verband met de
slechte kwaliteit de methode onder punt a niet toe .
Men gebruikt daarvoor goede bouwen
en er mogen nimmer motoren,monorails en dergelijken aan worden bevestigd.
c.Bevestiging aan schoren welke tussen de kappen worden
gedreven. Deze methode moet voornamelijk worden gebruikt bij het uitzetten van
een galerij rechthoekig op een bestaande galerij,waarbij de richting evenwijdig
aan de richting van de kappen moet worden gehangen en ingevolge
de kwaliteit van het dakgesteente de onder punt a. genoemde methode niet kan
worden toegepast.
Drijft men een derde schoor, dan
mogen de eerste twee schoren niet los komen te zitten.
In het algemeen kan deze methode alleen worden gebruikt ten behoeve van
het hangen van een voorlopige richting. Dit betekent dat met een dergelijke
richting slecht 10 tot 20 meter galerij mag worden gedreven. Hierna moet in
deze nieuwe galerij een definitieve richting aan pluggen of blokken worden
gehangen.

Aan welke voorwaarden moet een
richting voldoen?
a.de richting moet altijd aan dak of goede bouwen worden
aangebracht.Er mag in de onderlinge situatie van de looddraden geen verandering
komen.
De loden zijn van dun touw (geen
schietdraad) en moeten met een lus achter de kop van een spijker hangen.Het geschikt formaat spijker is 2,5”, die nagenoeg geheel in de
plug of blok wordt geslagen. Het inslaan van de spijker moet in de richting van
de looddraden gebeuren.
Bij het boren van de gaten moet
daar rekening mee worden gehouden.De looddraden moeten centrisch en niet te
zwaar worden belast. Wij hingen er ook stenen in. Wel moeten de draden altijd
stil hangen.
Dit is soms moeilijk in verband
met de luchtstroming.
b. de richting moet nauwkeurig zijn en perfect kunnen worden
doorgetrokken.
De loden moeten op geruime afstand worden gehangen. Hoe
korter bij elkaar hoe meer fouten men kan maken.
c. hang
de richting altijd op een geschikte plaats zodat het doortrekken naar het front
altijd mogelijk blijft.Daarom vindt voor het aantrekken van een galerij van te
voren altijd overleg plaats, waar het voetpad komt de luchtkokers en
transportmiddel. Omhangen van de richting werkt fouten in de hand.
Schetsen.
1. Duidelijk en overzichtelijk
2. Georiënteerd (front,toe-afvoer)
3. Zo goed mogelijk op schaal
4. Maten juist en duidelijk
intekenen volgens de voorgeschreven methoden.
5 Altijd voorzien van details en
doorsneden
6. Datum en plaatsaanduiding
7. Tekenen in juiste richting
8. Zacht potlood gebruiken. Inkt
gaat op papier doorlopen bij vocht
9. Controleren op volledigheid
Lampseinen mijnmeters
ondergronds
Korte
rukjes met lamp naar rechts = de
richting iets naar rechts hangen
Korte
rukjes naar links = de richtg iets naar links hangen
Verticaal
op en neer (snel) = de
richting hangt juist
Verticaal
op en neer langzaam = klaar
Cirkel beschrijven =
even naar degene lopen die seint
Moetlijn
hangen =
hoogtepunt
korte rukjes naar boven =
hoger hangen
korte rukjes naar beneden =
lager hangen
Op en en neer =
punt hangt goed.
Om te
kunnen zien of je de goede lamp in richt, doet de hoofdmeter snelle verticale
bewegingen.
De
helper seint ook zo terug.
Wordt vervolgd
Bovengronds (nu is het natuurlijk moderner) Voor meer informatie klik op landmeten
Bovengronds werken kan men onderverdelen als volgt
1.de
jaarlijkse hoofdwaterpassing over het hele
concessieveld (vergunning), om het verloop van mijnverzakkingen vast te leggen.
2. het
meten van de waarnemingslijnen
a. waterpassingen
b.lengtemetingen
c. scheefstellingen,
dit is om in een gebied het verloop van de bewegingen vast te leggen.
3.opnemen
van de situatie
a. wegen,gebouwen enzovoorts
tachymetreren van
terreinen enz
De volgende instrumenten en
hulpmiddelen gebruiken wij
Waterpasinstrument met baken,
voetjes en jalons
Meetband met krachtmeter en
thermometer en duimstok
Theodoliet met meetband, 4
meterbaak en jalons (rood-witte
stokken) met 3 pootjes
Verder: bouten om in huizen en
gebouwen aan te brengen
Bodempunten en pinnen worden in de
weg,vloer en pilaarpunten in kerken.geslagen
Piketpaaltjes bij meten van
terreinen en beken.
Er moet wel toestemming worden
verkregen om de gebieden te mogen betreden en ook om de attributen te mogen
aanbrengen.
Je bent tenslotte
met en andermans goed bezig.
Men vertegenwoordigt de mijn en de
opstelling moet correct zijn.
Veiligheid.
In verband met het verkeer zo kort
mogelijk langs de kant van de weg opstellen met baak en instrument.
Op het mijnspoor extra uitkijken
Er zijn ook spiegels in omloop die
aan de baak kunnen worden vastgemaakt zodat de trein achter je in de gaten kan
worden gehouden.
Als de trein op 500 meter afstand
is moet het spoor zijn verlaten.
Dit is vastgesteld door de
spoorwegen.
Dan de weersomstandigheden (regen,
hagel,mist, sneeuw en laagstaande zon) spelen een heel
grote rol
Die beïnvloeden het slechte
uitzicht
Equerre
Instrument
voor het uitzetten van hoeken van 90 en 45 graden of veelvouden daar van. Kan
geplaatst worden op een stok of jalon.
Het voorwerp
in kwestie wordt door de landmeter gebruikt om hoeken te meten. De correcte
benaming is een landmeterskruis of trommelkruis. Het
kan ook gebruikt worden in de mijnbouw.
|
|