|
|
|
 |
 |
 |
 |
DE STRIJD OM IEPER |
 |
Inleiding
|
In de avond van 2 augustus 1914, een zondag, bood de Duitse gezant aan de Belgische minister van Buitenlandse zaken een ultimatum aan, waarin de Duitsers, die beweerden een Franse opmars door Belgisch gebied te verwachten, zèlf vrije doortocht eisten. Een uur later al werd dit ultimatum door de ministerraad verworpen.
|
|
|
In de vroege ochtend van de volgende dag werd deze weigering aan de Duitse gezant medegedeeld en op 4 augustus, omstreeks 6 uur in de ochtend, overhandigde de Duitse gezant aan de regering in Brussel een brief van Kaiser Wilhelm II met daarin de mededeling dat België nog diezelfde dag het binnentrekken van de Duitse troepen mocht verwachten. Twee uur later overschreden de eerste Duitse legereenheden de Belgische grens.
|
|
|
Het slecht geoefende en slecht uitgeruste Belgische leger bleek geen partij voor het Duitse geweld. Half oktober was nog slechts een klein stukje van het Belgische grondgebied, de zuidwesthoek van Vlaanderen, onbezet. Het was het gebied achter het riviertje de IJzer, met een uitloop naar de stad Ieper.
|
|
|
|
|
Het bezette gebied werd door de Duitsers in twee zones verdeeld, dat van de zogenaamde étappe, dicht bij het front en onder militair régime (Oost-Vlaanderen, het westen van Henegouwen en het zuiden van Luxemburg) en de rest, ongeveer tweederde van het Belgische grondgebied, waar de Duitse Gouverneur-Generaal als overheid optrad. De regering was uitgeweken naar het Franse Le Havre terwijl Koning Albert bij zijn leger bleef en België weigerde te verlaten.
|
|
|
|
|