Lesje 1 Persoonsvorm en onderwerp

persoonsvorm= een vorm van een werkwoord dat vooraan staat in de zin als je de zin vragend maakt. Dus het doe-deel
Onderwerp = Wie-deel
Als alles af is klik dan onderaan op nakijken. Verbeter eventuele fouten en klik nogmaals op nakijken. Weet je iets echt niet klik dan een paar keer op SPIEKEN onderaan de oefening. Succes.

1 De kinderen spelen op straat.
persoonsvorm =
onderwerp =

2 Jan en Piet voetballen 's zaterdags met hun vrienden.
persoonsvorm. =
onderwerp =

3 In de zomer oogsten de boeren het graan.
oogsten =
onderwerp =

4 's Avonds leest vader de krant.
leest =
onderwerp =

5 Hebben jullie het nieuws al gehoord?
persoonsvorm=
onderwerp =

6 Mijn broertje mag bij een vriendje eten.
persoonsvorm =
onderwerp =

7 Welke delfstoffen vinden we in ons land?
persoonsvorm =
onderwerp =

8 In 1648 werd de vrede van Munster gesloten.
persoonsvorm =
onderwerp =

9 Zijn jullie gisteren te laat thuis gekomen?
persoonsvorm. =
onderwerp =

10 Wat vertelt de zeeman van zijn reizen?
persoonsvorm =
onderwerp =