TAALMAKKERS E601D SCHEP MAAR OP

Vul de gaten in , druk daarna op -controle- om je antwoorden te controleren .
BLIJFT KIM OPSCHEPPEN? EN HAAR NEEFJE?
Wat kun jij (goed) ? Opscheppen of eten?
Wie eet er ( snel) , jij of ik?
Houd jij ook ( weinig) van appels dan van peren?
Ik eet (lief) rabarber dan sla.
Ik vind sla juist veel (lekker) .
Houd jij (veel) van spaghetti dan van rijst?
Ik houd het (veel) van ijsjes met slagroom.